Hij heeft/had een relatie met Machtelt N.N..
Kind(eren):
Overlijden datum: BET 15 FEB 1447 AND 1450
Jan van Driel Jansz.; geboren naar schatting rond 1390, overleden tusse
februari 1447 en 1450. Deze Jan van Driel is de stamvader van het geslac
Driel, zoals behandeld door Wouter van Goudhoeven en Mathijs Balen. Va
hoeven medlt: "Jan van Driel, leefde in Swindrecht, landpoorter Ao 1446"
zoons noemt hij Pieter Jansz. van Driel en Cornelis van Driel. Ook Bale
meldt dat Jan van Driel leefde in 1446 en dat zijn zoons waren Pieter e
lis van Driel Janszonen. Van Goudhoeven vermeldt nog als losse aantekeni
zijn handschrift: "Anno 1421 leefden in Swindrecht als lantpoorters va
drecht Heijke, Pieter, Dierc en Jan van Driel Janszonen.
Jan Jansz. van Driel beheerde vanaf 22 februari 1422 land onder Zwijndre
wellicht identiek was met het door zijn vader gehuurde land waarvan de l
verschijningsdatum [de datum dat de pachtperiode afliep] precies een jaa
op 22 februari 1421 was geweest. Vanwege het grotendeels stilliggen va
bouw in de wintermaanden was "Sint Pietersdag in zille" (22 februari) ec
zeer gebruikelijk als verschijningsdatum, zodat hieraan niet al te verga
conclusies kunnen worden verbonden.
Opnieuw blijkt, dat de oudste leden van het geslacht Van Driel actief wa
de verbouw van en/of handel in haver. Evenals zijn vader "Jan Jansz. di
coper" (1404) en zijn broer Dirc Jansz. van Driel (1419) werd Jan Jansz
Driel vermeld in verband met dit gewas. Op 16 augustus 1423 verklaarde J
Driel namelijk voor schepenen van Dordrecht dat hij verkocht had aan (zi
der) "Jaene Jans weduwe van Driel" zekere haver "staende opt lant" en ze
"stije" (stee) met toebehoren en vee. Hij had dit goed als voogd van Lij
Pieter Michielsdochter "gepant en(de) geeyghent(...) op Heye(n) van D(r)
broeder". De relatie met deze Lijsbeth, dochter van Pieter Michielsz., i
duidelijk: wellicht was zij een dochter van een nog onbekende zuster va
Driel. In dezelfde akte van 16 augustus 1423 verklaarde Jaene Jans van D
weduwe "dat si Jan van Dryel vorsz.vercoft heeft III marge(n) lants gele
in Scilmans kinde(ren) ambocht gehe(te)n die poerkamp". Het perceel "poe
om Schildmanskinderenambacht is in latere bronnen niet aangetroffen. He
duidelijk, dat Jan van Driel omstreeks deze tijd bezig was zijn goed ui
breiden, want in 1424 was sprake van de "worf" die hij gekocht had van P
Dircxz. Deze laatste verklaarde dat hij de "worf" zou ontruimen voor ker
1425; indien dit dan nog niet zou zijn gebeurd, zou Jan van Dryel alle
op de werf zou vinden mogen behouden "voer siin eyghen guet". Overigen
aantrekkelijk bij deze "werf" te denken aan de "Hennipwerf", die Anthoni
Cornelisz. van Driel, de achterkleinzoon van Jan van Driel bijna anderha
later nog in eigendam hand in Sandelingenambacht!. In 1431 werd voor he
van Dordrecht een geschil behandeld tussen Dirc van den Poel en Daniel v
linghen, "roerde van sulcke pandinghe als Dirc vanden Poel hadde gepan
van Driele en Jan Heynensoens guede ende beesten". Beiden hand geld te v
van Jan van Driel en Jan Heynensoen, maar omdat de "wilkoer" van Dirc va
Poel ouder was en omdat hij de panding van Daniel van Cralingen op tij
"gekeerd", werd aan de schuldvordering van Dirc vanden Poel voorrang geg
Jan van Dryele en Jan Heynrixz. hadden Dirc vanden Poel betaald en dit b
zou in korting komen op de schepenbrief die Daniel van Cralingen op he
Jan van Driel was kennelijk door zakelijke banden verbonden met Jan Heyn
die blijkens een akte uit 1449 gehuwd was met Aeltgen Cleijsdochter, di
moedelijk behoorde tot de familie Van Driel. In 1437 was sprake van ee
tussen Jan Heynnenz. en Jan van Driel, waarover inmiddels een vrede wa
Een tweetal personen, genaams Willem Jan Meusz. en Pieter Jan Heynensz.h
"so en(en) daet" gesteld tegen Aderiaen Cleysz.(van Driel), dat zij de v
gebroken hadden, en werden voor vijftien jaar verbannen. Enige jaren lat
opnieuw sprake van een schuld, want op 19 februari 1439 (=1440) bestree
Driel Jansz. voor schepenen van Dordrecht een beslag dat Lijsbeth weduw
Claes Hoeyem hem wegens verscjuldigde landhuur had laten opleggen. Jan v
toonde de schepenen een kwitantie, waaruit bleek dat hij het verschuldig
drag had overhandigd aan Jacob van Voirde, de echtgenoot van Lijsbeth. U
verkoop, die enkele maanden eerder in hetzelfde Aktenboek was opgetekend
afgeleid worden dat het land waar deze schuld betrekking op had, gelege
hebben in het volgerland van Gerrit Hendrickz. Ambacht. Jan van Driel wa
niet van Lijsbeth af, want in december van het volgende jaar moest hij z
nieuw voor schepenen van Dordrecht tegen een door haar opgelegde "pandin
weren. Vermoedelijk kon Jan van Driel verweten worden dat hij zijn schul
lang liet oplopen, want uit het feit dat hij het verschuldigde bedrag aa
schepenen in beheer gaf, blijkt dat hij Lijsbeth het geld inderdaad schu
De schulden van Jan van Driel waren in 1447 dermate hoog opgelopen, da
vangen genomen was "met een vangbrieve": een gijzeling die diende om he
dwingen zijn schulden te voldoen. Om hun vader uit gevangenschap te bevr
beloofden zijn zoons Jan, Cornelis en Dirck van Driel gezamenlijk een ze
van 28.1/2 gulden te zullen voldoen, die hun vader Jan van Driel schuldi
aan Lijsbette Gherijt Ockerssoens weduwe en haar kinderen. Overigens wa
Lijsbeth Gherijt Ockerssoens weduwe niet dezelfde als de eerder genoemde
Lijsbeth Claes Hoeyen, die reeds voor 1445 "afflivich" was geworden. Ja
Driel, die in 1444 werd vermeld als heemraad van Hendrik Ido Ambacht, st
1445 en 1446 bovenaan de lijst van landpoorters van Dordrecht, gevestig
Zwijndrechtse Waard. In de lijst van 1450 stond op deze plaats "Machtel
Driels weduwe mit hae(re)n inheems(e) kind(er)en". Jan van Driel huwde M
N.N., overleden na 1450 vermoedelijk in Sandelingenambacht of Hendrik Id
Ambacht. (Zie: Drie verwante geslachten Van Driel [Zuid-Hollandse eiland
ca.1350-1650] door C.Sigmond en K.J.Slijkerman.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Jan Jansz. van Driel | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Machtelt N.N. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.