.
Jan Vroom, een reeds gevangen zittende verzetsman, is samen met 116 andere personen door de Duitsers doodgeschoten bij de Woestehoeve te Apeldoorn.
Dit ter vergelding van de aanslag op de SS generaal Rauter in de nacht van 6 op 7 maart 1945.
In eerste instantie zijn alle slachtoffers ter in een massagraf begraven te Apeldoorn.
Jan Vroom is na identificatie herbegraven op 8 mei 1945 op de Nieuwe Algemene Begraafplaats te Beilen.
Aanslag op Hanns Rauter
In de nacht van 6 op 7 maart 1945 raakte de SS-officier Hanns Albin Rauter, de nazi-Duitse leider van de politie in Nederland, bij de Woeste Hoeve op de oostelijke Veluwe zwaargewond bij een toevallige aanslag. Op 8 maart 1945 executeerden de Duitse bezetters als wraak 117 gevangenen bij de plaats van de aanslag.
De aanslag bij de Woeste Hoeve was een toeval.
Op 6 maart 1945 hadden de Apeldoornse Binnenlandse Strijdkrachten een tip ontvangen dat de Wehrmacht de volgende ochtend bij een slachterij in Epe 3000 kilo vlees zou ophalen. Omdat er voedselschaarste was, kreeg de verzetsgroep van Geert Gosens de opdracht deze partij vlees te bemachtigen. Gosens had het plan opgevat om met een vrachtwagen van de Wehrmacht het vlees bij de slagerij in te laden. De BS-groep kampte echter met een ernstig transportprobleem. Gosens besloot om nog diezelfde avond met zijn groep een vrachtwagen buit te maken. De groep BS'ers bestond uit: Henk de Weert, Karel Pruis, Wim Kok, twee gedeserteerde SS'ers Sepp Köttinger en Herman Kempfer, en Geert Gosens.
Diezelfde avond was echter Rauter, met zijn chauffeur, zijn adjudant en Oberleutnant Exner, vanuit zijn hoofdkwartier te Didam, via Zevenaar en Arnhem, onderweg naar Apeldoorn. Hij reed met een grijsgroene BMW-cabriolet, maar de verzetsstrijders zagen in het donker de personenauto aan voor de vrachtwagen waarop ze aan het wachten waren.
De oorzaak van de schietpartij die volgde, moet gezocht worden in het feit dat de wagen van Rauter werd tegengehouden door verzetsstrijders in Duitse uniformen. Het verzet was namelijk niet op de hoogte van het feit dat kort daarvoor Rauter zelf nieuwe maatregelen had afgekondigd, namelijk dat buiten de bebouwde kom geen Duitse militaire voertuigen meer mochten worden tegengehouden. Doordat dit toch gebeurde, wist Rauter meteen dat de wegblokkade van het verzet moest zijn en trok hij zijn wapen. Een schietpartij was het gevolg, waardoor Rauter zwaargewond raakte. Zijn drie medereizigers werden allen gedood, maar Rauter wist zich als dood voor te doen, waarna de verzetslieden vertrokken. Rauter werd enige tijd later, badend in het bloed, gevonden door Duitse militairen en naar het ziekenhuis overgebracht.
Rauters taak werd overgenomen door SS-Brigadeführer Schöngarth. Na een ontmoeting met Rauter overlegde Schöngarth met Seyss-Inquart over de represaillemaatregelen. Het was gebruikelijk om bij een dergelijk incident zogenoemde 'Todeskandidaten' (politieke gevangenen) te fusilleren. bank ter dood veroordeeld. Hij werd opgehangen. Op 1 april 1948 begon het proces tegen Rauter voor het Bijzonder Gerechtshof in Den Haag. Het boek over het proces omvat meer dan 600 bladzijden. Op 4 mei 1948 werd hij ter dood veroordeeld en op 25 maart 1949 werd hij geëxecuteerd. Van de mannen behorend tot de verzetsgroep werden Karel Pruis en Herman Kempfner een week na de aanslag doodgeschoten door de leden van een Duitse patrouille. Gosens en zijn ploeggenoten hebben de volledige verantwoordelijkheid voor de aanslag op zich genomen. Na de oorlog (in 1946) verscheen hun verhaal in een boek over het Apeldoorns verzet getiteld Ik draag U op (door de historicus J. Middelbeek).
De represailles:
Op 8 maart 1945 vond als represaillemaatregel de grootste massafusillade uit de oorlogsjaren in Nederland plaats.
In de ochtend van die dag, nog geen twee maanden voor de bevrijding van Nederland, executeerden de Duitse bezetters als wraak 117 gevangenen bij de plaats van de aanslag. Deze gevangenen kwamen vanuit de Willem III-kazerne te Apeldoorn en uit gevangenissen in Assen, Almelo, Zwolle, Doetinchem en Colmschate. Een Duitse Oberwachtmeister van de Ordnungspolizei (Grüne Polizei) die weigerde deel uit te maken van het vuurpeloton werd ter plekke ook geëxecuteerd. Een ongeveer 50 man sterk vuurpeloton van de Grüne Polizei voltrok het vonnis.
