Getuige: Maria van Berlemont, Winkelierster
Zij is getrouwd met Arie Leeflang.
Zij zijn op 22 juni 1804 te Overschie in ondertrouw gegaan.
Zij zijn getrouwd op 8 juli 1804 te Overschie, zij was toen 23 jaar oud.Kind(eren):
Clara Jansdr van Spaerwoudefonds en de schenkingen uit het huwelijksfonds aan leden van de familie Leeflang .
Aanleiding.
In september 2018 werd kennis genomen van donaties gedaan ter gelegenheid van de opheffing van het Clara Jansdr. van Spaerwoudefonds in omstreeks 1929 aan o.a. 10 vrouwen en mannen die de familienaam Leeflang dragen. De namenlijst betrof een kopie uit het boek "de Elfde stam" geschreven door mevrouw E.J. de Kloe-Hilgers. Dit van Spaerwoudefonds werd door Clara van Spaerwoude gesticht en was bedoeld ter ondersteuning van haar behoeftige gehuwde nakomelingen zoals omschreven in haar testamenten. Deze testamenten werden in 1595; 1602 en 1610 gemaakt. Gedurende ruim 300 jaar werden giften en ondersteuningen aan nazaten van de oprichtster verstrekt. Onderzoek heeft uitgewezen dat de betreffende Leeflangen allen nazaten zijn van Arie Leeflang (1784-1827) en Maria van der Dussen (1780-1842). Maria van der Dussen heeft als nazaat van Clara Jansdr. van Spaerwoude daarbij zorggedragen voor het ontstaan van de familieband van haar nakomelingen, zijnde Leeflangen, en Clara Jansdr. van Spaerwoude en haar familie.
Clara Jansdr van Spaerwoude en het van Spaerwoudefonds.
De vader van Clara Jansdr van Spaerwoude was de rijke Delftse goudsmid Jan Heynrikxz (geboren ca. 1477- begraven te Delft op 17 augustus 1552). Hij huwde tweemaal en had daarnaast een buitenechtelijke relatie met een onbekend gebleven vrouw, waaruit een door hem erkende dochter werd geboren.
Clara Jansdr van Spaerwoude, geboren ca. 1530 en overleden op 4 augustus 1615, was een kind uit het tweede huwelijk van haar vader. Haar broer uit dit huwelijk was mr. Willem Janz, die priester werd. Uit het eerste huwelijk werd haar halfbroer Adriaen Jansz, geboren, die later in onmin met zijn vader leefde. Deze halfbroer nam mogelijk om die reden de toenaam van zijn moeder van Thetterode aan. Vanwege deze vete erfde Clara bij het overlijden van haar vader ,zeer waarschijnlijk om deze reden, zijn hele aanzienlijke vermogen. Clara was zelf getrouwd met de rijke Delftse magistraat Mr. Arent Francksz van der Meer, een kinderloze weduwnaar. Het echtpaar bleef kinderloos. Bij het overlijden van haar man in 1596 bleef Clara achter als een schatrijke weduwe. Vrijwel dadelijk maakte zij zelf haar testament. Zij stichtte onder andere een huwelijksfonds ten behoeve van alle, dat wil zeggen wettige als onwettige nakomelingen van haar vader in beide lijnen. Bepaald werd o.a. dat de nakomelingen van haar vader indien armlastig een huwelijksgift ontvangen, te betalen uit het na te laten vermogen van de testatrice.
De Weesmeesters van Delft voerden aanvankelijk, na het overlijden van Clara, het testament en de codicillen uit. Na diverse verwikkelingen in de loop van enkele eeuwen werd het beheer van de Weesmeesters in 1860 overgedragen aan het Ministerie van Financiën. In de loop van de tijd deden zich aanpassingen in de uitvoering van de donaties uit het Huwelijksfonds voor als gevolg van de zich wijzigende omstandigheden. Na de Franse revolutie sedert 1813, ontvingen afstammelingen van de halfbroer, de halfzuster, de half-oom van moederszijde en de zuster van moederszijde uit het Clara Jansdr van Spaerwoudefonds, als zij zich na hun huwelijk hadden aangemeld met een bewijs van hun afstamming, een bedrag van 25 gulden. Tussen 1913 en 1920 werd er nog aan ongeveer 500 verwanten een huwelijksgift van 20 gulden uitgekeerd.
Leden van de familie Leeflang zijn op enig moment nakomelingen van Clara van Spaerwoude. Rond 1929 ontvangen een tiental Leeflangen een bijdrage uit dit fonds, dat dan opgeheven wordt. Niet is bekend of er Leeflangen zijn geweest die als nakomeling van Clara van Spaerwoude na 1804 en tot 1920 een donatie uit het huwelijksfonds verkregen. [in 1804 huwt Maria van der Dussen met Arie Leeflang ]
De uitvoering van het testament van Clara was in 1860 overgedragen aan het Ministerie van Financiën. Het nageslacht van de neven en nichten van Clara zorgde in de loop van de eeuwen voor een als maar uitdijend aantal verwanten die in aanmerking kwamen voor de huwelijksgift. Het werd steeds moeilijker om te bepalen wie de juiste nazaten waren. Het bijhouden van de gehele administratie werd op den duur een te veel eisende activiteit geacht. Na ruim 60 jaar besluit de rijksoverheid dan ook deze aangelegenheid , mede met de uitvoering van enkele gelijk soortige fondsen, te gaan beëindigen.
