(1) Hij is getrouwd met Hadewigen Sijmon Bacs.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
(2) Hij is getrouwd met Yda Claeus Vrients van Eijghen.
Zij zijn getrouwd voor 1476.
Kind(eren):
- was 26-2-1435 reeds handelingsbekwaam, dus al volwassen..!
- was rond 1460-1481 meermaals schout was van Oisterwijk..
- werd eigenaar van de Kreijtenmolen in Udenhout in 1446 en andere molens
- het huwelijk met Hadewich wordt genoemd rond 1469 en 1485 (- het huwelijk met Yda wordt genoemd rond 1476, 1480 en 1489; het zal dus een 2e huwelijk zijn of het betreft een andere Willem Wijten...? == ook na 1494 en 1495 zijn nog vermeldingen van Willem Wythen en zijn zoon Jan...???
- in 1494 wordt bij zijn zoon Gherit vermeld dat zijn moeder LIJSBETH heette...?
- naamstoevoeging Wijten De Bie en Bouwmans..?
bronnen:
= sH,R.1237, 205-1468; R.1238,11v en 142v-1469; R.1240, 270v-1471; Otw,R.177,1v-1471; In 1473 (Otw.,R.179, los papier) wordt Willem Witen, die schoutet van Oesterwijc genoemd met Jan zijn broer en zijn zwager Wouter Toeyts; Otw,R.180,1v-1474
= Otw,R.164,14; vgl. sH,R.1217,204: op de eerste juli 1447 doet Daniel Willem Canters afstand van de molen geheten “Creyten” ten behoeve van Willem Gerit Wijten, en geeft Daniel kwijting voor wat Willem moest betalen aan Claes die Canter. Zie ook: G. Berkelmans, Het goed ter Borch, De Kleine Meijerij jg 15 (1962), no 6 en 7.
= artikel: De Vrijheid Oisterwijk 26-10-2012 = Schouten van Oisterwijk [www.devrijheidoisterwijk.nl]; Willem Gerit Wijten.
Artikel in De Kleine Meijerij jrg 43 (1992): DE KREITENMOLEN VAN UDENHOUT (door Frank A.J.M. Scheffers)
[https://docplayer.nl/44829737-De-kreitenmolen-van-udenhout-door-frank-a-j-m-scheffers.html]
Udenhout telde in vroeger tijden een drietal windmolens, de Kreitenmolen, de Zandkantse molen en de molen aan de Loonse Molenstraat. Verder stond er aan de Schoorstraat nog een door paarden aangedreven molen, een zogenaamde rosmolen. De Kreitenmolen, die omstreeks 1942 werd afgebroken, leeft nu enkel nog voort in de naam van de straat waaraan eens de molen gestaan heeft. Waar stond de Kreitenmolen?
De oudere inwoners van Udenhout kunnen zich misschien de stenen stellingmolen nog herinneren die in de nabijheid van de meelfabriek de Voorzorg stond. De oude Kreitenmolen was echter oorspronkelijk van het type standerdmolen. Deze molens, waarvan o.a.in Moergestel en Rosmalen nog voorbeelden te vinden zijn, waren van hout en konden rond hun as, de standerd, in hun geheel naar de wind toegedraaid worden. De oorspronkelijke plaats van de Kreitenmolen was op het perceel ten noorden van het vroegere molenhuis, nu de boerderij van J. Bertens Kreitenmolenstraat 205 op een driehoekig stuk land gevormd door de huidige Kreitenmolenstraat, de Haarensebaan en een steegje genaamd 't Molensteegje. De molen stond aan de rand van de Kreitenhei zodat de molen een vrije windvang had.
Aan de andere rand van de Kreitenhei op Oisterwijks grondgebied stond de Kerkhovense molen. De Kreitenmolen stond juist in het grensgebied van Berkel en Udenhout.
De Kreitenmolen in de middeleeuwen
De eerste vermelding van de Creijtenmolen is reeds in 1348. In dat jaar ontving Christina, weduwe van Johan de Jonge, de molen van de H. Geest Tafel te Oisterwijk in ruil voor een cijns van 6 gulden hollands. De H. Geest Tafel had de molen geërfd van Ludovicus de Colle, die derhalve als oudst bekende eigenaar kan worden beschouwd. Ruim vijftig jaar later, op 4 maart 1400 duikt de Crijtenmolen opnieuw op in de Bossche protocollen. Goeswijn Moedel van den Donc 4 draagt dan de molen en een hofstad in erfpacht op aan Willem Janszoon Cantor. De erfpacht was 5 mud rogge, bossche maat te leveren op lichtmis (2 februari). Deze erfpacht wordt in 1446/1447 door de toenmalige eigenaar van de Creijtenmolen, WILLEM GERRIT WIJTEN, beloofd aan Laureijs Aerts van Bladel voor de helft en aan diens broers Aert en Gielis voor de andere helft. De lasten die op de molen en hofstad drukken, en die door Willem betaalt moeten worden, zijn: 2 penningen oude hertogcijns, 17 pond payment aan de erven van Wouter Watermael, 42 schillingen aan de kerk van Oisterwijk en 6 hollandse guldens aan de Tafel van de Heilige Geest. Verder was nog overeengekomen dat Willem binnen een jaar een huis op de hofstad moest bouwen. In 1422 doet Aleyt, de weduwe van Willem die Cantor, afstand van haar tocht in de windmolen de Creyte. Na Willems dood volgen er een aantal transacties die er toe leiden dat Willem Gerit Wijtman Gerrits stukje bij beetje de nieuwe eigenaar wordt van de Creijtenmolen. Deze transacties zijn:
= Claas Willem Cantor draagt zijn deel in de molen en hofstad over op 10 november 1445. De koper moet wel een mud rog blijven vergelden aan de verkoper en aan Peter de bastaard van Claas Cantor. De genoemde Peter doet in de akte tevens afstand van verdere aanspraken en Engbert Engbert van den Hezeakker ziet af van vernadering. Peter Cantor draagt op 30 januari 1449 de cijns over aan Engbert Aerts die Greve die de cijns nog dezelfde dag overgeeft aan Margriet weduwe van Willem van Brakel en haar kinderen Heilwich, Kathelijn, Jacoba, Ida en Luytgart.
