Woudwyk Genealogía » Christina Cristynken Kristina Gregorisdr Bertolff Bertolf van Aken (1525-1590)

Persoonlijke gegevens Christina Cristynken Kristina Gregorisdr Bertolff Bertolf van Aken 


Gezin van Christina Cristynken Kristina Gregorisdr Bertolff Bertolf van Aken

Zij is getrouwd met Joachiem Ioachim Sjoerds Hoppers Hopperus ,Abogado y Profesor en Nederland,sus padres fallecen siendo el un niño y su abuelo Feiko Piersma se hizo cargo de su educacion y tutela,student Leuven 1543,hoogleraar Leuven,raadsheer in de Grote Raad van Mechelen 23 nov. 1554,lid van de Geheime Raad 10 feb 1561,lid Kroonraad in Madrid,zegelbewaarder voor Nederlandse aangelegenheden in Spanje,abogado y profesor en los Países Bajos de los Habsburgo,asesor en asuntos relacionados con los Países Bajos de Felipe II de España,El rey lo nombró señor de Dalem,con derecho de caza libre en Gaasterland y más tarde lo elevó a caballero de Golden Spur,gouden cavaleriesoldaat, heer van Dalem, raadsheer van de koning, groot schrijver,Bijzonderheden: test. 13 okt 1527.

Zij zijn getrouwd


Kind(eren):



Notities over Christina Cristynken Kristina Gregorisdr Bertolff Bertolf van Aken

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


4. SJOERT HOPPERS, trouwde a. Rixt 2. TADE HOPPERS (15).
   Feyckesd. Piersma (11). b. N. N.


                         Bij de eerste vrouw :
Kinderen: 1. JOCHEM HOPPERS (16), geboren te


 Sneek, 11 November 1523, + te Ma-
 drid , 15 December 1575, trouwde Christhina Gregorius-Bertolffsd. van Aken
  (16“).


                Kinderen bij a.
          Bij de tweede vrouw .
2. SCHELTE HOPPERS, + 2. K.
3. N. HOPPERS (17), trouwde N. N.  


 


 Stamboek van den Frieschen, vroegeren en lateren, adel, uit oude ..., Volumen 1
Escrito por Montanus Haan Hettema, Arent van Halmael


----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 


Nuevo diccionario biográfico holandés. Volumen 3 (1914)–P.J. Blok, PC Molhuysen– Copyright desconocido


ANTERIOR SIGUIENTE
[Bertholff, Gregorio]
BERTHOLFF (Gregorio), muerto. en Leeuwarden el 24 de febrero 1528, probablemente nació en Lovaina en 1484, probablemente en Aquisgrán; en cualquier caso, su familia pertenecía a Aquisgrán, de donde deriva su nombre: Bertholff van Aken. Estudió en Lovaina y se convirtió; en magister (en 1506) y una maestría en ambas leyes. Como abogado en Bruselas se hizo un gran nombre, lo que llamó la atención del gobierno. Hasta tal punto que, cuando se inició el orden y ocupación de la Corte de Frisia, fue nombrado Presidente de la misma por comisión del 29 de julio de 1527. en agosto es decir. vino a Frisia y asumió su tarea con seriedad y energía para poner orden en el poder judicial de Frisia. Su correspondencia (en los Archivos del Estado en Bruselas) y sus otros documentos (en la biblioteca de la Corte de Frisia) dan testimonio de ello. Pero su fuerza de trabajo quedó paralizada por las fiebres, de las que murió al año siguiente. Su testamento del 13 de octubre. 1527 se encuentra en los archivos municipales de Leeuwarden. Su hijo Johannes se convirtió en miembro del Consejo de Flandes; su hija Cristina se casó



[pags. 103]
Joachim Hopper, otra hija Margaretha con Reinier Tengnagel.


Está representado en una lápida de cobre en el Museo de Leeuwarden.


Ver: Lista de nombres de E.M.H. Hoffs de Friesland de Raden (Leeuw. 1742) 8; JM van Beyma, Dis. historia del continente Curiae Frisiacae (LB 1835) 20-21; Analects pour servir a l'hist. etc. de la Bélgica II (1865) 248; JS Theissen, Autoridad Central y Frisian Urijheid (Gron. 1907) 148, 152, 254; Navorscher XV (1865) 55, XL (1890) 272, XLI (1891) 94 y 460; Holandés Heraldo VI (1890) 238; J. de Wal, Collectanea (Ms. univ. library Leiden) V, 256.


de Kuyk


 


Sobre toda la obra
TÍTULOS
Nuevo diccionario biográfico holandés (10 partes)



Acerca de este capítulo/artículo
AUTORES
sobre G. Bertolf


J. van Kuyk


 


https://www.dbnl.org/tekst/molh003nieu03_01/molh003nieu03_01_0162.php 


 


Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 3(1914)–P.J. Blok, P.C. Molhuysen– Auteursrecht onbekend


VORIGE VOLGENDE
[Bertholff, Gregorius]
BERTHOLFF (Gregorius), overl. te Leeuwarden 24 Febr. 1528, werd waarschijnlijk te Leuven geboren in 1484, wellicht te Aken; in ieder geval hoorde zijn familie thuis in Aken, en daaraan ontleende hij zijn naam: Bertholff van Aken. Hij studeerde te Leuven en werd daar magister (in 1506) en licentiaat in de beide rechten. Als advocaat te Brussel maakte hij grooten naam, waardoor hij de aandacht der regeering op zich vestigde. In die mate dat hij, toen tot ordening en bezetting van het Hof van Friesland werd overgegaan, bij commissie van 29 Juli 1527 tot President daarvan benoemd werd. In Aug. d.a.v. kwam hij in Friesland en vatte zijn taak met ernst en voortvarendheid op om in de friesche rechtspraak orde te scheppen. Zijn correspondentie (op het rijksarchief te Brussel) en zijn verdere papieren (in de bibliotheek van het friesche Hof) getuigen daarvan. Maar zijn werkkracht werd verlamd door koortsen, waaraan hij in het volgend jaar overleed. Zijn testament van 13 Oct. 1527 is op het gemeentearchief te Leeuwarden. Zijn zoon Johannes werd lid van den Raad van Vlaanderen; zijn dochter Christina huwde



[p. 103]
Joachim Hopper, een andere dochter Margaretha met Reinier Tengnagel.


Hij is afgebeeld op een koperen grafzerk in het Museum te Leeuwarden.


Zie: Naamrol der E.M.H. Raden 's Hoffs van Friesland (Leeuw. 1742) 8; J.M. van Beyma, Diss. continens hist. Curiae Frisiacae (L.B. 1835) 20-21; Analectes pour servir à l'hist. eccl. de la Belgique II (1865) 248; J.S. Theissen, Centraal Gezag en Friesche urijheid (Gron. 1907) 148, 152, 254; Navorscher XV (1865) 55, XL (1890) 272, XLI (1891) 94 en 460; Nederl. Heraut VI (1890) 238; J. de Wal, Collectanea (hs. univ. bib. Leiden) V, 256.


van Kuyk


 


Over het gehele werk
TITELS
Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek (10 delen)



Over dit hoofdstuk/artikel
AUTEURS
over G. Bertolf


J. van Kuyk


---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


 Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW) 
 
BERTOLF (Gregorius), geb. te Leuven omstreeks 1484, overl. te Leeuwarden op het eind van het jaar 1527. Hij voltooide zijn studiën aan de universiteit te Leuven, waar hij 1506 op de vijfde plaats den graad van meester in de vrije kunsten en vijf jaar later het licentiaat in de rechten behaalde. Hij vestigde zich te Brussel en was weldra een gezocht advocaat. Toen 1527 de provinciale raad in Friesland hervormd werd, is Gregorius B. tot president benoemd. Slechts een jaar verbleef hij te Leeuwarden, toen de dood hem verraste. Hij had tijdens zijn kort verblijf de friesche wetten bijeengebracht ini een handschrift, Statuten van Friesland, bewaard in het hof van Friesland. Hij schreef nog een zeer gewaardeerd werk voor het volk in het Nederlandsch over de rechtspleging.


Zijn eenige zoon Jan, 16 Oct. 1554 benoemd tot lid van den Raad van Vlaanderen, stierf reeds drie jaar later. Een zijner dochters, Christine, huwde met den beroemden Joach. Hopperus, een andere met Tegnagel, eveneens advocaat en staatsman.


Zijn portret komt voor op een koperen grafzerk in het museum te Leeuwarden.


Zie: Foppens, Biogr. Belg., 380; Hoynck v. Papendrecht, Analecta II, IV, 8; Biogr. Nat. Belg. II, 333-334.


Fruytier  



 
http://resources.huygens.knaw.nl/retroboeken/nnbw/#source=8&page=52&view=imagePane&accessor=accessor_index 


 


Nuevo diccionario biográfico holandés (NNBW)
 
BERTOLFO (Gregorio), n. en Lovaina alrededor de 1484, murió. en Leeuwarden a fines del año 1527. Completó sus estudios en la Universidad de Lovaina, donde en 1506 obtuvo el grado de maestro en artes liberales en quinto lugar y cinco años más tarde obtuvo la licenciatura en derecho. Se instaló en Bruselas y pronto fue un abogado buscado. Cuando se reformó el consejo provincial de Frisia en 1527, Gregorius B. fue nombrado presidente. Se quedó en Leeuwarden solo un año, cuando la muerte lo sorprendió. Durante su corta estancia había recopilado las leyes de Frisia en un manuscrito, los Estatutos de Frisia, conservado en la corte de Frisia. Escribió otra obra muy apreciada por el pueblo en holandés sobre la administración de justicia.


Su único hijo Jan, 16 Oct. 1554 nombrado miembro del Consejo de Flandes, muere tres años después. Una de sus hijas, Christine, se casó; con el famoso Joach. Hopperus, otro con Tegnagel, también abogado y estadista.


Su retrato está en una lápida de cobre en el museo de Leeuwarden.


Véase: Foppens, Biogr. belga, 380; Hoynck v. Papendrecht, Analectas II, IV, 8; biogr. Mojado. Belga. II, 333-334.


Fruytier  


---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


57. Bertolf (ook: van Men), mr. Gregorius 1527-1528
Geboren: Leuven ca. 1484. Overleden: Leeuwarden 27 feb. 1528.' Ouden: Johannes Bertolf van Aken en Elisabeth Scribaens. Studie: imm. Leuven 1502, lic. 1506, Orléans 1509, Leuven 1511. Voorgaande loopbaan: advocaat te Leuven (vermeld 1518-1527); tevens zeer gere-puteerd kantoor te Brussel. Raadsheerschap: comm. als president 27 mei 1527, wedde gaat in op 29 mei 1527;3 nieuwe comm. als president 29 juli 1527; neemt zijn residentie als president 15 aug. 1527.' Krijgt boven zijn wedde premie van 400 gulden om een behoorlijke staat tc kun-nen voeren' Is volgens Suffridus Petrus de schrijver van de ontwerp-instructie van het Hof uit 1527,' maar dit moet worden betwijfeld.' Huwelijk tr. Katryne van Edingen. Schoonouders: Pieter van Edingen geheten van Aelst, tapissier van de keizer, cn N.N. Kinderen: I. Margareta Bertolf; tr. Renier Tengnagel, onderwijst Statuten aan de universiteit van Leuven. 2. mr. Jan Bertolf, raadsheer Raad van Vlaanderen (1554-1557), overl. Gent 26 okt. 1557; tr. Maria van Bacrsdorp. 3. Janneken Bertolf. 4. Kristina Bertolf; tr. Joachim Hopperus, geb. Sneek 11 nov. 1523, hoogleraar Leu-ven, raadsheer Grote Raad van Mechelen, lid Geheime Raad, lid Kroonraad in Madrid, overl. Madrid 15 dec. 1576. Bijzonderheden: test. 13 okt. 1527;' grafplaat in Fries Museum te Leeuwarden. Literatuur: NNBW VIII, 89; PLPO 486. Noten: I. RR 5. f. 46; 2. !bid, f. 45-46; 3. ARAB, Aud. 1524. f. 115 (BFB 649); 4. RR 5. f. 56v; 5. Vgl. Waterbolk, Fantastische geschiedschrijving. 132; 6. Vgl. natril, Centraal gezag. 176-177; 7. FT 115. 


 



 
57. Bertolf (también: van Men), señor Gregorius 1527-1528
Nacido: Lovaina hacia 1484. Murió: Leeuwarden, 27 de febrero. 1528.' Antiguos: Johannes Bertolf van Aken y Elisabeth Scribaens. Estudio: inm. Lovaina 1502, licencia 1506, Orleans 1509, Lovaina 1511. Carrera anterior: abogado en Lovaina (mencionado en 1518-1527); también una oficina de buena reputación en Bruselas. Concejal: com. como presidente el 27 de mayo de 1527, salario efectivo el 29 de mayo de 1527; 3 nueva com. como presidente el 29 de julio de 1527; toma su residencia como presidente el 15 de agosto de 1527.” Obtiene una prima de 400 florines sobre su salario para poder mantener un estado decente' Según Suffridus Petrus, el autor del proyecto de instrucción de la Corte de 1527, 'pero esto debe ser puesto en duda.' Matrimonio tr. Katryne van Enghien. Suegros: Pieter van Edingen llamado van Aelst, tapiz del emperador, cn N.N. Hijos: I. Margareta Bertolf; tr. Renier Tengnagel, enseña Estatutos en la Universidad de Lovaina. 2. Fallece el Sr. Jan Bertolf, consejero del Consejo de Flandes (1554-1557). Gante 26 oct. 1557; tr. María de Bacersdorp. 3. Janneke Bertolf. 4. Cristina Bertolf; tr. Joachim Hopperus, b. Sneek 11 de noviembre. 1523, muere profesor de Lovaina, consejero del Gran Consejo de Malinas, miembro del Consejo Secreto, miembro del Consejo de la Corona en Madrid. Madrid 15 dic. 1576. Detalles: prueba. 13 de octubre 1527;' placa funeraria en el Museo Fries en Leeuwarden. Literatura: NNBW VIII, 89; PLPO 486. Notas: I. RR 5. f. 46; 2. !oferta, f. 45-46; 3. ÁRABE, Aud. 1524. f. 115 (BFB 649); 4. RR 5. f. 56v; 5. Cf. Waterbolk, Historiografía fantástica. 132; 6. Cf. natril, Autoridad Central. 176-177; 7. FT 115.


