(1) Hij is getrouwd met Cathérine Mosselman.
Zij zijn getrouwd voor 1817.
Kind(eren):
(2) Hij is getrouwd met Maria Gertrudis Jozefien Briers.
Zij zijn getrouwd in het jaar 1819 te (B), hij was toen 26 jaar oud.
Kind(eren):
11. De familie van Willigen in West .. Limburg
In het voorgaande hoofdstuk hebben we een blik geworpen op de belangrijkste ontwikkelingen in Lummen en in beperkte mate ook in Schulen. Nu we de plaatselijke samenleving kennen, kunnen we uitgebreider kennis maken met de familie van Willigen, in het bijzonder met Eugene van Willigen en zijn zonen Henri en Hubert. Welke plaats namen zij in het maatschappelijke weefsel in? Hoe gingen ze met de late negentiende-eeuwse plattelandssamenleving om? Deze vragen zijn van belang want de antwoorden erop zeggen veel over hoe de familie zichzelf zag. Dat zelfbeeld van de familie, het sociale netwerk waar ze deel van uitmaakten en hun relatie met de plaatselijke bevolking zijn van groot belang om niet alleen de politieke activiteiten, maar ook om de uitbouw van het kasteeldomein in een juist perspectief te zien. Een kijkje in het leven van genoemde personen is dan ook onontbeerlijk. Welk leven leidden ze? Welke (beroeps)activiteiten oefenden ze uit, welke maatschappelijke posities namen ze in? Daarnaast gaan we in dit hoofdstuk wat dieper in op de economische dimensie van de familie van Willigen. Zonder hun inkomsten uit allerlei bezittingen en beleggingen was de uitbouw van het kasteeldomein uiteraard niet mogelijk. Ook het economische handelen van de familie had een grote impact op hun relaties met de lokale bevolking. Een laatste aspect dat we onderzoeken betreft het optreden van de van Willigens in de publieke sfeer, waarbij enkele festiviteiten en gebeurtenissen waar de relatie tussen de familie en de gewone man zichtbaar werd een belangrijke plaats toebedeeld krijgen. Op deze manier kunnen we immers na gaan op welke manier de Lummenaren en/of Schulenaren tegen over de van Willigens stonden en omgekeerd.
Een geschiedenis in vogelvlucht!
De familie' van Willigen is van oorsprong een Nederlandse familie, afkomstig uit het (tegenwoordig in Noord-Brabant gelegen) vestingstadje Ravenstein. Dat stadje lag in een gebied dat in de zeventiende eeuw fel betwist oorlogsgebied was. Uiteindelijk zou de stad en de omringende heerlijkheid 'het Land van Ravenstein' onder het gezag van een Duitse familie staan. Het feit dat Ravenstein niet in de Nederlandse Republiek lag en een katholieke Duitse familie er het bewind voerde, maakte de stad tot een toevluchtsoord voor katholieken. In die omstandigheden wist de familie van Willigen zich langzaamaan op te werken. Van oorsprong was ze wel protestants, maar ze ging over tot het Roomse geloof en ze kon zich door allerlei functies en posten in de ambtenarij van de Duitse gezagsdragers een hogere positie op de maatschappelijke ladder verwerven. [an van Willigen was rond 1650 betrokken bij de bouw van een calvinistische kerk. Zijn zoon daarentegen, eveneens [an van Willigen (1655-1722), was al tot katholiek bekeerd en was advocaat-fiscaal en vice-drossaard. Diens zoon Louis (1687-1758) bracht het tot voorzitter van de schepenbank, terwijl een zoon uit een tweede huwelijk, [anFrans (1698-1767) een gelijkaardige carriere vervolgde en bovendien een gymnasium in Ravenstein liet bouwen. Ook nam hij het initiatief voor de bouw van een katholieke kerk. [an Frans' zoon Jan Jakob (1727-1798) studeerde rechten en net als zijn voorouders werd hij advocaat-fiscaal. De familie wist dus van de omstandigheden gebruik te maken om gedurende drie generaties toegang te krijgen tot de lokale bestuurselite en ze hield dan ook enkele sleutelposities in de lokale ambtenarij in handen. Daarnaast gingen de van Willigens zich kennelijk hoe langer hoe meer vereenzelvigen met het Roomse geloof. Dat kwam bijvoorbeeld tot uiting in het lidmaatschap van het genootschap Onze-Lieve-Vrouw in's Hertogenbosch. Die laatste familiekarakteristiek was natuurlijk een belangrijk element, wilde men zich blijvend van de verworven posities bij de (katholieke) landsheer verzekeren. De jongste zoon van Jan Jakob zou de stamvader van de 'Belgische' tak van de familie worden. Hij was nog geboren in Ravenstein en werd vermoedelijk gedoopt met een Nederlandse naam, maar in onze archieven is hij telkens terug te vinden als Jean Jacques Albert van Willigen.
