Hij is getrouwd met Elisabeth van Holle.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
Otto Ottens wordt voor het eerst vermeld in 1671, als hij in de plaats van zijn vader Jan Ottens een boerwilkeur van Gieten en omliggende veenplaatsen tekent. Met zijn zwager Cornelis van Holle trad Otto Ottens (namens zijn vrouw) op als erfgenaam van hun vader, resp. schoonvader Claes van Holle. Beide personen traden ook op namens Jantien van Holle, de halfzuster van Cornelis en Elizabeth uit hun vaders tweede huwelijk met Lammechien Brons, die voor een zesde deel in de boedel gerechtigd was. Een zekere Jantien Jansen als voogd over haar minderjarige dochter klaagde samen met haar zoon Jan Jansen namelijk voor de Etstoel over achterstallige betalingen van een obligatie ter waarde van 100 gulden en zeven jaar interest à 5%. Van Holle cs. beweerden echter wel degelijk de schuld te hebben voldaan, zodat zij op hun beurt het beslag wat Jantien Jans op de boedel had laten leggen aanvochten. Overigens was de verhouding met Jantien niet erg goed, gezien het feit dat Van Holle haar had uitgescholden voor 'hexe'.258 In 1682 verkocht Cornelis van Holle te Gieten aan Tonnis Willems van Bonnerveen een stuk hooiland bij het Gieterdiep, genaamd de "Harsem", groot 259 roeden. Het stuk was oorspronkelijk door Cornelis gekocht van Carst Ottens, Otto Ottens en Roelof Sissinge en was dus oud Ottens-bezit. Otto Ottens en Cornelis van Holle verkochten op 17 januari 1688 een kwart waardeel met bomen en ondergrond in de Heese en Lemmesijt in de Gieter marke aan Cornelis en Jannes Canter, Abel en Cornelis Sloots, Barelt en Harmen Meyers, Jan Alberts en Egbert Berents. In 1690 trad Otto als borg op voor zijn zwager Cornelis, die een belasting had gepacht.261 Otto was in 1691 landdagcomparant voor het Oostermoer. In het archief Mensinge komt een kaartje voor met daarop enige veeneigenaren. Hierop staat de verdeling van het Osseveld vermeld, waarbij blijkt, dat Otto Ottens een stuk van het lange Osseveeen en een stuk van het brede Osseveen in bezit heeft. Ook zijn broer Jacob blijkt een stuk lange Osseveen in bezit te hebben.
Samen met zijn vrouw en de al eerder genoemde Cornelis van Holle leende Otto in 1688 van Boele Hamminge in qualite als hoofdmomber over de onmondige kinderen van Heyno Hamminge in de Veenhof 300 gulden tegen 5% rente. Deze schuld werd in 1703 door Claes Ottens afgelost. Elizabeth bleek in 1697 enig erfgenaam van haar broer Cornelis. Zij was toen al weduwe. De erfenis bedroeg totaal 3000 gulden. Hierdoor kwam ook het Van Holle-bezit aan de familie Ottens. Elisabeth van Holle blijkt ook in Roden nog bezit te hebben gehad, want in 1705 liet zij door haar neef (hij noemt haar zijn 'moey') Roelof Hommens, de landmeter, een stukje grond te Roden opmeten. Aan het eind van de zeventiende eeuw werd een staat van het waardeel gemaakt van Gieten. De weduwe van Otto Ottens staat daarin genoteerd als bezitter van 1 1/4 waar uit haar vaders bezit. Zie verder ook bij Jacob Ottens. Elisabeth van Holle stierf omstreeks 1720.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.