Hij is getrouwd met Elisabeth Adriaen Aernt Pels.
Zij zijn getrouwd.
Kind(eren):
- volgens een akte uit 1558 moet hij heten Herman zoon wijlen Jan Hermans...!!
- volgens een akte van 1557 is hij circa 40 jaar oud, dus geboren rond 1510..?
- mogelijk is als zijn achternaam Van de Horrick te noemen, vanwege het feit dat hij rechten had op huis en erven gelegen te Gestel ter plaatse genoemd de Horrick...? (akte 16-3-1559)
- hij kreeg in 1542 een huis toebedeeld in Gestel genoemd aan de Placke...
- hij is overleden tussen 11 juni en 8 oktober 1558....
schepenprotocol Sint-Michielsgestel:
10 Wij Daniel van der Ameijden schout alhier, Henrick Henricks van Weert, Willem Goerts van de Merendonck, Jan Arts van den Gasthuijs, Henrick Willems van Beeck, Willem Henrick Sprincen, Ruth Rutgers van Griensven en Geerling Rutten van Griensven, verder Willem Aert Lodewijks als gezworenen met instemming van de kerkmeesters en inwoners van Gestel machtigen hierbij HERMAN zoon van Jan Hermans om namens ons in rechte de onwilligen te vervolgen die niet bijdragen in de koningsbede. Datum 22 januari 1557.
23 Wij Henrick Henricks van Weert en Jan Aerts van de Gasthuijs schepenen, verklaren dat voor ons zijn verschenen heer en meester Jan zoon Jacop Jan Horckmans, HERMAN zoon Jan Hermans en Servaes Gerit Aerts van den Broeck en hebben een deling gemaakt van de goederen die Herman had gekocht van de erfgenamen van Hubrecht Aerts van de Broeck en welk bezit Herman daarna had overgedragen aan heer Jan en aan Servaes zoon Gerit Aerts van de Broeck, volgens diverse schepenbrieven van Gestel.
- Heer en meester Jan Jacop Horckmans en Servaes zoon Gerit Aerts van den Broeck krijgen een woonhuis, met akkerland alhier te Gestel ter plaatse genoemd ten Brekelen, b.p. Joosten Jacops Verhoeven, Herman zoon Jan Hermans, de gemeenschappelijke straat. Hieruit moeten ze jaarlijks 3 gulden betalen aan Henrick van Dommelen, nog jaarlijks aan Matheus Gijsbert Pels 4 lopen rogge, nog aan de rector van het O.L. Vrouwenaltaar in de kerk van Gestel een zester rogge, nog jaarlijks 4 pond paijment aan diverse personen die daar recht op hebben.
- Herman Jan Hermans krijgt het vierde deel van 10 lopenzaad land verkregen van Hubrecht Aerts van de Broeck zoals in een schepenbrief van Den Bosch d.d. 19 juni (?) 1529 is vermeld, welk vierdedeel is gelegen ter plaatse genoemd ten Brekelen, b.p. genoemde heer Jan en Servaes, de gemeijnte, Joosten Jacops. Hieruit moet Herman jaarlijks 6 pond paijment aan Lambert die Bercke (?) of aan diegene die er recht op heeft en moet die rente zo betalen of aflossen dat heer Jan en Servaas daarvoor zijn gevrijwaard. Die rente van 6 pond had heer Huberts Sweerts priester gekocht van Aernden Dircks van den Broeck volgens de schepenbrief van Den Bosch d.d. 7 februari 1511. Als die 6 pond daar jaarlijks niet uit betaald hoeven te worden dan is dat ten voordele van Herman. Genoemde delers doen over en weer afstand van aanspraken op elkaars bezit en beloven de deling gestand te doen. Indien er meer lasten op iemands bezit zouden drukken zullen ze dat samen betalen, heer Jan en Servaes daarin voor drie vierde part en Herman voor een vierde part. Verder zal elk de lasten op het eigen deel zo betalen dat het deel van de anderen daarvoor gevrijwaard is. Datum 9 februari 1557.
