Stamboom Van Osch » Hans Gijsbertszoon "Jan" van Amstelredam (± 1505-> 1565)

Persoonlijke gegevens Hans Gijsbertszoon "Jan" van Amstelredam 

  • Roepnaam is Jan.
  • Hij is geboren rond 1505.
  • Hij is overleden na 1565 in 's-Hertogenbosch.
  • Deze gegevens zijn voor het laatst bijgewerkt op 12 juli 2021.

Gezin van Hans Gijsbertszoon "Jan" van Amstelredam

(1) Hij is getrouwd met Diericxken Philip Wouters Heeren.

Zij zijn getrouwd.


Kind(eren):



(2) Hij is getrouwd met Anna Reijniers die Wolf.

Zij zijn getrouwd


(3) Hij is getrouwd met Maria Raso sGroots.

Zij zijn getrouwd


(4) Hij is getrouwd met Dingen Anthonis Brievincx.

Zij zijn getrouwd


Notities over Hans Gijsbertszoon "Jan" van Amstelredam

- bekende zilversmid, vermoedelijk afkomstig uit Amsterdam, maar werkzaam in Den Bosch tussen 1535 en 1565.
- het pronkstuk van Bosch zilverwerk is zijn Zilveren Kokosnootbokaal, die is te zien in het Metropolitan in New York (zie scan)
- hij wordt ook vermeld als Jan Gijsbrechts van AMPSTEREN...
- was deken van de rederijkers in 1545, deken handbooggilde in 1556...

info:
Hij was werkzaam in Den Bosch van 1535 tot 1565. Mogelijk is hij dezelfde als Jan Gijsberts van Ampsteren…
Hij is waarschijnlijk afkomstig uit Amsterdam. In ieder geval leefden zijn (voor-)ouders niet in de Brabantse hoofdstad. Ook zijn opleiding genoot hij niet in Den Bosch. Een eerste teken van leven dateert van 6 augustus 1532, toen hij een „brodse" (stadsvignet) maakte voor de stadspijper Jacob Tynagel. Een jaar later werd hij aangezocht om een stadszegel ad legata te maken, dat nog bewaard is gebleven. Spoedig werd hij deken van het goudsmedengilde en daardoor nam hij een hoge positie bij zijn collega's in. We zien hem vele jaren actief voor de stad, maar helaas is niet altijd duidelijk om welke produkten het ging. In de rekeningen en notulen van het goudsmedengilde komt hij voor in 1546 als meester van het gilde, in 1557 en als gezworene.
Hét pronkstuk van Bosch zilverwerk is de kokosnootbokaal van Hans van Amsterdam uit 1533-1534, die zich bevindt in het Metropolitan Museum of Art te New York. In de voormelde catalogus uit 1985 werd het nog aan een onbekende meester toegeschreven en gedateerd 1509-1510.
Leerlingen
Het is logisch dat enkele jonge leerlingen zo'n meester kozen: een zoon van Gielis van Os in 1535 en een jonge man uit het huis 'de Roeypoert' in 1536, waarschijnlijk identiek aan Jan Daneelsoen. Zijn beroemdste leerling, tevens muntenkenner en -verzamelaar, was Erasmus Jacobsz van Houwelingen vanaf 1538. In 1538 heeft hij waarschijnlijk nog een leerling gehad: Jan die Lewe, identiek aan Jan Hermans die Leeuw, muntmeester van de stad van 1566 tot voor 1632. In 1546 was hij leermeester van N.N. Heyns of van Heyns N.N. uit Grave en in 1551 werd Joachim die Wolf leerling, vermoedelijk een verwant van zijn schoonvader, de priester Reinder de Wolf.
Huisvesting
Van 1532 tot 1536 heeft Hans van Amsterdam waarschijnlijk een huurpand gehad of bij een gezin ingewoond. Op 3 juni 1536 kocht hij van de erven van zijn collega-goudsmid Herman Preyt een huis in de Kerkstraat. Die straat was in de zestiende eeuw, zoals nu nog, het centrum van de Bossche goudsmeden.
Het pand in zijn bezit tot 27 juli 1547, toen hij het doorverkocht.
Niet duidelijk is waar zijn gezin woonde van 1547 tot 1555; toen kocht hij een huis aan de Hoge Steenweg. Het pand heette 'den (Gulden) Helm' en werd door Hans verkocht in 1564 of 1565. Zelf ging hij onder de Gevangenpoort wonen.

