Pastoor Jacob Cornelisz. Buyck (ca. 1545-1599) was een prominente katholieke geestelijke uit de Amsterdamse elitefamilie Buyck, broer van Hendrik Cornelisz. Buyck en kleinzoon van de 18-voudige burgemeester Joost Buyck.
Biografische kern
Hij diende als pastoor van de Oude Kerk in Amsterdam tot de Alteratie van 1578, waarna hij als Habsburg-loyalist uitweek naar Duitse ballingsoorden zoals Kalkar en Emmerik. Daar stierf hij in 1599 als pastoor van de Aldegondiskerk, na het redden van kerkelijke voorwerpen uit de Beeldenstorm.
Bekende bijdragen
Jacob was een verwoed boekenverzamelaar met een beroemde bibliotheek ("liberye") die in 1626 aan Amsterdam kwam. Hij schreef felle anti-Oranje pamfletten, zoals zijn treurzang over de Satisfactie, waarin hij de vroedschap beschuldigde van verraad aan Koning en God ten gunste van "de booswicht Oranje".
In een notendop:
Als kernfiguur en personificatie van Rooms-Katholieke vroomheid linkt Jacobus Corneliszoon Buyck uitstekend aan de "goddeloze schandalen" van broer Hendrik. Via West-/Oost-Friese en Waterlandse allianties met Pompeius Occo (Fugger-gezant) wilden ze Amsterdamse macht behouden. Habsburgse loyaliteit dreef strategische wettigingen van buitenechtelijke kinderen in tijden van groeiend protestantisme, ter behoud van de kapitalen middels hun erfgenamen. Huwelijken met niet-alliantiepersonen dienden vaak als middel om posities als schepen of kerkmeester in te nemen, naast deze strategische wettigingen voor kapitaalbehoud. De kinderen die uit die huwelijken voortkwamen waren voor het doel van de alliantie irrelevant.
-----
Hieronder een stukje tekst dat Jacob de Buyck schreef naar aanleiding van de alteratie van Amsterdam:
Ik, voor mij aarzel niet dien ommekeer aan onze zonden toe te schrijven, en kan niets met meer waarheid zeggen dan dit woord van Daniël: Al wat Gij ons hebt aangedaan, o Heer, hebt Gij volgens een waarachtig oordeel gedaan. Maar ik leg dat niet zoozeer den trouvveloozen ketters als onzen 36 Raadsleden, flauwhartige katholieken ten laste. Dezen toch hebben, met achterstelling van den eed dien zij der Koninklijke Majesteit en den Staat hadden gezworen, wolven in den schaapskooi binnengelaten en, tegen het verzet der herders en den wil van alle oprechte burgers in, met den booswicht en overweldiger Oranje, den openlijken vijand van God en Koning, uit zucht naar eigen voordeel en uit haat tegen de Spanjaarden, in hunne verregaande dwaasheid zulk een schandelijke en goddelooze Satisfactie, eenige oorzaak van den ondergang onzer stad, gesloten, dat het maar al te waar is (als men de waarheid althans zeggen mag), dat de stad Amsterdam niet door den vijand overmeesterd is geworden, maar overgeleverd door haar eigen Magistratuur, aan wie hetzelfde overkomen is als aan de joden, die meenend, door Jezus uit don weg te ruimen, hun plaats en hun volk te behouden, ze daardoor juist ten gronde hebben gericht.
Deze tekst is geladen met frustratie en verdriet maar is retorisch extreem: de Joden-vergelijking negeert hun cruciale rol in Gouden Eeuw en hij claimt vrije meningsuiting maar verwerpt pluraliteit; de Joden waren gevlucht uit Portugal waar ze vermoord werden en bouwden Amsterdams' rijkdom juist op.
Zie verder het opstel over Jacob Buyck van B.J.M. de Bont: https://www.delpher.nl/nl/boeken/view?coll=boeken&identifier=MMSFUBA02:000011445:00098
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen