Willem is landgebruiker in Zuid-Maasland, leenopvolger van zijn vader in 1513 bij leen 91 van Honingen en leen 4A van Hodenpijl,
kerkmeester ca. 1511, tr. Lidewy Willemsdochter, vermeld 1535, 1538, overl. 1548 vóór 27 juli.
Willem was boer in de Aalkeetpolder te Maasland en volgde zijn vader op, zowel op de boerderij in het noorden van de polder als bij het leen in Sarijnenhove. Na zijn overlijden zetten
weduwe Lidewy en later haar schoon- en kleinzoons (zij had vijf dochters) het boerenbedrijf
voort. Hoewel Willem vier zonen had, zien we in mannelijke lijn geen opvolger in deze tak.
Als in 1532, kort na Willems overlijden, een proces betreffende de Maaslandse welgeborenen
plaatsvindt, neemt geen van zijn zonen daaraan deel. Zoon Willem is dan vermoedelijk al overleden en laat een dochter na, zijn broers Pouwel en Pieter Willemsz., die in 1532 leenopvolgers
worden, overlijden beiden voor mei 1538, kennelijk zonder nageslacht. Hun lenen komen bij de
innocente Cornelis Willemsz. terecht die in Delfshaven woont; later komen ze echter in diverse
familietakken terug.
Hij is getrouwd met Lidewy Willems.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
Gebeurtenis (kinderen).Bron 2
Hof van Holland, Maasland 3-3-1544 Paasstijl (= 1545), proces van Jacob Jacobsz. cum suis
contra Lidewy Willem Clais Allerts weduwe. Jacob Jacobsz. (Goetijt) en Henrich Claesz. voeren een proces tegen hun schoonmoeder Lidewy Willem Clais Allerts. Het gaat om goederen
die bij het overlijden van Willem Claes Allertsz. deel van diens inventaris uitmaakten, maar
die behoorden tot de nagelaten goeden van wijlen 'heer Gijsbrecht Claeszn, presbyter ende
pater tot Vlaardingen', de eerder overleden broer van Willem. Er is sprake van diverse schone
percelen land en andere goederen. Deze goederen zou Lidewy hebben behouden, terwijl er
mede-erfgenamen zouden zijn geweest, o.a. de kinderen van Willem en de weduwe van Pouwel
Willemsz. Lidewy zou nooit enige deling, schifting of scheiding van de boedel hebben gedaan.
Er is ook sprake van een leen van vijf morgen, kennelijk leen 91 van Honingen, dat Lidewy verkregen zou hebben met het voor het verkochte land van Gijsbrecht ontvangen geld. Het is een zeer lang protocol, te veel om hier over te nemen. Lidewy wordt klaarblijkelijk in het ongelijk gesteld, gezien het oordeel dat in naam 'des Keysers van den Romeynen, Coninck van Germanien, van Castillien en als Grave van Hollant, Zeelant ende Vrieslant' wordt verklaard dat de
verweerster niet zal mogen volstaan met de inventaris zoals die door haar is overgeleverd.
12 juni 1603: Maurits, prins van Orangen etc. oorkondt dat Lyedewij en Annetge Hendricxdochters, beide weduwen te Delft, verklaard hebben dat hun grootmoeder Lydewij Willemsdochter behalve hun moeder Hillegondt o.a. naliet twee dochters Goeltge en Aechte. Goeltge
was gehuwd met Claes Symonsz. en had een dochter Wyve, gehuwd met Thonis Heyndricxz.,
die een zoon hadden Heyndrick Thonisz., die een zoon Thonis Heyndricxz. had, die kinderloos
overleed en als erfgenamen aanwees de armen en wezen van Maasland. Aechte was gehuwd
met Jacob de Goetijt, die een zoon Lenert Jacobsz. hadden, die kinderloos stierf en wiens
weduwe hertrouwde met Pieter IJsbrantsz. Bosch. Claes Symonsz. en Jacob de Goetijt hebben
de goederen beheerd van Lydewij Willemsdochter, terwijl haar dochter Hillegondt om godsdienstredenen lang buitenlands was en buiten de boedelscheiding was gehouden. Zij hebben na haar overlijden geen afrekening gedaan, waarom de beide comparanten alsnog verzoeken
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Willem Claesz / Allertsz | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Lidewy Willems | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||