in 1880
Zij is getrouwd met Hendrik Voorhaar.
Zij zijn getrouwd op 4 juli 1860 te Hilversum, zij was toen 24 jaar oud.Bron 5
Kind(eren):
Uit een familiebericht ter gelegenheid van hun 25 jarig huwelijk blijkt dat Hendrik en Geertruida ook een pleegdochter hebben (bron advertentie verkregen via Centraal Bureau voor Genealogie).
=
De man van Geertruida, Hendrik Voorhaar is door de arrondissementsrechtbank in Amsterdam in totaal negen keer veroordeeld. Een aantal vonnissen betreft ook Geertruida. De inhoud van de samenvatting zoals vermeld bij Hendrik Voorhaar wordt hieronder herhaald. In het vonnis uit 1863 worden o.a. Hendrik en Geertruida als beklaagden opgevoerd, maar alleen Geertruida krijgt een straf. In 1880 komt het tot een zaak tegen Geertuida Lam alleen. De samenvatting van dat vonnis is eveneens onderstaand vermeld.
=
Op 17 augustus 1863 wordt in Hilversum een proces verbaal opgemaakt. De zaak komt voor bij de arrondissementsrechtbank in Amsterdam. De beklaagden zijn Hendrik Voorhaar, Geertruida Lam, Wilhelmina Lam en Hermanus Andriessen. Wilhelmina Lam verschijnt niet ter zitting. Volgens de officier is sprake van het moedwillig toebrengen van slagen en kwetsuren, gepleegd onder verzachtende omstandigheden. Maar de officier stelt dat alleen Geertruida Lam schuldig is. Hij eist een boete van drie gulden voor Geertruida en vrijspraak voor de overige beklaagden. Uit het vonnis blijkt dat Geertruida Lam moedwillig Wilhelmina Lam in het aangezicht heeft gekrabd en geslagen. Echter, zo wordt gesteld dat 'de voorafgaande twist het wanbedrijf verkleint'. Ondanks de verzachtende omstandigheden luidt het op 30 september 1863 gewezen vonnis: een celstraf van drie dagen.
(bron: www.archieven.nl)
=
Op 9 januari 1865 wordt in Hilversum een proces verbaal opgemaakt. Dat leidt tot een dagvaarding die op 28 februari 1865 aan Hendrik Voorhaar, 37 jaar oud en koopman in kalveren, en zijn vrouw Geertruida Lam, 29 jaar oud, beiden wonende in Hilversum wordt betekend. De zaak komt voor bij de arrondissementsrechtbank in Amsterdam. Geertruida Lam is niet ter terechtzitting verschenen. Zij worden verdacht van het toebrengen van slagen en kwetsuren. Rekening houdend met verzachtende omstandigheden eist de officier tegen Hendrik Voorhaar acht dagen, tegen Geertruida Lam drie weken en tegen beiden een boete van acht gulden. Uit de overwegingen blijkt dat het voorval op 4 januari 1865 omstreeks 7 uur 's avonds heeft plaatsgehad. In hun woning hebben zij een vrouw moedwillig aangegrepen, getrapt, geslagen en buiten de deur op de grond geworpen. En daar heeft Geertruida Lam haar met een klomp op hoofd en armen geslagen en met een voet in de linkerzij getrapt. De vrouw werd verwond aan de linkerhand en heeft bloed verloren. Als verzachtende omstandigheden wordt de voorafgaande woordenwisseling aangemerkt. Op 14 maart 1865 veroordeelt de rechtbank Hendrik Voorhaar tot vijf en Geertruida Lam tot tien dagen gevangenisstraf.
(bron: www.archieven.nl)
=
Op 29 februari 1880 wordt in Hilversum een proces verbaal opgemaakt, dat leidt tot een dagvaarding die op 23 maart 1880 aan Hendrik Voorhaar én zijn vrouw Geertruida Lam wordt betekend. De zaak komt voor bij de arrondissementsrechtbank in Amsterdam. Beiden worden schuldig verklaard aan het 'moedwillig te zamen en in vereeniging met elkander toebrengen van slagen, ieder aan een persoon'. Zowel Hendrik als Geertruida worden veroordeeld tot het betalen van een boete van drie gulden. Uit de overwegingen blijkt dat zij op de middag van 29 februari 1880 in vereniging met elkaar en gelijktijdig Wouter Drummer en Johanna van Donkelaar (weduwe Polhoud) moedwillig mishandeld hebben. Geertruida door Wouter een klap in het aangezicht te geven. Hendrik door Johanna met een stok op de linkerarm te slaan. Ter terechtzitting hebben zowel Hendrik als Geertruida ontkend schuldig te zijn. De getuigenverklaringen van de slachtoffers worden echter als wetig en overtuigend bewijs gezien. De boete valt lager uit dan door de officier gevraagd: drie in plaats van tien gulden per persoon.
