Hij is getrouwd met Isabella Maria VAN DE LAER.
Zij zijn getrouwd op 22 februari 1897 te Breda, Noord-Brabant, hij was toen 28 jaar oud.
Kind(eren):
Nadat Dorus als kleermaker, tegelijk met zijn broer Johannes Bernadus, in de leer is geweest bij Hanrath in Gendringen verblijft Dorus vier jaar in Anholt, voordat hij zich vestigt als kleermaker te Breda. Hubert Johann Hanrath (geboren in 1847 te Anholt) adverteerde wel destijds in de Graafschap-Bode wanneer hij verlegen zat om kleermakersknechten, en noemde zichzelf in die advertenties 'tailleur' of 'marchand-tailleur'. Zijn vier jaar oudere broer, Johannes Antonius, had zich tegelijkertijd met Dorus in het kleermakersvak bij Hanrath bekwaamd en zich al drie jaar eerder als kleermaker in Breda gevestigd. Ofschoon zijn broer al binnen twee jaar nadat hij in Breda was begonnen trouwt, stapt Dorus pas zes jaar na aankomst aldaar in het huwelijksbootje. Nog geen jaar na zijn huwelijk, op 10 januari 1898, overlijdt zijn schoonmoeder. Zijn vrouw Isabella was net een week eerder bevallen van hun eerste zoon, Bernard. Ongeveer een jaar later, toen inmiddels hun tweede zoon was geboren, trok zijn 56-jarige schoonvader bij hen in. De weduwnaar overleed drie jaar later, in juli 1902.
Na enkele adreswijzigingen, merendeels wonend aan de rand van de binnenstad (p/a/ Markt D 117, Middellaan 117A, en Tramsingel 99A), vestigt Dorus zijn kleermakerszaak definitief in 1912 op Visscherstraat 33A, in het centrum van Breda. In 1912 telt Breda 56 kleermakers, waaronder Dorus en zijn broer. In de jaren daarna neemt dat aantal enigzins af tot rond de 40 in 1919, om vervolgens gestaag te groeien tot maar liefst 77 kleermakers in 1935. Het is onduidelijk in hoeverre de wereldwijde crisis aan deze toename van kleermakers heeft bijgedragen. Al in 1935 zien we onder de kleermakers de namen terug van enkele firma's die geleidelijk aan een landelijke dekkingsgraad zullen bereiken enmet name na de tweede wereldoorlog volledig overgaan tot verkoop van goedkope confectiekleding, zoals Kreijmborg & Co. en Peek & Cloppenburg. Maar natuurlijk ook de namen van Dorus en zijn drie zonen Bernard, Antoon en Harry. Ieder is gevestigd op een andere locatie, hoewel Bernard vanaf omstreeks 1925 als oudste zoon de zaak aan de Visscherstraat (33A) gaat bestieren (er althans als hoofdbewoner permanent gevestigd is) en Dorus zelf met zijn vrouw verhuist naar de Zandbergweg op nummer 234. Op datzelfde adres zal op de bovenverdieping zijn zoon Harry met zijn gezin nog tot ver na de dood van zijn beide ouders blijven wonen.
Het adresboek van Breda uit 1947 plaatst achter de vermelding van Th. C. Schoemaker 'zonder', d.w.z. niet een beroep uitoefenend. Het is niet duidelijk per wanneer hij is gestopt, maar bij het uitbreken van de oorlog, staat in de alfabetische lijst van het adresboek in 1940, behalve de individuele vermelding van zijn neef 'Schoemaker, B. A., coupeur-kleermaker, v. Voorst tot Voorststraat 67' en zijn drie zonen 'Schoemaker, A. J., kleermaker, Dennenlaan 22', 'Schoemaker, B.A., kleermaker, Visscherstraat 33A' en 'Schoemaker, H. Th., kleermaker, Zandbergweg 234', nu ook vermeld 'Schoemakers & Zn., fa. Th. C., dames- en heeren kleermakerij, Visscherstraat 33A'. Dit doet vermoeden dat Dorus al in 1940 niet meer voltijds als kleermaker werkzaam was, en hij zijn oudste zoon bijsprong in tijden van drukte op de kleermakerij aan de Visscherstraat. Het is misschien zelfs een overgangsperiode geweest waarbij de drie broers op de Visscherstraat permanent gingen samenwerken. Iets wat voorheen ook heel wel mogelijk is geweest, ofschoon het adresboek van Breda tot voor 1940 suggereert dat ieder voor zich werkte. Als zij al van meet af aanhebben samengewerkt op de kleermakerij in de Visscherstraat is het enigzins raadselachtig waarom nu pas, in 1940, een vermelding van Schoemakers &Zn als familiebedrijf in het adresboek wordt opgenomen terwijl de oudste twee zonen (Bernard en Anton) al vanaf tenminste 1928, en de jongste (Harry) tenminste vanaf 1935 als kleermaker in het adresboek zijn opgenomen. Hoe dan ook, naar zeggen van de twee jongste dochters van Bernard (Bella en Bea) was de situatie zo dat, voor zover zij zich kunnen herrinneren, alle drie de broers tijdens en na de oorlog gezamenlijk op de kleermakerij in de Visscherstraat werkten.
Hoewel in latere uitgaven van het adresboek (in 1947 en 1952) de vermelding 'Schoemaker & Zn' niet is opgenomen, vinden we toch nog weer een laatste vermelding van de kleermakerij in het adresboek van 1959, onder de rubriek kleermakers, als 'Schoemaker, Fa. Th. C., Visscherstraat 33A'. Men kan dit beschouwen alseen eerbetoon aan Dorus, die een nieuw geslacht van kleermakers had nagelaten, maar ook als de bevestiging van een permanent samenwerkingsverband tussen de gebroeders hoewel Harry dat jaar nog altijdapart in het adresboek vermeld staat in de rubriek kleermakers (Bernard is dan inmiddels overleden). Met de opkomst van goedkope confectiekleding en bederf van de markt zagen geen van de verdere nakomelingen in Breda het zitten om het kleermakersvak te gaan uitoefenen. De oudste zoon van Bernard, Theodorus Wilhelmus, mocht gaan studeren en werd weg- en waterbouwkundige. Tweede zoon, Wim, werd slager; derde zoon, Tom, winkelier-middenstander, vierde zoon, Ben, etaleur in een kledingzaak. Daarmee kwam een einde aan de traditionele overdracht van ambachtelijkheid binnen de familie, van vader op zoon, waarbij vroege voorouders, die van oudsher landbouwers waren, van mogelijk zelf verbouwde vlas of schapenwol - met name in de wintertijd - begonnen zijn met weven, nakomelingen van hen zich steeds meer gingen toewijden aan het weversvak, dit verfijnden, en geleidelijk aan van geweven stof ook kleding gingen fabriceren. Zetten we de stamhouders van de familie Schoemaker en hun beroep nog eensop een rij, dan zien we dit patroon duidelijk terug: Jurrien (ca. 1675-1750), landbouwer; Berent (1710-1782), landbouwer; Evert (1743-1817), landbouwer, wever; Gerrit Jan (1777-1857), wever (en eigenaar van bouwland en heide); Bernadus (1816-1883), kleermaker (en eigenaar van bouwland); Dorus (1868-1947), kleermaker; Bernard (1898-1958), kleermaker. Rekening houdend met de landbouwcrisis tegen het einde van de negentiende eeuw, hebben de Schoemakers het niet slecht gedaan en zijn zij meerendeels, met het steeds verder verschuiven van hun ambacht, de dans ontsprongen die de meeste boeren in deAchterhoek en andere delen van Nederland destijds zwaar trof. Ook broers en zussen van de stamhouders zien we grotendeels met hun tijd meegaan en vaak eenzelfde beroep kiezen als de stamhouders. Het zit blijkbaar gewoon in de familie, om te roeien met de riemen die men heeft, een vaste koers te varen, en als het tij verloopt de bakens te verzetten.
Gezien deze lange traditie van ambachtelijkheid moeten de Schoemakers een uitstekend oog hebben gehad voor wat een goede stof zo goed maakt. Een oud gezegde binnen de familie is nog altijd, dat de beste stof uit Engeland komt en de best gemaakte kleding uit Duitsland: "Met een kostuum van Engelse stof, dat in Duitsland is gemaakt, kun je altijd ten tonele verschijnen".
In totaal kregen Dorus en Isabella twee dochters en vier zonen, waarvan een (Johannes Antonius) binnen een half jaar na de geboorte, in september 1900, zou overlijden. Dorus zelf zou uiteindelijk drie maanden na zijn 50-jarige bruiloft komen te overlijden.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Theodorus Christiaan (Dorus) SCHOEMAKER | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1897 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Isabella Maria VAN DE LAER | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.