Kind(eren):
Jeugd en studie
Prins Claus werd op 6 september 1926 als Claus von Amsberg geboren op het Rittergut van zijn moeders familie in Dötzingen (Hitzacker) te Nedersaksen. Hij was de enige zoon naast zes dochters van Claus von Amsberg en Gosta von Amsberg-Freiin von dem Bussche-Haddenhausen. Van 1933 tot 1936 bezocht hij de lagere school in Bad Doberan in Mecklenburg; vervolgens vertrok hij naar een kostschool te Lushoto in Tanganjika, waar zijn ouders sinds 1928 woonden. In 1938 keerde Prins Claus terug naar Duitsland en volgde hij de middelbare schoolopleiding van het internaat Baltenschule te Misdroy, Pommeren. Daar verbleef de Prins tot 1943. Van januari tot augustus 1943 bezocht hij de middelbare school te Bad Doberan en daarna werd hij tot januari 1944 ingezet als Marinehelfer in de buurt van Kiel.
Januari 1944 werd de Prins opgeroepen voor de arbeidsdienst voor een periode van twee maanden. Deze vervulde hij in Königsberg/Neumark. Weer terug op de middelbare school werd hem in juli 1944 een (oorlogs)einddiploma uitgereikt. Meteen hierna werd hij opgeroepen voor militaire dienst. De Prins werd ingedeeld bij de reserve-pantserafdeling 6 in Neuruppin, waar hij tot maart 1945 bij ingedeeld bleef. In deze periode volgde hij gedurende drie maanden een opleiding aan de pantseropleidingsschool te Viborg (Denemarken).
In maart 1945 werd de Prins ingedeeld bij de negentigste pantserdivisie in Italië. Aan gevechtshandelingen nam hij echter niet meer deel: begin mei werd hij bij Merano door de Amerikanen krijgsgevangen gemaakt. Hij kwam terecht in een kamp in Ghedi (bij Brescia) en kreeg daar werk als chauffeur en tolk. In september 1945 brachten de Amerikanen hem als tolk over naar het Amerikaans kamp Latimer bij Amersham in Engeland. Na zijn ontslag uit het krijgsgevangenschap vestigde Prins Claus zich in december 1945 in Hitzacker.
Om na de oorlog te kunnen gaan studeren, moest Prins Claus zoals alle jonge mannen een door de geallieerden ingestelde politieke zuiveringscommissie passeren. Net als alle middelbare schoolkinderen was hij automatisch lid geweest van NSDAP-jongerenorganisaties als "Jungvolk" en "Hitlerjugend". Ten aanzien van de Prins luidde het oordeel van de zuiveringscommissie "nicht betroffen" (niet van toepassing). Opnieuw moest de Prins zijn eindexamen voor de middelbare school afleggen, aangezien zijn oorlogsdiploma niet werd erkend. Hij nam deel aan een speciaal voor gedemobiliseerden ingestelde examencursus en legde eind 1947 te Lüneburg het eindexamen met goed gevolg af.
Aanvankelijk wilde Prins Claus werktuigbouwkunde gaan studeren. In verband met een numerus clausus van de Duitse universiteiten ten voordeel van oudere studenten, werd hij in 1947 echter niet toegelaten. Derhalve begon hij bij een machinefabriek in Winsen/Luhe aan het voor deze studie vereiste praktijkjaar. Eind 1948 besloot de Prins echter zich in te schrijven aan de Universiteit van Hamburg bij de Faculteit der Rechten en Staatswetenschappen. In 1952 legde hij zijn eerste staatsexamen af (Referendar). Zijn volgende staatsexamen (Assessor) deed hij in 1956, nadat hij de nodige praktische juridische kennis had opgedaan bij onder meer enkele rechterlijke colleges en een advocatenkantoor in Hamburg. Gedurende deze periode maakte hij ook een studiereis van vier maanden naar Amerika.
Begin 1957 nam de Prins met succes deel aan het vergelijkende selectie-examen voor de Duitse buitenlandse dienst. In mei 1958 slaagde hij voor het diplomatieke examen (Attaché). Vervolgens was hij van mei 1958 tot maart 1961 als derde en later als tweede ambassadesecretaris werkzaam op de Duitse ambassade te Ciudad Trujillo (thans Santo Domingo) in de Dominicaanse Republiek. April 1961 werd hij tweede ambassadesecretaris te Abidjan, Ivoorkust. Tot januari 1963 bleef de Prins in Afrika; daarna werd hij overgeplaatst naar het ministerie van Buitenlandse Zaken in Bonn. Hier was hij tot augustus 1965 werkzaam bij de sectie Economische Betrekkingen met Afrika ten zuiden van de Sahara.
