Hij is getrouwd met Hersela Peters Eijckmans.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
- teulman (boer), had bezittingen onder Gestel en Schijndel; woonde aan de Heselaer in Gestel
- hij is circa 35 jaar oud in een akte van 4-5-1562 (dus geb rond 1526)
schepenprotocol Sint-Michielsgestel:
489 Voor schepenen is verschenen Willem zoon wijlen Goijaert van der Donck en verkoopt aan WILLEM zoon wijlen Peter Willems van Griensven een jaarlijkse rente van 2 pond paijment uit een jaarlijkse rente van 4 pond eerder beloofd door Peter, Henrick, Gerard en Jan broers en zoons van wijlen Henrick Weijgergancs steeds te betalen met Kerstmis op onderpand van een huis, haard, tuin en 5 lopenzaad land, gelegen in de parochie van Berlikum ter plaatse genoemd Middelroij, b.p. Henrick en Willem Weijgergancks, de erfgenamen van Johannis Weijgergancks volgens de schepenbrief van Den Bosch d.d. 16 oktober 1422. De verkoper belooft de verkoop gestand te doen en alle lasten af te handelen. Als zekerheid voor de rente stelt hij een weiland in onderpand gelegen te Gestel ter plaatse genoemd aan de Landweer, b.p. Adriaen Peters Eijmberts, de erfgenamen van Henrick Peters, de drossaard van Hoogstraten, de gemeenschappelijke straat. Getuigen Schuermans en Merendonck, datum 2 oktober 1560.
501 Voor schepenen zijn verschenen WILLEM zoon wijlen Peter Willems Rutgers van Griensven en heeft kontant geld aangeboden waarvan hij verklaard dat het zijn eigendom is om daarmee beroep te doen op het recht van vernadering inzake een akker die Jan zoon wijlen Danck Dancken had gekocht van Andries zoon wijlen Willem Rutgers van Griensven vologens de schepenbrief van Gestel d.d. 9 november 1559. Jan Dancken doet er nu afstand van en Willem belooft hem diens koopsom te restituteren en hem voor de beloftes te vrijwaren die eerder zijn gedaan aan Andries Willems van Griensven. Getuigen Henrick Jan Emonts en Goijaert Willems van de Merendonck als schepenen, datum 9 november 1560. Datering: 09-11-1560
529 Wij Jan Michiels en Goijaert Willems van de Merendonck, schepenen verklaren dat voor ons is verschenen WILLEM zoon wijlen Peter Willem Rutten en verkoopt aan Jan zoon wijlen Danck Dancken het erfrecht en part van bezit dat Willem had vernaderd en dat Jan Dancken had gekocht van Andries Willem Rutten volgens de schepenbrief van Gestel d.d. 10 november 1559. Willem belooft deze overdracht gestand te doen en alle lasten daarin af te handelen. Datum 8 maart 1561. [zie scan]
657 Al degenen die deze brief zullen zien of horen lezen etc. Wij, Henrick Willems van Beeck en Peter Jan Schuermans, schepenen verklaren dat voor ons is verschenen Aloff zoon wijlen Arts van Dommelen oud ca. 36 jaar, WILLEM zoon wijlen Peter Willems van Griensven oud ca. 35 jaar, inwoners van Gestel, verder Jan Jan Rutten oud ca. 24 jaar inwoner van Schijndel en Jan Michiels onze medeschepen oud ca. 40 jaar, welke Alof, Willem en Jan Michiels als inwoners hiertoe door de vorster zijn opgeroepen en Jan Jan Rutten van Schijndel daarvoor door de vorster is gearresteerd, en hebben op verzoek van Henrick zoon Aert Peters onder ede die is afgelegd bij Daniel van der Ameijden als schout te Gestel, nadat ze daarover zijn ondervraagd, de volgende verklaringen afgelegd. Genoemde Alof verklaart dat hij op een zomerdag 3 weken geleden bij dageraad in de morgen bij Jan Jan Rutten was gekomen ter plaatse genoemd de Mijldoren richting Den Dungen, en daar een manspersoon hebben ontmoet met om zijn hals een *ijmkaer*, maar wie deze persoon was weet de deponent niet en hij kende hem ook niet. Genoemde Jan Jan Rutten deponent bevestigt dat hij op een zomerdag 3 weken gelegen smorgens samen met Alof van Dommelen nabij de Mijldoren op het dijkje daar een manspersoon hebben ontmoet met om zijn hals een *ijmcaer* maar wie die manspersoon was weet de deponent niet. Willem zoon wijlen Peter Willems van Griensven verklaart dat hij op een zomerdag 3 weken geleden bij zonsopgang in het weiland in het Wout zijn paarden aan het zoeken was, die hij daar niet had gevonden en toen bij het erf was gekomen waar nu Henrick Aerts woont en daar in een bijhuis een ijm zag staan, waar zoals het leek de douw overheen was gekomen, maar wie daarbij was geweest is hem niet bekend. Daarna is hij op de zelfde dag omstreeks de mistijd, met Alof en Jan Michiels bij die ijmstok gekomen waarbij Jan Michiels en hij deponent keken of het niet zijn ijm was die hij had verloren, waarbij Jan had gezegd dat hij die ijm niet kende. Genoemde Jan Michiels onze schepen verklaart dat hij met genoemde Alof en Willem op een zomerdag 3 weken gelede omstreeks de mistijd was gekomen op het erf waar nu Henrick Aernts woont, een ijm zag staan in een bijhuis (bijenhuis?), die daar alleen stond, en dat Olaf en Willem zich afvroegen of dat niet zijn ijm was die hij verloren had en daarop had hij deponent gezegd dat hij zulks niet wist. Akte is voorzien van het schependomszegel. Datum 4 mei 1562.
