Kind(eren):
- ouders vermoedelijk GHIBO DIE VETTEN en YDA VAN NUWELANT...?
BP Udenhout 1184 f.159 9 juli 1405
HADEWICH JAN VETTE heeft opgedragen aan haar broer TIELMAN JAN VETTE alle erven, geërfd van haar ouders en van haar broer en zuster AERT en MARGRIET in Udenhout.
schepenbank Oisterwijk:
RA Tilburg, 847. Archief Schepenbank en Eninge van Oisterwijk, 1418-1811, inv.nr.143, microfiche 2-C4, folium 37v-1 aktenr. 360.
Op 28-12-1420 deed Margrijet Jans van Oekel weduwe van Reijneer Willems zoen van den Gheijn ten behoeve van haar dochter Hadewig en haar zwager Jan van Lucel man van Margriet, dvw voornoemde Reijneer en Margriet, afstand van de tocht in
1. 2 bunder erf met gebouwen in Oisterwijk in Udenhout, tussen Willem Wrijters en tussen Gherijt die Rademaker, strekkend aan de straat en aan voornoemde Gerardus, welke 2 bunder Reijneer in erfpacht gekregen had van voornoemde Gherijt Rademaker, zoals in schepenbrieven van Oisterwijk.
2. een stukje land tussen voornoemd erf en tussen Gherijt Vendijcs, dat Reijner voor een erfpacht van 6 lopen rogge en een erfcijns van 1/2 oude grote gekregen had van voornoemde Gherijt die Rademaker.
Vervolgens verkochten Hadewijch en haar zwager Jan van Lucel deze 2 bunder met de timmeringen erop en het stuk land aan JAN zv DIDERIC TIJELMANS DIE VET.
37v-2. DIDERIC TIELMAN zv TIELMAN DIE VETTE zag af van vernadering ten behoeve van de koper, zijn broer JAN.
Jan, koper, betaalde voor voornoemde 3 brieven en niet voor de vierde.
38-7. Op kennelijk 28-12-1420 werd de volgende aantekening gemaakt, die blijkbaar hierbij hoort. En welke 2 bunder voornoemde Gherijt in erfpacht uitgegeven had aan Reijner Willems zoen van den Gheijn, daar voorlijf uit gaat, en bood daartoe alles te doen dat de schepenen toekenden.
== kan deze niet goed plaatsen: Diderick Tielmans die Vette, die een broer zou zijn van Jan Dideric Tielmans die Vette; lijkt eerder een zoon...??
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.