Algemeen Burgelijk Gasthuis
Zij is getrouwd met Petrus Johannes Marinus Verheezen.
Zij zijn getrouwd op 2 juli 1936 te Bergen op Zoom, Noord-Brabant, Netherlands, zij was toen 28 jaar oud.Bron 7
Kind(eren):
Jo wordt op 16 juni 1908 in het Kinderstraatje bij het Halters Laag geboren en "Johanna Maria" gedoopt. Ze is het eerste kind van Jan van der Zande en Caat Mertens. Haar ouders komen uit Lepelstraat. Haar vader boert op eigen grond en haar moeder is naaister. Haar stiefmoeder komt uit Steenbergen en zorgt voor de kinderen en werkt op het land.
# Haar jeugd
Haar opa en opoe geven haar ouders een stuk land waar ze een huis op bouwen. Ze wonen nu naast opa en opoe (Ko en Marie) in de Schansbaan. Als Jo één jaar is wordt zusje Rie geboren. Drie jaar later volgt broertje Koos.
Als kind krijgt Jo de Engelse ziekte (gebrek aan vitamine D en calcium) waardoor haar rug scheef groeit. Als Jo tien jaar is, krijgt ze net als haar moeder en jonge broertje Adrianus de Spaanse griep. Het wordt haar moeder en broertje fataal. Haar vader vertelt Jo dat ze niet oud zal worden. Niets in minder waar: Jo herstelt en wordt 91 jaar!
Haar vader hertrouwt met Leentje Paulus die met haar zoontje Janus intrekt en voor de kinderen gaat zorgen. Jo gaat tot haar 12e verjaardag op Lepelstraat naar school. Ze zit in dezelfde klas als haar zusje Rie en broertje Koos. Na school zorgt haar opoe voor haar. Ze helpt thuis mee en werkt op het land bij haar opa en vader. Soms is haar tante Dien ziek en dan helpt ze daar. Dien woont iets verderop aan de Steenbergseweg, links tussen de Daansbergen en De Mere.
Vanaf haar 17e jaar gaat Jo elke dag samen met haar zusje op de fiets naar Bergen op Zoom en dan met de trein naar Breda. Ze werkt daar bij de Kunstzij en verwisselt de spoelen en knoopt de eindjes aan elkaar als de draad breekt. Haar vader verdient 's winters in het noorden van Nederland of Duitsland wat bij.
Veel jaren later vertelt haar zusje Rie dat Jo verkering heeft gehad met een jongen die bij de Spoorwegen werkte. Die ging tussen de wagons naar de toilet en werd doodgedrukt tussen de rangerende wagons.
Met 23 jaar gaat Jo als dienstmeisje in betrekking bij de familie Kleinkramer op het Bolwerk-Noord in Bergen op Zoom. Ze geniet als ze zomers mee naar Scheveningen op vakantie mag. Ze zorgt dan samen met het Duitse kindermeisje voor de kinderen.
Haar toekomstige man Piet werkt bij groenteboer Versijp waar hij groenten van de veiling ophaalt. Zijn moeder weet daar niets van, zodat hij de paar centen zelf kan sparen. Jo werkt onderwijl nog voor Kleinkramer en gaat bij de winkel van Versijp om groenten. Mogelijk hebben ze elkaar daar ontmoet. Of wellicht hebben ze elkaar “gewoon” in het Vierkantje ontmoet. Volgens Jo liepen de meisjes de ene kant op en de jongens de andere.
Haar vader heeft liever niet dat ze met iemand uit de Stoelematstraat optrekt en stelt haar een nieuwe fiets in het vooruitzicht als ze belooft om Piet niet meer ziet. Daar trapt Jo niet in.
Als Jo verlof heeft dan wacht Piet ze op bij de villa van Kleinkramer. Daar leert hij ook Jan Hopenbrouwers kennen. Jan wacht daar op zijn vriendin Lena. Lena komt net als Jo uit Lepelstraat en werkt een paar huizen verder op bij van Goezem. Ze worden goede vrienden en later kaarten ze vier avonden in de week samen, 50 jaar lang!
Piet gaat in Dordrecht bij machinefabriek Backer & Rueb werken. Hij is bij Chris en Jannechie Westdijk in de kost. Ze hadden 4 kostgangers. Hij gaat er op de fiets heen en kwam niet ieder weekend thuis. Zijn zusje Jo mag wel eens mee naar tante Jannechie op vakantie. Het is drieënhalf uur op de fiets, maar Piet stopt niet, en zegt “We zijn er zo”.
Als Jo met de familie Kleinkramer in Scheveningen is, dan gaat Piet er vanuit Dordt op de fiets naar toe. Zaterdagmiddag snel weg en zondagavond weer terug. Hij woont nog thuis en z’n moeder zegt “het kan me niet schelen dat je gaat, maar zorgt dat je op tijd terug bent om te gaan werken”. Maandags was het dan van de ene broek in de andere en snel weer naar het werk.
# Jo trouwt met Piet Verheezen
Op haar 28e trouwt Jo met Piet en wonen ze in een bovenhuis aan de Koepeldwarsstraat. Al snel kopen ze een huis aan de Balsebaan 49 en gaan daar met de kerst van 1935 wonen. Dit is een tijd waar er nog geen riolering of elektriciteit is. Er wordt op de plattebuiskachel gekookt. De houten plee staat buiten en de deur heeft geen slot. 's Avonds gaat er een pispot mee naar bed. Het water voor de was komt van een handpomp. De was wordt gekookt en gaat dan door de wringer.
Piet gaat als magazijnmeester werken bij de zeepfabriek van Kleinkramer in de Balsebaan werken. Jo staat zomers al vroeg op en werkt in de kassen van Lies en Sjan Nuyten. Ze plukt er fruit zoals perziken, rode bessen, aardbeien, frambozen, appels, peren en druiven. In de winter breit ze Noorse truien om wat bij te verdienen. Werkt ze niet, dan gaat ze op visite.
# De familie
Ze kopen een brommer en toeren door Nederland, België en zelfs Duitsland.
Jo en Piet worden goede vrienden met de oude kostbaas van Piet. Als dochtertje Toos wordt geboren dan gaat ze ook regelmatig mee op bezoek bij Chris en Jannechie. Op een dag is hun dienstmeisje ziek en valt Jo voor haar in. Na een paar dagen komen er plots Duitse parachutisten omlaag en breekt de oorlog uit. De soldaten schieten en de buurman rent met een bebloede arm over straat. De Moerdijkbrug is niet meer begaanbaar en Jo en Toos zitten vast in Dordt. Na zes weken wachten kunnen ze eindelijk met de kermiswagen van Janvier terug naar Bergen op Zoom.
In de oorlogstijd zitten de Duitsers in de scholen en wordt er lesgegeven bij mensen thuis. Als er een luchtalarm is dan schuilden ze in de kelder van het huis. Op een keer valt er een grote bom dicht bij het huis en ontstaat er een grote krater.
Jo en Piet hebben na lang sparen een radio gekocht, maar moeten die inleveren. Piet wilt hem tussen de vloer van de zolder verstoppen, zodat hij stiekem naar de berichten kan luisteren. Dat gaat niet door want Jo is veel te bang voor de Duitsers. Inmiddels is de familie Kleinkamer naar Amerika gevlucht en hebben de Duitsers hun fabriek in beslag genomen (1941).
Piet was niet bang en deed alles om wat extra te verdienen. In de oorlog smokkelt hij sigaretten en boter uit België. Die bindt hij dan rond zijn middel. De hele familie en het buurmeisje gaan mee naar Rotterdam. Piet geeft “ergens” de pakjes af, terwijl Jo met de kinderen poffertjes eet bij de tent van Janvier. Toos gaat ook wel eens mee naar Jo haar oom (Jan Mertens) in Amsterdam om daar een pak af te geven.
Als Piet op een dag op reis is, doorzoeken de Duitse soldaten het hele huis. Met de geweren in de aanslag halen ze alles overhoop. In de tuin wordt gegraven, en zelfs de bodems worden uit de kamerkasten gehaald. Kennelijk vinden ze niet wat ze zochten.
Piet wilde de joodse ouders van mevrouw Kleinkramer laten onderduiken. Dat gaat niet door want Jo is bang dat haar kleine dochtertje het zal verraden. In plaats daarvan gaan ze verstopt onder een zeil met de handkar naar een adres in Borgvliet. Later wilden de Duitsers dat Piet aan de tankval gaat graven (de huidige Vijverberg). Piet is ze te snel af en duikt onder bij Jo haar vader (Jan van der Zande).
Na de bevrijding gaat Piet in dienst bij de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Hij werkt daar als sergeant op de postkamer. Hij leert de engelse taal en staat op het punt naar Engeland te worden gezonden. Dat bevalt Jo niet. Piet neemt ontslag en gaat in Rilland de gevangengenomen NSB-ers te bewaken. Rond deze tijd wordt hun tweede dochtertje Ans geboren.
Na een paar jaar probeert Piet weer eens wat nieuws. Hij gaat auto's plamuren en spuiten bij Ko Hoedelmans. Na een tijdje wordt hij uitbesteed aan carrosserie-bedrijf Roset en blijft daar hangen. Roset wordt later overgenomen door de DAF waar hij vele jaren blijft werken.
Al je hun huis in loopt dan kom je eerst in een lange gang. Aan het einde van de gang is rechts de woonkamer en rechtuit is de keuken. Inmiddels zijn de schuifdeuren uit de woonkamer. Vanuit de woonkamer kijk je uit over het Viaduct. Bij de voordeur is een steile trap die naar boven gaat. Daar is een open ruimte met dakkapellen. Links langs de trap is een langwerpige slaapkamer waar de dochters slapen. Rechts is de slaapkamer van Jo en Piet. Onder de trap is een keldertje dat bomvol staat met groeten die Jo zomers wekt.
Piet tuiniert graag. Daarbij voelt hij zich heer en meester. Hij gebruikte echte bosgrond. Hij maakt ook graag bessenjenever. Hij verzamelt van alles en als hij iets niet kan vinden zeg hij: “Het ligt op zolder”.
Jo eet graag, zelfs de restjes. De kelder staat in de winter bomvol met groeten die Jo zomers wekt. Piet tuiniert graag. Daarbij voelt hij zich heer en meester. Hij gebruikte echte bosgrond. Hij maakt ook graag bessenjenever. Hij verzamelt van alles en als hij iets niet kan vinden zeg hij: "Het ligt op zolder".
Piet en Jo zijn graag onder de mensen. Ze gaan naar vele feesten, vieren vastenavend, dweilen of gaan naar de teerclub. Met hun 50-jarige bruiloft is het aan hun buurt en wordt de hele familie uitgenodigd. Ze hebben graag visite en als er thuis niemand is om mee te bakkeleien dan is Piet aan het puzzelen of patience en zit Jo te breien.
Op weg naar huis van de DAF rijdt Piet met de brommer tegen een draad die over de weg is gespannen. Rond die tijd wordt hij ziek. Niemand weet meer wat hij heeft. Hij blijft thuis en gaat een jaar later met pensioen.
Soms gaan ze 's avonds of in het weekend naar Piet Wils in Hoogerheide. Piet verdient daar wat bij met het plamuren en spuiten van auto's. Soms helpt hij ook bij de benzinepomp of in de fietsenwinkel. Jo maakt de koffie en zorgt voor de gezelligheid. Kleinzoontje Coert gaat ook wel eens mee. Op weg naar huis valt Piet zijn brommer wel eens beer. Maar gelukkig schenken ze bij café de Gouden Appel een goed glas bier. Jo houdt daar niet zo van en telt elke borrel.
# De kinderen
* Toos wordt in 1937 in de Balsebaan te Bergen op Zoom geboren. Ze werkt als naaister bij Tebbens en trouwt met Bram Vonk. Zij hebben twee kinderen: Coert en Hans.
* Ans wordt in 1945 ook in de Balsebaan geboren. Ans werkt op kantoor bij scheepsbevrachter Smout en trouwt met Cor van Dijk. Zij hebben twee kinderen: Coen en Pim.
# De oude dag
Het zijn harde werkers en die goed hebben gespaard voor hun oude dag. Na Piets pensioen gaan ze ervan genieten. Ze bezoeken Jo haar achternichtje Toos Groffen in Amerika en krijgen de smaak van het reizen te pakken. Na een vliegvakantie naar Mallorca en Fuengirola gaan ze steevast twee keer per jaar met de bus naar Pineda de Mar. Daar worden ze oude bekenden.
Piet overlijdt op 79-jarige leeftijd ten gevolge van een hartstilstand. Jo blijft in haar huisje aan Balsebaan wonen. Ze gaat nog steeds veel op visite. Het lijkt wel of ze inmiddels iedereen in Berrege en Lepelstraat kent. Ze gaat nog een paar keer op vakantie naar Spanje. Eerst met Koos en Jantje (vrienden van de DAF) en later met dochter Ans,
Ze stond graag in de belangstelling en ook genoot ze van haar kleinkinderen, die een grote plaats in haar hart innamen. Geholpen door haar dochters blijft ze zolang mogelijk in de Balsebaan wonen. Uiteindelijk valt ze ‘s nachts vaak en kan dan niet meer terug in bed komen. Ze heeft meer hulp nodig en wordt een jaar lang in het ABG verzorgt. Daar overlijdt ze op een leeftijd van 91 jaar. Dat had haar vader destijds niet verwacht!
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Johanna Maria van der Zande | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
1936 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Petrus Johannes Marinus Verheezen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
zie bijlage/ Toos Groffen