-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


de navorscher
Escrito por nieuwe reeks


 


liet geslacht van SERUMS [tuarrous. ook BERTHOLF , waartoe de vrouw van GERARD VAN UANXLER behoord; zat in de 15d* eeuw te Aken in de schcpensbank, en voerde in zwart een gouden eenhoorn en op den helm een zwarten tournooihoed, op welken de eenhoorn wederom voorkomt. Zie FAII%E, t. a. p. lid. I. S. 24, die een door• loopend statnlijstje van dit geslacht levert, sedert JOHANN BERTOLF, schepen te Aken 'h gehuwd in 1445, 12 jan., met AGNES VON IDEM PANHUS, die hem het huis Delven bij alpen aanbragt. Beide waren de bet-oud-
CLAUDF. en van LOUISE DE warta], t 6 julij 1677, in ebt sun den laatsten. Zie mutsen, ROM Mun-trata, 11. lid. 11. Abtld. S. 123; aETEN, Biogr. lureml t. I. p. 304. 2j Een MARTIN nkitrot..v, •eliepen te Aken, in 1429 en 1430, vermeldt CUM. QUIZ, &Most Ris-hury, S. 73, 201, 203, *Wi, 208. overgrootouders Van CHRISTINA BERTOLF voornoemd. Uit dit geslacht was mede gesproten: GREGORIUS BERTOLF, voorzitter van het hof van Friesland, t 27 febr. 1528, wiens grafschrift, in de kloosterkerk der Predik-hoeren te Leeuwarden 3), GABBEMA [Verb. van Leeuw., bl. 357] mededeelt, onder bij-voeging dat hij in zijn testament [van 27 octob. 15271 begeerd had, »by zijn eerste »beddegenoot begraaven te worden in Sante »Goedelen kerke tot Brussel , of te Loven »tot Sant Pieters, onder zijn vaaders graf-» steen. maar beide is 't hem mislukt. Hy »liet naa een zoon [die volgt] en drie » dochteren 4): met ecnige bastaarden, die » hy, by uitterste wille, elk vijfentwintig »Rijns.guldens maakte." JAN BEItTOLF S), de zoon, werd raad in den provincialen raad van Vlaanderen, den 164`11 october 1554, en stierf in 1557. Hij
3) Bevinden zich op 's mans grafzerk ook kwar-tieren en wapens? — GACHARD deelt, in Précis de la Corresp. de Philippe II, t. 2, p. 351, no. 1226, den korten inhoud mede van eene Lettre du secrétaire ALBORNOZ au seerelt. 9AYA8, écrite de Nimègue, le 16 avril 1373, dus luidende : „II cherche u mettre en suspicion la fidélité d' Hop. perus, en disant que son beau-père [0 ACHA RD voegt hier in noot bij : „OREGOIRE BERTHOLFF, présid. da cons. en Frise] s'est fait prendre, et qu'il sert de conseiller du prince d' Orange; que" enz. —Wie kan hier, daar GREGORIUS BF.RTOLF, volgens zijn grafschrift, in 1528 stierf, met dien beaugière van HOPPERD8 bedoeld worden? 4) MARGARKTE DE BERTHOLF CIIRISTINAEUS, t. 11, pl., pt. 1, p. 399, noemt haar MAROARETA DE BERTHOUT3, t 21 aug. 1550, rust in S. Gudula te Brussel, bij haar man SIMON LONGEN, rekenmr. van Luxemburg in de Kamer van Brabant, t 24 april 1528. Zie Le grand théatre saai, cit., t. 1, p. 211. -.- Zij zal tot een ander geslacht behoord hebben, want onder de kwartieren van MARIA DE JODE VAN HARDINNVELD, t 22 julij 1607 [vrouw van JAKOB SCHROOT& lir. van Weren, t 16 nov. 1570], op een grafzerk in de kerk van Melver bij S. Truyen, vind ik ook die van LONOIN en BER-TROLTS [ouders van MARIA LONOIN, vrouw van mr. ABEL VAN DE COULSTER] , en aldaar als wapen van het laatste : doorsneden van zilver en blaauw, met een zon, doorsneden van rood en goud, over alles heen. Zie DE HERCKENRODE, atleet. de tom bes, etc., p. 378; en vgl. voor de afstamming van MARIA DE JODE Voorn.: GOUTFIOEVEN, ChrON., VAN LEEUWEN, Bat. ill., KOK, Wapenb in Coulster en Jode. 6) Cappellen op den Bosch en Ramsdoncq wer-den den 1 at" august. 1626, door den koning van Spanje, verpand aan eenen JEAN DE BERTHOLT, voor 22000 gulden. Zie LE ROY, Hist. de 1' alie-nation, engay ere et rente des stigneuries, e/c. au durhé de Drab., de Limb., et Pays d Outre-Mtuse, p. 32. — Holzet en Voois (Vaals) werden door denzeifden koning, sedert den 18d" anglist. 1626, verpand aan heer ADOLF)? RERTOLT, voor 3700 gulden, — de parochie van Balen met hare ap• pendentitn, den 144en octob. 1648, verkocht aan den heer van Belven [xsessu voor 12000 gul-den Ib. t. a. p. pp. 42, 45. voerde „de sable, au licorne d'argent, défendu et crineté d'or" 5, en liet, volgens LE ROUX 1), na: » OMWILLE BERTOLF, &uier, seigneur de Schilthove et Seerost, issu de famille noble et ancienne de la vitte imperiale d'Aix, allié á la maison de TIIEMSEKE," die den 24"" maart 1629, door den koning van Spanje, ridder gemaakt werd. Van de drie dochters is mij alleen be-kend: CHRISTINA BERTOLF, die in het hu-huwelijk trad met den beroemden Fries, JoAcntm norrattus 8). Zij stierf den 34e november 1540, 65 jaren oud, volgens haar grafschrift in de kloosterkerk der Domini-kanen te Brussel, waar zij met volgende kwartieren begraven ligt: HOPPERS, JONGAMA, PRIESMA (FIERSMA), JARIGA, RERTOLFF, SCRIBANI 9), VAN ADIN-GEN 10), BREVIVRE. Zie Le Grand Théatre sacré de Brabant, t. 1, p. 264. Van het geslacht zelve, zegt CHRISTIAN QUIX ") nog het volgende : »In dem Theile des ehem. Herzogthums »Limburg, der jctzt den Kreis Lupen »bildet, besasz das hiesige Sepulchrinen-» Kloster [zu St. Leonard in Achen] noch »das Stocklehen des Propsteilichen Lehen-» hofes der Miinsterkirche, den Neuenbau, n fruher Rauershaus genannt. Die dortige » Volkssage macht dasselbe zu einer Besit-» zung der Tempelherren, vermuthlich sei-»; ner dirken Thtirmen wegen, deren Spuren »man noch siehet. Auch war dasselbe mit »einem Wassergraben umgeben.
6) Volgens eene Giste des meetbres de Panelen conseil de Flandre (1385 á 1733- –1799) naar een ms. van L. J. VAN DElt vvscar, medegedeeld door D'HANE-STEENIJUYSE, in zijn werkje: La Nobbsse de Flandre da Xe au XVII', siècle, chip, V, p. 160. — DE DERCKENRODE, a. p., p. 324, geeft BERTOLF VAN BLEVEN tot wapen : cfazur à la li-corne acculée •argent, accornée Recueil de la nobl. de Bourgogne,Limkurg, etc., p. 252. 8) Zie over beide: Biographie Unirerserle [Paris, micoAupl, tom. XX, art. noreEttus (JoAcittat). 9) Een CAROLUS SCRIBANIUS, rector van het jezniten eollegie te Antwerpen, rust aldaar in de kloosterkerk dier orde. Zie Le grnnd théatre nerf de Brib., t. 2, pt. I, p. 137 19) Is dit : EDINGEN of ENOHIEN, 00k wel ADIN• GEN genoemd? De stamlijst van dit vermaarde buis geven BUTKENS, Troph. de Brab., t. 2, -p. 113-122, 225, Suppl. t. 2, addit. p. Xi; LE ent-PENTIER, Hist. de Cambray, pt. 3, p. 515-522, met wien men LE ROUX, a. p., p. 151-172, dient te vergelijken. Allen maken ook gewag [de laatste breedvoerig) van den bastaardtak van dit geslacht, waaruit de huren van Kestergat sproten, doch laten het huwelijk van eene VAN ADINGEN of nota-OEN, met een BERTOLF, onvermeld. Ook te Gend zat dit geslacht in de regering. Zie DE CESPINOT, Recherche de la noblesse de Flandres, p. 408. II) Das ehem. Spital vim h. Jacob, das &pul-chrinen-Kloster zu :iq. Leonard [heide in Aken) enz., Aachen 1836, S. 26..Diese alle Burg gellen-te schon in den •Zeilen, von denen weniae Kunden auf uns •gekommen wind, der inndieser Gegend  da-'mals sehr begiiterten and nunmehr aug-. gestorbenen ritterbiirtiaerr Familie der EER-»TOL? VON BELVEN, deren Stammsitz in .der Biirgermeisterei Walhora, jetst zu 3 • Geilden geworden ist." Vgl. hiermede, wat die schrijver t. a. p. S. 14-16 mede-deelt, en zie over ELISABETH BERTHOLUTS VON BELVEN [wed. van FRANS VAN MEICODE gen. sonFAuse], vrouw van WERNER VAN PALIAND. aldaar genoemd. ook zijn werkje: Aachen und dessen Umgeb. [Frkf. a. M. 1818 J, S. 93. Behalve de door FAHNE en Quix ge-melde, vind ik nog huwelijksverl indtenis-Seri der BERTOLFS VAN BELVEN met die van BOECOP, CRUMMEL, DRAF.CK, GULPEN, HAUL-TEPENNE, LAMBOY, ST. FONTAINE, SCHWART-ZENBERG; bij VAN DYCKE, R. p. p. 188, 300; DE HERCKENRODE, a. p. p. 324, 676; FAHNE, a. p. Bd. I. S. 72, I3d. II. S. 7. Zie ook KOK, a. p., 144' gener. BORSELEN-I'AERSDORP, en zijn Woordenb. dl. 7, bl. 826, taf. 3. Nog in deze eeuw bestond er een ge-slacht VAN BEELEN•BERTHOLFF, O. R. door huwelijk vermaagschapt sas met de huizen van PELICHY, DE CASTRO Y TOLEDO en VAN DER MEEREN DE CRUYSHAUTEM. Vgl. VAN DYCKE, t. 8. p. p. 334, en VAN DER BEYDEN, Notices sur les maisons de v. d. Heydeu, p. 56. Onderscheiden van de BERTOLFS VON aam( waren, volgens FAHNE, a. p. Bd. I. S. 24, de BERTOLF8 VON HERGENRAID. Ten slotte moet ik hier nog opmerken, dat JEAN DE BERTBOLT, boven noot 5, als pandheer van Capellen op den Bosch en Ramsdoncq [in Zuidbrabant] vermeld, ver-moedelijk tot dat geslacht van BERTOUT behoorde, 'twelk o. a. uitgeleverd heeft: •ALEXANDItE BERTOUT DE CARILLO. seign. de Cauwenbourg, Ottignies, Quenonville etc.," die den 6" maart 1736 den titel van burggraaf verkreeg, en voerde : d' a zur au chevron d'argent, accomp. en chef de deux étoiles dor." Zie Nobil. des Pay s-Bus, p. 780, en VAN DYCKE, a. p., p. 369. [HYACINTUS JOZEPHUS VAN BEUGHEM [zoon van MATTIIIAS, hr. van Ottignies, rekenm. van Brabant], rekenm. van Brabant, t 4 jan. 1735, wordt, in het Suite du suppl au Nobil. des Pap- Bas, t. V. p. 285, ook heer van Ottignies, Capelle op den Bosch en Items-donck genoemd ; welke beide laatste heer-lijkheden overgingen op zijn zoon, den eersten burggraaf VAN BEOGIIF.M.] Van dit geslacht van BERTOUT was we-derom onderscheiden dat, 'twelk sproot uit de oude heeren van Mechelen, en waartoe ook behoorden, zij wier namen In volgend grafschrift, in St. Pieterskerk te Ander-lecht [zie Le grand théatre sarré de Brab., t. 1, p. 307], worden vermeld: Bartholdus optimis parentibtis CORNELTO JOANNE A sEirrtiocurz, Sacratiss. Ctesaris Caroli. V. Hollandix Curie feudorum Gra-fiario. Et KATHARINA BARTIIOLOMEA A ZE CC-W A FAt in Ilaga Comitis genit' duin hic Aderlaci Dito scholastico Petro Wichmafio (") Preceptore gnaviter bonis dat operá Li:is aflos natas XIII. fitis concessit afio Diii MDXXXII. die julij XX. cum xpi fidelib' hic inhumat' requiescat. Het aldaar in plaat gobragte geder.ktee-ken vertoont het wapen van BEKTHOUT [dat is: in goud drie roode palen'', gebro-ken door een blaauwen barensteel, en 0 til■ geven van volgende kwartieren: BERTHOUT Vol, en: in goud een zwart rad [asttout?], van vaders zijde; sEcwAntT en VAN DER. acacEt, van moeders zijde. Vgl. de stam-lijst van SEGWA ERT bij BEV FRW Vege Beschr. van Dordr., bl. 24, 25, en BALEN, Dordr., bl. 1219, 1220. 3•.
Het geslacht van der Liane (vgl. XIV, blz. 313). Volgens SMALLEGANGE, bl. 684, was ADOLF VAN BAANSTEDE, zoon van WITTE VAN IIA AMSTEDE CD AGATHA VAN SCH ENGEN, dr. van JACOB, gehuwd met: 1°. MARIA VAN DER LISSE, 2°. .JACQUELINE n'Auxt en 3°. ANNA VAN A LMERAS. F. CALAND.
Geslacht de Munck [de Hermek] vgl. XIV bl. 315). Gaarne geef ik den che-valier DE SCHOUTHEETE tot aanvulling van bovengenoemd geslacht mijne weinige aan-teekeningen. W. ALEX. DE MUNCQ, burg'. van Mid-delburg 1677, 82, 85, 89, 92, 95, 98 en 1701, rencm'.-gener. van Zeeland bcwes-ter Schelde, bewindhebber der oostind. compagnie, heer van Oostersottburg, zegt SMALLEGANGE, alhoewel ik daarvan elders nooit iets gevonden heb, was gehuwd met CORNELIA STEENGRACHT (d'. van JOHAN, secretaris der admiraliteit, en van BARBA RA vEnt, dochter van den raadpensionaris Mr. ADRIAAN VETE.) wed". van JOHAN HUTS-SEN, heer van Itavels, en had eerre dochter: JEANNETTA CORNELIA, geh. 1°. WILLEM FREDERIK H UIJSSEN, heer van Kattendijke, schepen en raad van Middelburg [zoon van Mr. HENDRIK en MARIA SUZANNA HUIJSSEN]
%1) Kanunnik van S. Pieter te Anderlecht, t 1595. Th62tre loert, dt., t. 1, p. 297.
8


 


 


https://books.googleusercontent.com/books/content?req=AKW5QaeJfXgESE-ImTeAIOQy50PQl_gp2DmtdS55l3Oz1Ky-PNqcjEoPut5T_v4GKuwYoJslE0HehBrgO65CGHj78-N987PXj9FveLiQXnhdgsVInVFwzv1zsPZpMOKNe22YlSPQ7audGuDIa7RdJzLZGPjkoV2AS1BJiUth1YPDUUCqapDpB6I3HP4UUa4Bmmo4tty2MN25y4sfqs_yzSm-SRc5L9MLocYLay6-UUSlNEaOaHyrkSLJ1w17oYFGDBbngapmkH6-


