Van de Compagnie van Verre (Oost Indië)
Van Verre beteekent van verre landen, namelijk Oost-Indien. Deze compagnie is opgericht in 1594 door Frederik en Cornelis Houtman. Hare eerste directeuren waren Hendrik Hudde, Keinier Pauw, Pieter Hasselaar, Jan Janszn, Carel de Oude, Jan Poppen, Hendrik Buyck, Dirck van Os, Sijvert Pieterszn, Sam en Arent van Grootenhuijse. Navorscher 1852. Blz. 408.
in 1609 bewonen zij een groot huis op den O. Z. Voorburgwal bij deSt. Jansbrugge (Stoofsteeg), waar in 't voorhuys hangt een paddeschilt met Buyck's wapen
Tegen de huizen van de vismarkt (Vóór 1609)
(1) Hij is getrouwd met Grietje (Griet(g,i)e(n)) Pieters Verduijn.
Zij zijn getrouwd in het jaar 1598, hij was toen 47 jaar oud.Bron 1
Kind(eren):
(2) Hij heeft/had een relatie met Elisabeth (Lijsbet(h)) Koertsdr. Verdulmen (Durmen (ver, van)).
De relatie startte rond 1600.Bron 1
De Bont:
Hun huwelijk, dat kinderloos bleef, moet wel zeer ongelukkig geweest zijn, want nauwelijks een jaar na hun huwelijk, verslingerde Hendrik zich aan Lijsbeth, de dochter van Court Jansz. van Dulmen, cruidenier in het begin van de Warmoestraat, en van Aeltje Pieters Scocksdr.(?) van Hoorn, waarbij hij den 11 Febr. 1600 een kind kreeg, dat hij naar zijn broeder den pastoor, den naam gaf van Jacob Cornelisse.
Wij zullen over dit onwettige kind en zijne moeder, als staande in nauw verband met de bibliotheek van Meester Jacob Buyck, laatsten pastoor der Oude Kerk, straks breedvoeriger schrijven in ons opstel «Meester Jacob Buyck en diens boekery».
Hendrik Buyck leefde met zijn wettige vrouw, wie hij deerlijk ontrouw was en geen cent naliet, eerst in een huis in de Warmoesstraat, dat tegen de huizen van de vischmarkt uitkwam; in 1609 bewonen zij een groot huis op den O. Z. Voorburgwal bij de St. Jansbrugge (Stoofsteeg), waar in 't voorhuys hangt een paddeschilt met Buyck's wapen». Hendrik is katholiek gedoopt, doch hij schijnt zijn geloof aan de kapstok te hebben gehangen.
Hij was groot koopman en mede-directeur van de Compagnie van Verre (Oost-Inde Cie.) en regent van het Mannen-Tuchthuis in 1595.
Den 15 Sept. 1612 was hij met zijne vrouw getuige in de Luthersche Kerk toen de twintigjarige David N. gedoopt werd.
Hendrik Buyck «coopman ende borger dezer stede» testeert 11 Nov. 1605 «Bevelende myne ziele Godt Almachtigh ende mijn lichaem der kerkelicke begravinge legatere mijn zoon Jacob Comelisz. Buyck, nae myn broeder z. Meester Jacob Cornelisz. Buyck genoemt (geboren op den elfden February Anno zestienhondert binnen deser stede, daer moeder of is Lysbeth Courten van Dulmen, die Godt almachtich door zijn genade in deuchden wil laten opwassen, tot zijn onderhout en alimentatie uyt puure liefde tot Godt uyt myne geredeste goederen de somma van zes duysent Carolus guldens met alle tgene van clederen ende juweelen dat tot mijn lyfve is behorende, offe anders zo waer als hem nae der goedertier geestelicke als waerelicke rechten enichsints ende opt aldermeeste zal mogen volgen offe toegelegt werden.
Voorts in alle myne andere natelatene en ongedisponeerde goederen maacke en noeme ick tot mijn erfgename of erfgenamen de wetlicke kinder of kindern die de voorsz. mijne zoone door Godts zegeningen zal proceeren.
It is noch myn uyterste wille dat die Librye by mynen Broeder Meester Jacob Buyck nagelaten en tegenwoirdich tot myne huyse staende tot voordeele ende dienste van myne voorz. zoone ende zijne kinderen bewaert sal werden.
Van gelycke es noch myne uyterste wille dat men myn doode lichaem zal begraven binnen deser stede Amstelredamme int zelfde graff daerinne myne z. vader begraven leyt te wetene in de Oude Kerck bij de cleyne orgel.
Legateert noch de Portugelo[1], my van myn z. broeder Meester Jacob gesconcken.
Meer volgt op: https://www.delpher.nl/nl/boeken/view?coll=boeken&identifier=MMSFUBA02:000011445:00095
[1] Portugelo: zeeckere goude(n) penninge. Zie Testament Meester Jacob Buyck. Volgens Du Gange Midd. eeuwsche Lexicon: gouden Portugeesche munt.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Hendrik (He(i)nd(e)ri(c,k)(us)) Cornelis Buyck | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) 1598 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Grietje (Griet(g,i)e(n)) Pieters Verduijn | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) ± 1600 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||