93 Voor de zelfde schepenen is verschenen HERMAN zoon Jan Hermans en belooft op onderpand van zijn persoon en bezit Jan zoon van Steven Eijmerts de som van 30 stuivers te betalen. Als Herman in het proces dat loopt tussen de erfgenamen van Peter van de Venne en genoemde Herman, hem daarin die 30 stuivers worden toegewezen, zullen ze dat dat bedrag dan direkt aan hem betalen. Actum ut supra. Datering: 14-05-1557
127 Al degenen die deze brief zullen zien of lezen etc. Wij Henrick Henricks van Weert en Henrick Willems van Beeck, schepenen verklaren dat voor ons is verschenen HERMAN JANSSEN oud ca. 40 jaar, Adriaen Elias oud ca. 50 jaar, Joost Claessen oud ca. 33 of 34 jaar en Peter Goerts (van Fickeoert =doorgestreept) oud ca. 30 jaar, inwoners van Gestel die daarvoor door de vorster Cornelis Jan Alaerts zijn opgeroepen, hebben op verzoek van Jan Zanders nadat ze daarover zijn ondervraagd het volgende verklaard. Herman en Adriaen verklaren dat Antonis natuurlijke zoon van wijlen heer Jacop Zanders een huis had gehuurd met tuin en erf alhier in Gestel aan de Plaets en wel vanaf a.s. Pinksteren en 2 jaar verder, en dat dat huis tot groot nadael en kosten van Antonis leeg staat en is verlaten. Genoemde Herman verklaart dat Anthonis aan hem in aanwezigheid van getuigen die huur had beloofd voor dat huis met erf en dat hij voor het huurceduul heeft betaald gehad ten behoeve van Gijsbrecht zoon Andries Janssen. Genoemde Joost Claessen en Peter Goerts verklaren dat genoemde Anthonis nog een ander huis heeft gehuurd staande te Herlaer ook ten koste van Anthonis dat leeg en verlaten is en waarvoor Anthonis nog een jaar huur schuldig was vanaf Pinksteren a.s. Datum 4 augustus 1557. Datering: 04-08-1557
143 Wij Henrick Henricks van Weert en Jan Michiels, schepenen verklaren dat voor ons is verschenen HERMAN JANSSEN, Henrick Willems van Beeck en Goessen Peters als nieuwe tiendenaars, verder Willen Goerts van de Merendonck als tiendenaar van een tiende genoemd Heeseckert, Matheus Peters, Jan Dirck de oude, Steven Janssen en Christiaen Henricks als pachters van de tiende genoemd Midecker en onderwerpen zich aan de ordonnantie (bevel) zoals is gewezen door de heer officiaal te Leuven afgegeven op 24 juli 1557 in de kwestie tussen deze pachters van de tiendes en de parochiekerk van Gestel in alle punten volgens dit decreet. Datum 31 augustus 1557.
162 Op de zelfde tijd als hiervoor heeft Cornelis op verzoek van Herman Jan Hermans en Adriaen Peter Eijmberts de rechten erkend die deze hebben in een huis, tuin en erven gelegen te Gestel ter plaatse genoemd de Horrick, zoals Jan Teuwens dat in gebruik heeft gehad, vanwege de achterstalligheid voor het niet voldoen van een garantie door Willem en Eijmbert, zoons van Reijnbout Jan Eijmberts van de Boedonck aan Peter Willems van den Horrick en aan Jan Delis Janssen inzake een akker genoemd den Brabant groot ca. 5 lopenzaad, gelegen in de zelfde parochie etc., b.p. Willem en Eijmbert. Door deze borgstelling heeft Peter Willems van den Horrick schade geleden, welke schade is verhaald op het genoemde huis en erven. Cornelis heeft daarvoor de noodzakelijke afkondigingen gedaan op 3 zondagen achter elkaar. Actum ut supra. Datering: 19-10-1557
169 Wij Henrick Willems van Beeck en Jan Michiels als schepenen verklaren dat voor ons is verschenen heer Jan zoon Jacob Horckmans en verklaart dat hij is voldaan door Matheus Gijsberts (Pels, JT) namens diens moeder Chatarijn als weduwe van Gijsbert Pels voor de helft van een jaarlijkse rente van 15 en een halve stuiver, die Gijsbert Pels als man van Chatarijn schuldig was te betalen aan de erfgenamen van Hubrecht Aernts en welke rente heer Jan was overgedragen door Herman zoon Jan Hermans. Heer Jan geeft deze Chatarijn en haar erfgenamen kwijting voor die helft. Datum 7 december 1557.
