Stamboom Van Osch » Gerrit Heerman (± 1330-> 1404)

Persoonlijke gegevens Gerrit Heerman 


Gezin van Gerrit Heerman

Hij is getrouwd met Ermgard Jansdr die Wit.

Zij zijn getrouwd


Kind(eren):

  1. Jan Gerritsz Heerman  ± 1355-1418 
  2. Lutgard Gerrit Heermansdr  ± 1355-< 1410
  3. Pieter Gerritszn Heerman  ± 1360-> 1437
  4. Elisabeth Gerrit Heermansdr  ± 1360-> 1413


Notities over Gerrit Heerman

- schepen van Leiden 1355/'56, '57/'58, '60/'61, '65/'66, '66/'67, '67/'68, '69/'70, '96/'97
- burgemeester 1375/'76, '77/'78, '81/'82, '82/'83, '83/'84; schout in 1378
- leenman van Wassenaer (hofstad Rodenrijs), beleend met land te Overschie 31-3-1353, beleend met een grafelijk leen onder Kethel en Spaland 10-4-1393.
- Op 21-9-1404 werd hiermee beleend: ‘Pieter van Leyden Dircksz., neef van de leenheer Dirck van Swieten, na overdracht door zijn zwager Gerrit Heerman.’ De tekst van het repertorium klinkt wat dubbelzinnig, maar moet ongetwijfeld zo begrepen worden dat Gerrit Heerman ‘zwager’ was van Dirck van Swieten, niet van Pieter van Leyden Dircksz.. (Dr. Th.P. van Zijl)

Hij woonde 2 febr 1369 aan de Breestraat (C. Hoek, 'De leenkamers van de heren van Wassenaar', OV 33 (1978) 537), 1398-1400 aan St Pieterskerkhof, stond dit huis af voor de uitbreiding van St Pieterskerkhof (AK 323 (4) fol 15vo, (6) fol 21, (1) fol 14vo, (2) fol 17, AGH 228 fol 389, H A van Oerle, Leiden binnen en buiten de stadsvesten, de geschiedenis van de stedebouwkundige ontwikkeling binnen het Leidse rechtsgebied tot aan het einde van de Gouden Eeuw I Beschrijving (Leiden 1975) 102-103, L H J Sicking, 'Middeleeuwse bebouwing rond het Pieterskerkhof, in J W Marsilje e.a. , red. Uit Leidse bron geleverd (Leiden 1989).
Bezat 1/3 van een huis tussen Schiedam en Vlaardingen, 2/3 deel kocht hij er 17 juni 1395 bij na verbeuring door Floris Gijsbrechtsz (AGH 228 fol 174vo).
Werd 31 maart 1353 beleend door de graaf met 4,5 morgen land onder Overschie (AGH 707 fol 7vo).
Hield te Stompwijk land in leen van de hofstad Zwieten, dit was misschien reeds 8 maart 1356 in zijn bezit (AG 455 fol 40), het leen droeg hij 21 sept 1404 op t.b.v. zijn kleinzoon Pieter van Leyden Dirksz (C Hoek, 'Repertorium op de lenen van de hofstad Swieten', OV 40 (1985) 102-103). Vermeld als belender te Rietveld 24 jan 1375 (AK 493 fol 51)

