Zij had een relatie met Willem van Haren.
De relatie startte
Kind(eren):
Bosch Protocol mbt Oisterwijk:
BP 111. 23-09-1428 1198 / 249-2 en 3
249-2. Gerardus, nzv Willelmus van Haren en LUIJTGARDIS HENRICI WIJTMANS, droeg over aan Henricus Henrici Smijter een huis, erf en tuin in Oisterwijk, tussen Wijtmannus Wolteri van den Dael en tussen Henricus Wijten, beiderzijds strekkend aan een weg, welke voornoemde Gerardus en Johannes Mijs Stevens verworven hadden van Anna van der Meer en waarvan Gerardus vervolgens de helft van Johannes Mijs Stevens verworven had, zoals in schepenbrieven van Oisterwijk, uitgezonderd een stukje tuin van 10 voet lengte en 2 voet breedte, strekkend aan de Hoge Weg, vóór het huis gelegen in het oosten naast Henricus Wijten. De goederen waren belast met het onderhoud van ¼ roede in de Oisterwijkse dijk, met 3 zwarte schillingen, 1½ hoen aan de investituur van Oisterwijk en 17 schillingen.
249-3. Genoemde Henricus Henrici Smijter verkocht aan Gerardus, nzvw Willelmus van Haren en Luijtgardis Henrici Wijtmans, een akker genaamd de Hove in Haaren ter plaatse Belver, tussen Nycolaus van den Nuwenhuijs en Matheus van den Nuwenhuijs en tussen erfgenamen van Henricus Sijmoens, strekkend van Henricus van den Nuwenhuijs en kinderen van Henricus Sijmoens tot aan de gemeint, belast met het onderhoud van ¼ van 3 roeden in de dijk van Helvoirt en een erfpacht van 6 lopen rogge aan Johannes Zibberti van der Schueren.
BP 162. 02-03-1430 1200 / 208-2 t/m 7
208-2. Gerardus, nzv Willelmus van Haren en wijlen LUITGARDIS HENRICI WIJTMANS, droeg over ½ aan Engelberna, weduwe van Henricus Moers ten behoeve van haar (het vruchtgebruik) en van haar kinderen, en ½ aan Ghisbertus Johannis van den Leempoel ½ in een erfpacht van 8 mud rogge, welke pacht Luijtgardis Henrici Wijtmans beloofde had aan Reijnerus Scade ten behoeve van haar natuurlijke kinderen Gerardus en Elisabeth, te leveren met lichtmis, gaande uit al haar goederen in 's-Hertogenbosch en omgeving. Voornoemde Gerardus en Elisabeth, natuurlijke kinderen van Willelmus van Haren, hadden aan Ava, dvw voornoemde Luijtgardis, toegezegd dat zij de helft van deze pacht zal mogen kopen.
208-3. Willelmus van Haren deed afstand van voornoemde helft van de pacht.
208-4. Engelberna weduwe van Henricus Moers droeg over aan haar kinderen Moers, Petrus, Henricus en Elisabeth, ten behoeve van hen en van haar verdere kinderen Willelmus en Luijtgardis het vruchtgebruik in een erfpacht van 2 mud rogge, te leveren met lichtmis, gaande uit het gehele erfgoed van Johannes Luerinc in Enschot, welke pacht Henricus Hane eertijds betaalde aan Johannes Luerinc en welke pacht Henricus Moers Vos soen van Beerze verworven had van Willelmus Claes Willems soen van Beke.
208-5. Vervolgens droegen Moers, Petrus, Henricus en Elisabeth die gehele pacht over aan Gerardus Willelmi van Haren.
208-6. Ze beloofden dat zij Willelmus en Luijtgardis, nog onmondig, hiervan afstand zullen laten doen.
208-7. Engelberna weduwe van Henricus Moers en haar kinderen Moers, Petrus, Henricus en Elisabeth, en Ghisbertus Johannis van den Leempoel deden aan Gerardus Willelmi van Haren een belofte, betreffende een helft van een erfpacht van 8 mud rogge, die Luijtgardis Henrici Wijtmans beloofd had aan Reijnerus Scaden ten behoeve van Gerardus en Elisabeth, natuurlijke kinderen van voornoemde Willelmus van Haren en Luijtgardis, gaande uit de goederen van Luijtgardis onder 's-Hertogenbosch, en welke helft van de pacht Engelberna, ten behoeve van haar en haar kinderen, en Ghisbertus van den Leempoel vandaag verworven hadden van voornoemde Gerardus van Haren. Ze beloofden deze helft nimmer te manen op een huis, erf, tuin en aangelag, behorend aan Henricus Smiter, in Oisterwijk, nabij de Hoogstraat, tegenover erfgoed van Witen van den Dael, welk huis, erf en tuin eertijds waren van Luijtgardis Gobels.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Luijtgardis Henrici Wijten | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Willem van Haren | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.