Louis, graaf van Loon, schenkt zijn vrijgoed te Barenberg aan de abdij van Averbode. Thedoricus de Pithersen is getuige.
In nomine sancte et individue Trinitatis Ego Ludovicus Dei gratiâ Cornes in Los omnibus tàm futuris quàm presentibus salutem et vitam in Christo perpetuam Quoniam rectè gesta bonorum precedentium, beneficio litterarum, memorie commendantur posterorum, notum facimus cunctis in Christo fidelibus, quòd allodium nostrum in Barebergh, tum intuitu eternae renumerationis, tum petitione Domini Andree abbatis fratisque Hidulphi medici, ad Averbodiensem ecclesiam liberé contulimus, sciendum verò quòd ejusdem Allodii medietatem Comes de Duras nomine Godinus, quia pertinebat ab ipsum, partim accepto pretio, partim pro remedio anime sue, prefate ecclesie contradidit et effestucavit. Nos verò pretextatam possessionem tàm in arabili terra, quàm in pratis ac pascuis utpotè legitimi Averbodiensis ecclesie advocati, tuendam ac tenendam suscepimus, sigillique nostri impressione communivimus. Preterea sciendum est quòd Emelinus quidam de Diolo cum fratribus Sigero, Gerungo, mansum terre quem hereditario jure possederat in Balrebergh cujusque fundus erat fratrum ecclesie sancte Marie, sanctique Joannis in vadium pro tribus marcis posuit. Post aliquantùm verò temporis filii prenominatorum germanorum, qui calumniam aliquam contra ecclesiam moverant, acceptis quatuor solidis Coloniensibus, prefatam terram perpetuò possidendam coram Villico et scabinis de Sulre legaliter tradiderunt ecclesie et effestucaverunt. Precedente quoque tempore emit ecclesia tria prati bonnaria a quodam Willelmo de Stoccherode, fratre Franconis, qui cum filiis suis in curia de Solre, idem pratum in presentia scabinorum ecclesie legitimè tradidit et effestucavit. Hujus autem rei testes sunt Arnoldus de Curtertho, Theodoricus de Pithersen Giselbertus de Leurre. Viri nobiles Hincherannus de Los, Arnoldus de Buch, Reinerus, Hanagravius, aliique quamplures. Anno MCLIV. feliciter.
Hendrik van Limburg, graaf van Aarlen, verklaart aan den abt Wirik, dat hij het klooster van Sint-Truiden van alle standgeld ontslaat op den wijn te Rode ('sHertogenrade) en te Golepe (Gulpen).
Treden op als getuigen: Godfried, graaf (van Duras), Diederik van Lodenach, Arnold van Geyleum, enz.
Acat sunt hec a° ab incar, Dom. M.C.LXI,...
Piot : St-Trond,1,101. - Ontl. bij W.,II,747.
Vrijheidskeure waardoor Graaf Lodewijk (I) van Loon het Luiksch recht verleent aan de bewoners der burcht van Kolmont.
Ze zullen ter hoofdfaart (recharge) gaan naar het gerechtshof der schepenen van Luik.
Gesciet in den jaere der incarnatien duysent hondert ende seventigh, onder dese getuygen: Goeswijn vanden Born, Dirick van Petershem, Renaert van Kessenich, Willem van Loen, Rener van Redinchen (onder Vertyck?), Geurt van Loen, Seghene van Bushoeven.
Oorspronkelijke tekst verloren. Vlaamsche vertaling in : Verslagen en Mededeelingen der V. Acad., 1925, bl. 13. - B S S L , XXXV, 79 en 179. - Cfr. Leod., XIX, 12-20, en 44-46.
Agnes, gravin van Loo (weduwe van Lodewijk I), om het behoud van het gasthuis van Los (Grathem) te verzekeren, schenkt het aan den abt van Villers, Ulrik.
Ter gedachtenis van den overleden graaf, Lodewijk (I), beschenkt zij het gasthuis met goederen gelegen te Hex.
Getuigen: Theodoricus de Lodenake (elders genaamd van Petershem), Robertus de Hertinnes, Balduinis de Wellines, Gerardus de Diepenbeck, enz.
Actum est hoc a° ab gratiae M.C.LXXIIII,...
Mantelius : Hist. LOss., Pars II,22 - Daris : Looz, II, Documents de L'eglise, 2. - Ontl.bij.W.,II, 549; VII,311 - Cf. Daris: Notices,XII, 163, en XVII, 132.
Theodorus (Diederik) de Ladenaken, man van vrijen stand, verklaart ondernomen te hebben een abdij te stichten in een eigendom prdium Huckte, alias Huchte genaamd, dien hij van Theodoricus de Rudere gekocht had.
Hij noemt de goederen op welke hij aan die nieuwe abdij gegeven heeft. Aan het domein van Hocht dat vijf-en-dertig bunders bedroeg met de twee derden der tienden, het andere deel was voor de kerk van Haren, had hij nog bijgevoegd : een bosch gelegen tusschen Holteyck, de maas, de abdij en de beek ; de vischvangst in de Maas van af de beek tot Udecoven; het grondgebied van Nederloe, een molen, weilanden, een wijngaard, enz.
"Al die goederen, zegt de stichter, heb ik al beloofd aan den Heer Arnold, abt van Eberbach, die de kloosterlingen der nieuwe abdij gezonden heeft, en ik heb ze gegeven aan den heer Franco, eersten abt der nieuwe gemeenschap en aan Warnerus, abt van Clairvoux"
Acta sunt autum hæc a° Incarn. Dom. Millesimo centesimo quinto.
de crassier : Hocht, 161-163. - Ceyssens : Hocht et Val-Dieu,9 (Fransche vertaling), Cfr. Dom Berlière : Mon. Belge,II,142. - Die keure bevindt zich in de Cronologia Domini Petersheimiani, uigegevenin de XVIe eeuw bij Jan Coenraad Gussen, te Keulen, nr, 24 der Adjuncta. - Cfr.Leod.,XV,58. - Dom Berlière doet opmerken dat Warnerus eerst na den 30 October 1186 abt van Clairvaux benoemd werd, en dat dus onze akte niet kan dagteekenen van uit het jaar 1185. Schrijver denkt insgelijks dat de abdij van Hocht in 1182 gesticht werd.
In een akte van Gerard Graaf van Looz wordt Theodoricus de Lonac als getuige genoemd.
Kind(eren):
Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek
Notice historique sur l'ancienne abbaye d'Averboden door M.J. Wolters, pag. 87-88
Limburgsche Oorkonden, deel I, door J. Coenen 1932, nummer 449
Limburgsche Oorkonden, deel I, door J. Coenen 1932, nummer 484
Limburgsche Oorkonden, deel I, door J. Coenen 1932, nummer 505
Limburgsche Oorkonden, deel I, door J. Coenen 1932, nummer 580
Diplomata Lossensia, sive privilegia, paces, pacta, donationes, infeudationes, &c. concernentia tam comites, quàm comitatum de Looz (1717), part. 2, door Joannes Mantels en Laurentius Robyns, pag. 34