Hij is getrouwd met Juet Peters van den Gheijn.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
schepenbank Oisterwijk:
RA Tilburg, 847. Archief Schepenbank en Eninge van Oisterwijk, 1418-1811, inv.nr.143, microfiche 2-A7, folium 28v aktenr. 283.
Op 24-08-1419 droeg Jan Willems van den Kerchove over aan Willem [van den Gheijn], nzv GHIJSBRECHT VRANCKEN VAN GHESTEL en Juet van der Gheijn, en aan Hadewijgh weduwe van Wautgheer Vranck Eeffen zoen een erfcijns van 30 schillingen, die hij met een schepenbrief van Oisterwijk verworven heeft van Peter van Goerle.
RA Tilburg, 847. Archief Schepenbank en Eninge van Oisterwijk, 1418-1811, inv.nr.143, microfiche 2-A8, folium 29 aktenr. 290.
Op 24-08-1419 kocht Hadewijgh weduwe van Wautgheer Vranck Eeffen zoen van Jan Willems zoen van den Kerchove een erfcijns van 15 schillingen, gaande uit 1/2 van een hofstad in Tilburg aan de Heuvel, tussen genoemde Hadewigh en Jan Haghaerts in het oosten, en tussen de erfenis daartegen gedeeld in het westen die toebehoort aan Willem nzv GHIJSBRECHT VRANCKEN VAN GHESTEL.
29-8. Willem, nzv Ghijsbrecht Vrancken van Ghestel en Juet van der Gheijn, gaf uit een erfcijns van 15 schillingen, gaande uit de andere 1/2 van de hofstad, tussen genoemde Willem en zijn moeder Juet in het westen en tussen de helft van de hofstad hiertegen gedeeld in het oosten.
RA Tilburg, 847. Archief Schepenbank en Eninge van Oisterwijk, 1418-1811, inv.nr.143, microfiche 2-C9, folium 40-1 aktenr. 377.
Op 09-02-1420 verkocht Jacob Jan Betthen aan Sijmon Lambrecht van den Rijt 1/6 in een blok erfs, zowel land als beemd, in Oisterwijk in Udenhout, tussen de erfgenamen van Jacop Coptiten, tussen de straat, strekkend aan de straat en aan Herman Wijten, welk 1/6 deel Jacob gekocht had van GHIJSBRECHT VRANCKEN nzvw VRANCK VAN GHESTEL, die het gekocht had van Gherijt van den Woude, die het op zijn beurt gekocht had van de broers Jan en Wouter, zonen van wijlen Willem sWrijters, en hun zusters Aleijt en Sophije, zoals in schepenbrieven van Oisterwijk.
Jacob zal zijn wettige kinderen van de voorbedde binnen 4 jaar doen vertijen; zo niet, dan zal Jacop aan Sijmon betalen 12 1/2 licht gulden van drie licht schilden.
40-2. Voornoemde Jacop verkocht aan voornoemde Sijmon een stuk land in Oisterwijk ter plaatse Udenhout, tussen Elisabeth Beijs en tussen Berisius Pigghen, strekkend aan Jacobus (=Cop) Eghel, welk stuk land Jacobus gekocht had van Hermanus Bertouts, die het gekocht had van Wilhelmus Potter, zoals in schepenbrieven van 's-Hertogenbosch. Hierbij dezelfde voorwaarde als hiervoor.
40-3. Godevaert Brocken zag af van vernadering van beide voornoemde erven.
40-4. Voornoemde Sijmon van den Rijt beloofde voornoemde Jacob Betthen (ter tocht) ten behoeve van zijn kinderen van de voorbedde (ten erfrecht) een erfpacht van 4 lopen rogge, te leveren met lichtmis, gaande uit voornoemde erfenissen, welke erfpacht voornoemde Sijmon binnen 4 jaar (ingegaan lichtmis laatstleden) zal afkopen met 12 1/2 licht gulden van 3 licht schilden.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Ghijsbrecht Vrancken van Ghestel | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Juet Peters van den Gheijn | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.