Hij heeft/had een relatie met N.n.
De relatie startte
Kind(eren):
Notities bij Nicolaes I (van HAARLEM) van PUTTEN
Regeerde van 1229 tot 1247 over de heerschappij Putten en voerde sedert 1241 de riddertitel. Nicolaes bezat vrij uitgebreide bezittingen, die hem vergunde verschillende personen als leenmannen aan zich te verbinden en aldus de kern te vormen van eenmachtige positie voor zijn nakomelingen.
Gaan wij deze bezittingen na, dan vinden wij ten eerste het eerder genoemde Putten, waarvan reeds Nicolaes de opbrengst van de bede bezat, en waaruit hij in 1235 een jaargeld van acht pond aan zijn verwant Willem Hugenzoon in erfleen gaf; zou de bede voor deze som niet toereikend zijn, dan zou het ontbrekende uit het visrecht aldaar genomen worden.
Niet te Putten maar te Geervliet was het centrum van Nicolaes bezit; hij hield daar zijn residentie. In 1229 en 1235 wordt het als zodanig genoemd en in 1246 had hij hier zeker een eigen huis staan. Tussen Geervliet en Putten was een andere polder gelegen, Spijkenisse genaamd en al bedijkt in 1231, wanneer Nicolaes aan Pieter Wissenzoon er het halve ambacht met het lage rechtsgebied en een vierde der tienden in leen gaf. Ook gaf hij in leen uit Drenkwaard, dat al in 1229 ingepolderd voorkomt, in 1237 Trentmoer en Hegenisse (overeenkomend met de streek welke zich nu tussen Oude Tonge en Ooltgensplaat uitstrekt), in 1246 Corendike (bij Goudswaard te zoeken).
Putten over de Maas bestond in die tijd, voor zover men na kan gaan, uit het ambacht Katendrecht, waarvan Nicolaes in 1243 met zijn buurman, de heer van Pendrecht, de juiste grenzen afbakerde. Verder bezat de heer van Putten nog visserij in de Maas voor Vlaardingen.
Ten slotte zij hier vermeld, dat heer Nicolaes zijn bezit uitbreidde door van het kapittel van Sint Pieter te Utrecht in erfpacht te nemen (1241) de tienden te Almsvoet, een dorp nu verdronken in het Biesbos, benevens een stuk land aldaar, onder bezwarende bepalingen betreffende de dijklasten, hetgeen in 1243 werd herhaald.
In 1241 schonk heer Nicolaes tot heil zijner ziel tienden en een weide voor driehonderd schapen onder Strienemonde (tussen tegenwoordige dorpen Klaaswaal en Piershil) aan het nonnenklooster "Onze Lieve Vrouwe-Kamer te Noorddijk", kortweg Marienkamergenoemd, onder Emelisse op Noord-Beverland. In september 1248 behoorde hij niet meer tot de levenden.
Publicatie: <1085>
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.