bron: http://www.bossche-encyclopedie.nl/panden/dieze, oude c.htm (Sasse van IJsselt)
pand Oude Dieze C
Naast laatstbedoeld huis stond Westwaarts een huis, waarvan de oudst bekende eigenaar was Petrus van Asten, priester; op dezen volgde als eigenaar daarvan HANS GIJSBERTSZOON VAN AMSTELREDAM, van wien het erfden diens uit zijnen echt met Dieriksken, dochter van Philips Heeren, gesproten kinderen, genaamd Roelof en Aleid van Amstelredam.
Gerlach van Bedber Hermanszn. als man van Maria, dochter van genoemden Roelof van Amstelredam en diens huisvrouw Eeffa Raess, verkocht 8 Januari 1593 (Reg. n°. 247 f. 129) de helft in dit huis, dat toen gezegd werd te zijn: huis erf, plaats en achterhuis, staande aan de Oude Dieze tusschen een gangske, behoorende tot het erf van mr. Petrus van den Bossche, priester, ex uno en het huis van Aelbert Lambertszn. van Breugel, ex alio, aan Lambert Strick, zoon van Jan Nicolauszn. en weduwnaar van Aleid, die als gezegd, de dochter van genoemden Hans van Amstelredam was en van dit huis de wederhelft reeds bezat.
Genoemde Lambert Strick verkocht daarop 21 Mei 1597 (Reg. no. 233 f. 358) dat huis aan voorzegden mr. Petrus van den Bossche, die priester en beneficiaat van het Groot Begijnhof te den Bosch was. Deze legateerde het aan Johan van den Bossche, stadhouder van den Hoogschout der stad en Meierij van den Bosch, zoon van mr. Willem van den Bossche. Hij huwde l° met Johanna van Broeckhoven, dochter van Andries en Anna, de dochter van Jan van Dueren; 2° met Maria van Sprang. Den 11 December 1625 (Reg. n°. 351 f. 100) verkocht hij dit huis, dat nu omschreven werd als: huys, erve, hoff ende afterhuys, staande op de Oude Dieze tusschen een gang, behoorende tot de erfenis van den heer Petrus van den Bossche, priester en zijnde thans aan dit huis annex, zoodat het alsnu staat tusschen het huis van Wouter van Oerle ex uno en dat eertijds van Aelbert van Breugel, nu van Jan Aertszn. van Esschaeren als eenig erfgenaam zijner moeder Mariken wed. Cornelis Wilberts, ex alio, strekkende achterwaarts tot het erf der erfgenamen van Nicolaas van Ravensteijn, - aan Anna van Hambroeck.
Deze koopster, die vrouwe van Jekschot en Pasbogaard was, was de eenige dochter en erfgename van Jonker Johan van Hambroeck, stadhouder en rentmeester van het klooster van Echternach en Elisabeth, de dochter van Jonker Marcelis van Brecht, welke echtelieden 11 December 1585 met elkander huwelijksvoorwaarden maakten. Haar genoemde vader was weder de eenige zoon van Peter van Hambroeck en Anna, de dochter van Jonker Willem Dobbelstein en Margriet, de dochter van Jonker Johan Oudaert, heer van Rixtel. Peter van Hambroeck laatstgenoemd was heer van Croy onder Stiphout en had denkelijk ook nog tot zoon Walraaf van Hambroeck, die bij zijne vrouw Catelina van der Gracht deze kinderen verwekte: Cornelis; Mayken echtgenoote van Jacques Ysenbaert en Walraaf, die waarschijnlijk dezelfde was als de Jonker Walraaf van Hambroeck genoemd Beversluys, wiens weduwe blijkens eene Bossche Schepenakte van 1639 (Reg. n°. 382 f. 476) was Anna de Hont, welke als zoodanig te Goirle land in onverdeeldheid bezat, o.a. met voornoemde Anna van Hambroeck.
Anna van Hambroeck meergenoemd, die ook wel van Hambroeck genaamd Beversluys heette, was eene vurige Katholiek en besteedde, nadat den Bosch in 1629 aan de Staatschen was overgegaan, haar groot vermogen om den Katholieken godsdienst in die stad in stand te houden. De Bossche Bisschop Ophovius gewaagt dan ook in zijn Diarium telkens met lof over haar en Dr. C.R. Hermans stelt haar in zijne Verzameling van zeldzame oorkonden betrekkelijk het beleg van den Bosch in 1629 p. 394 om dezelfde reden gelijk met de diaconessen uit de drie eerste eeuwen van het Christendom. Zij was het, die 28 Juni 1630 het miraculeus beeld van O.L.V. van den Bosch in België in veiligheid bracht, waardoor zij nog steeds voortleeft in de dankbare herinnering der Katholieke Bosschenaren.
Tijdens dat zij het hierbedoeld huis bezat werd het omschreven als: huys, erve, hoff ende achterhuys met eene poorte ende ganck daerneffens, staende aen de Oude Dieze tussen huys ende erve eertijts Wouters Janszn van Oerle, nu Jor. Floris van Eych, heer tot Nuenen, ex uno, ende tussen erffenisse Jans Aerts van Esschaeren, ex alio, streckende van de gemeyn strate achterwaerts tot aen erve heere ende mr. Everardts van Ravensteyn, licentiaet in de rechten.
