Hij is getrouwd met Philippote van der Duijn.
Zij zijn getrouwd
Erfgoed Leiden en omstreken te Leiden, Notariële archieven
Archief van notaris Salomon Lenaertsz. van der Wuert, 1571-1614,
Deel: 25,
archief 0506, inventarisnummer 25, 19 september 1597, 1597., folio 164
scan 241 ev
Maken op 19 september 1597 hun testament op voor notaris Salomon Lenaertsz van der Wurt
Nikolaas benoemt zijn zuster Henrica tot zijn erfgename, als hij eerder komt te overlijden dan zijn echtgenote zal zij alle conquesten die staande hun huwelijk verdiend zijn behouden en hij wil
dat zij in lijftocht bezitten zal de ambachtsheerlijkheid van Gravenmoer met al het toebehoren, plus alle roerende goederen, het goud en zilver, gemunt en ongemunt, de huisraad, de inboedel, renten akten en kredieten, met uitzondering van zijn kleuren en cleijnoden. Zijn vrouw moet de doodschulden en de lasten van de boedel betalen.
Joncheer Adam van der Duijn, heer van Rijswijck, of zijn erven, zal hebben en behouden de ambachtsheerlijkheid van 's Gravenmoer. Als Philippote eerder overlijdt dan zijn zuster Henrica gaat de lijftocht over op zijn zuster. Na het overlijden van zijn huisvrouw en zijn zuster zal worden uitgekeerd aan Nijclaes van der Bouchorst, zoon van joncheer Amelis van der Bouchorst, geprocureerd bij juffrouw Alijt van der Duijn, een lijfrente van 50 gulden/jaar, zijn leven lang, eveneens aan Marije, dochter van Adam van der Duijn, een lijfrente van 50 gulden/jaar.
Joncheer Johan van Raueschot, zijn neef, of indien overleden zijn kinderen geprocureerd bij juffrouw Anna van Gent, bedeelt hij alle gelden die hij tegenwoordig van de hertog van Brabant te leen is houdende.
Dan is er sprake van processen bij joncheer Robberecht van Gent, vader van voornoemde Anna van Gent. In dat geval gaat legaatr Raueschot teniet, in geval van enig molest zullen Raueschot, zijn vrouw en kinderen van geen deel van de nalatenschap profiteren, idem wb zijn zuster.
Philippote benoemd haar man tot haar erfgenaam. Hij moet de de doodschulden betalen en de lasten van de boedel tot een bedrag van 400 gulden. Als haar man binnen 3 jaar na haar sterft, gaan de schulden naar de erfgenamen.
De zoon van haar zus, Dirk de Jonge krijgt 7 morgen land in mijnsheerenlant van Moerlercken, gekomen van joncheer Reijmer van der Duijn, asseseur tot Spiers, haar zaliger oom. Haar zal daarvan geen lijftocht krijgen. De huur van dit land zal elk jaar komen ten behoeve van Dirck de Jonge, onder toezicht van haar man, van Cornelis de Jonge haar zwager en joncheer Adam van der Duijn, haar neef. De lijfrente wordt tot zijn mondigheid beheert. Cornelis de Jonge krijgt voor de moeite een zilveren schaal van zeven ponden grooten vlaams.
Als Dirck de Jonge voor meerderjarigheid komt te overlijden zonder wettige nakomelingen gaat het land met alle opbrengsten naar de broers en zusters van Dirck.
Na het overlijdenn van haar man krijgt Dirck nog een lijfrente van 100 gulden van XL grooten het stuk. Indien hij overlijdt gaat het naar haar naaste vrienden.
Jacob de Jonge, broer van Dirck krijgt een lijfrente van 12 gulden/jaar strekkende op de stad Delft. Claes en Hadewije, broer en zus van Dirck krijgen samen een lijfrente van 15 gulden per jaar, beheerd door Jan de Groot in Delft. Alijt van der Duijn, haar nicht, krijgt een lijfrente van 18 gulden per jaar. Deze lijfrentes worden genoten na het overlijden van haar man.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.