Daarnaast werden door het hele land executies voltrokken:
53 gevangenen uit Amsterdam werden op het terrein van het theehuis Rozenoord geëxecuteerd (zie: Represailles Rozenoord)
49 Todeskandidaten in Kamp Amersfoort werden aan het einde van de schietbaan geëxecuteerd.
11 gevangenen uit de cellenbarakken te Scheveningen (het "Oranjehotel") werden, samen met 27 Todeskandidaten, op de nabijgelegen Waalsdorpervlakte geëxecuteerd.
6 Todeskandidaten uit Utrecht werden naar Fort de Bilt gebracht en daar geëxecuteerd.
Van de verzetsstrijders die de aanslag pleegden, werden Karel Pruis en Herman Kempfner een week na de aanslag door leden van een Duitse patrouille doodgeschoten, toen zij wapens en munitie probeerden te verplaatsen.
Het lichaam van Herman Kempfner is nooit teruggevonden.
Het massagraf.
In de middag van 8 maart 1945 kreeg de lokale politie opdracht van de SD de lichamen van de gefusilleerden te begraven op begraafplaats Heidehof in Ugchelen. Zonder identificatie werden mannen in een vijftig meter lang massagraf begraven. Wel werden ze begraven in de volgorde waarin de mannen naast elkaar hadden gelegen bij Woeste Hoeve. Aangezien de mannen waren gefusilleerd in de samenstelling waarin ze in Apeldoorn waren gearriveerd, kon men in ieder geval afleiden uit welke gevangenis de slachtoffers afkomstig waren.
Op 25 april 1945, een week na de bevrijding van Apeldoorn, werd begonnen met het opgraven van de slachtoffers en de identificatie van hen. Gemiddeld deed men vijftien opgravingen per dag. Bij de identificatie werden bijzondere kenmerken van de slachtoffers en hun kleding genoteerd. Voorwerpen als ringen en papieren werden met een stukje afgeknipte kleding in genummerde zakjes bewaard.
Dagelijks kwamen nabestaanden naar de Heidehof, hopend om iemand te vinden. Na identificatie of na het vastleggen van de kenmerken werden de slachtoffers in een kist herbegraven in een nabijgelegen grafveld. Daar werden de honderdzeventien slachtoffers in drieëntachtig graven begraven. Wanneer nabestaanden zich meldden, werd de kist opgegraven en kreeg het slachtoffer een rustplaats in de plaats van herkomst. Na een vijftal weken waren zestien slachtoffers nog niet geïdentificeerd. In diverse kranten verschenen advertenties met een oproep. Op 18 juni 1945 verschenen zelfs uitgebreide signalementen van dertien personen. Eind juni waren er nog slechts drie ongeïdentificeerde slachtoffers. Uiteindelijk zouden twee slachtoffers niet geïdentificeerd worden.
Identificatie.
Na ruim 64 jaar is eindelijk het mysterie van de verdwenen Poolse gevechtspiloot Czeslaw Oberdak volledig ontrafeld. Hij blijkt één van de nog niet geïdentificeerde slachtoffers te zijn.
Dankzij intensief speurwerk van onder meer journalist Richard Schuurman uit Lelystad, en de nationale recherche is nu het bewijs geleverd dat Csezlaw een van de 117 mannen is die op 8 maart 1945 bij de Woeste Hoeve is geëxecuteerd door de Duitsers als vergelding voor de aanslag op SS-baas Hanns Rauter. telijk vastgesteld. Voor Ludmila Kaczmarska, de 92-jarige zus van Oberdak, komt daarmee een grote wens in vervulling. Ze is altijd blijven zoeken naar haar broer. Csezlaw kan, zeventig jaar nadat hij uit Polen vertrok, eindelijk thuiskomen en worden bijgezet in het familiegraf in Krakau.rman woont de begrafenis bij en zal ook een korte toespraak houden. "Ik ben blij dat Ludmila nog heeft mogen meemaken dat Csezlaw thuiskomt." Voor haar zoon, die de contacten met Nederland onderhield, komt het te laat. Hij is een maand geleden overleden.
Noodlanding.
Op 30 mei 1944 is Oberdak genoodzaakt zijn P51-Mustang in Dalmsholte aan de grond te zetten na motorproblemen. Hij wordt gezien door de twee broers Hulsink en Jan Henning.
Oberdak heeft belangrijke papieren en zijn vliegtuig in brand gezet en is naar het dichtstbijzijnde bos gerend. Via via komt hij in contact met het Ommer verzet. Die laten hem onderduiken bij de Wolfskuil in Ommen. Als de verzetsgroep tegen de lamp loopt, moet Oberdak vluchten. Hij verblijft in de schaapskooi bij Rechteren en de onderduikboot in het Zwolse Zwartewater. Vanaf daar gaat het per spoor naar Harderwijk, via Amsterdam naar Hoenderloo. Daar wordt hij per toeval ontdekt door de Duitsers. Hij wordt vastgezet en na een aanslag op SS-generaal Rauter als vergeldingsmaatregel gefusilleerd bij de Woeste Hoeve. Hij is 1 van de 117 die daar op 8 maart 1945 worden doodgeschoten.