---------------


el investigador
Escrito por nueva serie
 
el género de SUEROS [tuarrous. también BERTHOLF, a quien pertenecía la esposa de GERARD VAN UANXLER; en el siglo XV en Aquisgrán, estaba sentado en el banco del barco, con un unicornio dorado en negro y un sombrero de torneo negro en el casco, en el que aparece nuevamente el unicornio. Ver FAII%E, t. ap miembro. I. S. 24, que proporciona una lista continua de este género, desde que JOHANN BERTOLF, concejal de Aquisgrán, se casó en 1445, el 12 de enero, con AGNES VON IDEM PANHUS, quien le regaló la casa Delven cerca de los Alpes. Ambos eran la apuesta-vieja-
CLAUDF. y de LOUISE DE warta], el 6 de julio de 1677, en ebt sun den last. Ver sombreros, ROM Mun-trata, 11. párr. 11. Abtld. ES 123; aETEN, Biogr. lurem t. IP 304. 2j A MARTIN nkitrot..v, •eliepen en Aachen, en 1429 y 1430, menciona CUM. QUIZ, & Most Rishury, S. 73, 201, 203, *Wi, 208. bisabuelos de CHRISTINA BERTOLF antes mencionados. De esta generación también surgió: GREGORIUS BERTOLF, presidente de la corte de Friesland, t 27 Febr. 1528, cuyo epitafio, en la iglesia del monasterio de Predik-whoren en Leeuwarden 3), GABBEMA [Verb. van Leeuw., pág. 357], añadiendo que en su testamento [de 27 oct. 15271 habí;a deseado ser enterrado por su primer compañero de cama en la iglesia de Sante Gudelen hasta Bruselas, o en Loven hasta Sant Pieters, bajo la lápida de su padre. pero ambos le fallaron. Dejó un hijo [siguiente] y tres hijas 4), con varios bastardos, quienes, como último recurso, ganaron veinticinco "florines del Rin" cada uno". JAN BEITTOLF S), el hijo, fue asesorado en el consejo provincial de Flandes , 11 de octubre de 1554, y murió en 1557. Él
3) ¿Hay cuartos y armas en la lápida del hombre? — Acciones GACHARD, en Precis de la Corresp. de Felipe II, t. 2, pág. 351, nº 1226, también el resumen de una Lettre du secrétaire ALBORNOZ au seerelt. 9AYA8, écrite de Nimègue, le 16 April 1373, que dice así: 'II cherche u mettre en sospecha la fidelité d' Hop. perus, en disant que son beau-père [0 ACHA RD añade en nota: „OREGOIRE BERTHOLFF, présid. que contras en Frise] s'est fait prendre, et qu'il sert de conseiller du prince d'Orange; que", etc. - ¿Quién puede aquí, ya que GREGORIUS BF.RTOLF, según su epitafio, muerto en 1528, significar ese beaugière de HOPPERD8? 4) MARGARKTE DE BERTHOLF CIIRISTINAEUS, t. 11, pl., pt. 1, p 399, la llama MAROARETA DE BERTHOUT3, fecha 21 de agosto de 1550, descansa en S. Gudula de Bruselas, con su marido SIMON LONGEN, contador de Luxemburgo en la Cámara de Brabante, fecha 24 de abril de 1528. Véase Le grand theatre bored , cit., t.1, p.211.-.- Debió pertenecer a otra generación, porque entre los cuarteles de MARIA DE JODE VAN HARDINNVELD, t 22 de julio de 1607 [esposa de JAKOB SCHROOT & lir.van Weren , t 16 Nov. 1570], en una lápida en la iglesia de Melver cerca de S. Truyen, también encuentro las de LONOIN y BER-TROLTS [padres de MARIA LONOIN, esposa del Sr. ABEL VAN DE COULSTER], y allí como el escudo de armas del último: secciones transversales de plata y azul, con un sol, secciones transversales de rojo y oro, sobre todo Ver DE HERCKENRODE, atleta, de tom bes, etc., p.378, y cf. el pedigrí de MARIA DE JODE Roach.: GOUTFIOEVEN, ChrON., VAN LEUWEN, Bat. Ill., KOK, Wapenb en Coulster y Jode. 6) Cappellen op den Bosch y Ramsdoncq fueron comprometidos el 1 de agosto de 1626 por el rey de España, a un tal JEAN DE BERTHOLT, por 22000 florines Ver LE ROY, Hist. de 1' alie-nation, engay ere et rent des stigneuries, e/c.au durhé de Drab., de Limb., et Pays d Outre-Mtuse, p. 32. — Holzet y Voois (Vaals) se convirtieron en reyes por el mismo desde el siglo XVIII. 1626, prometido al Señor ADOLF)? REMOLQUE, por 3700 florines, — la parroquia de Balen con su apéndice, el 144 de octubre. 1648, vendido al señor de Belven [xsessu por 12000 florines Ib. t. ap páginas. 42, 45. interpretó "de sable, au licorne d'argent, défendu et crineté d'or" 5 y, según LE ROUX 1), dejó: » POR BERTOLF, &uier, seigneur de Schilthove et Seerost, issu de famille noble et ancienne de la vitte imperiale d'Aix, allie á la maison de TIIEMSEKE", quien fue nombrado caballero el 24 de marzo de 1629 por el Rey de España. De las tres hijas sólo conozco: CHRISTINA BERTOLF, que se casó con el famoso frisón, JoAcntm norrattus 8). Murió el 34 de noviembre de 1540, a los 65 años, según su epitafio en la iglesia del monasterio de los dominicos de Bruselas, donde está enterrada con los siguientes cuartos: HOPPERS, JONGAMA, PRIESMA (FIERSMA), JARIGA, RERTOLFF, SCRIBANI 9) , VAN ADIN-GEN 10), BREVIVRE. Véase Le Grand Théatre sacré de Brabant, t. 1, pág. 264. De la familia misma, CHRISTIAN QUIX dice lo siguiente: »In dem Theile des ehem. Herzogthums »Limburg, der jctzt den Kreis Lupen »bildet, besasz das hisesige Sepulchrinen-» Kloster [zu St. Stocklehen des Propsteilichen Lehen-»hofes der Münsterkirche, den Neuenbau, n fruher Rauershaus embarazoso. El sediento Volkssage macht dasselbe zu einer Besit-zung der Tempelherren, vermuthlich seiner dirken Thtirmen road, den Spurs "man nor siehet". Auch war dasselbe mit »einem Wassergraben umgeben.
6) Según un Giste des meetbres de Panelen conseil de Flandre (1385 á 1733--1799) a un ms. por L. J. VAN DElt vvscar, comunicado por D'HANE-STEENIJUYSE, en su obra: La Nobbsse de Flandre da Xe au XVII', siècle, chip, V, p. 160. — DE DERCKENRODE, a. p., p. 324, da a BERTOLF VAN BLEVEN como escudo de armas: cfazur à la li-corne acculée •argent, accornée Recueil de la nobl. de Bourgogne,Limkurg, etc., pág. 252. 8) Sobre ambos ver: Biografía Unirerserle [Paris, micoAupl, tom. XX, arte. nore Ettus (JoAcittat). 9) Un CAROLUS SCRIBANIUS, rector de la eologí;a de Jezniten en Amberes, descansa allí en la iglesia del monasterio de esa orden. Véase Le grnnd theatre nerf de Brib., t. 2, punto. yo, pág. 137 19) ¿Es este EDINGEN o ENOHIEN, también llamado ADIN• GEN? El pedigrí de este renombrado tubo da BUTSENS, Troph. de Brab., t. 2, -pág. 113-122, 225, suplemento. t. 2, añadir. pags. Xi; LE ent-PENTIER, Hist. de Cambray, pt. 3, pág. 515-522, con quien LE ROUX, a. p., p. 151-172, debe comparar. Todos mencionan también la rama híbrida de este género, de la que surgieron las rentas de Kestergat, pero omiten el matrimonio de un VAN ADINGEN o nota-OEN, con un BERTOLF. Esta generación también estuvo en el gobierno de Gend. Véase DE CESPINOT, Recherche de la noblesse de Flandres, pág. 408. II) Eso es ejem. Spital vim h. Jacob, das &pul-chrinen-Kloster zu :iq. Leonard [brezales en Aachen) etc., Aachen 1836, S. 26..Diese alle Burg gellen-te schon in den •Zeilen, von denen weniae Kunden auf uns •gekomen wind, der inndieser Gegend da-'mals sehr begiiterten and nunmehr aug-. storbenen ritterbiirtiaerr Familia del EEE-»TOL? VON BELVEN, deren Stammsitz in .der Bürgermeisterei Walhora, jetst zu 3 • Se ha vuelto caliente." Compare con esto lo que el escritor dice t. a. p. S. 14-16, y vea acerca de ELISABETH BERTHOLUTS VON BELVEN [casada con FRANS VAN MEICODE gen. sonFAuse], esposa de WERNER VAN PALIAND, también llamó a su obra: Aachen und dessen Umgeb.[Frkf.a.M. 1818 J, S. 93. Ademá;s de los mencionados por FAHNE y Quix, encuentro todavía relación matrimonial indten-Seri der BERTOLFS VAN BELVEN con los de BOECOP, CRUMMEL, DRAF.CK, GULPEN, HAUL-TEPENNE, LAMBOY, ST.FONTAINE, SCHWART-ZENBERG, en VAN DYCKE, R. p. p. 188, 300; DE HERCKENRODE, a. p. p. 324, 676; FAHNE, a. p. Bd. I. S. 72, 13 d. II. S. 7. Ver también KOK, a. p., 144' Gen. BORSELEN-I'AERSDORP, and his Dictionary, vol. 7, p. 826, taf. 3. En este siglo todavía existía una familia VAN BEELEN•BERTHOLFF, O.R., casada por matrimonio con las casas de PELICHY, DE CASTRO Y TOLEDO y VAN DER MEEREN DE CRUYSHAUTEM.cf.VAN DYCKE, t.8.p.p.334, y VAN DER BEYDEN, Notices sur les maisons de v.d. Heydeu, pág. 56. Se distinguían de los BERTOLFS VON aam( eran, según FAHNE, a. p. Bd. I. S. 24, los BERTOLF8 VON HERGENRAID. Finalmente, también debo señalar aquí que JEAN DE BERTBOLT, arriba nota 5, como prestamista de Capellen op den Bosch y Ramsdoncq [en Zuidbrabant], presuntamente pertenecía a ese linaje de BERTOUT, 'que, entre otras cosas, entregó: •ALEXANDItE BERTOUT DE CARILLO. seign. de Cauwenbourg, Ottignies, Quenonville, etc.", quien, el 6 de marzo, 1736, lleva el título de vizconde obtenido y realizado: d'a zur au chevron d'argent, accomp. en chef de deux étoiles dor". Ver Nobil. des Pays-Bus, p. 780, y VAN DYCKE, a. p., Pág. 369. [ HYACINTUS JOZEPHUS VAN BEUGHEM [hijo de MATTIIIAS, Sr. van Ottignies, Conde de Brabante], Conde de Brabante, t. 4 de enero de 1735, se menciona en la Suite du suppl au Nobil. des Pap-Bas , t.V. p.285, también llamado señor de Ottignies, Capelle op den Bosch e Items-donck, cuyos últimos señoríos pasaron a su hijo, el primer vizconde VAN BEOGIIF.M.] V De este linaje de BERTOUT se distinguió de nuevo aquel, 'que brotó de los antiguos señores de Mechelen, y a qué también pertenecían aquellos cuyos nombres En el siguiente epitafio, en St. Pieterskerk en Ander-lecht [ver Le grand theatre sarré de Brab., t. 1, pág. 307], se informa: Bartholdus optimis parentibtis CORNELTO JOANNE A sEirrtiocurz, Sacratiss. Ctesario Caroli. V. Hollandix Curie feudorum Grafiario. Et KATHARINA BARTIIOLOMEA A ZE CC-W A FAt in Ilaga Comitis genit' dune hic Aderlaci Dito scholastico Petro Wichmafio ("") Preceptore gnaviter bonis dat opera Li:is aflos natas XIII. fitis concessit afio Diii MDXXXII. die julie fidelib. ' hic inhumat' requiescat. La placa grabada geder.signo allí muestra el escudo de armas de BEKTHOUT [es decir: en oro tres postes rojos'', rotos por un vástago de barra azul, y dando 0 mosaico de los siguientes cuartos: BERTHOUT Vol, y : en oro una rueda negra [¿asttout?], por parte del padre, sEcwAntT y VAN DER.acacEt, por parte de la madre.cf. la lista de pedigrí de SEGWA ERT en BEV FRW Vege Descripción van Dordr., bl 24, 25, y BALEN, Dordr., pp. 1219, 1220. 3•.
La familia Van der Liane (cf. XIV, p. 313). Según SMALLEGANGE, p. 684, era ADOLF VAN BAANSTEDE, hijo de WITTE VAN IIA AMSTEDE CD AGATHA VAN SCH ENGEN, Dr. van JACOB, casado con: 1°. MARÍA VAN DER LISSE, 2°. .JACQUELINE n'Auxt y 3°. ANA DE ALMERAS. F. CALAND.
Género de Munck [de Hermek] cf.XIV bl. 315). Con mucho gusto le daré al che-valier DE SCHOUTHEETE, además del género mencionado anteriormente, mis pocas notas. W. ALEX. DE MUNCQ, ciudad. van Middelburg 1677, 82, 85, 89, 92, 95, 98 y 1701, rencm'.-gener. van Zeeland bcwester Scheldt, director de East ind. compañía, señor de Oostersottburg, dice SMALLEGAGE, aunque nunca he encontrado nada al respecto en otra parte, estaba casado con CORNELIA STEENGRACHT (d'. van JOHAN, secretario del almirantazgo, y de BARBA RA vEnt, hija del gran pensionista Sr. ADRIAAN VETE.) casado" de JOHAN HUTS-SEN, señor de Itavels, y tuvo una hija anterior: JEANNETTA CORNELIA, m. 1°. WILLEM FREDERIK H UIJSSEN, señor de Kattendijke, regidor y consejero de Middelburg [hijo del Sr. HENDRIK y MARIA SUZANNA HUIJSSEN]
%1) Canon de S. Pieter en Anderlecht, t 1595. Th62tre loert, dt., t. 1, pág. 297.8


------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


 Elisabeth Michiels Scribaens
Armes : coupé 1e de gueules 2e d'argent (3 feuilles sinople - branche) selon Rouwbord Grote Kerk Beverwijk Ouwewerve - Hoppers et tombe Michael Scribaens en l'Eglise St Pierre (+1504) à Louvain.


Sur la tombe de Scribaens en l'Eglise St Pierre à Louvain: coupe 1e plein 2e un feuille de vigne avec la brance en bas ( druivenblad met den steel benedenwaards selon De Navorscher) b


Rouwbord Ouwewerve Hoppers en la Grote Kerk à Beverwijk:


9. Hoppers:'m blauw een pelikaan i n zijn nest met jongen,
alles van goud (volgens Rietstap zijn de vogels van zilver,
het nest van. goud).
10. Jongema: gedeeld, 1 i n goud eenzwarte halvedubbeladelaar,
uitgaande van de deellijn, 2 i n goud drie zwarte
zespuntige sterren boven elkander (volgens Rietstap A. G.
zijn de kleuren van de linker-helft omgekeerd)
1 1. Piersma: gedeeld, 1 i n goud een zwarte halve dubbeladelaar,
uitgaande van de deellijn, 2 doorsneden, a i n
blauw een gouden ster, b i n goud een zwarte ster
(evenzoo R. A . G.).
12. Jaringa: i n blauw 2 sterren en een wassenaar, alles
van goud (volgens Rietstap A . G. zijn> de sterren van
zilver).
13. Bertholffvan Bé;lvcn: i n zwar t een klimmende eenhoorn
van goud (volgens Rietstap, blz. 185, voert Bertolff de
Belven, Ai x la Chapelle, Pays de Liège, den eenhoorn
gezeten, en is deze van zilver met gouden hoorn ; daarentegen
beschrijft Rietstap, blz. 160, het wapen van Belven,
Westphalie, geheel zooals het op het Beverwijksche
wapenbord voorkomt).
14. Scriboni: doorsneden, de bovenhelft rood, de benedenhelft
van zilver, beladen met drie zwarte figuren, welke elk
u it drie samen verbonden bladeren schijnen te bestaan,
met dien verstande dat telkens het middelste blad omlaag
is gericht en de beide andere zijwaarts (niet bij Rietstap).
15. Adingen alias van Aelst: i n zwart drie gouden kepers
(niet bij Rietstap, ook niet op Edingen, noch op Va n
Aelst).
16. Boeninc: doorsneden 1 i n blauw een gouden ster, 2
licht-blauw (?) effen. Volgens Rietstap A . G., I , blz. 227,
is de benedenhelft van zilver ; hij noemt het geslacht
Boeninx (Hollande).
Op wien het rouwbord betrekking heeft is niet geheel
duidelijk, source De Nederlandsche Leeuw, jaargang 19 (1901), p 7.


 


https://www.genealogieonline.nl/genealogie-peeters-rouneau/I55315.php 


 


Elisabeth Michiels Scribaens
Armes : coupé 1e de gueules 2e d'argent (3 feuilles sinople - branche) selon Funeral board Great Church Beverwijk Ouwewerve - Hoppers et tomb Michael Scribaens and l'Eglise St Pierre (+1504) à Louvain.


Sur la tombe de Scribaens en l'Eglise St Pierre à Louvain: coupe 1st plein 2nd un feuille de vigne avec la brance en bas (hoja de vid con el tallo hacia abajo selon De Navorscher) b


Junta funeraria Ouwewerve Hoppers y la Grote Kerk à Beverwijk:


9. Hoppers: pelícano azul en su nido con crías,
todo de oro (según Rietstap los pájaros son de plata,
el nido de. oro).
10. Young Ma: dividido, 1 en oro, una media águila negra,
a partir de la línea divisoria, 2 en oro tres negro
estrellas de seis puntas una encima de la otra (según Rietstap A. G.
los colores de la mitad izquierda están invertidos)
1 1. Piersma: dividida, 1 en oro una media águila doble negra,
a partir de la bisectriz, 2 secciones, a i n
azul una estrella dorada, b i n oro una estrella negra
(así como R.A.G.).
12. Jaringa: en azul 2 estrellas y awasaar, todo
de oro (según Rietstap A . G. son > las estrellas de
plata).
13. Bertholffvan Bélvcn: de negro un unicornio trepador
de oro (según Rietstap, p. 185, Bertolff de
Belven, Ai x la Chapelle, Pays de Liège, el unicornio
sentado, y es de plata con cuerno de oro; por otra parte
describe Rietstap, página 160, escudo de armas de Belven,
Westphalie, enteramente como está en Beverwijksche
escudo de armas).
14. Scriboni: corte, mitad superior roja, mitad inferior
de plata, cargado con tres figuras negras, cada una de las cuales
de tres hojas conectadas entre sí parecen consistir,
siempre que cada vez que se baje la hoja central
está dirigido y los otros dos hacia los lados (no con Rietstap).
15. Adingen alias van Aelst: tres sargas doradas en negro
(ni en Rietstap, ni siquiera en Enghien, ni en Van
Aelst).
16. Boeninc: corte 1 en azul una estrella dorada, 2
azul claro (?) sólido. Según Rietstap A. G., I, página 227,
es la mitad inferior de plata; él lo llama género
Boeninx (Holanda).
No está del todo claro a quién se refiere el signo de luto
claro, fuente De Nederlandsche Leeuw, volumen 19 (1901), p 7.


-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


Christina Bertholff
geboren in het jaar 1525 in Louvain.
Est dite âgée de 65 ans lors de son décès en 1590
overleden op 3 november 1590, zij was toen 65 jaar oud.
begraven in Bruxelles en l'Eglise Ste Gudule.Bron 1
„ D.O. M. Hier leet begraven Vrrouwe Christina Bertholff, buyf,, vrovwe van wylen Heer Joachim, „ Hoppers , in ffn leven Ridder , „ Heere van Dalem , Raet van Staeten, „ ende bewaerder der Segbels van den Lande van berrewaerts-over by den perfoon â;€ž vanfyne Majeßeyt Pbilippus den tweede„ den , Coninck van Spanien &c. Sy stierft op den der 3en dagb van Novem„ her, in denjaere ons Heere MD. XC. „ fynde in baer LXV.jaer.


quartiers: Hoppers Jougama Priesma Jaringa Bertelfi, Scribani Van Adingen, Brevivre 


 


Mention de quartiers : "Hier leet begraeven Vrouwe CHRIsTINA BERTOLFF, Huysvrouwe van wylen Heer · JoACHIM HoPPERs in fyn Leven
Riddere, Heere van DALEM , Raet van Staeten , ende Bewaerder der segels van den Lande van Herwaerts Over, by den Persoon van Syne Maiefteyt PHILIPpUs DEN TWEEDEN Coninck van spanien &c. Sy fterft op den derden dagh van November , in den Jaere Ons Heere MV,e XL. zynde in haer LXV. Jaer.


Quartiers.


Hoppers , Jougama, Priesma, Jariga.
Bertholff , Scribani, Van Adingen, brevivre.  


 


 


 Christina Bertholff
Zij is getrouwd met Joachim Hoppers


Kinderen:


Gregorius Hoppers  1557-1610
Cajus Antoine Hoppers 
Galenus Hoppers  ?-1634
Regista Hoppers  ?-1592
Tiets Jeanne Hoppers  
Catherine Hoppers 


 


https://www.genealogieonline.nl/genealogie-peeters-rouneau/I56382.php 


 


Cristina Bertholff
geboren en het jaar 1525 en Lovaina.
Se dice que tenía 65 años cuando murió en 1590.
overleden op 3 de noviembre de 1590, zij was toen 65 jaar oud.
grabado en Bruselas en la Iglesia de Ste Gudule.Bron 1
DO Lande van berrewaerts-over by den perfoon - vanfyne Majeßeyt Pbilippus den tweede∾irc;€ž den , Coninck van Spanien &c. Sy stierft op den der 3en dagb van Novem„ her, in denjaere ons Heere MD. XC. „ fynde en baer LXV.jaer.


barrios: Hoppers Jougama Priesma Jaringa Bertelfi, Scribani Van Adingen, Brevivre      


 


Mención de barrios: "Hier leet begraeven Vrouwe CHRIsTINA BERTOLFF, Huysvrouwe van wylen Heer · JoACHIM HoPPERs in fyn Leven
Riddere, Heere van DALEM, Raet van Staeten, ende Bewaerder der segels van den Lande van Herwaerts Over, por den Persoon van Syne Maiefteyt PHILIPpUs DEN TWEEDEN Coninck van spanien &c. Sy fterft op den derden dagh van November , in den Jaere Ons Heere MV,e XL. zynde en haer LXV. Jaer.


barrios.


Tolvas, Jougama, Priesma, Jariga.
Bertholff, Scribani, Van Adingen, Brevive.


--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


Stinze-Stiens
BLOGAGENDASTINZENFLORASTIENSHORATONELPAKHSINFORMACIÓN


Christine Bertolf y Dodonaeus Networks en el siglo XVI


Crisantemo. peruntanum. Dodonaeus R., Florum et coronariarum odoratarumque nonnullarum herbarum historia, Altera editio (1569)


En el siglo XVI ya había muchos jardines de aficionados y coleccionistas de plantas en Europa. No solo los príncipes y la nobleza poseían tales jardines, sino también ciudadanos prominentes. Estos propietarios de jardines trataron de obtener la colección de plantas más grande y hermosa de su jardín. Este período también marcó el comienzo de los libros de hierbas 'modernos' (el herbolario alemán Brunfels publicó su libro de hierbas en 1531, seguido por Bock y Fuchs, y un poco más tarde Dodonaeus, de Lobel y Clusius, los tres nacidos en el sur de Holanda) . Las especies de plantas especiales eran raras, a veces venían de lejos y también eran caras. Por lo tanto, las plantas fueron robadas regularmente. Necesitabas una red de contactos bien desarrollada para obtener especies especiales. Hubo un animado intercambio de material vegetal,Además de Europa, las plantas se originaron en Asia Menor y América del Sur (Indias Occidentales) y las Indias Orientales, la actual Indonesia. Las plantas de América del Sur llegaron a los Países Bajos a través de España, entre otros.


Una fuente de conocimiento sobre esta época son los libros de herbolario. Aquí prestaremos atención a la información de algunos libros escritos por Dodonaeus y nos familiarizaremos con una pequeña parte de su red. En un blog anterior se prestó atención a la posible relación entre Viglius y el Ayttablomke (Winteraconite). Luego escribí que era muy posible que Viglius conociera a Dodonaeus. Un estudio más detenido, también en relación con el tema descrito aquí, muestra que Viglius ciertamente conocía a Dodonaeus.


Historia Frumentorum, Leguminum: Dodonaeus y Viglius


Rembertus Dodonaeus (1517-1585), 35 años. Dodonaeus R., Cruydeboeck (1554).


Después de que Dodonaeus publicara su Cruydeboeck en 1554, publicó cuatro folletos más pequeños, todos escritos en latín, en preparación para su posterior obra principal Stirpium Historiae Pemptades Sex [Descripción de las plantas en seis volúmenes, 1583].


El primero de los cuatro folletos aparece en 1566; Historia Frumentorum, Leguminum, y la dedica a Viglius de Aytta. Dodonaeus entró en contacto con Viglius a través de su amigo y pariente, Ioachim Hopperus (Joachim Hoppers 1523-1576).


En 1557, Hoppers le propone a Viglius, entonces presidente del Consejo Secreto Imperial [Emperador Carlos V] en Bruselas, crear una nueva cátedra mé;dica en Lovaina, afirmando que encontraría a Dodonaeus como la persona más adecuada para este puesto. Luego, a Viglius se le presenta a Dodonaeus, quien le causa una buena impresión. Finalmente, la cita fue cancelada, presumiblemente porque la tarifa ofrecida y los términos del empleo no atraían a Dodonaeus. Para información más detallada ver la colección ' El año cuatrocientos de la muerte de Dodoens '  .


¿Quién era este amigo en común, Joachim Hoppers, y quién era Christine Bertolf?


El padre de Rembertus Dodonaeus procedía de Frisia, al igual que el propio Viglius y Joachim Hoppers.


El abuelo de Rembertus fue Rembert Jarickz (van) Joenckema. Rembert Jarickz tuvo una hija, Tidea (Tieth), que se casó con Feico (Feike) Piersma, alcalde de Sneek. De este matrimonio surge una hija Rixt(ia) Piersma que se casa con Suffridus (Sjoerd) Hopper(s). La familia Hoppers era una familia prominente que poseía un estado en Hemelum, Friesland.


Joachim Hoppers (1523-1576), es hijo de Suffridius Hoppers y, por tanto, pariente de Rembertus Dodonaeus. Joachim se convierte en profesor de derecho en Lovaina. En 1554 se convirtió en miembro del Gran Consejo de Mechelen, del que Viglius era presidente en ese momento. Le debe este nombramiento a Viglius. Más tarde, Joachim también se convirtió en presidente del Gran Consejo y consejero del Consejo Secreto en Bruselas. En 1566, tras la muerte del emperador Carlos V en 1558, Felipe II, único hijo del emperador Carlos V y rey de España, nombra a Joaquín consejero del Consejo Real de Madrid para los asuntos holandeses y guardián de los sellos del rey. .


Joachim Hoppers está casado con Christine Bertolf. No se sabe mucho sobre Cristina. Nació en Lovaina en 1525, hija de Gregorius Bertolfs (van Aken) (1484-1527) y Katryne van Edingen. Muere en 1590 (a menudo incorrectamente indicado como 1540) a la edad de 65 años y está enterrada en Bruselas. Su padre también nació en Lovaina y fue nombrado presidente del tribunal provincial de Frisia en 1527 y murió a fines del mismo año en Leeuwarden.


Florum et coronariarum odoratarumque nonnullarum herbarum historia : Dodonaeus and Ioachim Hoppers


Dodonaeus dedica el segundo pequeño libro sobre plantas a su amigo y pariente Ioachim Hoppers. Este folleto Florum et coronariarum odoratarumque nonnullarum herbarum historia se publicó en 1568. Era costumbre en aquella época dedicar una publicación a una persona más o menos famosa. A menudo, estos fragmentos de texto son muy formales. Sin embargo, el texto al principio de este folleto da una buena idea de la excelente relación entre Dodonaeus y Hoppers y su interés mutuo en las plantas. Esto es especialmente evidente al principio y al final de este texto, que reproduzco aquí en mi propia traducción.


Rembertus Dodonaeus Medicus dedica este [folleto] a su compañero el hombre más grande e importante, Joachimus Hopperus, soldado de caballería dorada, señor de Dalem, consejero del rey, gran escritor.


De las flores, plantas aromáticas y que dan coronas, querido Hopperus, hemos hablado y discutido a menudo, y hemos compartido el aprecio por los mismos autores: pero no necesitamos aliento, basta unánimes, en muchos asuntos médicos y especialmente en las flores es Hay interés mutuo, algunos de los cuales destacamos en este prefacio. En particular sobre el descubrimiento y origen de flores y hierbas: sobre el grado de atractivo de varios jardines, arboledas y todo tipo de lugares en la naturaleza: o qué palabras elegir para la descripción de los diversos aspectos, como el olor o la descripción de las flores, o del atractivo de la naturaleza de una planta.


[parte central del texto omitida]


en cuanto a ti, la historia de nuestra devoción, que debe ser enteramente alabada, porque desde la más tierna infancia he apreciado la amistad presente:


Obviamente no puedo extrañar a mis amigos y familiares. De hecho, los amigos tienen la costumbre no solo de disfrutar y conectar las cosas, sino también de expresar y mostrar la alegría con palabras. Esto, así continúa nuestra historia, me honra con vuestra larga amistad y toda la felicidad y prosperidad y dones y favores del rey más grande y poderoso que no he merecido. El futuro sería digno de elogio, si no fuera por el hecho de que durante mucho tiempo estuve convencido de un futuro agradable y agradable. Así que no agregaré una sola palabra ahora, esperando de esta manera que puedan aceptarlo y que sea de utilidad para todos los eruditos, y también para ustedes. Que le vaya bien, estimado Hopperus. 9 de enero de 1568, Mechelen


Christine Bertolf y el Crisantemo del Perú = Girasol ( Helianthus annuus )


En la página 304, en la segunda edición del folleto Florum et coronariarum (Altera Editio) , que aparece en 1569, encontramos a Christine Bertolf en el epílogo.


Dodonaeus escribe [mostrado en traducción]:


Mientras preparamos esta segunda edición de esta edición, surgen imágenes de dos plantas raras, de importancia para este libro, el Crisantemo del Perú [Girasol] y el Asphodelus palustris [Asphodel de pantano] . La más honesta y respetada Christina Bertolf llamó nuestra atención sobre el Crisantemo de Perú;. El cuadro le había sido enviado desde España por su esposo, el muy estimado Sr. Joachim Hoppers, abogado del rey.


Un poco más adelante en la p.305, el Crisantemo del Perú se describe así:


El Crisantemo del Perú es una llamativa planta alta con una hermosa flor de un tamaño llamativo. La planta se encuentra en Perú y en otras partes de América. Cultivada en los Jardines Reales de Madrid, alcanzaba una altura de hasta 24 pies: el tallo grueso va recto hacia arriba: con hojas muy grandes: algo así como la hoja de un Crisantemo, pero mucho más grande, el pétalo es más ancho que un pie y más de dos o tres uncias, [onzas, 27 g?] , alrededor del pétalo hay hojas similares a las del lirio rojo pero más grandes, de color amarillo dorado. Parece que también lo llaman Indian Sun [nebloem] , porque [los pétalos alrededor del pétalo]parecerse a los rayos del sol. Hemos visto esta planta en un jardín lleno de diferentes tipos de plantas, un jardín propiedad del simpático y muy amable Sr. Jean (Joachim) Brancion,un hombre muy conocedor de las especies de plantas, cuya bondad y benevolencia permitieron incluir en esta descripción varias flores, que de otro modo se nos habrían pasado por alto, porque por casualidad la búsqueda se había hecho en otro lugar que en su jardín. En su jardín he visto el Crisantemo de Perú, pero allí creció a solo 10 o 12 pies: las hojas ligeramente curvadas hacia abajo, mucho más pequeñas que el ejemplar de España: la planta puede quedar más pequeña a medida que se acerca el invierno, impidiendo que pueda crecer. afuera. Verdaderamente la misma planta crecería mucho más alto en Padua Italia que en España a 40 pies o 120 palmas; con una flor completamente desarrollada, pero sin formar semilla madura, lo que supimos del muy estimado Sr. Antonio Cortusinatural de Padua, el hombre más experimentado y erudito en el campo de la simplicia el hortulanus más amable en cuyo jardín creció la planta y que tuvo la oportunidad de aprender el cuidado óptimo. Los tallos de las hojas tiernas, después de haber quitado los pelos, se asan a la parrilla, se les agrega primero un poco de sal y aceite, agradable al gusto, y hasta qué punto es agradable se descubre por experiencia; así con las semillas que entran en el cáliz; escribe que son tan sabrosos para comer como las cabezas de alcachofas, ni menos, sino más, prosta aphrodisia [griego, transliterado]


Flos Solis o Sonnebloeme indio. Dodonaeus R., Cruydt-Boeck (1644)


Las alturas que menciona Dodoneo del Girasol son considerables, bastante más de siete metros para la planta de Madrid y unos 12 metros para la de Padua. En Alemania, el récord mundial de un girasol se estableció recientemente en 8 metros. La afirmación de que en Padua no se forma semilla madura no parece correcta. Es bueno que Dodonaeus se refiera al efecto del brebaje del Girasol aquí como un afrodisíaco. En el Cruydt-boecken editado posteriormente en holandés, que apareció después de la muerte de Dodonaeus y cuya última edición apareció en 1644, la descripción de la historia de Zonnebloem es muy breve y ya no aparecen ni Christine, ni Brancion, ni Cortuso. . El pasaje sobre el afrodisíaco se presenta con el texto bastante plástico:


Algunos quisieran asegurar que este cruydt estimula fuertemente el deseo de recuperar el sueño, y que la fuerza para expiarse y lograrlo puede aumentar mucho más. También llama la atención que ya se mencione un efecto de una infusión del Girasol en humanos, mientras que la planta no habrá estado tanto tiempo en Europa. Posiblemente este efecto ya era conocido por los habitantes del Perú. Perú es conquistado por los españoles bajo el liderazgo de Francisco Pizarro de los Incas en el período 1532-1537.


Quiénes fueron Jean de Brancion y Giacomo Antonio Cortuso


Jean (Joachim) Branción. De: Hunger, FWT, Charles de l'Escluse Carolus Clusius Herbolario holandés 1526-1609 II (1942)


Jean de Brancion era un rico residente de Mechelen. Dodonaeus también vivió en Mechelen durante ese período y era amigo de De Brancion. Este De Brancion tenía un jardín muy hermoso con muchas especies de plantas especiales. Según Clusius, De Brancion tenía "el jardín más hermoso de los Países Bajos e incluso de todo el mundo cristiano".


Giacomo Antonio Cortuso (Jacobus Antonius Cortusus, 1513-1603) fue un hombre culto y gran conocedor y amante de las plantas con un jardín privado muy conocido en Europa. En 1590 se convirtió en jefe del Hortus de Padua, que ya había sido fundado en 1545.


Christine Bertolf y el Nasturtium Indicum o capuchinas menores ( Tropaeolum minus )


Capuchina Indicum. Dodonaeus R., Dodonaeus R., Purgantium aliarumque eo facientium, tum et Radicum, Convolvulorum ac deleteriarum herbarum historiae Libri IIII (1574)


En el tercer libro pequeño de Dodonaeus en latín, Purgantium aliarumque, en Appendicis, pars prior, de flore Tigridis, Nasturtio Indico, & Corona imperiali , (1574) Cap XXXII, p.473, el Nasturtium indicum se describe brevemente como una de tres plantas nuevas. Más tarde, en 1584, en la primera edición de Stirpium Historiae Pemptades Sex , se describe con más detalle el Nasturtium indicum y luego nos encontramos nuevamente con Christine Bertolf. En el texto de PurgantiumDodonaeus escribe que ha recibido imágenes de tres plantas nuevas para él, que las plantas no vienen de Europa y que tienen colores llamativos. Los dos primeros (incluido el Nasturtium Indicum) provienen de América, que se llama las Indias Occidentales. Por lo tanto, el nombre Nasturtium no es correcto, la cereza de las Indias Occidentales habría sido un mejor nombre. El término cereza proviene del sabor de la hoja que se parece al del berro. Obtuvo la imagen de la Nasturtium Indicum de Jean Boisot, un rico erudito amante de las plantas de Bruselas, que también tenía un hermoso jardín. La última imagen, la de la Corona imperiali, se la regala Alfonso Pancius. Alfonso Pancius vivió en Ferrara, Italia, fue médico personal del duque de Ferrara y fue profesor de medicina y también botánico.


En Stirpium historiae de 1583, el Nasturtium Indicum y el Tigridis flos se describen en el apéndice de la tercera pemptade y el tercer libro en las páginas 420-421. Stirpium Historiae se divide en seis pemptades, y una pemptade nuevamente se subdivide en varios libros y cada libro se divide nuevamente en capítulos. Este volumen trata sobre los vientos. La descripción comienza con el texto [traducido]:


Unos años antes de esta Pemptade, se iba a publicar el libro Purgantium (1574), que consta de cuatro partes o libros. Contiene algunas imágenes y breves descripciones de estas plantas. Dos que aún no hemos discutido aquí: Nasturtium Indicum y Tigridis flos. Luego sigue una descripción bastante detallada de la apariencia del Nasturtium Indicum con sus flores amarillas.


Luego escribe en la p.421:


Vi esta planta en Colonia en el jardín de Christina Bertolf, la viuda del estimado Joachim Hoppers, quien la sembró con semilla de España y la cultivó cuidadosamente.


Icono de Nasturticum Indicum missa (enviado), icono de Nasturticum Indicum vera (imagen real). Dodonaeus R., Stirpium historiae pemptades sex, sive libri XXX (1583)


Curiosamente, hay una gran diferencia entre la representación de Nasturtium Indicum en el folleto de 1574, que se basa en la imagen que le envió, y la representación de esta planta en los libros de hierbas posteriores de Dodonaeus, que se basan en la observación. en el jardín de Christine Bertolf. En Stirpium Historiae Pemptades sex (1583), la vieja y la nueva imagen están una al lado de la otra. El encabezado sobre las imágenes dice en una: Foto Nasturticum Indicum enviada (icono missa), y en la otra: Foto real de Nasturticum Indicum (icono vera) .


La imagen de la flor de la Nasturticum Indicum y la Tropaeolum minus , con las que suele identificarse, sigue presentando las necesarias diferencias, por lo que cabe preguntarse si esta identificación es correcta. Sin embargo, esto no es tan relevante para entender la relación entre Dodonaeus y Christine Bertolf. En el Cruydtboeck  de 1618 y 1644, Dodonaeus se refiere al Nasturtium Indicum en holandés como cereza india .


El contexto político, social y geográfico


En 1568, comienzan las ejecuciones de protestantes bajo el gobierno de Alva, quien consideraba a los protestantes como apóstatas a los que perseguir. En 1569 Alva introdujo el décimo centavo en los Países Bajos con importantes consecuencias negativas para la prosperidad. Se debía pagar un impuesto del 10% sobre cada transacción relacionada con bienes muebles. En 1572 hubo una revuelta en los Países Bajos y Den Briel fue tomada por los mendigos de agua. En octubre de 1572, Malinas fue saqueada por los soldados españoles porque Malinas había dado paso al ejército del Príncipe de Orange. La casa de Dodonaeus también es saqueada, a pesar de que era católico, y pierde gran parte de sus posesiones. Su esposa también murió ese año. En 1574 Dodonaeus publica el libro Purgantiumque dedica a Felipe II . Intenta a través de Hoppers, entonces consejero del rey Felipe II en España, ser nombrado médico personal real en Madrid. Sin embargo, en 1574 se convirtió en médico personal del emperador Maximiliano II en Viena. En octubre de 1576 muere el emperador, al que sucede Rodolfo II. Mientras que Maximiliano era bastante liberal con personas de diferentes religiones, Rodolfo era un católico estricto. Los protestantes fueron despedidos. Dodonaeus podía quedarse pero quería volver a Mechelen. Partió en la primavera de 1578, pero debido a la problemática situación política en los Países Bajos, se mudó a Colonia, donde permaneció desde 1578 hasta 1581. Colonia en ese momento era un área bastante liberal y relativamente tranquila, donde muchas personas buscaban refugio.


Las flores de la cereza india. Dodonaeus R., Cruydt-Boeck (1644)


Ioachim Hoppers murió en 1576 en Madrid. Christine Bertolf recibe una importante asignación del rey y se instala en Colonia. En 1574 Dodonaeus describe la Nasturtium Indicum sobre la base de la imagen que le envió Jean Boisot y en 1583 informa que ha visto esta planta en el jardín de Christine Bertolf. Debe haber visto la planta cuando él y Christina estaban en Colonia, en el período 1578-1581. Aparentemente, Christine también tenía un jardín con plantas especiales en Colonia después de la muerte de su esposo. Esto muestra claramente su gran interés en recolectar plantas especiales y también muestra que todavía tenía un buen contacto con Dodonaeus.


Literatura consultada:


Backer AM, Arte de jardín durante la Guerra de los Ochenta Años. La Princesa de Chimay (ca.1550-1605) y la 'humanización' de la flor.     http://dehefpublishers.nl/upload/file/Tuinkunst-tijdens-de-tachtig jaar- Krijg-kopie.pdf


Dodonaeus, R., Historia Frumentorum, leguminum, palustrium et aquatilium herbarum, ac eorum, quae eo pertinent (1566).


Dodonaeus R., Florum et coronariarum odoratarumque nonnullarum herbarum historia, Altera editio (1569).


Dodonaeus R., Purgantium aliarumque eo facientium, tum et Radicum, Convolvulorum ac deleteriarum herbarum historiae Libri IIII (1574).


Dodonaeus R., Stirpium historiae pemptades sex, sive libri XXX (1583).


Dodonaeus R., Cruydt-Boeck (1644).


Gelder, van E., Entre la corte y la corona imperial, Carolus Clusius y el desarrollo de la botánica en las cortes de Europa Central (1573-1593), Leiden 2011.   
 
 Stinze-Stiens
© Willem van Riemsdijk 


 


https://stinze-stiens.nl/blog/christine-bertolf-en-dodonaeus-netwerken-in-de-zestiende-eeuw/ 


 


Stinze-Stiens


Christine Bertolf en Dodonaeus Netwerken in de zestiende eeuw


Chrysanth. Peruntanum. Dodonaeus R., Florum et coronariarum odoratarumque nonnullarum herbarum historia, Altera editio (1569)


In de zestiende eeuw waren er in Europa al veel tuinen van liefhebbers en plantenverzamelaars. Niet alleen vorsten en adel bezaten dergelijke tuinen, maar ook vooraanstaande burgers. Deze tuinenbezitters probeerden een zo groot en mooi mogelijke verzameling van planten te krijgen in hun tuin. In deze periode ligt ook het begin van de ‘moderne’ kruidenboeken (de Duitse kruidkundige Brunfels publiceert zijn kruidenboek in 1531, gevolgd door Bock en Fuchs, en iets later Dodonaeus, de Lobel en Clusius, alle drie geboren in de Zuidelijke Nederlanden). Bijzondere plantensoorten waren zeldzaam, kwamen soms van ver en waren ook kostbaar. Planten werden dan ook regelmatig gestolen. Je had een goed ontwikkeld netwerk van contacten nodig om aan bijzondere soorten te kunnen komen. Er was een levendige uitwisseling van plantmateriaal, zaden en bollen via deze netwerken van plantenliefhebbers, in een tijd waarin reizen veel ingewikkelder was dan nu. De planten waren, behalve uit Europa, onder meer afkomstig uit klein Azië en Zuid-Amerika (West-Indië) en Oost-Indië, het tegenwoordige Indonesië. De planten uit Zuid-Amerika kwamen o.a. via Spanje naar de Nederlanden.


