Die 29 decembris [29.12.1631] baptisatus est Egon filius Arnoldi de Cock eiusque coniugis Cristinae [achternaam moeder niet vermeld] in Driel. Patrinus erat Theodorus Fonck loco Jacobi van Kessel et susceptrix Elisabeth van Kessel loco Emerentianae van den Poll.
Hij is getrouwd met Johanna Egen van Driel.
Zij zijn getrouwd
- dochter van Egen Hendricksz schout van Hurwenen en Anna Jans van Aste, dr.v. Henderick van Driel en Gericken Claes Egens de Bije...
- Na de dood van zijn vader is Egon nog enkele jaren, van 1653 tot 1656, maanmeester van de Drielse krippenningen, waarvoor het dorp hem nog in 1668 quiteerde. Hij erft van zijn vader het leengoed “het Meulenhoofken” in de Kievitsham waarop een kleine windmolen heeft gestaan, een leen van Ammerzoden, Well en Waardenburg. Voorts erft hij na de dood van zijn tante Beatrix de Cocq van Delwijnen het “Hooch Huys” (het latere huys Teisterbant) te Driel, waarmee hij op 10 juli 1654 wordt beleend.
Egon draagt dit leen later op aan Walraven Egons van Steenbruggen, die daarmee op 21 mei 1663 wordt beleend. (Gelders leen (305b). In het jaar 1670 is Egon aannemer van het verschot (belasting) op Hurwenen en cedeert 25 november 1674 de invordering (Dr.980,p.79v). In 1672 is hij inmaander en inbeurder van de petitiepenningen van de koning van Frankrijk Lodewijk XIV, (Dr.980,p.52v).
Egon verkoopt 18 juli 1675 met zijn neef Jacobus de Cocq van Delwijnen en D.G. van Hausselt “de pacht van ‘s lands middelen over 1674” (Dr.981,p.3,M.J.v.L.). Egon schenkt op 27 februari 1712 zijn dochter Allegonda al zijn roerende en onroerende goederen, mits zij hem alimenteert (Dr.985,p.44,MJvL).
Egon de Cocq van Delwijnen procedeerde veel en verkocht veel land. Het dorp nam wegens achterstand van de betaling van het dijkgeld zijn boedel in possesie.
bron: http://www.decocqvandelwijnen.nl/
Egon jonkheer, de Cock van Delwijnen | ||||||||||||||||||
Johanna Egen van Driel | ||||||||||||||||||