Ed Leeflang studeerde enige tijd Frans en Kunstgeschiedenis in Amsterdam en werkte vervolgens als journalist en in een uitgeverij. Daarna behaalde hij zijn onderwijsakte en rondde een MO-opleiding Nederlands af. Hij werd leraar in Amsterdam, Leiden en Den Haag, totdat hij als docent Nederlands lang verbonden was aan de toenmalige Rijksscholengemeenschap Prof. Zeeman te Zierikzee. Hij sloot zijn loopbaan als docent af aan de gemeentelijke Pedagogische Academie te Amsterdam.
Leeflang debuteerde op latere leeftijd in 1979 als dichter met de poδziebundel De Hazen en andere gedichten. Hij was toen al 50 jaar. Voor deze bundel ontving hij de Jan Campertprijs 1980. In 1991 ontving Leeflang de A. Roland Holst-Penning. In zijn derde dichtbundel 'Op Pennewips Plek' (1982) portretteerde hij mede-docenten en hun gedrag voor de klas. Vanwege zijn realistische schrijfwijze en een melancholisch verlangen naar verloren zuiverheid wordt zijn poδzie in de literaire kritiek wel aangeduid als romantisch realisme of neoromantiek. In een stijl die verwant is met Nijhoff, probeert hij de spaarzame wonderen in de wereld vast te houden en de talrijke gruwelen de baas te worden, in het besef daartoe nauwelijks in staat te zijn. De toon van zijn werk werd wel aangeduid als een merkwaardige mengeling van pathos en scepsis, van ontroering en ironie tegelijk.
Terugkerende thema's in zijn werk zijn dieren, de natuur, zijn leraarschap en het beschadigde kind (Leeflang had een gehandicapte dochter).
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.