De Harderwijkse P. Maaskant van Poelgeest weet nog goed dat Oberdak zich in september 1944 met vijf Amerikaanse militairen in het huis van haar ouders aan de Hondegatstraat schuil hield. Haar broer Henk van Poelgeest werkte in de familiebakkerij naast de woning en onderhield de contacten over de hulp aan gestronde piloten.
Het monument.
Op 21 juli 1945 is op de fusilladeplaats het eerste monument onthuld. Dit was een initiatief van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten uit Loenen. De eerste jaren na de oorlog werden bij de Woeste Hoeve op 8 maart of op 4 mei herdenkingen gehouden, die werden georganiseerd door de Reünistenvereniging van Oud-Illegale Werkers. Op 4 mei 1947 was koningin Wilhelmina bij de herdenking aanwezig. In 1948 lieten nabestaanden weten dat zij graag een plaquette met namen van de gefusilleerden bij het monument geplaatst wilden hebben. De gemeenteraad besloot op 9 december 1948 het volgende: 'De raad acht het wenselijk geen namen bij het monument te publiceren e.e.a. terwille van een drietal niet nader te noemen personen.' Wel werd enige tijd later het houten bordje met opschrift vervangen door een bronzen plaats met een gewijzigde tekst.a de fusillade) werd toch weer een herdenking georganiseerd. Op 21 september 1991 vond in Arnhem een bijeenkomst plaats van een aantal nabestaanden van de slachtoffers. Er werd besloten tot oprichting van Stichting Monument Woeste Hoeve. Doelstelling van de stichting was verbetering van het monument en vooral het aanbrengen van plaquettes met namen. Op 4 mei 1992 onthulde de Commissaris van de Koningin in Gelderland, dr. J.C. Terlouw het nieuwe monument met de namen van de slachtoffers. Hoewel zij de uitvoering graag anders hadden gewild, is het huidige monument er vooral gekomen dankzij de inspanningen van de heer en mevrouw Hemelrijk.
Op de Waalsdorpervlakte herinnert het zogeheten Rauterkruis aan de fusillades.
Het monument 'De Woeste Hoeve' bij Beekbergen (gemeente Apeldoorn) is opgericht ter nagedachtenis aan de 117 mensen (voor het merendeel verzetslieden) die hier op 8 maart 1945 door de bezetter zijn gefusilleerd.
Herdachte groepen: Verzet Nederland
Ontwerper: T. Verrips
Onthulling: 21 juli 1945
Vorm en materiaal
Het monument is een groot houten kruis, geplaatst op een voetstuk.
Achter het kruis staat een ingelijste glazen gedenkplaat, bevestigd op een gedenksteen. De plaat wordt omgeven door een metalen constructie.
Voor het kruis is een pleintje van rode bakstenen aangelegd.
Voor het pleintje ligt een gedenksteen met een gedicht van Dietrich Bonhoeffer.
In de glazen gedenkplaat staan in alfabetische volgorde de namen van de 117 gefusilleerden gegraveerd.
Het gedicht van Dietrich Bonhoeffer luidt:
'ALS JE VAN IEMAND HOUDT
EN JE BENT VAN DIEGENE GESCHEIDEN
KAN NIETS DE LEEGTE VULLEN
JE MOET DAT NIET PROBEREN
JE MOET EENVOUDIG AANVAARDEN EN VOLHARDEN
DAT KLINKT ERG HARD
MAAR HET IS OOK EEN GROTE TROOST
W ANT ZOLANG DE LEEGTE W ERKELIJK LEEG BLIJFT
BLIJF JE DAARDOOR MET ELKAAR VERBONDEN'.
In 1945 is op de fusilladeplaats het eerste monument onthuld.
Dit gedenkteken was een houten kruis met aan de voet zwerfkeien en in de nabijheid een houten bordje met de tekst:
'Op 8-3-'45 werden hier 117 Vaderlanders door de Duitsche overweldigers, op gruwzame wijze vermoord'.
In 1948 werd het houten bordje met opschrift vervangen door een bronzen plaat met een gewijzigde tekst:
'117 vaderlanders werden hier op 8 maart 1945 door de Duitse overweldiger op gruwzame wijze vermoord.'
In 1979 werd het houten kruis vervangen door een groter exemplaar. Ook werd een zitbank bij het monument geplaatst en een parkeerstrook aangelegd.
In 1992 is het monument vernieuwd.
Aan het gedenkteken is een glasplaat, een gedenksteen met gedicht en een metalen constructie toegevoegd.
Locatie
De Woeste Hoeve is gelegen aan de Oude Arnhemseweg op de Veluwe tussen Hoenderloo en Beekbergen (gemeente
Apeldoorn).
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen