Hij had een relatie met Beatrix N.n.
De relatie startte
Kind(eren):
Notities bij Nicolaes Ii van Putten
De eerste maal dat men Nicolaes II tegenkomt, op 23 oktober 1268, is hij met vele andere edelen borg voor heer Hendrik van de Lecke, vier jaar later op 17 februari 1272, getuigen van graaf Floris V. Op 11 februari 1273 trof hij met deze graaf een belangrijke regeling in zaken het recht van besterfte hunner wederzijdse onderzaten. Kort daarop op 13 april 1273 maakte hij een grensregeling met de heer van Strijen en stond deze een tegenover Pendrecht gelegen veen, Heinckensmoer, af.
Op 30 december 1275 komt hij het laatst voor, als getuige van een zijne verwanten, heer Jan Persijn. Reeds op 19 april 1276 werd de voogdij van zijn kinderen geregeld. Dankart van der Creke en diens neef Jan Hesselszoon waren, hoe weten wij niet, rechthebbenden op het "monderscep van Niclaus kinde van Putte", maar een nadere beslissing hieromtrent was aan graaf Floris V verbleven. Deze bepaalde in hoofdzaak het volgende: Jan Hesselszoon zou de voogdij uitoefenen als baljuw van Putten, onder toezicht evenwel van Floris van Henegouwen, die sedert 1272 door zijn neef, de graaf, aangesteld was tot baljuw van geheel Zuid-Holland; beide zouden de inkomsten der heerschappij gelijkelijk onder elkaar verdelen. Evenwel zou de tante der onmondige kinderen, jonkvrouw Berte, zuster van Nicolaes II, na betaling van haar broeders schulden en lagaten, met beide voornoemden delen, zodat dan "tote der tijd dat Nicolaus kinder sullen heben hare jaer", de inkomsten in driedelen zouden gaan. Op 26 maart 1277 verklaarde jonkvrouw Berte dat haar broeders op zijn ziekbed haar opgedragen had zekeren leenman recht te doen wedervaren, indien deze voldoende bewijzen van zijn goed recht kon bijdragen. Zij zegt nu deze gezien te hebben en bedoelden leenman in zijn leen te hebben bevestigd. Haar schoonzuster jonkvrouw Beatrix zegelde deze brief mede
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.