Zij stierf ongehuwd. Hare erfgenamen bij versterf, zijnde: Jor. Willem Schoyte, wachtmeester der stad Antwerpen; diens zusters Maria Anna, Margaretha en Maximiliana Schoyte; hun broeder Jor. Philips Schoyte; Jor. Wernhard von Hundt zu Busch, als gehuwd met Anna, dochter van Walraaf van Erp, heer van Erp en Vechel; Margaretha vrouwe van La Tour, dochter van wijlen Jor. Jacques de Creheym; François de Bigorre als man van Agnes Dachverlies; Maria, dochter van Jor. Zacharias van Bruhi, weduwe van don Alonzo de Louna en Adriaan Soffaerts als transport hebbende van Maria van Ysselsteyn, weduwe van mr. Lambert Johannis, procureur te Brussel, verkochten 6 Januari 1661 (Reg. n°. 441 f. 74 vso) dit huis, hetwelk nu gezegd werd te zijn: huys, erve, hoff ende achterhuys, poorte, stallinge, sael, camers ende kelders op de Oude Diese neffens erf van S. Franchoys Beyharts, oud-drossard van Boxtel, ex uno, ende neffens erve wed. Jans Artszn van Esschaeren ex alio, - aan genoemden Franchoys Beyharts, die erfridder des H. Roomschen Rijks, heer van Mottes en ouddrossaard der Baronie van Boxtel was.
Over diens voorouders komt in de Bossche Schepenregisters het volgende voor: Franchoys Beyharts had (zie akte van 1576 Reg. n°. 651 f. 442) van zijne vrouw Aryken, dochter van Jacob die brouwer, twee zonen: 1°. Jacob, die volgt en 2°. Jan, die priester was.
Jacob Beyharts laatstgenoemd was schout van het Kwartier van Oisterwijk en huwde 1°. Godefrida, dochter van Jan Hermanszn de molder en Jenneken; 2°. Jenneken, dochter van Marcelis Jan Hermanszn van Bergen en Judith, de dochter van Joseph van den Stadeacker Henrickszn; 3°. Peterken, weduwe van Zeger, zoon van Mathijs Zegerszn en dochter van Peter van Antwerpen genaamd Mickarts en Christina (dochter van Jan Gerardszn). Van zijne derde vrouw had hij kinderen, wier voornamen mij onbekend zijn; van zijne tweede vrouw een zoon Joseph Beyharts, president-schepen van Oisterwijk, die huwde Geertken, dochter van Henrick Lenardszn Grois; en van zijne eerste vrouw twee kinderen: Jan en Fransken, die in 1578 nog minderjarig waren (Reg. n°. 247 f. 191 vso); de eerstgenoemde hunner, Jan, was in 1604 schout der heerlijkheid Moergestel; hij huwde Agneesken van Esch Jansdr, die hem schonk: Franchoys Beyharts, den kooper van het hierbedoeld huis; Anthony Beyharts, kapitein-luitenant in Spaanschen dienst en Jaspar Beyharts, deken der Collegiale kerk van Boxtel.
Franchoys Beyharts laatstgenoemd had van zijne vrouw Anna Lemnius (of Lemmens), die na zijnen dood woonde op het huis van Stapelen te Boxtel en dochter was van Rochus, kastelein en rentmeester van Boxtel en Deliana de Roy, deze kinderen:
a. Ambrosius Jacobus Beyharts, erfridder des H. Roomschen Rijks en heer van Mottes.
b. Philip Jacob Beyharts, overleden te Boxtel 6 September 1689, huwde Anna Elisabeth Graham, dochter van Henry, vaandrig, en Henriette Beyharts, de dochter van Roelof en Lucretia van Riviere; na zijnen dood hertrouwde zij in 1698 niet den ontvanger Reinier van Buuren, weduwnaar van Elisabeth van Hamel.
c. Helena Charlotta Beyharts, die kinderloos stierf en huwde met Roelof Diederik van Renesse.
Ambrosius Jacobus Beyharts, hiervoren onder a genoemd, erfde het hierbedoeld huis van zijnen vader en liet het op zijne beurt na aan Jor. Mathias van Cannart d'Hamale, heer in Beerse, Turnhout en Rode, geboren te Oisterwijk 28 October 1654; deze verkocht 17 Juni 1724 (Reg. n°. 541 f. 240) dat huis met het daarnaast Westwaarts staand huis, welke beide huizen toen gezegd werden te zijn: huis met erf, stalling en koetshuis, staande op de Oude Dieze tusschen dat van Jan van Amelo ex uno en dat van Abraham van Rulo c.s. ex alio, - aan Nicolaas Pardyck, woonachtig te den Bosch; van dezen werden die panden geërfd door zijnen zoon Cornelis Pardijck, van wien ze weder erfde diens halve broeder Wouter van den Endepoel, woonachtig te Schijndel. Laatstgenoemde verkocht ze 16 Augustus 1771 (Reg. n°. 582 f. 354 en vlgd.) aan Maria Hulshout weduwe van den architect Jacob van Vechel; hare erfgenamen verkochten ze 31 Augustus 1799 aan Gerardus van Son, mr. metselaar te den Bosch, c.s., die ze 8 October 1805 op hunne beurt verkochten aan Willem Dirk Bosch en Maria Bosch voornoemd; bedoelde panden werden daarna ook ingericht tot de lakmoesfabriek van beide laatstgenoemden en werden eveneens afgebroken toen die gesloopt en door moderne heerenhuizen vervangen werd.
De voorname Huizen en Gebouwen van 's-Hertogenbosch II (1910) 289-294 (Sasse van IJsselt)