Huwelijk en gezin
Op 28 juni 1965 werd de verloving bekend gemaakt van Claus von Amsberg met Prinses Beatrix, de Nederlandse troonopvolgster. De Tweede Kamer aanvaardde op 10 november 1965 een door de regering ingediend wetsontwerp tot het verlenen van toestemming aan de Prinses om met Claus von Amsberg in het huwelijk te treden. Het wetsontwerp passeerde op 8 december de Eerste Kamer. Twee dagen later verkreeg Claus von Amsberg bij wet het Nederlanderschap. 10 maart 1966 voltrok burgemeester Van Hall het huwelijk in het stadhuis van Amsterdam. De kerkelijke inzegening vond plaats in de Westerkerk door dominee H.J. Kater. De huwelijkspredikatie werd gehouden door dominee J.H. Sillevis Smitt. Claus von Amsberg ontving bij deze gelegenheid de titel Prins der Nederlanden en het predikaat Jonkheer van Amsberg. Het Prinselijk paar nam zijn intrek in Kasteel Drakensteyn in de Lage Vuursche, waar de Prinses al sinds 1963 woonde. Uit het huwelijk van Prins Claus en Prinses Beatrix zijn drie zonen geboren: Willem-Alexander (1967), Johan Friso (1968) en Constantijn (1969).
Meteen na zijn komst in Nederland beijverde Prins Claus zich om zo snel mogelijk vertrouwd te raken met de Nederlandse taal en de Nederlandse samenleving in al haar geledingen. Samen besteedden de Prins en de Prinses veel tijd aan de opvoeding van hun kinderen. Ook maakten zij in deze periode oriëntatiereizen naar Suriname en de Nederlandse Antillen en brachten zij bezoeken aan vele andere landen en internationale organisaties.
In deze periode had Prins Claus diverse werkterreinen, waarbij zijn bijzondere aandacht uitging naar ontwikkelingssamenwerking. De kennis en ervaring uit zijn diplomatieke loopbaan waren hem hierbij van nut. De Prins werd onder meer benoemd tot lid van de Nationale Adviesraad voor Ontwikkelingssamenwerking, tot lid van het Bureau van deze Raad, tot voorzitter van de Nationale Commissie voor de Ontwikkelingsstrategie 1970-1980, tot voorzitter van de Stichting Nederlandse Vrijwilligers en tot Bijzonder Adviseur van de minister voor Ontwikkelingssamenwerking. In deze functies bracht hij bezoeken aan de concentratielanden van het Nederlandse beleid, zoals India, Kenya, Sri Lanka, Tanzania en Zambia.
Prins naast de Koningin
Op 30 april 1980 doet Koningin Juliana in het Koninklijk Paleis te Amsterdam afstand van de troon en volgt Prinses Beatrix haar moeder op als Koningin. Na de inhuldiging bezoeken Koningin en Prins de Nederlandse Antillen en Aruba. Ook legden zij diverse staatsbezoeken af, onder meer aan België, de Bondsrepubliek Duitsland, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, India, Israël, Zuid-Afrika en Indonesië.
Maatschappelijke betrokkenheid
Koningin en Prins besteedden veel aandacht aan belangrijke gebeurtenissen in Nederland en stelden zich op de hoogte van de ontwikkelingen op sociaal-economisch gebied en van wat er onder de bevolking leeft. Bij zijn werkbezoeken legde Prins Claus accenten op het gebied van onder meer technologische vernieuwingen en muziek. Andere interessegebieden van de Prins waren de monumentenzorg, ruimtelijke ordening en de conservatie van natuur en milieu. Ook bracht hij vele bezoeken aan instellingen van openbaar nut, handels- en industriële bedrijven, landbouw- en visserijbedrijven en aan organisaties op het gebied van het bedrijfsleven.
Functies
In 1984 nam de Prins naast zijn Bijzonder Adviseurschap voor Ontwikkelingssamenwerking een aantal nieuwe functies op zich: hij werd inspecteur-generaal Ontwikkelingssamenwerking, lid van de Raad van Commissarissen van De Nederlandsche Bank NV, lid van de Raad van Commissarissen van de Koninklijke PTT Nederland NV en voorzitter van het Export Platform Verkeer en Waterstaat. Prins Claus heeft in 1998 zijn commissariaten bij De Nederlandsche Bank NV en de Koninklijke PTT Nederland NV beëindigd in verband met het bereiken van de wettelijke leeftijdsgrens van 72 jaar.
Enkele andere functies die Prins Claus bekleedde waren het erevoorzitterschap van de Stichting Nationaal Contact Monumenten en de Koning Willem I Stichting, en het beschermheerschap van het Koninklijk Concertgebouworkest en Scouting Nederland.
Prins Claus Fonds
Ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van Prins Claus heeft de Nederlandse regering het initiatief genomen tot de oprichting van het Prins Claus Fonds voor Cultuur en Ontwikkeling. Doel van het Prins Claus Fonds is het vergroten van het inzicht in culturen en het bevorderen van de wisselwerking tussen cultuur en ontwikkeling. Prins Claus had het erevoorzitterschap van het Fonds op zich genomen.
Vrije tijd
Prins Claus legde zich in zijn vrije tijd toe op fotografie, lezen en muziek. Daarnaast speelde hij golf en tennis. Vakanties bracht het Koninklijk paar zoveel mogelijk door op hun boerderij in Toscane (Italië); de wintervakantie werd vaak doorgebracht in Lech (Oostenrijk).
Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Claus der Nederlanden is op 6 oktober 2002 in het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam overleden.
Claus Georg Willem Otto Frederik Geert van Amsberg | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Onbekend | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.