682 Voor Henrick Willems van Beeck en Jan Michiels, schepenen, zijn verschenen WILLEM zoon wijlen Peter Willems van Griensven, teulman oud ca. 35 jaar; RUTGER zoon wijlen Peter Willems, snijder ca. 23 jaar; Christoffer van Risingen, poorter van Den Bosch ca. 42 jaar; Dirck zoon Goijaert Horcks (?), teulman ca. 44 jaar; joffrouwe Arnolda van der Ameijden ca. 35 jaar; allen inwoners van Gestel opgeroepen door vorster Cornelis Jan Alaerts; Henrick zoon wijlen Adriaens Mengelen, snijder en inwoner van Vught ca. 45 jaar; hebben op verzoek van Adriaen Spierincks de volgende verklaringen afgelegd. - Willem heeft gezien dat op de dag dat Adriaen Spierincks Bernard Willem Thijssen verwondde, Bernaert eerst tot 3 keer toe van het huis van Denis Henricks kwam genoemd de Swaen (=herberg), maar dat Adriaen niet eerder heeft geslagen dan nadat Bernaert Adriaen lelijke en schandelijke woorden had toegevoegd, zeggend * gij schelm, dief, straatschender, komt daar uit, gij en derft daar nijet uitkomen, gij woont in mijn huis en geeft mij niet*, daarop had Spierinks geantwoord, *men doet goet recht en wat ik U schuldig ben wil ik eerlijk betalen*; Bernaert is de 1e keer door joffrouw Rijswijcx vanaf de Swaen naar zijn huis was geleid, toen is Bernaert voor de 3e keer weer uit huis gekomen en sprak meer schandelijke woorden. - Rutger heeft gezien dat Bernaert de 1e keer naar het huis ging van Denissen Henricks en toen hoorde hij deze Bernaert twistenen kijven maar kon de woorden niet verstaan. Vandaaruit is Bernaert toen voor de 2e keer in het huis van Denis Henricks (de Swaen) gekomen met een bijl in zijn hand; opnieuw twisten en kijven; toen is joffrouw Rijswijcx gekomen en heeft Bernaert naar zijn huis geleid; toen is Bernaert voor de 3e keer naar het huis van Denissen gegaan maar deponent heeft niet gezien of hij iets in zijn hand had, en heeft gehoord dat Bernaert honend sprak en twistte. - Christoffer van Rijsingen heeft gezien dat Bernaert in het huis van genoemde Henrick is gekomen met in zijn hand een bijl maar hij heeft niet gehoord dat Bernaert bepaalde woorden gezegd zou hebben tegen Spierincks en hij heeft daarna deze Bernaert opnieuw uit het huis zien komen zonder bijl. - Dirck zoon Goijaert Horcx heeft tot 2 keer genoemde Bernaert in het huis van Denis Henriks zien komen en hij heeft Bernaert toen tegen deze Spierincks horen zeggen *gij ezelken, gij woont in mijn huis en wilt mij niet betalen*, daarna heeft hij gezien dat joffrouw Rijswijcks kwam en Bernaert toen naar zijn huis heeft geleid en toen dat was gebeurd heeft hij joffrouw Rijswijck horen zeggen dat zij Bernaert in bed had gelegd en hoopte dat hij zou blijven slapen. - joffrouw Arnolda van der Ameijden heeft gezien dat Bernaert voor de poort stond bij het huis dat hem eerder toebehoord heeft en heeft toen gehoord dat Bernaert over genoemde Spierincks beledigende woorden sprak en ze heeft toen gezien dat Bernaert toen naar de Swaen ging en dat toen joffrouw Rijswijcx daarna kwam en Bernaert vandaaruit naar zijn huis had gebracht en hem versp ... (?). - Henrick zoon wijlen Adriaen Mengelen verklaart dat ca. 14 dagen na de dag van de verwonding waarvan men zei dat die door Spierincks was veroorzaakt, Bernaert in zijn bed lag en hem had ontboden omdat hij eerder met