Was voor 2,5 morgen land te Kethel ca. 1396 tijnsplichtig aan de heer van Wassenaar (C Hoek, 'Acten betreffende de voormalige ambachten Kethel en Spaland', OV 35 (1980) 593-594). Werd 10 april 1393 beleend door de graaf met een woning met 8 morgen land te Kethel en Spaland, te versterven op zijn kleindochter Yve, dan wel op Pieter Heerman's nageslacht, na overdracht door zijn zuster Yde (AGH 228 fol 85vo).
Bezat met zijn zoon Jan 31 jan 1402 land te Naaldwijk (AG 455 fol 56), 23 aug 1406 bezat hij 12 morgen land in de Waard te Leiderdorp (AK 493 fol llvo).
Beschikte over renten te Stompwijk, Zoeterwoude en Leiden (AG 455 fol 40, 59-60, AK 203 fol 72, AK 415 fol 50vo, ORA 50 fol 29vo). Was 1357 een der pachters van de vroonvisserij tussen Leiden en Haarlem (AGH 1444 fol 5 en 1445 fol 3vo), kreeg 30 april 1353 het voorrecht dat hij bij overlijden van zijn broer Willem Heerman het schroodambt en de zoutmaat te Dordrecht zou ontvangen (AGH 244 f 36vo).
Jaargetijden voor hem en zijn vrouw werden in St Pieterskerk gehouden op donderdag en vrijdag vóór Palmpasen met giften van 8 penn 's-morgens en 's-avonds voor de parochiegeestelijken en de koster en 4 penn voor de priesters. Lag begraven aan de noordzijde van St Ewouts- en St Joostenaltaar, onder de tweede blauwe zerk vanaf de voetenbank van het altaar (AG 442 fol 39).

----------
info takken Heerman:
Het Leidse geslacht Heerman trekt al vele jaren de aandacht van genealogen en historici. Ieder die zich met een aspect van de laatmiddeleeuwse geschiedenis van de sleutelstad bezig houdt, komt haast onvermijdelijk in aanraking met leden van dit geslacht. Erg verwonderlijk is dit niet, want de familie heeft sedert de tweede helft van de 14de eeuw zowel op politiek, sociaal-economisch als religieus vlak een toonaangevende rol in Leiden gespeeld. Tot in het begin van de 15de eeuw lieten leden van dit geslacht zich binnen de landsheerlijke overheid evenmin onbetuigd (vgl. Van Kan, Sleutels, passim; J.W. Marsilje, Het financiële beleid van Leiden in de laat-Beierse en Bourgondische periode ± 1390-1477 (Hilversum 1985) 43-44, 70, 139, 158, 211-212). Na het optreden van de Domkanunnik Gijsbrecht Heerman in de jaren 1430 als grafelijk raad, verdween de familie Heerman uit het centraal bestuursapparaat van de Bourgondiërs. Op lokaal niveau echter maakte het geslacht de absolute top uit. Zijn leden zetelden in de 15de en het begin van de 16de eeuw nagenoeg onafgebroken in het gerecht en bewerkstelligden hierdoor een politiek overwicht dat slechts voor zeer weinigen was weggelegd. Voorts leverde het geslacht van 1459 tot in 1489 met Gerrit Florisz. een deken aan het St. Pancraskapittel.
Uit de bijdrage aan de collecte van de Heilige Geest in 1438/'39 en vooral uit de belasting van 1498 van 1% op het totale vermogen valt af te leiden dat leden van de familie Heerman behoorden tot de gegoede en vaak tot de rijke burgerij. Deze rijkdom kwam tot uitdrukking in een uitgebreid leengoederenbezit.
Andere uitingen van hun sterke financiële positie vormden de leningen aan stad en landsheer, die vaak in de vorm van lijf- en losrenten terugverdiend werden. Met name in de tweede helft van de 15de eeuw treden Heermannen op als pachter van de belangrijkste accijnzen. Hun greep op de stedelijke financiën werd voorts versterkt met het aantreden van Willem Heerman als stedelijk tresorier in de jaren rond 1500.
Hoe groot de invloed van de familie Heerman op de stedelijke economie was, valt moeilijker vast te stellen. Men was op vitale onderdelen van de economie actief: als drapenier, bierbrouwer, handelaar op de Oostzee, exploitant van steenbakkerijen en leverancier van wijn, hout en graan. Dit wettigt de conclusie dat leden van dit geslacht tot de economische zwaargewichten gerekend mogen worden.
Hoewel de Heermannen wel degelijk adellijke allures hadden, komen zij niet voor onder de edelen die in de tweede helft van de 15de eeuw ter dagvaart van de Staten van Holland werden opgeroepen, in tegenstelling tot de later te behandelen Van Boschuysen's. Wel hadden zij huwelijksbanden met deze kringen, met geslachten als Van Zwieten, Paedze van Sonnevelt, Van der Does, De Vriese, Van Bruheze, Van den Abeele, Van Naaldwijk en Van Alkemade.
De prosopografie vangt aan met Gerrit Heerman, kleinzoon van Willem Luutgardenz. Hij zal, evenals zijn broer heer Willem Heerman, zijn tweede naam danken aan zijn grootvader Willem Heermansz. (zie deel I van deze studie, kol. 120).

