Hij had een relatie met N.N..
Kind(eren):
Dirck Jansz.van Driel; geboren naar schatting rond 1385, overleden na 14
Goudhoeven vermeldt als losse aantekening in zijn handschrift: "Anno 142
leefden in Swindrecht als landpoorters van Dordrecht Heijke, Pieter, Die
Jan van Driel Janszonen". Dirck Jansz. van Driel trad in 1421 voor het g
van Dordrecht op als vertegenwoordiger van zijn moeder in een zaak met b
king tot een schuld vanwege de pacht van land gelegen in de Zwijndrechts
Een tweetal jaren eerder had Dirc Jansz. van Driel voor het gerecht va
een beslag bestreden, dat gelegd was op haver in "Broer Cleisz.hoef" i
Zwijndrechtse Waard. Evenals zijn vader "Jan Jansz.die havercoper" hande
Jansz. van Driel blijkbaar in haver, of trad hij in deze zaak op namen
ouders. In 1423 wees het gerecht van Dordrecht vonnis in een zaak betref
een "doorbroken vrede" tussen twee partijen. Als eerste van de vier vero
gen die in deze zaak werden uitgesproken, werden de gebroeders Jacop Sal
Willem Saltmansz. en Aernt van Riede elk voor vijf jaar verbannen, "omda
wetende ene vrede gebroken hebben die tusschen tween anderen genomen was
Volgens een artikel in De Nederlandsche Leeuw jrg. 1933 waren Willem va
Aernt van Riede alias Almonde, Cornelis van Almonde en Jacob van Almond
zoons van Philips Jansz.van Almonde.[Hij was beleend met land in 's-Grav
bacht(ca.1401) en Rhoon (1413) en was vermoedelijk gehuwd met een dochte
Aernt van Riede Aerntz. Hoe de broers van Almonde bij de vete betrokke
is onduidelijk. Als laatste van de veroordeelden werd Dirc van Driel gen
die voor een paar jaar werd verbannen omdat hij "boven de handvrede ee
togen had op Wouter Willemsz.". Overigens lijkt Dirck van Driel in dez
slechts te zijn beschouwd als medeplichtige van zijn broer Pieter van Dr
voor eeuwig verbannen werd omdat hij genoemde Wouter Willemsz. van Lui
gebracht had. Pieter van Driel had deze doodslag begaan "boven ene hant
die hi voer poirteren gheg(ron?)t hadde teghen Michiel Damaesz.". Wie de
Michiel Damaesz. precies was en wat de reden van de vete was wordt uit d
vonnissen in het klepboek niet duidelijk. Directe aanleiding voor de doo
door Pieter en Dirck van Driel was wellicht een verwonding die hun broe
van Driel was aangedaan. Deze aanslag had geleid tot verbanning voor vij
van Wouter Damaesz. en Cleis Damaesz., "omdat si boven den vrede Heyke
Driel gequetst habben". Vermoedelijk waren de in de vonnissen genoemde W
Daemesz., Cleis Damaesz., Symon Damaesz., Lauris Damaesz. en Michiel Dam
allen broers en vormden zij de kern van de ene partij. Laatstgenoemde, M
Damasz., was in 1429 landpoorter van Dordrecht"uut Zwiindrecht ende Rije
Pieter, Dirck en Heijken van Driel behoorden tot de "harde kern" van d
partij. Het moet niet uitgesloten worden, dat Pieter, Dirck en Heyken va
verwanten waren van Hendrick van Driel, secretaris van de graaf van Holl
(1411-1415,1432,1434), pachter van de grafelijke tol bij Gorinchem (1422
Deze Hendrik van Driel werd op 2 augustus 1434 bij overdracht door Woute
masz., zijn oom, beleend met een grafelijk leen in Bodegraven. Deze oo
Dammasz., zal identiek zijn met de bovengenoemde Wouter Damaesz., die i
werd verbannen omdat hij Heijken van Driel gekwetst had! Wouter Dammasz.
eens een dienaar van de graaf (1390), was gehuwd met Aaf Damma Arnoutszd
later met Elisabeth Florisdr.(1420). Ook genoemde Lauris Dammasz. was ee
lijk ambtenaar: hij was pachter van de Dordtse tol (ca.1403) en werd gen
ontvanger van door de graaf verkochte lijfrenten (1407). Glaudemans verm
zijn artikel "Veten in Haarlem 1365-1416", dat een "vrede" een tijdelijk
stilstand tussen vetevoerende partijen was, gedurende welke onderhandeli
moesten plaatsvinden over een definitieve oplossing, de "zoen". De vetev
partijen werden gevormd door verwanten van het slachtoffer of de dader v
onrecht dat het begin van de vete vormde. De uitgebreidheid van de "maag
was gebaseerd op banden van bloed en verwantschap, waarbij de verwantsch
dariteit zich uitstrekte via zowel de mannelijke als de vrouwelijke lijn
uiterste grens van de categorie verwanten werd doorgaans gesteld: diegen
dezelfde overgrootouders hadden als het slachtoffer of de dader; de cate
werd soms uitgebreid tot diegenen die dezelfde betovergrootouders hadden
Gelet op de invloedrijke positie die zijn zoon Cornelis van Driel inna
omgeving van de Hordijk, kan verondersteld worden dat Dirck van Driel n
verbanning in die omgeving terecht is gekomen. Een mogelijkheid zou zijn
Dirck Jansz. van Driel zich na 1423 gevestigd heeft in de nog nauwelijk
te gebieden van de Riederwaard. In 1443 was in een van de oudste polderr
gen van Oud-Reijerwaard wel sprake van "Dirck Jansz. dijck", maar hierme
een op dezelfde pagnina reeds genoemde Dirck Jansz. van Leijden bedoel
[Zie: Drie verwante geslachten Van driel (Zuid-Hollandse eilanden, ca 13
door C.Sigmond en K.J.Slijkerman].
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Dirck Jansz. van Driel | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
N.N. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.