Heeft u aanvullingen, correcties of vragen met betrekking tot Hans Gijsbertszoon "Jan" van Amstelredam?
De auteur van deze publicatie hoort het graag van u!

Voorouders (en nakomelingen) van Hans Gijsbertszoon van Amstelredam

Hans Gijsbertszoon van Amstelredam
± 1505-> 1565

(1) 
(2) 
(3) 
(4) 

Via Snelzoeken kunt u zoeken op naam, voornaam gevolgd door een achternaam. U typt enkele letters in (minimaal 3) en direct verschijnt er een lijst met persoonsnamen binnen deze publicatie. Hoe meer letters u intypt hoe specifieker de resultaten. Klik op een persoonsnaam om naar de pagina van die persoon te gaan.

  • Of u kleine letters of hoofdletters intypt maak niet uit.
  • Wanneer u niet zeker bent over de voornaam of exacte schrijfwijze dan kunt u een sterretje (*) gebruiken. Voorbeeld: "*ornelis de b*r" vindt zowel "cornelis de boer" als "kornelis de buur".
  • Het is niet mogelijk om tekens anders dan het alfabet in te voeren (dus ook geen diacritische tekens als ö en é).



Visualiseer een andere verwantschap

De getoonde gegevens hebben geen bronnen.

Over de familienaam Van Amstelredam


De publicatie Stamboom Van Osch is opgesteld door .neem contact op
Wilt u bij het overnemen van gegevens uit deze stamboom alstublieft een verwijzing naar de herkomst opnemen:
Berry van Osch, "Stamboom Van Osch", database, Genealogie Online (https://www.genealogieonline.nl/stamboom-van-osch/I57928.php : benaderd 19 januari 2026), "Hans Gijsbertszoon "Jan" van Amstelredam (± 1505-> 1565)".