Op 3 april 1922 besloot de Minister van Financiën om het Fonds van Clara van Spaerwoude op te heffen. Het daarvoor bestemde kapitaal ad. circa. f 514.000 werd in 1929 uitgekeerd aan de meest behoeftige afstammelingen in de huwelijkse staat. Aan circa 4000 personen werd in 1929 bij de opheffing een z.g.n huwelijksgift verstrekt. Deze personen staan vermeld in de lijst "Huwelijksfonds staat B" van het ministerieel besluit. Het onderstaande staatje is daar een uittreksel van en omvat de personen die de familienaam Leeflang dragen.
Leeflang, Antje, echtg. Van Cornelis van der Vlies, Schiedam, Broerveld 11
Leeflang, Arij, Amsterdam, Groote Wittenburgerstraat 157a
Leeflang, Christiaan Frederik, Rotterdam, Rotterdamsche Lloyd, Lloydkade, schip "Nona"
Leeflang, Huibrecht, Overschie, Schiewijkstraat
Leeflang, Johan Frederik Nicolaas, Rotterdam, Korte dreef 25
Leeflang, Johanna, echtg. van Soeters, Schiedam, Oude Kerkhof 10/5
Leeflang, Maartje, echtg. van Jan Bout, Rotterdam, Watergeusstraat 24
Leeflang, Nico, Overschie, Dorpsstraat 1/3, p.a.H. Bussching;
Leeflang, Nicolaas, Rotterdam, Prins Hendrikkade 64a;
Leeflang, Trijntje, wed. van Gerardus Kroon, 's-Gravenhage, v.d. Venstraat 53 2 de étage
De voorouder die het erfrecht van Clara van Spaerwoude in de familie Leeflang bracht is Maria van der Dussen (1780-1842), de echtgenote van Arie Leeflang. Door het huwelijk tussen Maria van der Dussen en Arie Leeflang werden hun nakomelingen volgens de bepalingen zoals beschreven in het betreffende testament nakomelingen van Clara van Spaerwoude. Maria van der Dussen behoort bij de groep nakomelingen van Clara van Spaerwoude die wel wordt aangeduid als de groep nazaten van Magdaleentje Cornelisdr, afstammeling via Marritge Jansdr. (van Spaerwoude) de halfzuster van Clara en dochter van de vader van Clara. Verder worden nog onderscheiden in de uitwerking van het testament o.a. de nazaten uit groep van "van Thetterode"; de groep nazaten van "van Thorenvliet" en de groep nazaten van "de Bont".
Het fonds heeft gefunctioneerd vanaf het overlijden van Clara tussen 1615 en het besluit van de opheffing ervan in 1924. Oorspronkelijk was het aantal nazaten klein en nog wel te overzien. In het kader van het beheer van het fonds zijn in de tussen liggende drie eeuwen schema's van verwanten samengesteld. Daarnaast werden er vanaf de 18e eeuw fondskaarten aangelegd van een ieder die een huwelijksgift had verkregen. In vervolg daarop werden de kinderen ook weer genoteerd die een huwelijksgift ontvingen. Deze kaarten zijn tot ca. 1920 aangelegd. Wat betreft de nazaten van Clara van Spaerwoude wordt gezegd dat via mondelinge overdracht in de families het bestaan van het Clara van Spaerwoudefonds bekend was. Men kon zich voor een aanvraag van een huwelijksgift vervoegen bij de schout en schepenen van het ambt waarin men woonde en later bij de gemeenten die vervolgens contact opnamen met de Weeskamer in Delft en vanaf 1860 met het Ministerie van Financiën. De aanvrager moest een geboortebewijs leveren met een omschrijving van de ouders en de grootouders. In 1924 bij de opheffing van het fonds moest de burgemeester bij de aanvragen van een certificaat van armlastigheid toevoegen.
De herinneringen aan Clara van Spaerwoude wordt gaande gehouden door haar graf met het epitaaf of rouwschrift gesitueerd in de omgeving van het orgel in de Oude Kerk in Delft. In de consistorie van de Oude Kerk hangt het origineel schilderij uit 1565 van Clara. Een kopie die in 1680 is geschilderd door de Delftse schilder Cornelis de Man bevindt zich in het museum Het Prinsen hof. Aan de Oude Delft bevindt zich het grote rijk versierde kollossale grachtenpand Oude Delft 141, dat eerder de woonplaats was van Clara en haar echtgenoot heeft gevormd. Tussen 1906-1920 was het pand eigendom van de familie Verkade, eigenaren van de koekjesfabrieken in Zaandam.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Maria van der Dusse | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1804 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Arie Leeflang | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.