Hij heeft/had een relatie met Adriana (Jaene) N.N.
Kind(eren):
Jan Jansz. van Driel, geboren naar schatting rond 1355, overleden 1421
Jansz. van Driel was heemraad (1408) van Gherit Hendricxz. Ambacht (late
Adriaen Pieters Ambacht of Sandelingenambacht genoemd). In de reeks Zuid
se domeinrekeningen (1383-1386) van rentmeester Goedscalc van Brakel zij
kopers van korentienden van Zwijndrecht met name genoemd. In drie rekeni
wordt wordt "jonge" Jan Jansz. van Driel vermeld als koper van korentien
de Zwijndrechtse Waard (jaren 1383, 1384 en 1385). Op zaterdag 1 decembe
"keerde Jan Jansz. de "pandinghe"(=gerechtelijke beslaglegging) die Ja
hout op hem gelegd had. Jan Jansz. bestreed het beslag met een schepenbr
rente" die hem die abt van Baerne opgedraghe(n) heefft". Met deze schepe
als bewijs, meende Jan Jansz. "dat hij geen wete en hadde als recht is
het beslag onterecht was. Bijna vier maanden later, in maart van het jaa
dingde Jan Jansz. "die havercoper" in dezelfde zaak opnieuw voor het ger
Dordrecht betreffende de panding op zijn erf in "Gherit Heijnricxz. ambo
Jan Jansz. verklaarde dat hij niet tijdig had geweten van de panding e
hoopte dat dit uit het "register" en de getuigenis van de heemraden va
bacht zou blijken. Hij meende dat hij de panding mocht keren binnen de e
veertien dagen. Daarop zei Jan Schoenhout dat zijn knecht namens hem Ja
"een wete gedaen hadde" (verwittigd had), en dat de vierschaar dit had b
Hij meende daarom dat hij het beslag "met recht volghen soude". Na hoo
derhoor, vonnisten de schepenen dat indien Jan Jansz. aannemelijk kon ma
hij niet had geweten van de panding, hij alsnog binnen veertien dagen d
ding mocht keren. Als bewijs hiervoor zou hij een verklaring onder ede m
laten afleggen door de schout en twee of meer heemraden van Gherit Henri
ambacht. Het lijkt aannemelijk, dat Jan Jansz. haverkoper identiek was m
Jansz. van Driel. Interessant is daarmee ook een zaak uit april 1404, wa
eigendomsberief bevestigd wordt die Jan Jansz. die havercoeper heeft o
huis, gekocht van Roelant Jansz., gelegen bij de Hoppensteiger in Dordre
koop van dit huis werd betwist door Jacob But, als man van de weduwe Fil
Beveren, die blijkbaar rechten kon doen gelden. Deze connectie met het g
Van Beveren doet denken aan de akte uit 1407, waarin de boedelscheidin
vond tussen Jan (Willemsz.) van Beveren, als man van Margriete Meeus Mee
dochter, die eerder gehuwd was geweest met Jan Jansz., mogelijk identie
Jan Jansz. van Driel!. Voor het gerecht van Dordrecht diende op 11 augus
een zaak tussen Ghijsbrecht Florensz. op de ene zijde en Jan Jansz.(va
op de andere zijde, betreffende 6 morgen 2 hont land in Gherit Henricxz
bacht, gelegen in de hoeve genaamd "jonge Witte(n)hoeve". Het land wer
vonnis toegewezen aan Ghijsbrecht Florisz., maar is in de volgende jare
baar toch in handen gekomen van Jan Jansz. van Driel of zijn zoon Heijke
kens een verklaring van drie jaar later. Op 13 november 1411 getuigden d
heemraden van Gherit Henricxz. ambacht op hun eed dat in de hoeve land
die van "jonghe Witte(n)" was geweest, naar hun weten geen andere eigena
ren dan Otte van Malburch, Willem Heiric Moelnaersz. en Heyken Jansz.va
In november 1421 keerde Dirc van Driel een "pandinghe" vanwege Adriaen
moeder. De schuld waaruit dit beslag voortkwam, werd door de eiseres, d
Van der Ham, kwijtgescholden in februari van het volgende jaar. Aangezie
februari 1422 sprake is van een schuld van de erfgenamen van Jan van Dri
wege landpacht verschenen op 22 februari 1421, moet Jan Jansz. van Drie
eerste helft van het jaar 1421 zijn overleden.
Jan Jansz. van Driel huwde met Adriana (Jaene) N.N., overleden na 16 aug
1423, vermoedelijke te Sandelingenambacht. Op 13 augustus 1432 beloofd
van Driel" voor schepenen van Dordrecht, dat zij de koeien die zij ontva
van de voogd van Lijsbeth, de (onmondige) dochter van Piet(er) Michielsz
teruggeven op de Dordtse bamismarkt (in okotber). Uit een enkele dagen l
gepasseerde akte blijkt, dat deze voogd niemand minder was dan haar zoo
Driel. Deze verklaarde op 16 augustus dat hij aan "Jaene Jans weduwe va
verkocht had zeker haver "staende opt lant" en zekere "stije"(stee) met
toebehoren en "beesten": 4 koeien, 4 kalveren en 15 ooien. Jan van Drie
goed van Lijsbeth Pieter Michielszdochter "gepant en(de) geeyghent (...
Heye(n) van D(r)yel sine broeder". In dezelfde akte van 16 augustus 142
klaarde Jaene dat zij Jan van Dryel verkocht had 3 morgen lande in Schil
kinderenambacht "gehe(te)n die poerkamp".(Zie: Drie verwante geslachte
Driel [Zuid-Hollandse eilanden, ca.1350-1650] door C.Sigmond en K.J.Slij
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Jan Jansz. van Driel | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Adriana (Jaene) N.N | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.