van Beesel
Kind(eren):
Ook wel "der Bade"
1470, Beesel
Gheerken der Bade beklaagt zich over Kerstken omdat deze weigert om het gravenrecht te betalen dat eiser uit hoofde van zijn ambt als bode van Besel mag vorderen van elke boerderij, en eist hiervoor 1 vat even en 1 hoen. Kerstken zegt hierop dat de boerderij een leengoed is vrij van lasten en tiende, waarvan al 30, 40 of 50 jaar geen gravenrecht is betaald. Een getuige heeft voor hem verklaard dat Kerstken en zijn vader wel 50 jaar op de hoeve hebben gewoond en nooit gravenrecht hebben hoeven te geven. Buyrsken getuigt dat hij, voor zijn vader en voor zichzelf, vroeger wel 20 jaar het bodeambt heeft gehad en gedurende deze jaren nooit gravenrecht heeft gehad van het omstreden goed. De hofplaats was toen niet bebouwd en gaf geen gravenrecht terwijl andere onbebouwde hofsteden dit wel gaven. Jenken Schomeken getuigt dat hij wel 30 jaar tiendbeurder is geweest en gedurende deze jaren nooit tiend heeft ontvangen van het omstreden goed. De leenheer van Kerstken heeft onder zijn zegel verklaard dat het goed leengoed betreft dat Kerstken van hem in leen heeft ontvangen. De bode zegt dat er ook andere leengoederen zijn die wèl gravenrecht geven en dat er veel lege hofsteden waren die niets geven en waarvan hij hoopt dat ze wel zullen geven nu ze bebouwd worden. Kerstken hoopt dat hij geen gravenrecht hoeft te betalen omdat zijn hofstee ook niet hoefde te betalen toen deze nog leeg was, terwijl andere lege hofplaatsen dit wel moesten. Het hoofdgerecht te Roermond bepaalt de eis ongegrond omdat Kerstken het goed gedurende zo lange tijd ongestoord heeft bezeten.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.