schepenbank Oirschot:
JACOB JAN LUCAS en consorten hebben er mee ingestemd dat Jan van Lith de brieven en dokumenten in bewaring mag hebben die zij samen hebben ontvangen van de weduwe en kinderen van Dirck Hoppenbrouwers ten behoeve van hen en ten behoeve van alle erfgenamen van wijlen Aleijt van Nueteren ( een enkele keer ook genoemd als Aleijt dochter van Jacop Raijmakers, JT) weduwe van Claes Mesmakers totdat alle kwesties tussen hen zijn opgelost over het bezit van deze Aleijt. Vervolgens heeft Jan van Lith hen meegedeeld deze brieven te hebben ontvangen en hen die later weer terug zal geven om hun vorderingen daarmee te kunnen incasseren totdat er een deling heeft plaatsgehad. Datum 16 februari 1535, getuigen Gerart en Heijmerick die het aandroegen.
Heer Jan, Jasper en Frans, broers en natuurlijke kinderen van wijlen heer Henrick van Esch, en verder hun zuster Aleijt met Jasper als haar broer en voogd als partij ter ener zijde en Jan van Lith als wettige man van Geertruijen (= nat. dochter van Jan Jacop Raijmakers, JT) vanwege zijn wettige kinderen en ook als gemachtigde voor Roelof Dircks van Doerne, voor JACOP JAN LUCAS en voor Lisbeth dochter van Henrik Mathijssen, die voor henzelf handelen en voor Jacop Rutger Marcelis van der Schueren, voor Goijaert Goijaerts Sroijen, voor Aert Aerts, voor Jan Janssen en voor HEIJLWICH dochter van JAN LUCASSEN als partij ter andere zijde, hebben met elkaar een deling gemaakt van bepaalde rentes etc, die ze hebben geerfd van Claes die Harnismaker en diens vrouw Aleijt dochter van Jacop Raijmakers.
Bij deze verdeling krijgt heer Jan cum suis een pacht van 22 lopen rogge per jaar die Daniel van Petershem eerder aan Gerard van der Lulsdonk had verkocht, op onderpand van de Hoersenbeemd en andere onderpanden. Nog krijgen ze de pacht van 7 lopen rogge en nog 7 lopen, samen 14 lopen die worden geheven op het erf genoemd de Bijvinck.
De groep van Jan van Lith en de zijnen krijgen samen de 12 en een halve lopen rogge die Henrick Janssen van Esch eerder had beloofd aan Katalijn Willemsdochter van Esch, op onderpand van het huis etc. genoemd de Standert. Nog krijgen ze de anderhalf mud rogge die Jan Peters van Kerkoerle, alias van Bantsvoort, jaarlijks uit diens bezit betaalde en nu wordt geheven uit het bezit van Jan Truijen. Nog krijgen ze de rente van 46 schillingen per jaar die werden beloofd door Rutger natuurlijke zoon van heer Rutger, 'persoon' (pastoor, JT) te Baerle aan Mathijs zoon wijlen Henrick die Bruijn.
Genoemde erfgenamen beloven elkaar deze deling altijd gestand te zullen doen en dat ieder de lasten op het eigen erfdeel zodanig zal afhandelen dat het erfdeel van de anderen daarvoor is gevrijwaard. Als er op iemands erfdeel meer lasten blijken te drukken dan zullen ze die gezamenlijk betalen. Datum 6 november 1536, getuigen Cort en Vloet.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Jacob Jan Lucas van den Schoot | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.