Bernaert had getwist en toen zei Bernaert tegen hem *wij hebben dikwijls twist met elkaar gehad, wilt het mij vergeven, ik vergeef het U*. En Bernaert had toen tot diens vrouw gezegd *Marijke tapt Henrick eens te drinken* en nadat dat zulks was gebeurd, zei Bernart tegen zijn vrouw * Marijke komt hier ik moet U borstkens eens tasten, ik en kan niet langer gelijden* en dat Bernaert toen zijn hand in haar boezem stak en haar borsten scheen te betasten, waarop de deponent zei *Bernaert ziet toe dat gij Uzelf niet tekort doet* en dat Bernaert toen zei * tis bijnae gedaan, ik en hebbe geen noot want of ik sulcks woude*. En toen zei hij dat hij de plaaster van de kwetsuur wou slaan of werpen. Datering: 04-08-1562
697 Wij Jan Michiels en Peter Jan Schuermans, schepenen verklaren dat voor ons is verschenen WILLEM zoon wijlen Peter Willems en belooft op onderpand van zijn persoon en bezit als schuldenaar om aan Rutger zoon wijlen Peter Willems die per a.s. Pasen de som van 175 gulden te betalen, elke gulden van 20 stuivers. De akte is voorzien van het schependomszegel. Datum 22 oktober 1562.
361 Wij Henrick Willems van Beeck en Matheus Pels, schepenen verklaren dat eerder Aert zoon wijlen Mathijs Alaert aan WILLEM zoon wijlen Peter Willems van Griensven en diens broer een jaarlijkse rente had verkocht (beloofd) van 3 karolusguldens en 5 stuivers, elke gulden tegen 20 stuivers, steeds te betalen op St. Petrusstoeldag op onderpand van een huis, tuin, hopland akkerland gelegen te Gestel onder Haenwijck, b.p. het klooster van St. Andries in Den Bosch, de hoeve op de Brant, alles volgens de schepenbrief van Den Bosch. Voor ons is nu verschenen genoemde Willem en heeft verklaard dat deze rente van 3 gulden en 5 stuivers is afgelost en geeft daarvoor kwijting en zal Jan en diens nakomelingen daarvoor verder vrijwaren. Actum ut supra. Datering: 09-12-1570
532 Wij Rutger Janssen van Griensven en Pouwels Dirk Horcx, schepenen verklaren dat voor ons zijn verschenen Peter, Jan en Willem, broers en zoons wijlen WILLEM PETER WILLEMS van Griensven door deze Willem verwekt bij diens vrouw Hersula dochter wijlen Peter Eijckmans, die ons hebben verklaard dat wijlen hun vader Willem en hun moeder Hersula zijn overleden en bezit hebben nagelaten, deels alhier te Gestel en deels onder Schijndel dat ze graag zouden delen, maar zulks niet mogelijk is tenzij Elisabeth als minderjarige dochter van wijlen Antonis Michiel Teuwens door wijlen deze Antonis verwekt bij diens vrouw Barbara dochter van genoemde Willem en Hersula van voogden wordt voorzien, hetgeen ze hierbij verzoeken. Daarom hebben wij schepenen volgens oud gebruik hierin en ook volgens het octrooi van keizer Karel V, als voogden Gerard zoon wijlen Peter Eijckmans benoemd die in de vrijdom van de stad Den Bosch woont en daarvoor is gearresteerd en nog Goverden zoon wijlen Geraerts Joosten van de Venne die alhier te Gestel woont en daarvoor is opgeroepen en hierbij ook aanwezig is. Wij geven hen de volmacht om tot een boedeldeling voor het minderjarige kind te komen en daarin alles te doen wat nodig is en daarna ook het verdere beheer te voeren van het bezit van dat kind, zoals voogden schuldig zijn te doen en hetgeen zij hierbij ook onder ede beloven te zullen doen. Datum 18 november 1597.
