Zij is getrouwd met Berend van der Veen.
Zij zijn getrouwd op 22 juni 1862 te Workum, zij was toen 23 jaar oud.
Kind(eren):
Als ik afga op de verhalen over haar, die zo´n anderhalve eeuw later nog door mijn hoofd spelen, moet mijn overgrootmoeder wel een bijzondere vrouw zijn geweest.
Antje van der Meer, dochter van Marten van der Meer en Margje ten Hoeve, werd op 15 december 1838 te Koudum geboren. Zij was het tweede kind in een gezin van twee zonen en vijf dochters.
Op 22 juni 1862 trouwde ze te Koudum met Berend van der Veen, schipper, oud 28 jaar, sinds twee jaar weduwnaar.
Achter dat weduwnaar zijn schuilt een tragische geschiedenis, waarvan ik alleen de kale feiten ken.
Berend trouwde op 22 mei 1858 met Hiltje van der Werf. Toen ze in 1860 met het schip in Scharsterbrug lagen, werd Hiltje ziek. Ze stierf op 26 augustus van dat jaar. Kraamvrouwenkoorts? Of een of andere epidemie? De volgende dag stierf n.l. hun in april van dat jaar geboren dochtertje, vier maanden oud. Geen echo van deze tragedie bereikte me ooit. Ik weet ook niet wat er met hun eerder geboren dochtertje, Tjitske, gebeurde na moeders dood. Ik vermoed naar de grootouders in Koudum, van waaruit ze later trouwde. Maar ook de verhouding met stiefmoeder Antje was kennelijk goed, want Tjitske noemde een van haar eigen dochters naar haar.
Maar terug naar mijn overgrootmoeder. Acht jaren zwierf ze met Berend over de binnenwateren met een skûtsje. In die tijd werd mijn grootvader geboren. Romke zag op 14 maart 1865 te Harich het licht.
In 1870 werd Berend geregelde beurtschipper tussen Sneek en Leeuwarden. Aan de wal - in Sneek werden nog drie dochters en een zoon geboren.
Van de verhalen waarover ik het in het begin had, speelt het eerste zich af aan boord, dus tussen 1862 en 1870.
In die tijd waren cholera- en tyfus- epidemieën nog een geregeld voorkomende bezoeking. In de streek waar Antje en Berend op een gegeven moment lagen, brak ook een epidemie uit; cholera meen ik. Vlak bij waar zij lagen werd een geheel gezin getroffen door de ziekte; man, vrouw en drie kinderen lagen doodziek in bed. Niemand durfde, uit angst voor besmetting, aan boord te gaan. Behalve aan cholera dreigde nu het hele gezin ook nog eens aan honger, dorst en verwaarlozing te sterven.
Antje, mijn overgrootmoeder kon dit niet aanzien en ging, ondanks de protesten van Berend en anderen, hen dagelijks verzorgen en eten en drinken brengen. Als ze dan op het eigen schip terug kwam, mocht niemand bij haar in de buurt komen. Ze ging in het lege ruim, waar ze al water klaar had laren zetten. Al haar kleren gingen in de tobbe en werden uitgekookt. En zich zelf waste ze van top tot teen. Dit hield ze zo vol tot het een of meer intussen gedeeltelijk herstelde leden van het gezin deze taak konden overnemen. Antje bleef voor etenswaren en dergelijke zorgen. Het gezin overleefde de cholera en Antjes gezin bleef vrij van cholera.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Antje van der Meer | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1862 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Berend van der Veen | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.