(bron: www.archieven.nl)
=
Op 9 september 1880 wordt in Hilversum een proces verbaal opgemaakt, dat leidt tot een dagvaarding die op 18 september 1880 aan Geertruida Lam en ene Evert de Rue wordt betekend. Tegen beiden wordt vrijspraak geëist. Uit de overwegingen blijkt dat in de avond van 8 september 1880 in de tapperij van Voorhaar na een woordenwisseling Geertruida Lam aan Evert de Rue moedwillig slagen in het gezicht heeft toegebracht. Daarna heeft De Rue een stoel gepakt en daarmee Geertruida Lam moedwillig op het hoofd geslagen. Maar uit het onderzoek blijkt dat de schuld van deze feiten niet kan worden aangetoond. Het vonnis van 21 oktober 1880 is conform de eis: vrijspraak.
Overigens is er dezelfde dag een ander vonnis tegen Evert de Rue gewezen... Het betreft een voorval op 12 september 1880, wederom in de tapperij van Voorhaar. Wat daar is gebeurd kan De Rue zich vanwege zijn toenmalige beschonken toestand ter zitting niet herinneren. Hendrik Voorhaar en Geertruida Lam verklaren dat Hendrik werd aangegrepen door De Rue toen hij assistentie van de politie wilde halen vanwege diens gedrag. Daarna heeft De Rue slagen toegebracht aan Geertruida Lam, die daar een bloedende hoofdwond aan overhield. De Rue wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van een maand en een boete van acht gulden.
(bron: www.archieven.nl)
=
Voor een daad gepleegd op 13 september 1880 staat Geertruida Voorhaar-Lam in het indexregister bekeurden 1878-1890. Zij is slachtoffer van mishandeling. De 20 jarige dader Evert de Rue wordt veroordeeld tot 1 maand cel en 2 keer fl 8,00 boete (of 2 keer 1 dag cel indien de boete niet wordt betaald).
(bron: index register bekeurden via Streekarchief Gooi- en Vechtstreek)
=
Op 10 september 1881 komt Geertruida Voorhaar-Lam voor in de index bekeurden 1878-1890. Zij is mishandeld door Eva de Jong en Pieter Krant. Deze laatste krijgt, na een eis van 15 dagen cel en fl 28 boete, op 20 oktober 1881 een straf van 45 dagen cel en fl. 8 boete. Eva de Jong, een 19 jarige melkverkoper, krijgt, na een eis van 4 maanden cel en een boete van fl 36, een straf van 15 dagen cel en fl 8 boete. Kennelijk beoordeelt de rechter het aandeel in de mishandeling van de daders anders dan de officier van justitie. Maria Voorhaar, de dochter van Geertruida, was één van de getuigen in het proces.
(bron: index register bekeurden via Streekarchief Gooi- en Vechtstreek)
=
Op 17 mei 1882 komt Geertruida Voorhaar-Lam opnieuw voor in de index bekeurden 1878-1890. Ten opzichte van het voorval op 10 september 1881 zijn de rollen omgedraaid. Zij heeft Eva de Jong mishandeld door haar met een klomp te slaan. Er wordt niet vermeld wat haar straf is. Als getuigen treden op Pieter Krant (op 10 september 1881 was hij mededader) en Heintje Frank (mogelijk de in 1865 geboren Hendrica Frank die in de stamboom voorkomt als vrouw van Dirk Veltmeijer - jv).