533 Voor Rutger Janssen van Griensven en Pouwels Dirck Horcx, schepenen, zijn verschenen Peter, Jan en Willem, zoons wijlen WILLEM PETERS VAN GRIENSVEN bij wijlen Hersela dochter wijlen Peter Eijckmans; HERMAN zoon wijlen Dirck Schuermans man van Geertruijden; Mathijs Gijsberts man van Elisabeth, dochters wijlen genoemde Willem en Hersela; Gerard zoon wijlen Peter Eijckmans en Govert zoon wijlen Gerard Joosten van de Venne als voogden over Elisabeth minderjarige dochter wijlen Antonis zoon wijlen Michiel Teuwens bij diens vrouw Barbara dochter wijlen genoemde Willem en Hersela. Dezen maken een deling van het nagelaten bezit van hun ouders, gelegen te Gestel en deels onder Schijndel.
- Genoemde Peter krijgt een stukje akkerland en weiland, gelegen in de jurisdictie van Schijndel naast Seijensrot (?) b.p. Mathijs Gijsberts, de H. Geest van Den Bosch, de erfgenamen van wijlen Geerling Lenaerts. Uit dit stuk land en weiland moet jaarlijks 6 gulden worden betaald in Heeswijk, uit een rente van 18 gulden. Verder moet dit perceel overpad verlenen aan een malderzaad land en de akker en weiland dat aan Mathijs is toebedeeld. Ook nog de oude *vrede * te onderhouden.
- Genoemde Jan krijgt een stuk akkerland groot ca. 9 lopenzaad, alhier te Gestel gelegen genoemd de Pael, b.p. het pastorieland van Gestel, de gemeenschappelijke straat, de erfgenamen van Goijaert Henricks. Hieruit jaarlijks aan de kerk van Gestel 5 lopen rogge te betalen, nog jaarlijks aan Margriet weduwe van Antonis Antonissen 14 gulden.
- Genoemde Willem krijgt het kleine woonhuis met de schuur en de helft van het binnenland zodat ligt naast het grote huis en daar is afgedeeld, alhier te Gestel gelegen aan de Hezelaer, b.p. genoemde Herman Dircks, Peter Claes, de gemeenschappelijke straat. Hieruit moet Willem jaarlijks aan de hertog van Brabant als grondchijns 10 stuivers en een penning betalen, nog jaarlijks een mud rogge aflosbare pacht, nog jaarlijks 2 gulden en nog 2½ gulden, nog jaarlijks 31½ stuiver aan diverse personen, nog jaarlijks aan de kapel op Den Dungen 28 stuivers, nog jaarlijks 14 stuivers nog jaarlijks te Heeswijk 3 gulden uit een rente van 18 guldens. Dit lot krijgt jaarlijks zelf een rente van 17½ stuiver van Peter Claes en nog krijgt dit lot eenmalig 10 karolusguldens van het lot van Herman Dircks.
- Genoemde Herman krijgt een woonhuis met het halve binnenland, afgepaald met het erf van het kleine huis, met de aanplant rond de kuil op de gemeenschappelijke straat alhier te Gestel op de Hezelaer, b.p. genoemde Willem Willems, de gemeenschappelijke straat. Hieruit jaarlijks aan de heer van Herlaer als grondchijns 14 stuivers, nog jaarlijks aan de erfgenamen van meester Gerard van Herzel een mud aflosbare rogpacht. nog jaarlijks 6 gulden, nog jaarlijks 2 Wilhelmustuin, nog jaarlijks 3 gulden te Heeswijk uit de rente van 18 gulden. Verder moet Herman 10 gulden eens geven aan het erfdeel van het kleine huis.
- Genoemde Mathijs Gijsberts krijgt twee stepen akkerland, samen 5 lopenzaad, gelegen in de jurisdictie van Schijndel in de Engel, met het achterste weiland in de Engel, b.p. Elisabeth minderjarige dochter van Anthonis Michiels, genoemde Peter Willems, de H. Geest van Den Bosch, jonker Gerard van Boeckop. Nog krijgt hij een zesterzaad hopland gelegen in de zelfde jurisdictie (Schijndel), b.p. Peter Willems, de erfgenamen van Geerling Lenarts. Dit perceel heeft overpad over het erf van Peter Willems. Mathijs zelf moet overpad verlenen aan het genoemde minderjarige kind. Hieruit moet Mathijs jaarlijks 6 gulden te Heeswijk betalen uit een rente van 18 gulden.
- Genoemde Elisabeth krijgt een stuk akkerland groot ca. een malderzaad gelegen in de jurisdictie van Schijndel in de Engel, b.p. Mathijs Gijsbrechts, genoemde Peter Willems. Dit perceel moet wegen over het erf van genoemde Peter en van Mathijs. Dit lot moet jaarlijks het hek onderhouden met de post hangend op de middelste streep.
Datering: 18-11-1597
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Willem Peter Willems van Griensvenne | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hersela Peters Eijckmans | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.