Schepenen van 's-Hertogenbosch oorkonden, dat Arnoldus de Hezewijck, zoon van wijlen Johannes de Hezewijck, visser, verkocht heeft aan Elisabeth van den Masen, dochter van wijlen Johannes de Vucht, een erfcijns van 50 schelling uit een huis en hof van Arnoldus in de Cruysstraat aldaar
Wapenalbum Bommelerwaard [P.v.d.Zalm: 2007].
Nr. hees/ 1339. HEESWIJCK, JOHANNES DE en zijn zoon ADRIANUS DE …
= Wapen: een klimmende leeuw, naar rechts gewend; volgens het zegel (zeer matige kwaliteit) in groene was van Johan, als leenheer, de dato 14 april 1394 (zie: archief Kapittel van Heusden, toegangsnr. 243, inv.4, regestnr. 32, RAB). Het NBW. pg.111 bevestigt dit wapen, met een verwijzing naar TAX.1923, pg.231 en de BL.1957, pg.49. Opmerkelijk is, dat de Her. Bibl. 1873, pg.20, “De breuken in Nederlandsche wapens”, als wapen van “Van Heeswijk” noemt: gedeeld van sabel en goud, met twee raderen van keel boven elkaar en over de delingslijn heen.
= Bron: ADRIANUS DE HEESWIJCK, knaap, collator van de parochiekerk te Veen, en zijn vader JOHANNES DE HEESWIJCK zegelen te Zaltbommel, op 5 april 1434. Op 24 augustus 1435 wordt Adrianus als collator van genoemde kerk, vermeldt nu te Haaften en op 23 september dat jaar te Zaltbommel. Zie: “Drie middeleeuwse notariële protocollen, uit Zaltbommel, Zutphen en ’s-Heerenberg”, door mr. Caspar van Heel, nrs.16, 22 en 23. Het genoemde zegel van Johan hangt aan zijn leenbrief van 14 april 1391 met betrekking tot een “bloc tiende, dat gheleghen is tot Veen, etc.”; zijn drie leenmannen zegelen allen met het wapen: een zesspakig rad. Zie: TAX. 1923, pg.231. In het Register op de Leenaktenboeken van Gelre en Zutphen, door Sloet e.a., nr.323, pg.717, wordt in relatie tot het leen “dat goet geheiten die Nesse ende die Meer, gelegen, etc. te Aelst”, genoemd: “Johan van Heeswich Henrichs soon, anno 1403; Willem van Crieckenbeeck transporteert, etc. waermede weder beleent is, Jan van Heeswich Henrix soon, anno 1411; Lijsbet van Heeswick ende Conrad van Giessen transporteren, etc. tot behoeff van Gerrit den Poirter, anno 1433”. Nr. 324, pg.718 (eveneens leen te Aalst) vermeldt nog: “Lijsbet van Heeswick, huysfrou Conradz. van Gijssen, opgedragen op Arnt van Herlaer, ridder, anno 1444”. In het Necrologium van Arnold van Vessem, uit 1574 (door G. van der Velden, O. Praem, abdij van Berne, 1986), pg.57 staat op 9 juli vermeld: “Almericus van Heeswijk (“commemoratio Aemelrici de Heeswijc”), ridder, schenker van goederen te Bernheze, een uithof van de Abdij”. Bevestiging van deze schenking in de oorkonden van ca. 1205 en 1233 (de regesten nrs.12 en 28). Hij wordt als abt genoemd van 1200 tot 1231 (het Oorkondenboek van het Sticht Utrecht, deel IV. nrs.542, 551, 581, 588, 614, 629, 670 en 821). Voorts: vrouwe Agnes, gehuwd met Walraven van Benthem, dochter van wijlen ridder Theodericus, heer van Heeswijk, draagt op 17 september 1284 de Kerk van Heeswijk met het daaraan verbonden patronaatsrecht op aan de Abdij van Berne (regestnrs.76 en 77). Zie ook: TAX.1898, pg.97-98
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Adriaen Jansz. van Heeswijck | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.