Een bron van kennis over deze tijd zijn de kruidenboeken. Hier zullen we aandacht besteden aan informatie uit enkele boeken geschreven door Dodonaeus en zullen we kennis maken met een klein deel van zijn netwerk. In een vorige blog is aandacht besteed aan de mogelijke relatie tussen Viglius en het Ayttablomke (Winterakoniet). Toen  schreef ik dat het goed mogelijk was dat Viglius Dodonaeus heeft gekend. Nadere studie, ook in verband met het hier beschreven onderwerp laat zien dat Viglius Dodonaeus zeker heeft gekend.


Historia Frumentorum, Leguminum: Dodonaeus en Viglius


Rembertus Dodonaeus (1517-1585), 35 jaar. Dodonaeus R., Cruydeboeck (1554).


Nadat Dodonaeus zijn Cruydeboeck had gepubliceerd in 1554, publiceerde hij vier kleinere boekjes, alle in het Latijn geschreven, als voorbereiding op zijn latere belangrijke grote werk Stirpium Historiae Pemptades Sex [Beschrijving der planten in zes delen, 1583].


Het eerste van de vier boekjes verschijnt in 1566; Historia Frumentorum, Leguminum, en draagt hij op aan Viglius van Aytta. Dodonaeus kwam met Viglius in contact via  zijn vriend en verwant, Ioachim Hopperus (Joachim Hoppers 1523-1576).


In 1557 stelt Hoppers aan Viglius, die dan voorzitter is van de Geheime Keizerlijke Raad [Keizer Karel V] in Brussel, voor om een nieuwe medische leerstoel te creëren in Leuven en meldt daarbij dat hij Dodonaeus de meest geschikte persoon voor deze positie zou vinden. Viglius maakt dan kennis met Dodonaeus, die een goede indruk op hem maakt. Uiteindelijk gaat de benoeming niet door, vermoedelijk omdat het geboden honorarium en de arbeidsvoorwaarden Dodonaeus niet aanspraken. Voor uitgebreidere informatie zie  de bundel ‘Het vierhonderdste sterfjaar van Dodoens’ .


Wie was deze wederzijdse vriend, Joachim Hoppers, en wie was Christine Bertolf


De vader van Rembertus Dodonaeus kwam uit Friesland net als Viglius zelf en Joachim Hoppers.


De grootvader van Rembertus was Rembert Jarickz (van) Joenckema. Rembert Jarickz had een dochter Tidea (Tieth) die trouwt met Feico (Feike) Piersma, burgemeester van Sneek. Uit dit huwelijk komt een dochter Rixt(ia) Piersma die trouwt met Suffridus (Sjoerd) Hopper(s). De familie Hoppers, was een vooraanstaande familie die een state bezat in Hemelum, Friesland.


Joachim Hoppers (1523-1576), is de zoon van  Suffridius Hoppers en dus een verwant van Rembertus Dodonaeus. Joachim wordt hoogleraar in de rechtswetenschappen in Leuven. In 1554 wordt hij lid van de Grote Raad in Mechelen, waarvan Viglius op dat moment president is. Deze benoeming heeft hij aan Viglius te danken. Later wordt Joachim ook president van de Grote Raad en raadsheer van de Geheime Raad in Brussel. In 1566, nadat Keizer Karel V is overleden in 1558, wordt Joachim door Filips II, enig zoon van keizer Karel V en koning van Spanje, benoemd tot raadsheer van de Koninklijke Raad in Madrid aangaande Nederlandse zaken en zegelbewaarder van de koning.


Joachim Hoppers is getrouwd met Christine Bertolf. Over Christine is niet al te veel bekend. Ze is in Leuven geboren in 1525, dochter van Gregorius Bertolfs (van Aken) (1484-1527) en Katryne van Edingen. Ze overlijdt in 1590 (vaak foutief vermeld als 1540) op 65 jarige leeftijd en ligt begraven in Brussel. Haar vader is ook  in Leuven geboren en wordt in 1527 benoemd tot voorzitter van het provinciaal Hof in Friesland en hij overlijdt aan het eind van datzelfde jaar in Leeuwarden.


Florum et coronariarum odoratarumque nonnullarum herbarum historia: Dodonaeus en Ioachim Hoppers


Dodonaeus draagt het tweede kleine boekje over planten, op aan zijn vriend en verwant Ioachim Hoppers. Dit boekje Florum et coronariarum odoratarumque nonnullarum herbarum historia verschijnt in 1568. Het was gewoonte in die tijd om een publicatie op te dragen aan een meer of minder bekende persoon. Vaak zijn deze stukken tekst erg formeel. De tekst voor in dit boekje geeft echter een goede kijk op de prima relatie tussen Dodonaeus en Hoppers en hun wederzijdse belangstelling voor planten. Dit komt vooral tot uiting aan het begin en het eind van deze tekst die ik hier in mijn eigen vertaling weergeef.


Rembertus Dodonaeus Medicus draagt dit [boekje] op aan zijn makker de grootste en meest belangrijke man, Joachimus Hopperus, gouden cavaleriesoldaat, heer van Dalem, raadsheer van de koning, groot schrijver.


Over de bloemen, geurende en kroondragende planten, zeer geachte Hopperus, hebben we vaak gesproken, en gediscussieerd, en we deelden de waardering voor dezelfde schrijvers: maar wij hebben geen aanmoediging nodig, voldoende eensgezind, over veel medische zaken en vooral over de bloemen is er wederzijdse belangstelling, waarvan we enkele zaken belichten in dit voorwoord. Met name over de ontdekking en de oorsprong van de bloemen en kruiden: over de mate van aantrekkelijkheid van diverse tuinen, bosjes en allerlei plekken in het wild: of welke woorden te kiezen voor de beschrijving der diverse aspecten, zoals de geur of beschrijving der bloemen, of van de aantrekkelijkheid van het wezen van een plant.


[middendeel tekst weggelaten]


wat jou betreft, de geschiedenis van onze toewijding, wat geheel en al geprezen moet worden, omdat ik vanaf onze vroege jeugd de aanwezige vriendschap heb gewaardeerd:


ik kan vanzelfsprekend vrienden en verwanten niet missen. Vrienden hebben werkelijk de gewoonte, niet alleen van de dingen te genieten en te verbinden, maar om de blijdschap ook uit te drukken en te tonen met woorden. Deze, onze geschiedenis gaat dus voort, ik ben vereerd met jullie langdurige vriendschap en alle geluk en voorspoed en giften en gunsten van de grootste en machtigste koning heb ik niet verdiend. De toekomst ware te prijzen, ware het niet dat ik sinds lange tijd overtuigd was van een aangename en prettige toekomst. Ik voeg nu dus geen enkel woord meer toe, op deze wijze hopend dat je het kunt aanvaarden en dat het van nut is voor alle geleerden, en evenzeer ook voor jou. Het ga je goed, hoog geachte Hopperus. Negen januari, anno 1568, Mechelen


Christine Bertolf en de Chrysant uit Peru = Zonnebloem (Helianthus annuus)


Op p.304 komen we in de tweede druk van het boekje Florum et coronariarum (Altera Editio), dat in 1569 verschijnt, Christine Bertolf tegen in de epiloog.


Dodonaeus schrijft [weergegeven in vertaling]:


Terwijl we deze uitgave als tweede druk voorbereiden, duiken van twee zeldzame planten afbeeldingen op, van belang voor dit boek, van de Chrysant uit Peru [Zonnebloem] en de Asphodelus palustris [Moeras affodil].  De meest integere en meest geachte Christina Bertolf maakte ons attent op de Chrysant uit Peru. De afbeelding was haar toegestuurd vanuit Spanje door haar echtgenoot, de zeer hoog geachte heer Joachim Hoppers, raadsman van de koning.


Even verderop op p.305 wordt de Chrysant van Peru als volgt beschreven:


De Chrysant uit Peru is een opvallende hoge plant met een mooie bloem van een opvallende grootte. De plant komt voor in Peru en in andere delen van Amerika. Gekweekt in de koninklijke tuin in Madrid, bereikte hij een hoogte van wel 24 voet: de dikke stengel gaat recht omhoog: met zeer grote bladeren: lijken enigszins op het blad van een Chrysant, maar veel groter, de bloemschijf is breder dan een voet en meer dan twee of drie ‘uncias’, [ons, 27 g?], rond de bloemschijf zijn bladeren die lijken op die van de Rode lelie maar dan groter, goudgeel van kleur. Het schijnt dat ze hem ook Indiaanse zon[nebloem] noemen, omdat ze [bloemblaadjes rond de bloemschijf] lijken op de stralen van de zon. We hebben deze plant gezien in een tuin die vol staat met verschillende soorten planten, een tuin in bezit van de alleraardigste en zeer vriendelijke heer Jean (Joachim) Brancion, een man die zeer veel kennis heeft van plantensoorten, door wiens vriendelijkheid en welwillendheid diverse bloemen konden worden opgenomen in deze beschrijving, die we anders hadden gemist, omdat toevallig elders, dan in zijn tuin, gezocht was. In zijn tuin heb ik de Chrysant van Peru gezien, maar hij groeide daar tot slechts 10 of 12 voet: de bladeren enigszins naar beneden gebogen, veel kleiner dan het exemplaar uit Spanje: de plant blijft mogelijk kleiner omdat de winter nadert, waardoor hij niet kan uitgroeien. Werkelijk dezelfde plant zou in Padua Italië veel hoger nog dan in Spanje uitgroeien tot wel 40 voet of 120 palm; met een volgroeide bloem, maar geen rijp zaad gevormd, wat we vernamen van de zeer hooggeachte heer Antonio Cortusi inwoner van Padua, de meest ervaren en geleerde man op het gebied van de simplicia de meest vriendelijke hortulanus in wiens tuin de plant groeide en die de mogelijkheidhad om de optimale verzorging te leren kennen. De steeltjes van de nog jonge bladeren, nadat de beharing is verwijderd, op de gril gebraden, eerst wat zout en olie toegevoegd, aangenaam van smaak, en in hoeverre het aangenaam is, ontdekt men door ondervinding; net zo met de zaden die in de bloemkelk komen; hij schrijft dat ze net zo lekker zijn om te eten als de hoofdjes van de artisjokken, niet minder, maar meer nog, pros ta aphrodisia [grieks, getranscribeerd]


Flos Solis oft Indiaensche Sonnebloeme. Dodonaeus R., Cruydt-Boeck (1644)


De hoogtes die Dodonaeus vermeld van de Zonnebloem zijn aanzienlijk, ruim zeven meter voor de plant in Madrid en ca. 12 meter voor die in Padua. In Duitsland lag recent het wereldrecord voor een Zonnebloem op 8 meter. De mededeling dat er geen rijp zaad wordt gevormd in Padua lijkt niet te kloppen. Het is aardig dat Dodonaeus de werking van het brouwsel van de Zonnebloem hier als aphrodisiacum aanduidt. In de latere bewerkte Nederlandstalige Cruydt-boecken, die na de dood van Dodonaeus verschijnen en waarvan de laatste druk in 1644 verschijnt, is de beschrijving van de geschiedenis van de Zonnebloem zeer beknopt en komen Christine, noch Brancion, noch Cortuso meer voor. De passage over het aphrodisiacum, wordt weergegeven met de vrij plastische tekst:


Sommighe willen versekeren, dat dit cruydt den lust van bijslapen sterckelijck doet komen, ende de kracht om den selven te boeten ende te volbrenghen seer vermeerderen kan. Opvallend is ook dat er al een uitwerking van een aftreksel van de Zonnebloem op de mens wordt vermeld, terwijl de plant nog niet zo lang in Europa zal zijn geweest. Mogelijk was dit effect al bekend bij de inwoners van Peru. Peru wordt door de Spanjaarden onder aanvoering van Fransisco Pizarro op de Inca’s veroverd in de periode 1532-1537.


Wie waren Jean de Brancion en Giacomo Antonio Cortuso


Jean (Joachim) Brancion. UIt: Hunger, F.W.T., Charles de l’Escluse Carolus Clusius Nederlandsch kruidkundige 1526-1609 II (1942)


Jean de Brancion was een welgestelde ingezetene van Mechelen. Dodonaeus woonde in die periode ook in Mechelen en was bevriend met De Brancion. Deze De Brancion had een bijzonder fraaie tuin met vele bijzondere plantensoorten. Volgens Clusius had De Brancion ‘de mooiste tuin van Nederland en zelfs van de hele christelijke wereld’.


Giacomo Antonio Cortuso (Jacobus Antonius Cortusus, 1513-1603) was een geleerd man en groot kenner en liefhebber van planten met een privé tuin die grote bekendheid genoot in Europa. In 1590 wordt hij hoofd van de Hortus in Padua, die al in 1545 was gesticht.


Christine Bertolf en de Nasturtium Indicum of Kleine Oost-indische kers (Tropaeolum minus)


Nasturtium Indicum. Dodonaeus R., Dodonaeus R., Purgantium aliarumque eo facientium, tum et Radicum, Convolvulorum ac deleteriarum herbarum historiae Libri IIII (1574)


In het derde kleine boekje van Dodonaeus in het Latijn, Purgantium aliarumque, in de Appendicis, pars prior, de flore Tigridis, Nasturtio Indico, & Corona imperiali, (1574) Cap XXXII, p.473, wordt de Nasturtium indicum kort beschreven als een van drie nieuwe planten. Later in 1584 in de eerste druk van Stirpium Historiae Pemptades Sex wordt de Nasturtium indicum uitgebreider beschreven en dan komen we Christine Bertolf weer tegen. In de tekst van Purgantium schrijft Dodonaeus dat hij van drie voor hem nieuwe planten afbeeldingen heeft gekregen, dat de planten niet uit Europa komen en dat ze opvallende kleuren hebben. De eerste twee (waaronder de Nasturtium Indicum) komen uit Amerika, dat men West-Indië noemt. De naam Oost-indische kers is dus niet juist, West-indische kers zou een betere naam geweest zijn. Het begrip kers komt van de smaak van het blad dat lijkt op dat van de waterkers. De afbeelding van de Nasturtium Indicum krijgt hij van Jean Boisot, een welgestelde erudiete plantenliefhebber uit Brussel, die ook een mooie tuin bezat. De laatste afbeelding, die van de Corona imperiali, krijgt hij van Alfonso Pancius. Alfonso Pancius woonde in Ferrara, Italië, was lijfarts van de hertog van Ferrara en was hoogleraar in de medicijnen en ook een plantenkenner.


In Stirpium historiae van 1583, worden de Nasturtium Indicum en de Tigridis flos beschreven in de appendix van de derde pemptade en het derde boek op p.420-421. De Stirpium Historiae is ingedeeld in zes pemptades, en een pemptade is weer onderverdeeld in een aantal boeken en elk boek is weer ingedeeld in hoofdstukken. Dit boekdeel gaat o.a. over de windes. De beschrijving begint met de tekst [in vertaling]:


Enkele jaren voor deze Pemptade zou het boek Purgantium (1574) verschijnen, dat uit vier delen of boeken bestaat. Daarin staan enkele afbeeldingen en korte beschrijvingen van deze planten. Twee hebben we hier nog niet besproken: Nasturtium Indicum en Tigridis flos. Vervolgens volgt een vrij gedetailleerde beschrijving van het uiterlijk van de Nasturtium Indicum met zijn gele bloemen.