(bron: index register bekeurden via Streekarchief Gooi- en Vechtstreek)
=
Op 13 maart 1884 wordt in Hilversum een proces verbaal opgemaakt, dat leidt tot een dagvaarding die op 21 maart 1884 aan Hendrik Voorhaar én zijn vrouw Geertruida Lam wordt betekend. De zaak komt voor bij de arrondissementsrechtbank in Amsterdam. Beiden worden schuldig verklaard aan 'beleediging (en waar het Hendrik betreft ook met dreigementen) aan een bedienend beambte in de waarneming zijner bediening gedaan te zamen en in vereeniging gepleegd'. Tegen zowel Hendrik als Geertrui wordt een boete van tien gulden geëist. Uit de overwegingen blijkt dat zij op de middag van 13 maart 1884 op de Hertenstraat in Hilversum omstreeks half zes de dienstdoende gemeenteveldwachter Evert van der Veer die Geertrui Lam, vanwege een politieovertreding had bekeurd, hebben beledigd. Geertrui zei tegen hem 'wil je soms een bittertje hebben want daar is het je toch om te doen'. Hendrik maakte zich druk over het geven van zijn naam en zei 'als je me naam hebben wil, dat is achter aan me klooten kom hier godverdomme als je schrijven wilt' en dat met gebalde vuist en in dreigende houding. Dit alles gebeurde bij Hendrik en Geertrui voor de deur. Hendrik kwam naar buiten toen de veldwachter Geertrui aansprak. Meerdere getuigenverklaringen worden als wettig en overtuigend bewijs gezien. De straf valt vijf gulden lager uit dan door de officier geëist.
(bron: www.archieven.nl)
In het indexregister van bekeurden 1878-1890 komt deze zaak ook voor. Daar wordt ook vermeld wat de reden is van de bekeuring. Het betreft 'vuil op de weg. Daarvan wordt zij vrijgesproken.
(bron: index register bekeurden via Streekarchief Gooi- en Vechtstreek)
=
In 1884 gaat het echtpaar nog een keer in de fout. Op 29 november 1884 wordt in Hilversum een proces verbaal opgemaakt, dat leidt tot een dagvaarding die op 3 december 1884 aan Hendrik Voorhaar én zijn vrouw Geertruida Lam wordt betekend. De zaak komt voor bij de arrondissementsrechtbank in Amsterdam. Beiden worden schuldig verklaard aan het 'moedwillig toebrengen van slaagen en stooten aan een persoon te zamen en in vereeniging gepleegd'. Hendrik wordt veroordeeld tot 15 dagen cel en Geertrui tot 7 dagen cel. Overwogen wordt dat zij in de middag van 28 november 1884 in of nabij de Naarderstraat te Hilversum Sophia de Jong, melkverkoopster hebben mishandeld. Bij Hendrik gaat het om het moedwillig toebrengen van slagen in het aangezicht en schoppen tegen het lichaam. Geertrui heeft Sophia de Jong moedwillig en gewelddadig aangegrepen en aan de keel en de borst vastgehouden terwijl Hendrik het slachtoffer sloeg. Deze laatste was op in de straat om melk te verkopen aan de buren van Hendrik en Geertrui. Hoewel de beklaagden de beschuldigingen ontkennen worden zij op basis van getuigenverklaringen veroordeeld. De aanleiding voor dit alles is dat Sophia de Jong zich op een publieke dam begeeft waarvan Hendrik en Geertrui beweren dat deze voor hun privégebruik is. De eis van de officier was aanmerkelijk hoger: 45 dagen cel en acht gulden boete voor Hendrik en een maand cel en acht gulden boete voor Geertruida.
(bron: www.archieven.nl)
=
Op 16 oktober 1886 komen Geertuida Voorhaar-Lam en haar dochter Marie Voorhaar voor in het indexregister bekeurden 1878-1890. Zij zijn slachtoffer van mishandeling door de circa 14-jarige Jozeph van Oost. Op dezelfde dag staat hij ook in het register voor rumoer maken en dronkenschap. Hij wordt voor de mishandeling veroordeeld tot 14 dagen gevangenisstraf.
(bron: indexregister bekeurden via Streekarchief Gooi- en Vechtstreek)
=
Op 27 april 1888 komt Geertruida Voorhaar-Lam wederom voor in de index bekeurden 1878-1890. Zij zou hebben gescholden tegen vrouw Krant. Over een eventuele straf wordt niets vermeld.
(bron: index register bekeurden via Streekarchief Gooi- en Vechtstreek)
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Geertruida Lam | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1860 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hendrik Voorhaar | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||