= Barbara Willem Cantor draagt haar deel over op 25 januari 1446. Willem Aerts Back ziet op de vijfde januari af van vernadering.
= Peter Willem Cantor verkoopt zijn deel op 16 maart 1447. De koper is echter niet Willem Gerrit Wijten maar diens broer Gerrit Gerrit Wijten. Door een beroep te doen op de vernadering krijgt Willem dit deel echter toch in zijn bezit.
= Daniel, een andere zoon van Willem Cantor en Aleijt Goossen Steenwech13 doet op 1 juli 1447 afstand van zijn deel.
= Wouter Cantor draagt zijn deel over op 19 oktober 1447 en Aert Aert Back Wijnsoen als man van Katherijn Willem die Cantor doet tenslotte afstand op 11 april 1448.
Op 24 april 1454 gaat Willem Gerrit Wijten met de eigenaars van de Oisterwijkse en Heukelomse molens een overeenkomst aan waarin afspraken gemaakt worden over het territorium van de afzonderlijke molens. Tevoren had Willem Wijtens voorganger Claas Willem Cantor al de nodige geschillen gehad over het maalrecht. Op 24 april 1428 werd het geschil door de scheidsmannen Gooswijn Moedel van der Donck en Aernt Rover van der Porten beslecht.
Willem Wijten zal de Creijtenmolen waarschijnlijk niet zelf bemalen hebben. In 1466 huurt hij ook nog de Kerkhovense molen in Oisterwijk en de Heukelomse watermolen. In 1478 verhuurt Willems zoon JAN de molen voor drie jaar aan Laureijs Laureijs Wouter Vrancken.
De Creijtenmolen duikt voor het eerst weer op in 1530 als Jacob Gerrits molder op de Creijtenmoolen genoemd wordt. In 1531 koopt Wouter zoon van wijlen Jan Hessels een huis, hof en schuur te Berkel bij de Creijtenmolen. In de transport akte wordt bepaalt dat een van de verkoopsters, Aleyt Jan Heugen nog een gedeelte van de hoeve mag blijven bewonen.
==========
Schepenbank Oisterwijk:
58. 1435 februari 26 847.Sch.Otw.149, f. 9r-1
WILLEM GHERIJT WIJTEN promisit Gherijt sinen vader 64 gouden hertoge arts gulden in de toekomst op Lichtmis te lossen. Scab. et die iam predictis
163. 1435 mei 06 847.Sch.Otw.149, f. 22r-2 (Tongerlo)
Jan geh. Bruystens ende Matheeus sijn brueder zvw Jan Laureijs z., Ghijsbrecht zvw Engbrecht Elyaes soen, Wouter Mercelijs Wijten zoen, WILLEM GHERIJT WIJTEN ZOEN, Henric zvw Reyners Bonten en Jan zvw Aert Jan Aerts promiserunt Jan gheh. Back zvw Wouter Bacs van Broechoven tot behoef van Ghijsbrecht pytansier van Tongerlo 48 mud rogge op Andreas naastkomend bij de graanschuur te Tilburg te leveren.
Scabinis Jo Catwijc et Henric Nellen in die sancti Johannis ewangeliste ante portam Latinam VI die maij[zie scan]
1. 1466 847.Sch.Otw,R.173,68-00v-01: aan voorzijde 1465 66 [doorgehaaldf p. anno Lxv Lxvi-o] xCvi
[verso] scabini in oesterwijck positi a WILHELMO WYTEN scultheto ibidem anno Lxv Lxvi erant Jan Wijtman, Mathias Gruter (doorgehaald) Ghijsbrecht Korstiaens, Mathias Gruyter, Arnoldus Back, Heymannus van Eck, Embertus Goeswini et Nycolaus de Berck; Jurati Aert Appel en Jan Poinenborch
Item ipposu in domo Henrici Hoeven ex manibus Jo Wytman en Heymans ij vl.
25. 1466 juni 5 847.Sch.Otw,R.173,72-04r-02
Berthout z.w. Jan Backs heeft verpacht WILLEM GHEERART WYTENSOEN
- twee molens te weten dat huys metten lande ende die wyntnmolen van Karchoven
- ende corenwatermolen van Hukelum
welc wyntmolen die voers Willem aenverden sal nu tot synte Peters daghe ingaende oext nu naest coemende te weten inde jair een duysent vierhonderty ende tseestich ende sees ende welc watermolen die voers Willem aenverden sal tot Bamisse nu naestcoemende int selvbe jair ende alsoe die selve molen behouden ende te pacht hebben sal drie jair lanc teynden een volgende ende totten drie jaren mach Willem sijn berou hebben ende goets tijts ende Berthout met te voeren te seggen te weten voer Paeschen als hij synte Peter daer nae af ghescheyden sal ende welce moolenen die voers. Willem te pacht hebben sal voer sevenendartich mudde rogge alle jair te weten die wyntmolen voer vierentwentich mudde ende alle vierdel jaers nae dat hij se aenghevert sal hebben te betalen ende die voers. watermolen dartien mudde ten twee tyden nae dat hij se aenghevert sal hebben te betalen te weten die een helft tot dertyenmisse ende die ander helft tot half meert.
Ende welc molenen die voirs. Willem hebben houden ende verborgen sal tot pachters recht ende tot molders recht mit zulker vorwaarden toe ghedaen soe wes elc vande molenen styl steet tot drie dagen toe dat sal sijn op Willems last ende avontuer ende wat sij vove die drie daghe styl staen dat sal Willem voers. den voers. Berthout cortten mitten drie daghe nae gelande vande pachtinghe van elken molen.
Noch met vorwarden toe gedaen dat Willem voers. die dyke toebehoerende der watermolenen in afsceyden laten sal in goeden lofberen ghereken alsoe hij se nu vint ende oec gheen hout toebehoerende molenen voers. houde of snoeyen en sal hij en salse heymen aen die huyse of heyminghe der molen voers. bij ray Berthouts of sijnre dieners [doorgehaald Jan Willem Wyten] z, voer dese voers. Putten? hebben geloeft als principael etc. Jan Willem Wyten soen, Jan die Sloetmeker ende Ariaen Ghijsbrecht Meesmekers soen ghesamenderhant ende onverscheyden ende [4v] voer al orconden hebben hier overgheweest als scepen in Oesterwijck Math. die Grut. ende Heyman van Eck Anno Lxvi mense juny die quinta.
26. 1466 juni 5 847.Sch.Otw,R.173,72-04v-01
WILLEM WYTEN GHEERIJT SOEN heeft gheloeft als princ. #soe wes scade of commer die hem somen mach vande molenen die sij Berthout# Jan Willem Wyten z. ende Jan die Sloetmeker ende Ariaen Ghijsbrecht Meesmeker soen behoudelic dat Willem gheene rogghe? voerfde molen doen en sal ten sij bij consenrt dese voors. pewrsoenen om Berthout mede te betalen
orconden hebben ut supra eadem die ut sup. Anno Lxvi mense Junio die quinta
84. 1467 juni 14 847.Sch.Otw,R.174,111-19r-01 = [middelste vel van alinea]
WILLEM WYTEN schouteth tot Oesterwijc heeft gheloeft te betalen jaarlijks op OLVrouwe purificatie ½ mud rogge jeep Willem Vos en Elizabeth zijn hvr d.w. Peter vander Schueren hun leven lanc uit eender vijndmolen geh. Creyten molen met een huys en sijne gronde in par. Otw ter stede Udenhout < erf Gherit vander Schoer ende alom ende dom aen Dierc Gherits
overgegeven en opgedragen Willem en Elizabet; dat Willem voers. dat half mudde rogge quyt ende af leggen mach met 8 peters 18 st vande peter gherekent scab. Henricus Jans z. ende Johannes de Eyghen Anno Lxvij mense juny die xiiij
153. 1469 oktober 18 ? 847.Sch.Otw,R.175,146-27r-1 = los vel 146/147
WILLEM WYTEN z. GERIT WIJTEN
- een huis ende hof met gronden en toebehoren en een stuk land daaraan liggende 11 L of daaromtrent in par. Enschit < gemeynt > erf Wouter vander Horen mma ^gem. strate v erf Willem Poynenborch
als Willem gekocht had tegen Wouter Toyt zijnen zwager uts. in litt. de Otw heeft hij overgegeven en opgedragen Goeswijn Scheyven z.w. Claes Scheyven ….. tbv Jannen nat.z.Willem voors. na dood van voors. – [Willem?] en Hadewych zijn hvr en Gerit Wijten zijns vaders op voorw. dat Jan hieruit gelden zal alzulke pacht met recht schuldig scab. Jan van Eyghen ende Doren
Willen voors. prom. Gooswijn voors. tbv Jan voors. 32 peters tot zijnen wil te betalen scab. ut supra [rest van dit blad leeg]
96. 1471 december 10 ? 847.Sch.Otw,R.177,214-15los02r-02
wij scepenen ende ghezworen van Oesterwijc mette ghezworen van Haren en van Belver vander Oesterwijcsche ghemeinten bij raey wel toedoen en consent der ghebuer van Oesterwijck van Haren en van Belver doen cont enyeghelijcken dat wij wittelijc ende erfelijc vercoft hebben WILLEMEN z.w. GHERIT WIJTEN: een stuck van onse ghemeinte gelegen voer Wippenhout 17 L oft daeromtrent soe tot heyen soe tot weyen begrepen liggende < erf Joerden Herman Clemaerts sone ter eenre > ^ gem. van Otw v enen beempt oic vander gemeinten inghenomen w. toebehorende Peter den Greve - - -
2. 1472 847.Sch.Otw,R.178,239-2r-1
anno domini millesimo quadragesimo Lxx primo et secundo want scabini in Oisterwijc A WILHELMO WIJTEN sculteto ibidem Mathijs Gruyters, Jacobus Elst, Petrus de -- Godefridus Hulsen, Embrecht filius Henrici Emmenz.?Jordanus Heyen et mgr Jo Gijs----
95. 1473 847.Sch.Otw,R.179,297-20los-a [stukje papier – achterzijde leeg]
WYLLEM WIJTEN die Schouthout van Oesterwijc, Jan sijn soen ende Wouter Toeits sijn zwager ende witten celen hebben gheloeft te betalen Janse Back? die si heiten buicen? xLij mud rogh de mud voer 27 ½ st tot 3 dagen te veten? tot min? Bertollomeus ende bennus? ende Barabans ghelt ende altijt een voer al ende tot behoef des pitanciers van Tonghelo
hier over ghewest als schepen van Oesterwijck Willem van Beeck ende Jan van Doren
56. 1474; 847.Sch.Otw,R.180,344r-1: GB folio 13
WILLEM z.w. GHERIT WIJTEN uit macht van zijn hvr in sch.br. Otw.: een stuck lands van die ghemeinten inghenomen 1 buender in par. Enschot < erf Peter Emmen en Jan Coppen > ^ gemeint v erf der zusters van Hoesden
vendt Wouter z.w. Henric Comans uitgenomen den hertoge enen oude grote en erfchijns en 7 oude grote den selven hertoge vande ghebuer weghen van Tilborch jaarlijks van recht
hierbij gestaan Jan natuurlijc sone Willem Wijten voers. opt voers stuck lands ad opus Wouter voers. redemit scab. Heyman et Mostaert datum smaend. post Judica xxviij marcy
Wouter voers. promisit Willem Wijten voers. 14 peters elken peter 18 st a prima die maij over 2 jaer met vij lop. rogh solvit et a festo may ppie future over een jaer 7 L rogs solv. - datum testes ut supra
115. 1474 juni 15 847.Sch.Otw,R.180,354r-3
WILLEM WIJTEN, Jan zijn wittige sone, Jan nat. z. Willem voers., Wouter Toit zijnen zwager, Gherit Willem Heinen? z. en Wijtman Mercelis Wijthen z. promisit Jo. Elst ad opus pitansier de Tongerloe 52 mud rogge 3 mud haver op Lichtmius- scab.Heyman en Hoeven datum xv juny
> Had hij een wettige én een natuurlijke zoon Jan geheten?
