schepenbank Oisterwijk:
112. 1435 april 03 847.Sch.Otw.149, f. 16r-3
Wij Jan van Catwijc ende Jan Jan Wijtmans schepenen in Otw doen cont dat want een dyfterensy ende discoert geweest heeft een lange tijd tussen Wijtman Wouter vanden Dael enerzijds en PETER VAN LARHOVEN zvw JAN VAN LAERHOVEN zvw AERT PETER TOELEN anderzijds van dreygheliken woorden die dese voirs. Peter openbaerlijck geseeght ende gesproken heeft opten voirs. Wijtmans dat hi als een scepen hen selven geseghelt soude hebben scepenen brieven hen selven toebehoirende, welk dreigen strafbaar is met breuken van zijn lijf en goed. Soe heeft Wijtman in een gebannen vierschaar waerheyden laten luden, welke vierschaar hem claer gedient heeft. Peter bekent en belooft geen wraak te zullen nemen, op verbeuring van zijn goed.
In dominica Judica tertia die aprilis anno XXXIIII
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Peter Jan Aerts van Laerhoven | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.