In 741 stierf Karel, in naam nog hofmeier maar in de praktijk koning van de Franken. Karel had niet eens de moeite genomen om de schijn op te houden en na de dood van de laatste koning had hij de positie vacant gelaten. Pepijn en zijn broer Carloman volgden hun vader op als hofmeier en de facto heersers van het koninkrijk tijdens een interregnum (737-743). Pepijn kreeg het gezag in het westelijk deel van het rijk (Aquitania, Neustria, Bourgondie, de Provence en de gebieden rond Metz en Trier), Carloman regeerde in het oostelijk deel (de rest van Austrasia, Thüringen, Alemannia en Beieren). Hun halfbroer Grifo kreeg enkele graafschappen in het westen van Austrasia.
Pepijn (of Pippijn) (Jupille-sur-Meuse, 714[1] â" Saint-Denis, 24 september 768[2]), de Korte of de Jongere genaamd, was vanaf 741 hofmeier en vanaf 751 tot zijn dood de eerste koning der Franken uit het Karolingische huis.
Afkomst
Hij was een zoon van Karel Martel en Rotrude van Trier.[3] Hij trouwde met Bertrada van Laon, dochter van Charibert van Laon.[4] Omdat hij was vernoemd naar zijn grootvader, Pepijn van Herstal, die op zijn beurt ook vernoemd was naar zijn grootvader, Pepijn van Landen, beiden hofmeier, wordt Pepijn de Korte ook wel genummerd als Pepijn III. Pepijn is de vader van Karel de Grote.
In 751 sloot Pepijn een overeenkomst met paus Zacharias. De paus was ernstig in het nauw gebracht door de Longobarden, die van de interne problemen in het Byzantijnse Rijk gebruikmaakten door eerst Ravenna te veroveren en vervolgens Rome te bedreigen. Als wederdienst steunde de paus Pepijn in zijn streven om zelf koning te worden. Volgens de overlevering vroeg Pepijn aan de paus wie koning moest zijn: diegene die de titel droeg of hij die de eigenlijke macht uitoefende.[10] Tijdens een landdag in Soissons werd Childerik III, de laatste koning van de Merovingen, afgezet en gedwongen in te treden in de Abdij van Sint-Bertinus in Sint-Omaars en werd Pepijn tot koning gekozen.
In 752 zond Pepijn Chrodegang naar Rome als gezant naar de nieuwe paus Stefanus II (III). Voordat Pepijn tegen de Longobarden kan optrekken, moest hij eerst nog enkele andere zaken afwikkelen. In 753 versloeg hij de Saksen en in datzelfde jaar werd zijn halfbroer Grifo bij Maurienne gedood toen hij de Alpen wilde oversteken om zich bij de Longobarden aan te sluiten.
In 754 reisde paus Stefanus II naar Pepijn om het bondgenootschap tegen de Longobarden te bevestigen en zalfde Pepijn en zijn zoons opnieuw.[13] De Frankische edelen zwoeren op straffe van excommunicatie om alleen nakomelingen van Pepijn als koning te kiezen. Pepijn beloofde op zijn beurt aan de paus een eigen staat rond Rome, onder zijn bescherming. Deze gift van land staat bekend als de Donatie van Pepijn. Carloman kwam uit zijn klooster in Italia en trok als onderhandelaar namens de Longobarden naar zijn broer, hij verbleef bij zijn schoonzuster Bertrada. Zijn missie bleef zonder succes, maar is er vermoedelijk wel de aanleiding toe geweest dat zijn zoon Drogo gedwongen werd om in een klooster te treden. Carloman stierf korte tijd later in Vienne.
(1) Hij is getrouwd met Leutberga.
Zij zijn getrouwd rond 735.
Gebeurtenis (huw info).Bron 1
In zijn eerste huwelijk was Pepijn getrouwd met Leutberga, een prinses uit het Donaugebied. Zij hadden vijf kinderen. Hij verstootte haar voor Bertrada van Laon.
Gebeurtenis (Aantal kinderen (totaal) vzb): 5.Bron 1
(2) Hij is getrouwd met Bertrada van Loan.
Zij zijn getrouwd rond 750.
Kind(eren):
Gebeurtenis (Aantal kinderen (totaal) vzb): 9 waarvan een dochter door Maximinus van Trier genezen zou zijn.Bron 1
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Pepijn de Korte der Franken | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) ± 735 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Leutberga | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) ± 750 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Bertrada van Loan | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||