208. 1474 december 26 847.Sch.Otw,R.179,328-47v-2
Cont sij enyegelijcken want WILLEM z.w. GHERIT WIJTEN gheloeft hadde te ghelden Elysabeth Roelofs 1 mud jeep uit zekere erfenisse naer inhout scepene brieven van Otw
daerom gestaen Willem voors. Elysabeth dat hijt voers. mud rogh af sal leggen in festo Bavonis oft 7 weken daarna? met 35 ½ peter elke peter tot 18 st - 18 der voers peters van af te leggen pacht die voirs mud ……
als voors. 35 ½ peter ten voers dage niet en betaelt dat dan de voers brief vande mud rogh erfpacht van weerden bliven sal
– scab. predictum datum sup. anno Lxxiiij – p.. Wilh. Lombaert
5. 1475 ? 847.Sch.Otw,R.181,1r-5
den schouteth van sheren weghen heeft voor die banscouwe vercoft een stuck lands w. toebehorende Gherit van Berck
voor 8 Rgld binnen tijden dat de acker leech ghelegen heeft daer op vander scouwen vergaen ende voor den onraet daerop metten recht vergaen scab. Appel Elst Sapeel en Jan Ponenborch ende heeft den vercoft WILLEM GHERIT WIJTEN z. Willem voors. dese voors. coep heeft hij overghegeven? Henric van Berck
37. 1476 februari 19 847.Sch.Otw,R.182,6r-3
Wouter z.w. Claeus Vrients die men hiet Claeus van Eyghen, WILLEM z. w. GHERIT WYTHEN man van YDEN sue uxoris d.w. CLAEUS voors. op een stuck lands geh. den Ruwenberch 4 L in par. Otw in den Huculumsche acker < Lambrecht v ande Woude > Alyt Herman Bacx wijf en haar krn ^erf Bruysten Jans z. v comm. viam
ad opus Jans z.w. Claeus Vrients scab. Einde en Hulsen datum xix february
167. 1476 december 23 847.Sch.Otw,R.182,33r-3
WILLEM z.w. GHERIT WYTHEN en Jan sinen wittighen sone promisierunt Henric Symon Bacs sone 45 peters elke peter 18 st in festo Andree over jaer met 22 L rogs in festo Andree scab. Gherit van Berck en Peter Jans sone datum xxiij decembris
45. 1477 april 11 847.Sch.Otw,R.183,9r-1
Luytgaert wede w. Thomaes Wouter Maes z. met Jannen z. Emken Gosens z. hoeren tegenw. man alsulcke tocht als Luytgaert voors besittende is in eenen stuxken lands 61 R sitis in par. Otw in loco Huculem < heer Willem Wyten en Wouter Claeus Vrients z. > erf Thomaes Wouter Priems z. ^comm. platea v erf Goyaerts van Deyl en zijn krn
supt Wouter z. deselve Luytgaerden en w. Thomaes voors.
scab. Em. et Dirck Sapeel datum sonsd. naes Paesdach xi aprilis nae Paschen
quo facto dit stuxken lants vendt WILLEM z.w. GHERIT WYTEN in manieren van erfwisseling Willem z.w. Gherit Wyten
- datum scab. ut supra; sup. Wytmanne 6 L rogs erfpacht Wouter voors. daerwt te bliven ghelden
- datum scab. ut supra
Willem voors. promisit te gelden Wouter voors. 6 L rogs jeep op Lichtmis uit den iersten pacht dathy af wesen sal op Lichtmis .... en vanden stuck erf voors. - datum scab. ut supra
143. 1478 oktober 30 847.Sch.Otw,R.184,21r-6
Jan z.w. Willem vande Hout 29 1/2 peter en voor den peter 18 st hem als hij zeede behorende als WILLEM z.w. GHERIT WYTEN de jonghen den voors. Jan gheloeft had tot zekeren dagen nae inhout schepenen brieven supt Henric wittigen soen scab. Gruyter et Claeus die Beer datum xxx octobris
22. 1480 februari 15 847.Sch.Otw,R.186,4r-3
Wouter z. Claeus Vrients diemen hiet Claeus van Eyghen, WILLEM z.w. GHERIT WIJTEN man van Yden sijns wijfs d.w. Claeus voors.:
- een stuck lants hem toebehorende 9 L sitis in par. de Otw in loco dicto Huculum < ^ gemeint van Haren > erf Jacops vander Elst en Laureis Jan Vannys v erf Wouter Thomas Hessels [doorgehaald plu.. Laur. vande Voort]
vendt Jannen z.w. Embrecht Gosens man van Luytgarden vidue w. Thomas Wouter Maes z. ad opus dicti Luytgarde en ad opus Wouter z. derselver Luytgarde en w. Thomaes nl. Luytgaerde ter tocht en Wouter ten erve behoudelijk dat Luytgaerde en Wouter hoer soen daaruit gelden zullen 1 mud rogge erfpacht welk men hen uit de voors. stuk lands van recht schuldig is te ghelden etc.
