Een geschil was gerezen tussen Sophie en Mathildis van Petershem, kloosterzusters van Münsterbilzen, aangaande de waardigheid van abdis. Godfried, aartsdiaken van Luik, en anderen vellen hun vonnis als scheidsrechters.
Actum sabbatho post dominicam Quasimode, Aº Dom. MºCCºLºLº nono.
Delecluse en Brouwers : Henri de Gueldre, 279. Ont. bij W., XI, 2e deel, 113.
Hendrik (van Gelder), gekozene van Luik, bekrachtigd het scheidsrechterlijk vonnis uitgesproken (den 26 April) in het geschil ontstaan tussen Sophie en Mathildis van Petershem, kloosterzusters van Münsterbilzen, nopens de waardigheid van abdis.
Datum Aº Dom. MºCCºLºLº nono, feria secunda post dominicam misericordia.
Delecluse en Brouwers : Henri de Gueldre, 279. Ont. bij W., XI, 2e deel, 113. - Van Nues : Munsterbilsen, 116.
Oneenigheid was uitgebroken tusschen de abdis van Munsterbilzen - Belisiensis (Mathilde van Petersheim, dochter van Willem, heer van Petersheim) en den ridder Willem van Loute - Loeute en Johannes van Momertingen over een goed genaamd Roetlant onder Spauden.
Volgens akkoord tusschen de twee partijen zal Roetlant aan de abdij behooren, maar gelaten worden in de tocht aan den bezitter van Junchout. Jan van Mobertingen gebruikt den zegel van Jan van Opleuwe, kastelein van Coelmunt, en hecht hem aan het stuk met den graaf van Loon. - Datum Aº Dom. Mº CCº octogesimo quarta, sabbato post trinitatem.
Leod., XXX, bl. 34.
Mathildis van Petersheim | ||||||||||||||||||
De maasgouw; Orgaan voor Limburgsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde jrg 9, 1887 (6), no 41, 23-07-1887, pag. 164
Limburgsche Oorkonden, deel IV, door J. Coenen 1932, nummer 3978
Limburgsche Oorkonden, deel I, door J. Coenen 1932, nummer 1713
Limburgsche Oorkonden, deel I, door J. Coenen 1932, nummer 1714 en Catalogue des actes de Henri de Gueldre prince-évêque de Liége door Delecluse en Brouwers, 1900, blz. 279-283