(1) Hij heeft/had een relatie met Weyn Claes.
De relatie startte rond 1507.Bron 1
De twee kinderen zijn strategische kinderen, Weyn Claesdr. maakte deel uit van de niet-Amsterdam Friese/West-Friese Buyck-Occo-Dirks alliantie: Ransdorp/Waterland & West-Friesland (van Alkmaar tot Schagen). Dit werden de gewettigde kinderen die de erfgenamen moesten worden. De relatie met Weyn was een zakelijke relatie.
Het huwelijk met Geertje was om binnen de Amsterdamse elite te infiltreren, voor het verkrijgen van status, het was een tactisch huwelijk (schepen 1525, burgemeester 1536). Geen kinderen nodig, erfgenamen waren al veilig via Weyn. Daarom trouwde Cornelis met Geertje onder huwelijkse voorwaarden: zijn erfenis moest veilig blijven voor zijn kinderen uit zijn alliantie-partner (Weyn).
Joost Buyck als initiator
Joost Buyck (ca. 1505-1588), achttienvoudig burgemeester van Amsterdam, legde de basis voor erfenisstrategieën via buitenechtelijke kinderen en huwelijkse voorwaarden. Zijn nauwe band met Pompeius Occo (1483-1537), de invloedrijke bankier en Fuggermachthebber, richtte zich op het inbrengen van West-Friese, Noord-Hollandse en Oost-Friese adellijke families in de Amsterdamse macht, ten koste van de lokale adel.
Politieke context
Pompeius Occo, als Fuggermakelaar en financier van keizer Karel V, orkestreerde allianties om koopmansfamilies zoals de Buycks te versterken met buitenlandse adel. Dit resulteerde in praktijken als strategische geboorten bij Joost en zijn nakomelingen (Grietje, Cornelis, Pieter Plemp-lijn), om bezittingen en posities veilig te stellen in een tijd van politieke instabiliteit en Habsburgse invloed.
Kind(eren):
(2) Hij is getrouwd met Geertje Gerrit Valckendr. (Geerte) NN.
Zij zijn getrouwd op 30 april 1512.Bron 1
Met huwelijkse voorwaarden.
Het huwelijk met Geertje was om binnen de Amsterdamse elite te infiltreren, voor het verkrijgen van status, het was een tactisch huwelijk (schepen 1525, burgemeester 1536). Geen kinderen nodig, erfgenamen waren al veilig via Weyn.
(3) Hij is getrouwd met Stijntje (Stien) Banning Frans Claes Heijnenzoonszoondochter NN.
Zij zijn getrouwd rond 1540.Bron 1
De Bont:
Cornelis Sijbrantsz. wordt meermalen in de stadsrekeningen genoemd, en levert onder anderen in 1531 het Delftsche laken voor den weesmeester Heijman Jacobsz., Hij was als «oudste der landrijksten, dijkgraaf van Nieuwer-Amstel.
In 1530 tot 1550 is hij regent van het S. Pietergasthuis; van 1522 tot 1525 regent van het S. Jorishof; in 1555 voogd van het S. Paulusbroeders convent; schepen in 1525, 29 en 31; raad in 1525 en burgemeester in 1536.
Slechts een jaar bekleedde hij het ambt van burgemeester.
In dat jaar was het te Amsterdam treurig gesteld. Twee regeeringspartijen stonden scherp tegen elkander, en de eene wilde de andere van «'t cussen» verdringen. De Hervorming begon alhier te ontluiken en Cornelis Dobbens, schout van Amsterdam, door Ter Gouw genoemd de ketterjager, vermoedde dat Cornelis «suspect» was. In overleg met de Landvoogdes en den Stadhouder werden enkele leden van de Vroedschap, waaronder Cornelis, «uyten regimente der stede gelaten», omdat zij nyet ghenouch voorghesien ende hun gequeten hadden tegens den herdooperen, aleer den oploop gesciede».
Wij zien hem, nadat hij «uyten regimente der stede (was) gelaten» niet meer in de rij der Vroedschap. Wel wordt hij van 1554 tot 1560 beleend van wege de stad met de ambachtsheerlijkheden NieuwerAmstel, Sloten en Amstelland, voor welke waardigheid hij reeds in 1542 bij den Prins van Oranje gesolliciteerd had.
In 1541 woonde hij aan den Nieuwezijds-Achterburgwal bij de Jan Roodepoort, bij de brug naar hem genoemd, naast Ghysbert, den molenaar. Dat huis was het vaderlijk huis der familie Buyck zooals wij later zullen zien. Het steegje dat bij de woning gelegen was heette «'t Boykensteechie», waaruit wij moeten opmaken dat èn het huis èn de brouwerij zeker van groote beteekenis waren. Cornelis overleed in genoemde woning.
Bij den dood zijner eerste vrouw vestigen hij en zijn zwager Claes Jeroensz. eene memorie voor de rust harer ziel in de Oude Kerk; terwijl Weyn Claesdr., bij wie hij de twee hiervoor genoemde kinderen had, den 16 Januari 1538 een lijfrentebrief koopt van 20 Karolus gld. ten lijve «van haer ende van Griet Cornelis Buyckendr». Waarschijnlijk heeft Sijbrant die kinderen gewettigd.
Het wapen van Cornelis Sijbrantsz. was in blauw een zilveren zwaan met rooden bek en pooten, en in den linkerbovenhoek een zespuntige gouden ster. Zijn neef Claas Buyck (van blz. 9) voerde hetzelfde wapen, dat dus het familie-wapen blijkt te zijn. Ransdorp, waar de familie Buyck oorspronkelijk woonde, en Buiksloot voeren ongeveer hetzelfde wapen als Buyck: in rood een zilveren zwaan houdende in den rechterpoot een bundel van zeven pijlen, verbeeldende de zeven Waterlandsche dorpen. In de i6e eeuw namen enkele geslachten, bij gebrek aan een eigen blasoen, het wapen aan van de plaats hunner herkomst. Bijvoorbeeld: Eggert = Purmerend, Van der Schelling = Ter Schelling, Van der Hooch = Westwoud, enz. enz.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Cornelis Sijbrands Buyck | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) ± 1507 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Weyn Claes | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) 1512 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Geertje Gerrit Valckendr. (Geerte) NN | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
(3) ± 1540 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||