Jan z.w. Claeus Vrients redemit et reportavit scab. predicti datum xv february
114. 1483 maart 25 ? 847.Sch.Otw,R.189,16r-4
WILLEM z.w. GHERIT WYTHEN
- een stuck beempts x oft xi L sitis in par. Otw in - - - loco dicto Huculem < erf Goeyaert Remboutys en Andries Aert Andries > erf der zusteren van Hoesden ^ eenre ghebuer steghen v totten ghemeenen stroom
vendt Gherit z.w. Peter vande Wiele uitgenomen Jan van Osch ten Bosch een mud rogs erfpacht en Goeyaert Rembouts wech om sinen wech in ghebruken?
scab. einde et Elst datum xxv marty? v. Paschen
Willem voirs. en Jan zijn sone promisit Gherit vande Wiele dat sij aen Jan vander Dussen af quyten zullen op Lichtmis over een jaar 5 mud en 2 L rogs erfpachts Actum datum ut supra.
JAN z. WILLEM WYTEN redemit et reportavit dicto Actum datum ut supra.
220. 1483 augustus 21 847.Sch.Otw,R.189,32v-4
WILLEM z.w. GHERIT WYTHEN en JAN sijn witt. sone promisit Peter van den Einde 85 peters ieder peter 18 st op Lichtmis over jaer met 2 mud en 4 L rogs op Lichtmis etc en welke gheloften te niet en quyt zullen zijn alsulcken 80 a 85 peters als deselve en elc van hen denzelven Peter in sch.br. van den Bosch gelooft als Peter voors. bekende scab. Wil. Poinenborch et Wout Maes datum xxi augusti
277. 1483 november 25 ? 847.Sch.Otw,R.189,41r-2
alsoe zekere ghescillen op ver?staen ende gheresen? waren tussen WILLEM z.w. GHERIT WYTHEN en YDEN zijn hvr en hieren huysghesinne ter eenre en Jannen nat.z. Willems voors. taz van zekere huwelycschen goey en anderen eysch van pacht die Jan voors. den voors. Willem sinen vader eyschende was alsoe hebben sij malcanderen gheloeft op soen op soen ? brouck ende in soenen recht nimmermeer en meer oft mogen? te eyschen oft te maenen met egheen recht gheestelijc oft wereldlijck ende dat Jan voors. den voors. Willem sinen vader overgheven sal alsulcken brieven als hij hem van sinen huwelijcken goey geloeft? had en oic van 1/2 mud rogs dwelc Willem voors. Jans voers moeder tot haren lux? geloeft had
scab. Lambrecht en Gherit vande Wiele datum in festo Ka[thari]ne ?
79. 1485 maart 6 847.Sch.Otw,R.191,10v-5
WILLEM z.w. GHERIT WYTHEN wedn. w. HADEWYGH sue uxoris d.w. SYMON BACX: een erf to enen scaerbusken ghelegen 4 L in par. Enschot < erf Hubrechts krn vande Wiele? > erf Aerts krn van Beeck ^here strate v erf Goeyaert Aert Goeyaerts
vendt Wytman z.w. Jan Groten Actum datum ut supra.
106. 1485 juni 14 847.Sch.Otw,R.191,14v-2
JAN witt. z. WILLEM WYTEN en JAN nat.z. WILLEM WYTEN promisit Jan van Eyghen ad opus abbatis 13 mud rogge etc. scab. Elst et Claeus Heyen datum supra
> er zijn dus 2 broers, beiden genaamd Jan, de ene wettig en de ander een natuurlijke zoon..!
31. 1489 januari 27 847.Sch.Otw,R.195,4v-1
Cont sij Adriaen z.w. Ghijsbrecht vander Hoeven vorster van Otw uit macht van WILLEM z. GHERIT WYTEN wegens gebrek jeep 1 1/2 mud rogge op Lichtmis uit een stuck lants geh. Houtfaert hoeve gelegen in par. Enscot < erf Jan Gherit Wyten > comm. plateo ^ eene steghe v comm. platea, welk stuk land voors. Henric z.w. Jan Bonten vanden voors. Willem Gherit Wyten tegen die erfpacht van 1 1/2 mud rogge in sch.br. de Otw inden jaere xiiijC xLvi (1446) op St Peters dag ad vincula - gericht met vonnis sch. aan dit stuk land en Adriaan dit gericht als gemachtigde volkomen volvoerde en verkocht Wouter z.w. Wouter van Gorp
scab. omnes? ex. Willem Poinenborch datum xxvij january testes in f... scab. in Oesterwijc Jan Elst Emb. Adriaen Back Jan vander Steghen [doorgehaald Claeus z.w. Jacop Hoefkens promisit ] ende Jan Embrecht Gosens z. datum xxvij january
36. 1489 januari 30 ? 847.Sch.Otw,R.195,5r-3
Cont sij want YDE d.w. CLAEUS VAN EYGHEN nytertijt witt. hvr WILLEM WYTHEN [doorgehaald Jan van Eyghen] wittelijc ghe.... had Jan Vrient 2 1/2 mud rogs erfpacht welke pacht tegen voors. Florys Ghijsbrechts z. priester ? teghen de voors. Jan Vrient ghecregen had te vergelden na inhoud verscheyde sch.br. en wairt? Jacop vande Elst huden des daechs wittelijc opgedragen heeft heer Gherit Ghijsbrechts z. priester 2 1/2 mud rogge erfpacht die dezelve Jacop tegen Jan vander Dussen ghecregen? haddie Willem Wythen wt sinen gueden sculdig is
daerom soe is ghestaen voor sch. hierondergescreven heer Florys voors. en heeft bekent dat voors. 2 1/2 mud rogge ghericht sijn ? die voors Yde .... wt deen gheloeft Willem Wyten voors. dit hij .... brieve op Yde gueden ghenen pacht eyschen en sal alsoe .. als Willem Wyt en pande ? alst vande 5 mud rogs . . die heer Gheryt en? Florys voors. daarop heffende sijn [niet duidelijk]
93. 1489 maart 4 847.Sch.Otw,R.195,12v-1
wij Jan vander Steghen en Jan Maes schepenen in Oesterwijc dat WILLEM WYTHEN naegaende eenen vonnissen die hij van onsen ghenedigen heer hebbende is vande onderrentmeesterscappe van Oesterwijc heeft verkocht die penningen van den voorn. pachtinge nae inhout .... met Jan Vrient Jans z. met Jannen z. Willem Verstede? welc gheloeft hebben als scudener principael aen handen Adriaen vander Hoeven vorster tot Oesterwijc - - - vanden Bosch tot ons ghenedige heere behoef 3 jaer lanck duerende - - alle jaer tot Bamisse nae ghewoenlijker manieren 26 Rgld en voor elke gld 40 grote? solv.