schepenregister Leiden:
Nr. 495 folio 95 d.d. 28-03-1403.
Wi Floris van Sonnevelt ende Jan Soet Vrancken scepenen in Leijden oirkonden dat voir gherechte quam Gherijt Heerman ende gaf over den meesters van den heijligen gheest te Leijden alse Vrancke Dietwien soen ende Gherijt Willem Jan Betken soens soen enen scepen brief tot des heijlichs gheests behoef daer desen brief doirsteken is mit recht ende mit vonnesse als recht is. Ende scepenen wijsden die heijlich gheest meesters voirsz. of diet namails wesen sullen mede te winnen ende te verliesen tot des heijlichs gheests behoef. In alle scijn oft Gherijt Heerman selve wair. In oircond desen brieve beseghelt mit onsen seghelen. Int iaer ons heren duijsent vierhondert ende drie opten achten twintichsten dach in marte.

bron:
DNL 1992 jaargang 109, pag 173-207: Het nageslacht van Willem Luutgardenz., schepen van Leiden. II. Prosopografie van het geslacht Heerman, ca. 1350-1530, door Drs. A.J. BRAND en Dr. F.J.W. VAN KAN (vervolg van kol 126)

Heeft u aanvullingen, correcties of vragen met betrekking tot Gerrit Heerman?
De auteur van deze publicatie hoort het graag van u!


Tijdbalk Gerrit Heerman

  Deze functionaliteit is alleen beschikbaar voor browsers met Javascript ondersteuning.
Klik op de namen voor meer informatie. Gebruikte symbolen: grootouders grootouders   ouders ouders   broers-zussen broers/zussen   kinderen kinderen

Voorouders (en nakomelingen) van Gerrit Heerman

Willem Luutgardensz
± 1280-< 1339
Willem Heermansz
± 1280-????
IJde N.N.
± 1285-????

Gerrit Heerman
± 1330-> 1404



Via Snelzoeken kunt u zoeken op naam, voornaam gevolgd door een achternaam. U typt enkele letters in (minimaal 3) en direct verschijnt er een lijst met persoonsnamen binnen deze publicatie. Hoe meer letters u intypt hoe specifieker de resultaten. Klik op een persoonsnaam om naar de pagina van die persoon te gaan.

  • Of u kleine letters of hoofdletters intypt maak niet uit.
  • Wanneer u niet zeker bent over de voornaam of exacte schrijfwijze dan kunt u een sterretje (*) gebruiken. Voorbeeld: "*ornelis de b*r" vindt zowel "cornelis de boer" als "kornelis de buur".
  • Het is niet mogelijk om tekens anders dan het alfabet in te voeren (dus ook geen diacritische tekens als ö en é).



Visualiseer een andere verwantschap

De getoonde gegevens hebben geen bronnen.

Over de familienaam Heerman

  • Bekijk de informatie die Genealogie Online heeft over de familienaam Heerman.
  • Bekijk de informatie die Open Archieven heeft over Heerman.
  • Bekijk in het Wie (onder)zoekt wie? register wie de familienaam Heerman (onder)zoekt.

De publicatie Stamboom Van Osch is opgesteld door .neem contact op
Wilt u bij het overnemen van gegevens uit deze stamboom alstublieft een verwijzing naar de herkomst opnemen:
Berry van Osch, "Stamboom Van Osch", database, Genealogie Online (https://www.genealogieonline.nl/stamboom-van-osch/I63460.php : benaderd 23 januari 2026), "Gerrit Heerman (± 1330-> 1404)".