Hij is getrouwd met Adela van Frankrijk.
Zij zijn getrouwd in het jaar 1028 te Amiens.Bron 1
Kind(eren):
BAUDOUIN, son of BAUDOUIN IV "le Barbu/Pulchrae Barbae" Count of Flanders & his first wife Ogive de Luxembourg ([1012/13]-Lille 1 Sep 1067, bur Lille St Pierre[221]). The Genealogica Comitum Flandriæ Bertiniana names "Balduinum Insulanum" as son of "Balduinum Barbatum [et] Odgivam"[222]. After 1028, he led a rebellion against his father who was forced to take refuge in Normandy. After his father returned with reinforcements, Baudouin submitted but was allowed to rule jointly[223]. He succeeded his father in 1035 as BAUDOUIN V "le Pieux/Insulanus" Count of Flanders. He acquired overlordship of the county of Lens from the counts of Boulogne[224]. The Liber traditionum of Gant Saint-Pierre commemorates the donations of "Baldwinus junior marchysus filius Baldwini marchysi et Odgevæ comitissæ cum conjuge sua Adala", undated[225]. He took part in the Lotharingian rebellion against Emperor Heinrich III and sacked the imperial palace at Nijmegen. Emperor Heinrich gathered a large army to wreak revenge in 1049[226], but in practical terms the only loss to Flanders was the march of Antwerp[227]. Count Baudouin returned Valenciennes to Hainaut, and thus indirectly to German suzerainty[228]. He maintained close relations with Godwin Earl of Wessex, first sheltering the latter´s son Svein after he was outlawed in 1049, then Earl Godwin himself when he was exiled from England in 1051. Emperor Heinrich III invaded Flanders again in 1054 but had to retreat[229]. On the death of Henri I King of France in 1060, Count Baudouin became regent of France for his nephew King Philippe I. The Annales Blandinienses record the death in 1067 of "Baldwinus potentissimus marchisus"[230].
m (Amiens 1028) ADELA de France, daughter of ROBERT II King of France & his third wife Constance d'Arles (1009-Messines 8 Jan 1079, bur Messines, Benedictine monastery). The Genealogica Comitum Flandriæ Bertiniana names "filiam Rodberti regis Francorum Adelam" wife of "Balduinum Insulanum"[231]. The Genealogiæ Scriptoris Fusniacensis names "Alam comitissam Flandrensem" the daughter of King Robert[232]. Corbie was her dowry[233]. The Liber traditionum of Gant Saint-Pierre commemorates the donations of "Baldwinus junior marchysus filius Baldwini marchysi et Odgevæ comitissæ cum conjuge sua Adala", undated[234]. She founded the Benedictine monastery at Messines near Ypres. Philippe I King of France donated villam in pago Parisiacensi sitam...Curtesiolum to Saint-Denis, at the request of amita mea soror...patris mei H...Adela, by charter dated 1060, after 4 Aug[235]. The necrology of the abbey of Saint-Denis records the death "VI Id Jan" of "Adelaidis comitissa"[236].
[221] Annales Elnonenses Maiores 1067, MGH SS V, p. 13, which records his death "Kal Sept" and his burial "Insulæ".
[222] Genealogica Comitum Flandriæ Bertiniana MGH SS IX, p. 306.
[223] Nicholas (1992), p. 48.
[224] Murray (2000), p. 28.
[225] Liber traditionum sancti Petri Blandiniensis, 113, p. 105.
[226] Anglo-Saxon Chronicle C, 1047, and D 1048 [1047].
[227] Nicholas (1992), p. 50.
[228] Nicholas (1992), p. 46.
[229] Nicholas (1992), p. 51.
[230] Annales Blandinienses 1067, MGH SS V, p. 26.
[231] Genealogica Comitum Flandriæ Bertiniana MGH SS IX, p. 306.
[232] Genealogiæ Scriptoris Fusniacensis 2, MGH SS XIII, p. 252.
[233] Nicholas (1992), p. 52.
[234] Liber traditionum sancti Petri Blandiniensis, 113, p. 105.
[235] Prou, M. (ed.) (1908) Recueil des actes de Philippe I roi de France (Paris), IV, p. 13.
[236] Obituaires de Sens Tome I.1, Abbaye de Saint-Denis, p. 307.
Bron: http://fmg.ac/Projects/MedLands/FLANDERS,%20HAINAUT.htm#BaudouinVdied1067B
Boudewijn V van Rijsel, ook bijgenaamd de Grote (ca. 1013 - Rijsel?, 1 september 1067), zoon van Otgiva van Luxemburg en Boudewijn IV van Vlaanderen, volgde zijn vader op in 1035 als graaf van Vlaanderen tot aan zijn dood.
In 1028 huwde hij met Adela van Frankrijk (1009 - Mesen, 8 januari 1079), dochter van koning Robert II van Frankrijk en Constance van Arles. Zij was eerder verloofd geweest met hertog Richard III van Normandië die echter in 1027 overleed. Adela zou de drijvende kracht zijn geweest achter Boudewijns opstand tegen zijn vader, Boudewijn IV, om een groter aandeel in het bestuur te krijgen. Boudewijn IV moest naar Normandië vluchten. Hij trouwde voor de tweede maal met Eleonora van Normandië, dochter van Richard II van Normandië en vader van Richard III en wist met Normandische steun de opstand van zijn zoon snel te onderdrukken (12 september 1028 te Oudenaarde). In 1030 verzoende Boudewijn zich met zijn vader en kreeg inderdaad een taak in het bestuur.
In 1033 veroverde hij Ename en slechtte de muren van de vesting. In 1035 werd Boudewijn graaf van Vlaanderen als opvolger van zijn vader. Boudewijn verwierf Zeeland en Lens (Frankrijk). Hij steunde de rebellie van hertog Godfried II van Lotharingen en plunderde de palts van Nijmegen en het prinsbisdom Luik. Daarom werden hem zijn Duitse rijkslenen in 1046 ontnomen, met name de mark Valencijn.
In 1049 viel keizer Hendrik III Vlaanderen aan maar moest zich na een plundertocht terugtrekken, en dit gebeurde nog een keer in 1054. Na het plotseling overlijden van keizer Hendrik III (1056) en de minderjarigheid van diens zoon Hendrik IV werden door de Lotharingse rijksedelen, aartsbisschop Anno II van Keulen en paltsgraaf Hendrik I van Lotharingen, de vredesbesprekingen van Andernach (1056 en 1059) met Boudewijn gevoerd.
Hierna kwam hij in 1056/1059 definitief in het bezit van Ename en verkreeg hij ook het markgraafschap Antwerpen. Dit waren belangrijke Lotharingse bolwerken (ten oosten van de Schelde, van oudsher de scheidingslijn tussen Frankrijk en het Duitse rijk). Hij consolideerde aldus met succes de door zijn vader begonnen politiek om ook Duitse rijkslenen te verwerven. Zijn opvolgers werden aldus leenmannen van de keizer. Het betrokken gebied wordt daarom ook Rijks-Vlaanderen genoemd.
Boudewijn dwong Richilde van Henegouwen, weduwe van Herman van Bergen (overleden 1051), tot een huwelijk met zijn zoon Boudewijn (VI). Door zijn toedoen werden de kinderen uit Richildis' eerste huwelijk van hun erfrechten beroofd en lijfde hij de facto Henegouwen bij Vlaanderen in. Na de verzoening met de Duitse keizer werd ook dit wegens bloedverwantschap canoniek ongeldige huwelijk door de paus kort nadien gelegitimeerd.
Boudewijn bood in 1049 onderdak aan de verbannen Swein Godwinson, graaf van Herefordshire. In 1051 bood hij ook onderdak aan diens verbannen vader Godwin van Wessex.
Kort voor zijn dood steunde Boudewijn V nog de expeditie naar Engeland (1066) van zijn schoonzoon Willem de Veroveraar, die gehuwd was met zijn dochter Mathilde van Vlaanderen. Deze stellingname was echter niet zonder risico's: de opkomst van het Anglo-Normandisch blok, dat voor Vlaanderen gevaarlijk kon worden, werd er niet door tegengewerkt. Een van de redenen van Boudewijns keuze was waarschijnlijk dat hij op die manier de kans zag om een deel van de dissidente adel die Willem op zijn tocht vergezelde, kwijt te raken.
Door het huwelijk van Boudewijns tweede zoon, Robrecht de Fries, met Geertrui, weduwe van de graaf van Holland, strekte de Vlaamse invloedssfeer zich over een groot deel van de Nederlanden uit.
Zo groot was Boudewijns aanzien, dat hij bij de dood van de Franse koning Hendrik I (1060) voogd werd over diens minderjarige troonopvolger Filips I.
Op het binnenlandse vlak heeft Boudewijn het grafelijke gezag verstevigd door het territoriale bestuur te reorganiseren (kasselrijen in plaats van gouwen) en de bevoegdheden van de kloostervoogden in te krimpen (mede door de invloed van de kerkelijke hervormingsbeweging van Richard van Saint-Vanne). Om het dunbevolkte en ongecultiveerde centrale gedeelte van zijn graafschap beter te verbinden met de rijke steden, die zich aan de kust en de Schelde ontwikkelden, legde hij een gordel van nieuwe steden aan in Binnen-Vlaanderen: Torhout, Ieper, Mesen, Rijsel, Kassel en Ariën. Deze nieuwe stichtingen werden hoofdplaats van een kasselrij en kregen een jaarmarkt om de kooplieden aan te trekken.
Boudewijn V overleed op 1 september 1067 en werd begraven in de Sint-Pietersabdij (Gent). Na zijn dood trok zijn weduwe Adela zich als non terug in een klooster te Mesen, waar zij in 1079 overleed.
Boudewijn was zoon van Boudewijn IV en van Otgiva van Luxemburg en volgde zijn vader op bij diens dood. Boudewijn en Adela kregen de volgende kinderen:
Boudewijn VI van Vlaanderen
Mathilde van Vlaanderen
Robrecht I van Vlaanderen
Bron: Wikipedia
Boudewijn V van Vlaanderen, geb. ca. 1013, overl. ald. 1-9-1067, begr. ald. (Sint-Pieter), naar de plaats waar hij bij voorkeur resideerde bijgenaamd 'van Rijsel' ('de Lille', 'Insulanus'), tr. Parijs begin 1028 Adelheid (Aelis) van Frankrijk, geb. ca. 1009 of 1019, gravin van Coutance, overl. Mesen 8-1-1079, begr. ald., wellicht weduwe van Richard III van Normandi&3235; (overl. 6-8-1027), dr. van Robert II 'de Vrome' ('le Pieux') koning van Frankrijk en diens derde gemalin Constante van Provence.
Bron: www.kareldegrote.nl
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Boudewijn V van Vlaanderen | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
1028 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Adela van Frankrijk | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
http://fmg.ac/Projects/MedLands/FLANDERS,%20HAINAUT.htm#BaudouinVdied1067B