datum op Asselwoensdach
206. 1489 december 23 847.Sch.Otw,R.195,29r-4
WILLEM z.w. GHERIT WYTHEN promisit 2 1/2 mid rogge erfpacht in een erfpacht van 5 mud en 2 L op Lichtmis als Willem Wythen jaarlijks sculdig is te gelden uit huse en hove met sijne gronde en toebehoorten situs in par. de Oesterwijc in loco dicto de Huculem daar Willem Wyten nutertijt in woent en uit meer onderpanden nae inhout scepenbrieven van Otw daarop welke pacht van 2 1/2 mud rogs voors.heer Gherit priester z. natuerlijc w. Ghijsbrecht Jan Ghijsbrechts z. tegen Jacop vander Elst . .
scab. Claes Claes z. van Berk z. A Denis ? . . des woensdachs v. kersdag
37. 1491 maart 11 847.Sch.Otw,R.196,8r-1
WILLEM z.w. GHERIT? WYTHEN en Jan sinen wittighen soen hebben mechtich ghemaeckt mr Jorys van Halen en Jannen Koekeback(er) en allen van hen van allen saken die sij teghen Henric? Cnobhout? voer minen heere den Camelin van den anderen heeren vande Brabantschen rade oft teghen enighe andere diverse personen hanghende moghen hebben de saken in beghin noch tr middelen en in enen comparsitien? te maken in allet ander/ te moghen doen wat die voers constituenten? daer mede? soude moghen oft sij daer in ...... waren.. machte oec dat die voers. constitanten? min ? oft meer om hen zule moghen substitueren? ..... sele macht wesen zulc? aan ? de? constitueren gheloven? sche hieraf in ontlasten?
- sch. Jan van Eyghen en Elst datum xi marty
119. 1492 februari 22 847.Sch.Otw,R.197,26v-2
Jan z.w. Dirck Noet enen scepenen hom toebehorende innehoudende dat comen sijn WILLEM GHERIT WIJTHEN, Adriaen z.we. Ghijsbrecht Mesmakers, Korstiaen gheheyten die Bont hebben gheloeft als principaal sculdenen ghesamenderhant op al hun goederen Janne z.w. Diercs Noet 32 peter 18 st voor elke peter een daeraff tot halff vast naestcomende te betalen en 31 daeraen te Lychtmisse alle naestcomende met twee jaer met 1 mud rogs te betalen en te Lichtmisse nastcomende over 1 jaer een mud rogs te betalen en ten oext nu naestcomende 14 L rogs heeft hij overgegeven en opgedragen Jannen z. Willem Wythen te samen met alder ... inde selve scepenenbrieff etc.
datum xxij february sch. Reymb. H.W. Emme z.
=============
Bosch Protocol mbt Oisterwijk:
BP 78. 1221/239v-7/29-12-1450. Solvit.
Henricus Johannis die Wetter droeg over aan WILLELMUS WITEN zoon van GERARDUS WIJTMANNI GERITSOEN,
1. a. twee bunder land in Oisterwijk, ter plaatse Wijppenhout, tussen erfgoed van eertijds Hermannus Cleijnael en erfgoed van de erfgenamen van wijlen Johannes Daneels enerzijds en elders tussen de gemeint van Oisterwijk,
b. een tuin onder Oisterwijk, tussen erfgoed van Willelmus van Brakel en meer anderen en tussen erfgoed van Laurencius die Molner, welke genoemde Henricus die Wetter gerechtelijk gekocht had van Gerardus Moll van Driel,
2. een erfpacht van 2 mud rogge, gaande uit voormelde goederen, welke genoemde Henricus die Wetter gekocht had van Petrus Johannis die Greve.
BP 192. 1224/20v-8/20-12-1453. Solvit.
WILLELMUS WITEN zoon van Gerardus Wijtmanni Geritssoen verkocht aan Wolterus Johannis Toijt 3/4 deel in een beemd van 2 bunder, in Oisterwijk, ter plaatse Wippenhout, tussen erfgoed van eertijds Hermannus Cleijnael en tussen erfgoed van de erfgenamen van wijlen Johannes Daneels en elders naast de gemeint van Oisterwijk.
BP 226. 1224/243-3/26-04-1454.
Duplicetur una pro Bertholdo, alia pro domicella et tercia pro Willelmo et traditur littera domicelle Willelmo de Beke. Solverunt omnes.
Berthout Back als wittige vader ende momber Jan sijns soens ter eenre ende joffrou Margriet, wedue wilner Jans van Dongen ende WILLEM GERIT WIJTEN ....... ter anderen zijde hebben gekent ende gelijdt dat nijemont van hen hoiren molneren van hen des macht hebben oft ....... met wagenen, karren, peerden of met enigerhand ge.... en zullen moegen haelen ofte bueren coeren tot hoiren moelenen bijnnen der prochien van Oesterwijc om te malen in enigen tijden tot tijt toe die voirs Jan Berthoutssoen ende die kijnder joffrouwe Margriet voirs tot hueren mondigen jairen sullen sijn comen, bij hen selven of bij enigen anderen van hoirre wegen, alsoe dat enijegelic van den gebueren aldair omtrent gezeeten, hoir coeren zullen moegen brengen te malen op die moelenen der partijen voirs, dair't hen gelieven sal, ende dat sij nijemont en zullen bidden ofte doen bidden bij hen selven of bij ijmanden anders van huerent wegen heijmelic oft oepenbair in egeene manieren om tot enigen van hoeren molenen voirs te comen malen, met (MAAR?) enijegelic van den gebueren sal malen dair't hem gelieven sal. Ende hebben geloeft die voirs partijen d'een den anderen ?over (ENDE WEER?) ....... op die peen van X rijders, voir d'een helft tot ons genedichs heren (f.243-v) behoef ende d'ander helft totter partijen behoef die ?des voirs kennisse voldoen ende te verb... (ueren?) van der partijen hiertegen doende, die voirs kennisse vast ende stedich te houden ende te volbrengen ende dair niet tegen te doen in eniger manieren. Orconden hebben hierover geweest scepenen in sHertogenbosch Dirc van Os ende Goessen van Beeck, gegeven XXVI dage in die maent van april des vridaegs na den hoechtijt van paesschen int jaer ons heren dusent vierhondert vier ende vijftich.
