Kind(eren):
Rond 1130 werd in Tongerlo een abdij gesticht die in de loop der tijd vele bezittingen verwierf in Brabant. Zo ook onder Oisterwijk. In de vorige eeuw transcribeerde A.M. Erens, die archivaris was van de abdij, de oudste oorkonden van deze abdij vanaf 1133. Deze werden in druk in vier delen uitgebracht, waarbij deel vier, dat de oorkonden tot 1365 behandelt, werd voltooid door M. Koyen. Uit deze delen blijkt dat de naam Van Ele al in 1320 in Oisterwijk voorkomt, maar Jacob van Ele wordt niet vermeld. Wel is er een Jacob Jacobsz. aangetroffen die in 1343, 1349, 1351, 1364 en 1365 als schepen van Oisterwijk werd vermeld. Hoewel over hem niets met zekerheid is te zeggen, zou hij de vader kunnen zijn van Aert Houtappel, die later ook schepen was van Oisterwijk.
... En Jacob Jacobsz. wordt nog een keer vermeld in de schepenregisters van Oisterwijk in een akte uit 1464. Toen verkocht heer Jan, priester, zoon van wijlen Jan Wessels, prior van het godshuis van de regulieren van de nood van God van de stad Tongeren vanwege heer Ghijsbrecht van Ele, conventuaal van het godshuis, zoon van wijlen Ghijsbrecht Jacobsz. 1 zesterzaad land in Oisterwijk en Haren dat afkomstig bleek van Ghijsbrecht, zoon van wijlen Jacop Jacopsz.
bron: artikel van Berend van Dooren in Ons Voorgeslacht 2023 jrg 78, p200-214, getiteld: Aert Appel en de verdwaalde akte. Nieuwe kwartieren van Maria Boogaard.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.