Daarna schrijft hij op p.421:


Ik zag deze plant in Keulen in de tuin van Christina Bertolf, de weduwe van de hooggeachte Joachim Hoppers, die het zaaide met zaad afkomstig uit Spanje, en het zorgzaam opkweekte.


Nasturticum Indicum icon missa (toegestuurd), Nasturticum Indicum vera icon (werkelijke afbeelding). Dodonaeus R., Stirpium historiae pemptades sex, sive libri XXX (1583)


Interessant is dat er een groot verschil is tussen de afbeelding van de Nasturtium Indicum in het boekje van 1574, dat gebaseerd is op de hem toegezonden afbeelding, en de afbeelding van deze plant in de latere kruidenboeken van Dodonaeus, die gebaseerd zijn op de waarneming in de tuin van Christine Bertolf. In Stirpium Historiae Pemptades sex (1583), staan de oude en de nieuwe afbeelding naast elkaar. Het kopje boven de afbeeldingen luidt bij de één: Afbeelding Nasturticum Indicum toegestuurd (icon missa), en bij de ander: Werkelijke afbeelding van de Nasturticum Indicum (vera icon).


De afbeelding van de bloem van de Nasturticum Indicum en de Tropaeolum minus, waar hij vaak mee wordt geïdentificeerd, toont nog wel de nodige verschillen, vraag is dus of deze identificatie correct is. Voor het inzicht in de relatie tussen Dodonaeus en Christine Bertolf is dit echter niet zo relevant. In het Cruydtboeck  van 1618 en 1644 duidt Dodonaeus de Nasturtium Indicum aan in het Nederlands als Indiaanse kers.


De politieke, maatschappelijke en geografische context


In 1568 beginnen terechtstellingen van protestanten onder het bewind van Alva, dat protestanten beschouwde als afvalligen die vervolgd moesten worden. In1569 voert Alva de tiende penning in de Nederlanden in met grote negatieve gevolgen voor de welvaart. Er moest 10% belasting worden betaald over elke transactie met roerende goederen. In 1572 kwam er opstand in de Nederlanden en werd Den Briel ingenomen door de watergeuzen. In oktober 1572 wordt Mechelen geplunderd door de Spaanse soldaten omdat Mechelen doorgang had verleend aan het leger van de prins van Oranje. Het huis van Dodonaeus wordt ook geplunderd, ondanks het feit dat hij katholiek was, en hij verliest een groot deel van zijn bezittingen. In dat jaar overlijdt ook zijn vrouw. In 1574 publiceert Dodonaeus het boekje Purgantium dat hij opdraagt aan Philips II. Hij probeert via Hoppers, die dan in Spanje raadsman is van koning Filips II, om benoemd te worden tot koninklijke lijfarts in Madrid. Hij wordt echter in 1574 lijfarts van keizer Maximiliaan II in Wenen. In Oktober 1576 overlijdt de keizer, die wordt opgevolgd door Rudolf II. Terwijl Maximiliaan vrij liberaal omging met mensen van verschillende geloofsovertuiging was Rudolf streng katholiek. Protestanten werden ontslagen. Dodonaeus kon blijven maar wilde terug naar Mechelen. Hij vertrok in het voorjaar van 1578, maar week vanwege de onrustige politieke toestand in de Nederlanden uit naar Keulen, waar hij verbleef van 1578-1581. Keulen was in die tijd een vrij liberale relatief rustige omgeving, waar veel mensen hun toevlucht zochten.


De bloeme van de Indiaensche kersse. Dodonaeus R., Cruydt-Boeck (1644)


Ioachim Hoppers overlijdt in 1576 in Madrid. Christine Bertolf krijgt een forse toelage van de koning en vestigt zich in Keulen. In 1574 beschrijft Dodonaeus de Nasturtium Indicum op basis van de afbeelding die hij toegestuurd kreeg van Jean Boisot en in 1583 meldt hij dat hij deze plant heeft gezien in de tuin van Christine Bertolf. Hij zal de plant dus gezien hebben toen hij en Christina in Keulen waren, dus in de periode 1578-1581. Christine had kennelijk ook in Keulen, nadat haar man was overleden, weer een tuin met bijzondere planten. Dit toont haar grote interesse in het verzamelen van bijzondere planten duidelijk aan en tevens toont het aan dat zij nog goed contact had met Dodonaeus.


Geraadpleegde literatuur:


Backer A.M., Tuinkunst tijdens de tachtigjarige oorlog. De prinses van Chimay (ca.1550-1605) en de ‘humanisering’ van de bloem.    http://dehefpublishers.nl/upload/file/Tuinkunst-tijdens-de-tachtigjarige-oorlog-kopie.pdf


Dodonaeus, R., Historia Frumentorum, leguminum, palustrium et aquatilium herbarum, ac eorum, quae eo pertinent (1566).


Dodonaeus R., Florum et coronariarum odoratarumque nonnullarum herbarum historia, Altera editio (1569).


Dodonaeus R., Purgantium aliarumque eo facientium, tum et Radicum, Convolvulorum ac deleteriarum herbarum historiae Libri IIII (1574).


Dodonaeus R., Stirpium historiae pemptades sex, sive libri XXX (1583).


Dodonaeus R., Cruydt-Boeck (1644).


Gelder, van E., Tussen hof en keizerskroon, Carolus Clusius en de ontwikkeling van de botanie aan de Midden-Europese hoven (1573-1593), Leiden 2011.


 


 Stinze-Stiens
© Willem van Riemsdijk 


https://stinze-stiens.nl/blog/christine-bertolf-en-dodonaeus-netwerken-in-de-zestiende-eeuw/ 
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


 De Navorscher: Nederlands archief voor genealogie en heraldiek ..., Volumen 13


 


Dat de vrouw den echtgenoot of de kinderen niet per se adelt, weet overigens iedereen. L. J.


Ongeluksdagen (vgl. XI. bl. 380, XII. bl. 222, XIII. bl.29, 190, 223). In eene voorlezing van wijlen prof. TYDEMAN over de hss. briefwisseling van JOCHEM HOPPERS met WIGLE AYTTA 1555-1561 (door ons in den Vrijen Fries IV. met eenige aanteekeningen dezer dagen uit te geven), leest men t. a. p. bl. 169: » Fatsoenlijke vrouwen hadden ook haar bijgeloof. HOPPERS, reeds te Brussel geplaatst, had een reisje naar Mechelen gedaan waar zijne vrouw nog was. Hij had maandags willen terugkeeren, maar schrijft, dat zijn vrouw hem noodzaakte dit tot dingsdag of woensdag uit te stellen, het gevaarlijk achtende dat men op maandag op reis zou gaan. Over zoodanig vooroordeel zie WESTENDORP, Verhandeling over de Noordsche Mythologie, bl. 262-263."


P. C. HOOFT schreef in 1627 aan LEONORA HELLEMANS, Ook uit Braband afkomstig (geb. te Zevenbergen, van afkomst uit Antwerpen): » Dat meer is, UE. kwam zoo verre dat ze mij toestond ik mogt het woord » liefste" door UE. gesproken aanvaarden voor de eerste letter van het woordje »ja" en vertoonde UE. zich alzoo of de volkomenheid van hare bewilliging niewers (nergens) als aan den maandag gehouden had, omdat UE. moeder den maandag voor eenen ongelukkigen dag achtte." Gids 1862. I. 214. J. D. L.


 
 
Hopperus , 142 .
Hopperus, 142. Mors mortis
 
 
Ongeluksdagen (vgl. XI. bl. 380, XII. bl.
222, XIII. bl.29, 190, 223) . In eene voorle
zing van wijlen prof. TYDEMAN over de hss.
briefwisseling van JOCHEM HOPPERS met
WIGLE AYTTA 1555-1561 (door ons in den
Vrijen Fries IV. met eenige aanteekeningen
dezer dagen uit te geven) , leest men t. a. p.
bl. 169 : » Fatsoenlijke vrouwen hadden
ook haar bijgeloof. HOPPERS, reeds te Brus
sel geplaatst, had een reisje naar Mechelen
gedaan waar zijne vrouw nog was. Hij
had maandags willen terugkeeren, maar
schrijft, dat zijn vrouw hem noodzaakte
dit tot dingsdag of woensdag uit te stellen,
het gevaarlijk achtende dat men op maan
dag op reis zou gaan. Over zoodanig
vooroordeel zie WESTENDORP, Verhandeling
over de Noordsche Mythologie, bl . 262-263."
P. C. HOOFT schreef in 1627 aan LEONORA
HELLEMANS , Ook uit Braband afkomstig (geb. te Zevenbergen , van afkomst uit
Antwerpen): » Dat meer is , UE. kwam zoo verre dat ze mij toestond ik mogt het
woord » liefste" door UE. gesproken aan vaarden voor de eerste letter van het
woordje »ja" en vertoonde UE. zich alzoo
of de volkomenheid van hare bewilliging
niewers (nergens) als aan den maandag
gehouden had, omdat UE. moeder den maan
dag voor eenen ongelukkigen dag achtte." Gids 1862. I. 214. J. D.
L. 
 
 



Hopperus (vgl. X. bl . 322 ; XI. bl. 44) .
In het Alg. Hist. Geogr. en Geneal. Woor
denboek, door A. G. LUÏSCIUS, dl . V. bl . 479,
leest men: >> HOPPERUS, (JOACHIMUS) beroemt
rechtsgeleerde, te Sneek in Vriesland uit
een oude familie den 11 November 1523
geboren. Dewijl zijn vader jong gesturven
was, nam deszelfs grootvader zijn' opvoe
ding op zich. De gronden zijner studie lei
hij eerst in zijne geboortestad, en daarna
te Haarlem. Hierna leerde hij de filosophie
en de rechten te Leuven, en ging daarop
naar Paris en Orleans. In ' t jaar 1549
weer te Leuven komende wierd hij docter
in de rechten, en onderwees daar als pro
fessor met grooten toeloop. Hierop wierd
hij koninglijke raad te Mechelen, en daarna
te Brussel. In ' t jaar 1556 beriep hem
koning PHILIPPUS na Spanien, om hem in
zaken, die Nederland betroffen, met raad
tot en daad aan de hand te gaan, gelijk hij
dan ook van denzelven geädelt en
groot-zegelbewaarder gemaakt wierd. Ein
delijk stierf hij te Madrid den 15 De
cember 1576. Zijne voornaamsche schriften
|
bl. 75) . T. 1. a. p. wordt gevraagd naar
ALBERTUS LEONINUS Dns de Melisweert et
Stoetwegen; in de Beknopte beschrijving van
de provincie Utrecht, Utr. 1799, bl. 150
leest men, dat de ridderhofstad Amelis
weerd, certijds Groenewoude kwam aan
MARGRIET PROEIS , die trouwde HENDRIK
LEEUWENBERG, wiens zoon ᎪᏞᏴᎬᎡᎢ
VAN LEEUWENBERG er bezitter var was,
toen het door de staten der provincie in
het jaar 1538 voor riddermatig erkend werd.
VAN
Waarschijnlijk was dit dezelfde persoon
als door L. J. wordt bedoeld, doch indien het
door hem beschreven portret dezen voor
stellen konde, zoude het jaartal niet 1413
maar 1513 moeten zijn.
ELBERTUS LEONINUS was geboortig uit
Bommel. Zijne ouders waren onbemiddeld..
Zijn eigenlijke naam was DE LEEUW (en
niet VAN LEEUWEN, zoo als sommigen ge
meend hebben) , zoo als blijkt uit de Gelder sche rekeningen . MARTINET in zijn Vereenigd
Nederland verkort, Amst. 1790, blz. 202,
belooft aldaar te zullen bewijzen, dat de
oorspronkelijke naam van LEONINUS is ge weest LE LION ; zie ook CAPPELLE, Bijdragen
tot de Geschied. der Nederlanden 1827 ; G.
H. M. Delprat, Bijdrage tot de geschied. van
ELB. LEONINUS in de Bijdragen voor Vader landsche Geschied. en Oudheidkunde door
I. A. NIJHOFF, dl. VI. 162-180 : uit alle
welke berigten het te vermoeden is, dat LEONINUS, van wien het vermelde portret
is, niet in betrekking tot ELBERTUS LEONI
NUS gestaan heeft.
V. D. N.
Hopperus (vgl. X. bl . 322 ; XI. bl. 44) .
In het Alg. Hist. Geogr. en Geneal. Woor
denboek, door A. G. LUÏSCIUS, dl . V. bl . 479,
leest men: >> HOPPERUS, (JOACHIMUS) beroemt
rechtsgeleerde, te Sneek in Vriesland uit
een oude familie den 11 November 1523
geboren. Dewijl zijn vader jong gesturven
was, nam deszelfs grootvader zijn' opvoe
ding op zich. De gronden zijner studie lei
hij eerst in zijne geboortestad, en daarna
te Haarlem. Hierna leerde hij de filosophie
en de rechten te Leuven, en ging daarop
naar Paris en Orleans. In ' t jaar 1549
weer te Leuven komende wierd hij docter
in de rechten, en onderwees daar als pro
fessor met grooten toeloop. Hierop wierd
hij koninglijke raad te Mechelen, en daarna
te Brussel. In ' t jaar 1556 beriep hem
koning PHILIPPUS na Spanien, om hem in
zaken, die Nederland betroffen, met raad
tot en daad aan de hand te gaan, gelijk hij
dan ook van denzelven geädelt en
groot-zegelbewaarder gemaakt wierd. Ein
delijk stierf hij te Madrid den 15 De
cember 1576. Zijne voornaamsche schriften
zijn : De iuris arte libri tres ; Ad Justinianum
de obligationibus nebavov libri quinque; Dis
positiones in Instituta & Digesta ; Isagoge in
ve


 


 ram iurisprudentiam ; SEDUARDUS, sive de
vera iurisprudentia, libri duodecim, welk boek
hij ter gedachtenis van zijn eerst-geboren
en vroegtijdig gesturven zoon SEDUARDUS
zoo genoemt heeft ; voμolsoras sive de juris
ac legum condendarum scientia, libri quatuor;
Rerum divinarum et humanarum libri quatuor;
Themis hyperborea, sive de tabula regum Frisiae
liber, &c. Zie Suffrid. petri De script. Fris.,
ADAMI Vitae Jurisconsultorum, VAL. ANDREAE
Bibl. belg., VERNULAEUS De acad. Lovan."
Men vergelijke hiermede het Vaderl.
Woordenb. door кOK, die den naam zijner
vrouw opgeeft CATHARINA BELTORFIUS en
niet BERTOLF, zoo als Nav. XI. bl. 44 wordt
opgegeven.
H. C. STRIK VAN WIJK.
 
 
 
 toen een oud man uit RADBOUDS die regel . Althans zeer beleefd raapte hij leger naar voren trad om zijnen krijgsmak den handschoen op en bood dien KAREL dus . JOH . van de van JOCHEM HOPPERS Westhreenen ( vgl . XI 286.


 
https://books.googleusercontent.com/books/content?req=AKW5Qaffe8Fb_Rx9zgpCV43zcqTaYncianfdsgBhdiYbC-uuFx5N6bCwNZ3HEMwHOtMeaQClvILxbpsT_lbAKR6hgEyeWoxo5pcG0gk7iSiPC-lNStdTj3Yfyzm-kJSR9sT_6WthK0Z8XWV8wXZHtheXXP8KH58FVbo6TVN6gIjp_2D48O9R2wqrh2R3UEDBtoztmMKdscfg8Z79yptA3BKq_C6zzDuV4Jx3E-2RUjPO9g4tkr1Q40nL187LcM-nwyixRgdOjwJk


 


 


https://books.google.be/books?id=1YBEAAAAcAAJ&pg=PA288&lpg=PA288&dq=jochem+hoppers+genealogie&source=bl&ots=L8KCv-crn_&sig=ACfU3U2aXvwX0ua1rB6KZiIrgaFF--SLKw&hl=es&sa=X&ved=2ahUKEwjPqZbd46H5AhUBpJUCHRb0ByIQ6AF6BAgMEAM#v=onepage&q=jochem%20hoppers%20genealogie&f=false 


 


De Navorscher: Archivo holandés de genealogía y heráldica ..., Volumen 13


 


Todo el mundo sabe, por lo demás, que una mujer no necesariamente dota de nobleza al marido oa los hijos. LJ


Días de mala suerte (cf. XI. bl. 380, XII. bl. 222, XIII. bl.29, 190, 223). En una conferencia del difunto Prof. TYDEMAN sobre el hss. correspondencia entre JOCHEM HOPPERS y WIGLE AYTTA 1555-1561 (a ser publicada por nosotros en den Vrijen Frisian IV. con algunas notas estos días), se lee t. ap pags. 169: » Las mujeres decentes también tenían sus supersticiones. HOPPERS, ya estacionado en Bruselas, había hecho un viaje a Mechelen, donde todavía estaba su esposa. Tenía la intención de regresar el lunes, pero escribe que su esposa lo obligó a posponerlo hasta el martes o el miércoles, por considerar peligroso que la gente viajara el lunes. Sobre tal prejuicio ver WESTENDORP, Treatise on Northern Mythology, pp. 262-263".


En 1627 P. C. HOOFT escribió a LEONORA HELLEMANS, también de Braband (nacida en Zevenbergen, de Amberes): » Eso es más, UE. llegó tan lejos que me permitió aceptar la palabra "querido" pronunciada por UE para la primera letra de la palabra "sí" y mostró UE. así si la integridad de su consentimiento había mantenido niewers (en ninguna parte) en cuanto a lunes, porque UE. madre consideraba el lunes un día de mala suerte.” Guía 1862. I. 214. J. D. L.


 
 
Hopperus , 142 .
Hopperus, 142. Mors mortis
 
 
Días de mala suerte (cf. XI. bl. 380, XII. bl.
222, XIII. págs. 29, 190, 223). en primer plano
cantar del difunto Prof. TYDEMAN sobre el mss.
correspondencia de JOCHEM HOPPERS con
WIGLE AYTTA 1555-1561 (por nosotros en el
Frisón libre IV. con algunas notas
que se emitirá en estos días), se lee t. ap
pags. 169: » Las mujeres decentes tenían
sus supersticiones. HOPPERS, ya en Brus
sel publicó, tuvo un viaje a Mechelen
hecho donde estaba su esposa. Él
Me hubiera gustado volver el lunes, pero
escribe que su esposa lo obligó
para posponer esto hasta el martes o miércoles,
considerar peligroso caminar en la luna
Viaje de un día. sobre tal
prejuicio ver WESTENDORP, Tratado
sobre la mitología del norte, bl . 262-263".
P. C. HOOFT escribió a LEONORA en 1627
HELLEMANS, también de Braband (nacido en Zevenbergen, de
Amberes): » Eso es más, UE. llegó tan lejos que me permitió me gusta
palabra » dear" pronunciada por UE. aceptar antes de la primera letra de la
palabra "sí" y UE se mostró así
o la integridad de su consentimiento
noticias (en ninguna parte) como el lunes
celebrada, porque UE. madre la luna
día por un día desafortunado.” Guía 1862. I. 214. J. D.
yo
 
 
Hopperus (cf. X. págs. 322; XI. págs. 44).
En el alg. historia. gegr. y Geneal. palabra
libro den, por A. G. LUÏSCIUS, vol. V. bl. 479,
se lee: >> HOPPERUS, (JOACHIMUS) famoso
abogado, de Sneek en Vriesland
una vieja familia 11 de noviembre de 1523
nacido. porque su padre murio joven
fue, su abuelo tomó su educación
cosa en sí misma. Los motivos de su estudio conducen
primero en su ciudad natal, y luego
en Harlem. Después de esto aprendió filosofía.
y la ley en Lovaina, y siguió allí
a París y Orleans. En el año 1549
Cuando regresó a Lovaina se convirtió en médico.
en derecho, y enseñó allí como un pro
fessor con gran concurrencia. En esto fue
El consejo real en Mechelen, y luego
en Bruselas. En el año 1556 llamó
rey Filipo después de Spanien, para ponerlo en
casos relativos a los Países Bajos, con asesoramiento
entrar en acción, como él
por lo tanto también ädelt del mismo y
Se hizo el Gran Guardián del Sello. ain
Murió en Madrid el 15 de diciembre.
Diciembre de 1576. Sus ilustres escritos
|
pags. 75). T. 1.a.p. se pide
ALBERTUS LEONINO Dns de Melisweert et
aceras; en la descripción rápida de
la provincia de Utrecht, Utr. 1799, pág. 150
uno lee que la ciudad cortesana caballeresca de Amelis
Weerd, recientemente llegó Groenewoude
MARGRIET PROEIS, que se casó con HENDRIK
LIONBERG, cuyo hijo ᎪᏞᏴᎬᎡᎢ
VAN LEUWENBERG había un poseedor de ella,
cuando pasó por los estados de la provincia en
el año 1538 fue reconocido como caballeresco.
DE
Esta era probablemente la misma persona
como pretendía L.J., pero si
retrato descrito por él para
podría decir, no sería el año 1413
pero debe ser 1513.
ELBERTUS LEONINO nació de
abejorro. Sus padres eran inmaduros.
Su verdadero nombre era EL LEÓN (y
no VAN LEEUWEN, como dicen algunos
creído), como aparece en las cuentas de Gelderland. MARTINET en su United
Países Bajos abreviado, Amst. 1790, página 202,
promete probar allí que el
El nombre original de LEONINUS ha sido LE LION; ver también CAPPELLE, Contribuciones
a la Historia. de los Países Bajos 1827; gramo.
H. M. Delprat, Contribución a la historia. de
ELB. LEONINO en las Contribuciones a la Historia Patria. y Arqueología por
IA NIJHOFF, vol. VI. 162-180: de todos
que informa que se sospecha que LEONINO, de quien el retrato mencionado
es, no en referencia a ELBERTUS LEONIA
NUS se ha puesto de pie.
VDN
Hopperus (cf. X. págs. 322; XI. págs. 44).
En el alg. historia. gegr. y Geneal. palabra
libro den, por A. G. LUÏSCIUS, vol. V. bl. 479,
se lee: >> HOPPERUS, (JOACHIMUS) famoso
abogado, de Sneek en Vriesland
una vieja familia 11 de noviembre de 1523
nacido. porque su padre murio joven
fue, su abuelo tomó su educación
cosa en sí misma. Los motivos de su estudio conducen
primero en su ciudad natal, y luego
en Harlem. Después de esto aprendió filosofía.
y la ley en Lovaina, y siguió allí
a París y Orleans. En el año 1549
Cuando regresó a Lovaina se convirtió en médico.
en derecho, y enseñó allí como un pro
fessor con gran concurrencia. En esto fue
El consejo real en Mechelen, y luego
en Bruselas. En el año 1556 llamó
rey Filipo después de Spanien, para ponerlo en
casos relativos a los Países Bajos, con asesoramiento
entrar en acción, como él
por lo tanto también ädelt del mismo y
Se hizo el Gran Guardián del Sello. ain
Murió en Madrid el 15 de diciembre.
Diciembre de 1576. Sus ilustres escritos
son: De juris arte libri tres; Ad Justiniano
la obligacionibus nebavov libri quinque; dis
cargos en Instituta & Digesta; Isagogo en
vecarnero iurisprudenciam ; SEDUARDO, sive de
vera iurisprudentia, libri duodecim, que libro
él en memoria de su primogénito
y su hijo prematuramente fallecido SEDUARDUS
así llamado; voμolsoras sive de juris
ac legum condendarum scientia, libri quatuor;
Rerum divinarum et humanarum libri quatuor;
Themis hyperborea, sive de tabula regum Frisiae
Liber, &c. Véase Sufrid. petri El guion. Nuevo.,
ADAMI Vitae Jurisconsultorum, VAL. ANDREAE
Biblia. belg., VERNULAEUS De acad. Lován".
Uno compara esto con el Vaderl.
palabrab. por кOK, que toma el nombre de su
esposa renuncia a CATHARINA BELTORFIUS y
no BERTOLF, como Nav. XI. pags. 44 vueltas
Renunció.
H. C. STRIK VAN WIJK.
 
 
cuando un anciano de RADBOUDS gobierna. Al menos muy cortésmente recogió el guantelete, dio un paso adelante para su batalla y así se lo ofreció a KAREL. JUAN . de la furgoneta JOCHEM HOPPERS Westthreenen (cf. XI 286.


---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


Bijlagen 1. Zegels Aenka Yska zoen 1. 66/3 (1504) ...


Fryske testaminten bijlagen


 


Nr 142 (1537 april 6)
Naam Lyuck
Partner Taede Hopper (+)
Kinderen zoons: Syuert, Galthye, Saeckle (+; dochter: Id; zoons: Reyn, Tade);
dochter: Id (+; x Pieter Pieters zoen +; dochters: Hys, Reynsck)
Woonplaats Staveren
Commentaar 1. Dochter van Galenus Everardi a Jongama (Suffridus Petrus, De
scriptoribus Frisiae, 268); trouwde Taede Tymens Hopper, neef van
Harmannus Hopper (nr 33) (SFA I, 220).
2. Syuerts zoon Joachim trouwde met Cristynken, dochter van Gregoris
Bertolff van Aken (zie de aantekeningen bij nr 115).


 


Bijlagen 1. Zegels Aenka Yska zoen 1. 66/3 (1504) ...


Fryske testaminten bijlagen


Fryske Akademy
https://www.fryske-akademy.nl
Dochter van Galenus Everardi a Jongama (Suffridus Petrus, De scriptoribus Frisiae, 268); trouwde Taede Tymens Hopper, neef van. Harmannus Hopper (nr 33) (SFA ...
96 páginas


https://www.fryske-akademy.nl/fileadmin/inhoud/beelden/homepage/Kennis/Utjeften/Downloads/Fryske_testaminten_bijlagen.pdf 


 


Apéndices 1. Sellos Aenka Yska beso 1. 66/3 (1504) ...


Academia Fryske
https://www.fryske-akademy.nl
Hija de Galenus Everardi a Jongama (Suffridus Petrus, De scriptoribus Frisiae, 268); se casó con Taede Tymens Hopper, prima de. Harmannus Hopper (nº 33) (SFA ...
96 páginas
 


No. 142 (6 de abril de 1537)
Nombre Lyuck
Socio Taede Hopper (+)
Hijos de hijos: Syuert, Galthye, Saeckle (+; hija: Id; hijos: Reyn, Tade);
hija: Id (+; x Pieter Pieters zoen +; hijas: Hys, Reynsck)
Residencia Staveren
Comentario 1. Hija de Galenus Everardi a Jongama (Suffridus Petrus, De
scriptoribus Frisiae, 268); se casó con Taede Tymens Hopper, prima de
Harmannus Hopper (núm. 33) (SFA I, 220).
2. Joachim, el hijo de Syuert, se casó con Cristynken, hija de Gregoris.
Bertolff van Aken (véanse las notas al n. 115).


 ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Heeft u aanvullingen, correcties of vragen met betrekking tot Christina Cristynken Kristina Gregorisdr Bertolff Bertolf van Aken?
De auteur van deze publicatie hoort het graag van u!


Tijdbalk Christina Cristynken Kristina Gregorisdr Bertolff Bertolf van Aken

  Deze functionaliteit is alleen beschikbaar voor browsers met Javascript ondersteuning.
Klik op de namen voor meer informatie. Gebruikte symbolen: grootouders grootouders   ouders ouders   broers-zussen broers/zussen   kinderen kinderen

Voorouders (en nakomelingen) van Christina Cristynken Kristina Gregorisdr Bertolff Bertolf van Aken

Christina Cristynken Kristina Gregorisdr Bertolff Bertolf van Aken
1525-1590



Via Snelzoeken kunt u zoeken op naam, voornaam gevolgd door een achternaam. U typt enkele letters in (minimaal 3) en direct verschijnt er een lijst met persoonsnamen binnen deze publicatie. Hoe meer letters u intypt hoe specifieker de resultaten. Klik op een persoonsnaam om naar de pagina van die persoon te gaan.

  • Of u kleine letters of hoofdletters intypt maak niet uit.
  • Wanneer u niet zeker bent over de voornaam of exacte schrijfwijze dan kunt u een sterretje (*) gebruiken. Voorbeeld: "*ornelis de b*r" vindt zowel "cornelis de boer" als "kornelis de buur".
  • Het is niet mogelijk om tekens anders dan het alfabet in te voeren (dus ook geen diacritische tekens als ö en é).



Visualiseer een andere verwantschap

De getoonde gegevens hebben geen bronnen.

Historische gebeurtenissen

  • Stadhouder Prins Maurits (Huis van Oranje) was van 1585 tot 1625 vorst van Nederland (ook wel Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden genoemd)
  • In het jaar 1590: Bron: Wikipedia
    • 4 maart » Inname van Breda door prins Maurits in de Tachtigjarige Oorlog. Zie: Turfschip van Breda.
    • 14 maart » Slag bij Ivry: Hendrik van Navarra verslaat de Katholieke Liga.
    • 15 september » Kardinaal Giambattista Castagna wordt gekozen tot Paus Urbanus VII.
    • 8 december » Kroning van Paus Gregorius XIV in Rome.


Dezelfde geboorte/sterftedag

Bron: Wikipedia


Over de familienaam Bertolff Bertolf van Aken


De publicatie Woudwyk Genealogía is opgesteld door .neem contact op
Wilt u bij het overnemen van gegevens uit deze stamboom alstublieft een verwijzing naar de herkomst opnemen:
Martin Woudwyk, "Woudwyk Genealogía", database, Genealogie Online (https://www.genealogieonline.nl/woudwyk-genealogia/I37616.php : benaderd 22 juni 2024), "Christina Cristynken Kristina Gregorisdr Bertolff Bertolf van Aken (1525-1590)".