BP 672. 1237/205-4/01-09-1468. Scabini noluerunt. Non solvit.
Johannes Sijmonss droeg over aan Johannes van Arkel en WILLELMUS WIJTEN, schout van Oisterwijk, een stuk van de gemeint in Haaren, nabij de molen van Helvoirt ter plaatse de Hezeakker, ongeveer 20? bunder, welk gedeelte genoemde Johannes Sijmonss verworven had van voornoemde Johannes van Arkel als plaatsvervanger van Johannes van Olmen raadsman van onze hertog.
BP 682. 1238/11v-4/23-12-1468. Scabini noluerunt. Solvit.
Johannes van Arkel droeg over aan WILLELMUS WIJTEN de helft in een stuk gemeint van ........ bunder, in Haaren, nabij de molen van Helvoirt ter plaatse de Hezeakker, welk stuk voornoemde Johannes van Arkel en genoemde Wijten, schout van Oisterwijk verworven hadden van Johannes Sijmonssoen.
BP 684. 1238/142v-3/24-12-1468. ?Contractus.
WILLEMUS WIJTEN, schout in Oisterwijk, beloofde Johannes Petri van Arkel 57 rijnsgulden, met St. Jan aanstaande.
BP 804. 1240/270v-3/18-05-1471. Scabini noluerunt.
WILLELMUS GERARDI WIJTEN verkocht aan Johannes Monix een erfpacht van 1 mud rogge, gaande uit
1. 17 bunder erfgoed, in Haaren, nabij de molen van Helvoirt ter plaatse de Hezeakker tussen de gemeint van Haaren en tussen het Noordbroek, strekkend van erfgoed van de erfgenamen van wijlen Christianus Coelen tot aan erfgoed behorend aan "bo...ta",
2. de Kreitenmolen in Oisterwijk, ter plaatse Udenhout en uit de ?molenrechten.
BP 209. 1250/513-8/09-08-1481. Niets in margine.
Het zij eenieder bekend dat destijds Johannes Sijmons een deel van de gemeint, eertijds van de Hertog van Brabant, in Haaren nabij de molen van Helvoirt ter plaatse de Hezeakker, 23 bunder, overgedragen had aan Johannes van Arkel en WILLELMUS WIJTEN, schout van Oisterwijk, en dat vervolgens genoemde Johannes van Arkel zijn helft overgedragen had aan voornoemde Willelmus Wijten; thans verkocht genoemde WILLELMUS 8 bunder van de gemeint aan Willelmus Monix, zoals deze 8 bunder gelegen zijn tussen een ander erfgoed van genoemde Willelmus aan een zijde en een einde en tussen erfgoed of een steeg van genoemde Willelmus, strekkend tot aan de gemeint van Haaren, belast met 16 oude grossen grondcijns aan de Hertog.
BP 547. 1259/125-6/06-03-1490. Solvit.
Het zij eenieder bekend dat destijds Johannis Florencii van den Dussen een erfpacht van 2½ mud en een sester rogge van een erfpacht van 5 mud en een sester rogge, welke pacht WILLELMUS GERARDI WIJTEN beloofd had te betalen aan aan genoemde Johannis van den Dussen gaande uit
1. een huis, erf, tuin en schuur met 3 stukken land, deels akkerland en deels weiland, 23½ lopensaat, in Oisterwijk ter plaatse Heukelom, tussen erfgoed van Johannis Vrients en tussen de openbare weg en het erfgoed van Willelmus Poijnenborch
2. en uit andere erfgoederen en onderpanden, aldaar,
overgedragen had aan de heer Florencius Ghijsbrechss, priester, en dat vervolgens genoemde Florencius van zijn kant beloofde aan genoemde Willelmus dat deze genoemde pacht van 2½ mud en 1 sester rogge wederom zou kunnen verkopen binnen 3 jaar, voor 94½ peters; genoemde WILLELMUS WIJTEN droeg genoemde pacht van 2½ mud en 1 sester rogge over aan de zusters van de derde regel van St.Franciscus in Oisterwijk.
BP 38. 1502 augustus 18 sH,R.1270,364v
Claas z.w. Willem de Wit: huis en hof 3 L in par. Otw te Huikelom < erf Wolteri van Eygen > erf Johannis Maes
weiland aldaar < steeg de Pasdijck > erf Wolteri van Eygen en krn w. Johannes van Goerle
supt Nycolai z.w. Willelmi die Witte a WILLELMO z.w. GERARDI WIJTEN in sch. br. Otw
supt Franconi z. Johanes dicti Knoep
753. 1505 juni 18, 847.Sch.Otw.209,22v-2
GERIT, JAN en HENRICK gebr. zn w. WILLEM WYTEN, Wyten Wilboirt Scrijvers man van DINGENA zijn hvr, Amys Mel.. man van ALEYTE zijn hvr gesusteren drs w. Willem Wijten voors. ook voor LIJSBETH d.w. Willem Wyten hen zuster en Willem van Heese hennen swager hebben verkocht Aerde z.w. Henrick Copkens nl. Aert t.t. en Elisabette d.w. Jan Wyten zijn hvr en haar erfgen. ten erve: een stuck lants geheyten den Breeacker hen toebehorende 7 1/2 L in par. Enschot etc.
dat xviij-a juny scab. Mathijs vander Elsdt ende Jost die Beer [zie scan]
165. 1523 september 18, 847.Sch.Otw.227,43v-3
sch.Otw dat coemen is Goeyart z.w. Jans die Molder bekent dat hr Huybrecht van Loen priester des goidtshuyse van Ste Sophyen van Constantijnopele in de par. Vucht bij sHertogenbosch namens dit godshuis afgequeten met goede penningen volgens de losbrief alsulcken mudde rogge jeep in een erfpacht van 1 1/2 mud rogge welke lestgenoemde erfpacht Henrick die Bont Janss geloeft hadde aan WILLEM WIJTEN GERITSS op Lichtmis uit een stuk erf geheyten Houtfoirts hoeve in par. Enschot etc. en welke mud Goyaert tegen WILLEM z.w. HENRICKS z.w. WILLEM WYTEN vercregen hadde in sch.br.Otw en sBosch
==========
Bosch Protocol mbt Udenhout:
1216 f.13v (1445)
Claes Willem Janss Cantor heeft opgedragen aan een sekretaris t.b.v. WILLEM GERIT WIJTMAN GERITS de windmolen Kreijtenmolen in Udenhout en een hofstad daarbij. (Willem Janss Cantor had die molen en hofstad in erfpacht gekregen van Goeswijn Model vander Donc)(lasten: 1 mud rog aan Claes Willem Janss Cantor; 1 mud rog aan Peter, natuurlijke zoon van Claes Cantor). Engbert Engberts vanden Hezeacker ziet af van vernadering (12 november 1445).
1216 f.25v 5 januari 1446 n.st.
Willem Aerts Back ziet af van vernadering van Creijtenmolen in Udenhout (die WILLEM GERIT WIJTEN verkregen had van Claes Willems Cantor)
1216 f.30v 25 januari 1446
Barbara Willem Cantor heeft opgedragen aan WILLEM GERITS WIJTEN al haar recht in Creijtenmolen in Udenhout (verkregen van haar broers)
1217 f.204v 1 juli 1447
Daniel Willems die Cantor doet ten behoeve van WILLEM GERITS WIJTEN afstand van de windmolen genaamd Creijten te Udenhout.
1218 19 oktober 1447
Wouter Willems die Cantor doet afstand van de Creijtenmolen in Udenhout en van een hofstad daarbij en van alle goederen, die WILLEM GERIT WIJTEN gekregen had van Claes Willem die Cantor ten behoeve van Aleijt, weduwe van Ghijsbert van der Teijnden.
1224 f.243 26 april 1454
Overeenkomst tussen Berthout Back als vader en voogd van zijn zoon Jan enerzijds en joffrouw Margriet weduwe van Jan van Dongen en WILLEM GERIT WIJTEN zoon anderzijds: over de molens in de parochie Oisterwijk: hun mulders mogen geen koren ophalen, de geburen kunnen laten malen bij wie ze willen, totdat hun kinderen mondig zijn.
1236 f.231 1 december 1466
Jan Aerts van Bladel heeft opgedragen aan WILLEM GERITS WIJTEN 1/3 deel van een pacht van 4 mud rog, welke Willem Gerit Wijten beloofd had aan Laureijns Aerts van Bladel half en diens broer Gielis Aerts van Bladel half op lichtmis uit Kreijtenmolen te Udenhout en uit een hofstad daarbij (Jan had 1/3 daarvan verkregen na dood van Laureijns)
1236 f.231v 1 december 1466
WILLEM GERITS WIJTEN belooft aan Jan Aerts van Bladel 22 peters en 3 malder rog BM te betalen op lichtmis over 3 jaar.
1236 238v 10 januari 1467 n.st.
Jan, Aart en Gielis, zonen van wijlen Aert van Bladel, hebben opgedragen aan WILLEM GERITS WIJTEN de helft (van wijlen hun broer Laureijns) in een pacht van 4 mud rog (zie fol. 231) uit Kreijtenmolen te Udenhout en uit een hofstad daarbij; maar Willem mag die helft pas aanvaarden na de dood van Fyssie, weduwe van Laureijns voornoemd.
1240 f. 214 17 januari 1471 n.s.t
WILLEM GERIT WIJTEN verkoopt aan Willem Monix een pacht van 2 mud rog bossche maat, te betalen op St. Remeijs, uit Creijtenmolen in Udenhout. (Willem Gerit Wijten kan die pacht lossen met 36 peters)
1240 f.270 18 mei 1471
WILLEM WIJTEN heeft opgedragen aan Jan Monix 6 buunder uit een stuk van 23 buunder, tussen de gemeijnt van Haren en de rest van 23 buunder. (last 12 oude groten grondcijns aan de hertog)
(Jan Sijmonss had een stuk gemeijnt groot 23 buunder, Haren aan den Hezeacker bij de molen van Helvoert (vroeger van de hertog) opgedragen aan Jan van Arkel en Willem Wijten. Daarna had Jan van Arkel zijn helft opgedragen aan Willem Wijten)
1240 f.270v 18 mei 1471
WILLEM WIJTEN zal een stuk bij het Hoertbroeck van het overige stuk, aan het eind en langs die 6 buunder, overlaten voor een erfweg ten behoeve van de rechthebbenden. Jan Monix kan wegen door dat voerste hecken van Willem Wijten, hagend bij een heiveld aan de kant van de Hezeacker, en zo verder langs 't Noortbroeck naar zijn erf met karren, paarden en vee.
1248 f.188 1479
Willem Wijten, eigenaar van de molen genaamd "Creijt" , Udenhout
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Willem Gherijt Wijten | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hadewigen Sijmon Bacs | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) < 1476 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Yda Claeus Vrients van Eijghen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Onbekend | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.