Jean Jacques werd geboren in 1793 aan de vooravond van een voor heel Europa woelige periode. Na de Franse Revolutie in 1789 en de Napoleontische Oorlogen besliste het Congres van Wenen in 1815 dat de Zuid-Nederlandse provincies bij Nederland kwamen en voortaan als het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden verder gingen. Aan het hoofd van de nieuwe staat stond de prins van Oranje, die als koning Willem I regeerde. Door het samenvoegen van de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden konden personen we er vrij tussen al deze gebieden reizen en was ook een nieuwe bestuursindeling noodzakelijk geworden. Hierdoor lagen voor Noord-Nederlanders in onze gewesten zeker uitdagingen en carrierernogelijkheden, ook voor de jonge Jean Jacques van Willigen. Deze kwam evenwel al vroeger dan 1815 naar onze regio. We vinden hem in augustus 1814 in Brussel als student in de rechten terug. Hij huwde er dan met de 18-jarige Catherine Mosselman, afkomstig uit een bekende en oeroude Brusselse handelsfamilie. Veel geluk was het jonge paar echter niet beschoren: in 1817 overleed hun tweejarig dochtertje Celestine en nauwelijks zes weken later stierf ook Catherine.2 De verwikkelingen in de internationale politiek zullen misschien niet bijgedragen hebben tot de oorspronkelijke motivatie van de migratie naar onze gewesten, maar ze hebben de migratie na 1815 mogelijk wel bestendigd want Jean Jacques bleef in onze regio. Wat Jean Jacques uiteindelijk van Brussel naar Schulen bracht, was een nieuw huwelijk. Hij hertrouwde in 1819 te Hasselt met Josephine Briers, de erfgename van het landgoed Gasterbos in Schulen.3 Het lijkt overigens weinig waarschijnlijk dat Jean Jacques al voor zijn tweede huwelijk uitgebreide economische belangen had in het Limburgse. In ieder geval stond het professionele leven van Jean Jacques in de lijn van de familietradities en streefde hij een bestuurlijk-politieke loopbaan na. Overlopen we de belangrijkste etappes uit zijn professionele leven, dan valt de gestage klim naar het nationale echelon op. Vanaf 1820 bekleedde hij het schout- en later het burgemeestersambt in Schulen, gelijktijdig trad hij ook toe tot de Provinciale Staten van Limburg. Koning Willem I benoemde hem in 1827 bij het Rekenhof, waarmee een functie op het nationale plan realiteit werd. De Belgische Opstand in 1830, waarbij Belgie zich van (het overwegend protestants e) Nederland afscheurde, bleek voor Jean Jacques als geboren Nederlander geen probleem. Hij gaf aan al lang in Belgie gedomicilieerd te zijn en wilde zelf ook Belg worden." Het Nationaal Congres benoemde hem opnieuw in het Rekenhof, waar hij zijn loopbaan tot 1854 voortzette. Tien jaar later overleed hij te Schulen.
Jean Jacques is letterlijk en figuurlijk een overgangsfiguur in de familiegeschiedenis van de van Willigens geweest: hij verliet Ravenstein en verhuisde naar Schulen. Enerzijds lag het zwaartepunt van zijn alles bij elkaar vrij beperkte politieke activiteiten wel in Limburg, op het provinciale en lokale niveau dus. Anderzijds speelde zijn ambtelijke loopbaan zich in Brussel op het 'nationale' niveau af. In feite kan men stellen dat hij het pad effende voor zijn zoon Eugene en zijn kleinzonen Henri en Hubert: zij allen zouden min of meer in een gelijkaardig voetspoor treden.
Een kennismaking met Eugene, Henri en Hubert
Nu de herkomst en de achtergrond van de farnilie van Willigen verkend is, kunnen we de aandacht richten op de drie protagonisten van het verhaal: Eugene en zijn twee zonen Henri en Hubert. Aan de hand van hun levensverhaal kunnen we de familiegeschiedenis voor wat de periode 1848-1918 betreft, wat nauwkeuriger invullen. Het familiearchief bevat voldoende materiaal om een mooi gestoffeerd portret aan te reiken, waarbij we los van de feiten die zich in hun levensloop hebben afgespeeld een hele reeks andere facetten van de familie kunnen betrekken. Door drie korte biografische schetsen krijgen we immers in de komende bladzijden ook zicht op de sociale netwerken waarin de familie zich bewoog. Met welke andere families onderhielden de van Willigens goede contacten? Wist ze als oorspronkelijk Nederlandse familie goed te integreren in de Limburgse maatschappij en zo ja. hoe? In welke mate werd ze ook aanvaard als een deel van de elite? Bij dit laatste punt moeten we ons overigens ook de vraag stellen over welke elite het gaat: betreft het de Limburgse elite op het platteland of in de stad, of gaat het vooral om de hogere Brusselse burgerij? In welke mate vertoefden de van Willigens in adellijke kringen?
Eugene
De biografie van Eugene van Willigen leest als een verhaal dat volledig in de lijn ligt van dat van zijn vader. In 1819, zoals hoger vermeld na het overlijden van zijn eerste echtgenote, hertrouwde Jean Jacques met [osephine Briers, een dame uit het bekende Limburgse geslacht. Het paar kreeg eerst drie dochters, daarna volgde in 1827 hun enige zoon: Eugene.
Uiteraard kreeg Eugene de opvoeding die bij zijn stand paste. We vinden hem in de jaren 1839- 40 terug als scholier in Mechelen op het Pensionnat du Brul, waar hij ook meewerkte aan litera ire en muzikale avonden. Volgens het bewaarde programma van zo'n culturele avond woonde hij in Brussel.5 We kunnen dus vermoeden dat zijn vader het hele jaar door in Brussel verbleef en enkel in de zomermaanden voor langere perioden naar het Limburgse platteland kwam om er zijn zaken te behartigen. Een dergelijk patroon was in de betere kringen absoluut geen uitzondering. Het merendeel van zijn prille jeugd bracht Eugene dus waarschijnlijk in de hoofdstad door. Na enkele jaren in Mechelen school te hebben gelopen, studeerde de 15-jarige jongeling vervolgens enige tijd in Namen, aan het jezuletencollege Notre Dame de la Paix. Hij werd er ook lid van het Broederschap van Onze-Lieve-Vrouw.6 Uit deze jonge jaren zijn verschillende brieven van zijn vader bewaard. We leren eruit dat Eugene in maart 1843 in Parijs was en vervolgens weer moest wennen aan het internaatsregime gezien twee maanden later de ouderlijke brief ietwat vermanend begint: 'Nous avons ere etormes de voir par votre lettre, Cher Eugene, que vous n'etiez pas encore ennererneru refait cl vos habitudes de pension. C'est une plainte que vous avez tort de nous adresser et certes vous n'etes plus un enfant pour que nous vous ecoutions sur ce chapitre'. Vervolgens spoorde de vader zijn zoon aan om toch maar niet zijn tijd de verdoen, iets waar hij later spijt zou kunnen van hebben.' Niet alleen het Naamse jezuietencollege was een deel van de excellente opvoeding. ook verre internationale reizen hoorden van Eugene van Willigen een voorname, welopgevoede wereldburger te maken. Of hij als tiener veel reisde, is moeilijk te achterhalen. Wel respecteerde de familie de burgerlijke geplogenheden door het ondernemen van een zogenaamde Grand Tour. Dit was een grootschalige reis door Europa die beschouwd werd als een vast onderdeel en het sluitstuk van een klassieke, burgerlijke opvoeding, oorspronkelijk bedoeld om grondig kennis te maken met de Europese kunst en cultuur. In de negentiende eeuw kwamen daar soms meer mondaine reisdoelen bij. Oat blijkt ook enigszins uit de bestemmingen die Eugene aandeed. Uit de brieven van zijn vader weten we dat hij zich in de jaren 1848-49 in Bordeaux, Lyon, Nice, Firenze en Aken ophield. Andere reisdocumenten tonen aan dat Eugene in diezelfde periode ook naar T oulon, Sardinie, Genua, Livorno, Pisa en Prato reisde.f Het is goed mogelijk dat er nog een tweede reis volgde, in ieder geval gaven de Belgische autoriteiten in 1850 de to elating voor een reis door Frankrijk, Duitsland, Italie en Engeland."
Hoewel de opzet van de reis in 1848-49 zonder me er deze van een Grand Tour was, betekende ze oak in een ander opzicht voor Eugene het einde van zijn jeugd: ze was namelijk eveneens zijn huwelijksreis. In 1848 was Eugene in het huwelijk getreden met Adele de Zerezo de Tejada, afkomstig uit Diest. De huwelijkspartner kwam dus niet uit de Brusselse kringen, hetgeen erop wijst dat Eugene, net als zijn vader, zich toch voornamelijk met de 'landelijke' elite wilde associeren, hoewel met die term voorzichtig omgesprongen moet warden. Kijken we naar Adeles achtergrond'", dan wordt in ieder geval duidelijk dat de families van bruid en bruidegom veel gemeenschappelijk hadden. Adeles voorouders langs vaders kant stammen uit de Diestse burgerij: verschillende Zerezo's waren in de achttiende eeuw schepen, baljuw of burgemeester van Diest geweest. De term kleinstedelijke burgerij is hier dus eerder op zijn plaats. Op dit punt is de parallel met de van Willigens in Ravenstein zeer gemakkelijk te trekken. Adeles vader kocht in de eerste helft van de negentiende eeuw verschillende landerijen Op,11 waardoor hij oak op het platteland economische belangen verwierf en hoe langer hoe meer tot de betere rurale kringen kon warden gerekend. Adeles grootouders langs moeders kant, Henri van Henis en Marie Caterine Briers, beantwoordden eveneens aan datzelfde profiel van de landelijke elite, met bezittingen die wijder verspreid waren over de regia. Opvallend is oak de nauwe verwantschap met de familie Briers: Eugene van Willigens moeder was de tante van zijn bruid.
Het valt dus niet moeilijk in te zien hoezeer de eerste twee generaties 'Belgische' van Willigens zich door hun huwelijken aan voorname Limburgse families wilden hechten en zelfs trachtten deze verankering nog te versterken. Oat laatste kon gemakkelijk want door het huwelijk met Adele kwamen Lummen en domein het Hamel (waarvan Adele de erfgename was), in de leefwereld van de van Willigens.
De professionele carriere van Eugene vertoont eveneens grote gelijkenissen met deze van zijn vader. Hij begon dan ook in het kielzog van zijn vader als tweede commis d'ordre bij het Rekenhof, een functie die vrij snel eindigde. Naast ambtelijke functies bekleedde Eugene nog verschillende puur politieke mandaten. Hij startte als gemeenteraadslid in Schulen in 1854 en mocht er zeven jaar later als burgemeester aantreden. Beide functies gaf hij op wanneer hij in 1870 inwoner van de gemeente Lummen werd. Als provincieraadslid werd hij een eerste keer verkozen in 1856, een mandaat dat hij achttien jaar lang vervulde, tot hij het in 1874 uiteindelijk tot senator schopte.Y In het volgende hoofdstuk gaan we dieper in op de invulling en de eigenlijke betekenis van deze politieke activiteiten. Volledigheidshalve vermelden we nog dat Eugene actief was binnen de watering van het Schulensbroek, de landbouwersvereniging van Limburg, en de landbouwersbond van Herk-de-Stad. Van de laatste twee organisaties was hij een tijdje ondervoorzitter.Y
Overschouwen we deze korte biografische schets, dan lijkt de sociale achtergrond van een persoon als Eugene van Willigen eigenlijk niet zo eenduidig te omschrijven. Zo komt de tegenstelling of op zijn minst het schipperen tussen stad en platteland op verschillende vlakken tot uiting en kan bezwaarlijk worden gesteld dat de ene sfeer zwaarder doorwoog dan de andere.
andere. Bovendien hield die ambivalentie zijn gehele leven aan. Het is dan
ook enigszins tekenend dat Eugene van Willigen op 58-jarige leeftij onverwachts in Brussel overleed bij een terugkomst uit de senaat in 1885 en vervolgens in Schulen werd begraven."
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Jean Jacques Albert van Willigen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) < 1817 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Cathérine Mosselman | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) 1819 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Maria Gertrudis Jozefien Briers | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.