217 Voor schepenen zijn verschenen Henrick zoon wijlen Hubrecht Janssen en draagt aan HERMAN zoon wijlen Jan Hermans zijn rechten en aanspraken over inzake het geerfde bezit van Peter Aerts van de Venne en van diens vrouw Jenneke dochter wijlen Aert Janssen, dat Hubrecht zoon wijlen Hubrecht Janssen had overgedragen aan Jan zoon Jan Hermans en aan Henrick Willem Rutten en daarna Henrick weer had verkregen vanwege het recht van vernadering volgens de schepenbrief van Gestel. Hij draagt dat bezit nu weer over aan Herman zoon Jan Hermans en belooft op onderpand van zijn persoon en bezit deze overdracht gestand te doen en alle lasten daarin af te handelen. Actum ut supra. Datering: 05-03-1558
239 Onvolledige akte
Voor schepenen is verschenen Goert Peters van den Hovel, Joachim Peters van den Hout voor een derde part, Adriaen Jan Bo.... als man van Jenneken dochter van wijlen Willem Aert Goossens voor een derde part en HERMAN Janssen als man van Elizabeth voor een derde part, hebben een deling gemaakt van (is niet afgemaakt). Voetnoot: De deling is ongeldig omdat de delers en erfgenamen hebben geprotesteerd. Datum 26 mei 1558.
249 Voor schepenen verscheen Willem zoon wijlen Henrick van Herenthom als man van Elizabeth en verkoopt aan HERMAN zoon wijlen Jan Hermans het versterf waarop hij recht heeft na de dood van Jan Lodewijkszoon van der Strijpt of dat hij nog zal erven waar dan ook, zowel roerend als onroerend bezit. Willem doet er afstand van en belooft de verkoop gestand te doen. Getuigen Willem Goerts van der Merendonk, Rut Rutten, Jan Michiels en Henrick Jan Emonts schepenen, datum 11 juni 1558.
>> hij erft (via zijn vrouw) van deze Jan Lodewijks van der Strijpt...!!
269 Voor schepenen zijn verschenen Elisabeth weduwe van HERMAN JANSSEN met haar voogd en machtigt hierbij meester Mathijs Keijen en haar zoon Jacob, samen en hoofdelijk om al haar zaken te behartigen en de gemachtigden dienen daarbij de gebruikelijke dingen te doen. Ze belooft hen daarvoor te vrijwaren. Getuigen Beeck en Goert Willems, datum 27 september 1558. Datering: 27-09-1558 [zie scan]
338 Voor schepenen zijn verschenen Elisabeth weduwe van Herman Janssen en Michiel en Jan broers en zoons van wijlen Jan Hermans als naaste familie van de minderjarige kinderen van wijlen Hermans Janssen en genoemde Elisabeth wettige dochter van Adriaen Pels en hebben verklaard dat deze minderjarige kinderen en met hen Adriaen zoon wijlen Peter Eijmbrechts een huis, tuin en grond hebben geerfd, deels zaailand en weiland gelegen te Gestel ter plaatse genoemd de Horrick, en nog andere bezit eerder eigendom van Victoer van den Meulen en daarna van diens zoon meester Henrick, welk bezit nu wordt genoemd de Hoeve op Mughovel bij Emaus, en om dat bezit te betalen heeft Adriaen vele geld geleend van Herman welke schuld de genoemde weduwe of haar kinderen niet kunnen betalen zondat dat het bezit wordt verkocht. Ze verklaren dat het bezit ook is belast met diverse rentes en pachten sinds het verkrijgen ervan en tegenwoordig onbewoond is en dat het daarom beter voor de helft van die kinderen is om verkocht te worden, maar dat zulks niet eerder kan gebeuren dan nadat er voogden zijn benoemd, twee van vaderskant en 2 van moederskant. Daarom hebben wij als schepenen nadat we kennis hebben genomen van de redenen, op grond van het jarenlange gebruik hierin en ook wegens het octrooi van de keizer als hertog van Brabant, ook met instemming van Daniel van der Ameijden als schout, als voogden Michiel en Jan broers en zoons wijlen Jan Hermans inwoners van Gestel benoemd vanwege de kant van de vader en Matheus zoon wijlen Gijsbert Pels inwoner van Gestel en Aelbrecht zoon wijlen Aert Pels als inwoners van Den Dungen die daarvoor zijn gearresteerd vanwege de kant van de moeder. Wij geven hen machtiging om voor die minderjarige kinderen voor hun helft het bezit te mogen verkopen en dat bezit voor schepenen over te dragen. Het geld zullen ze aanwenden ten behoeve van genoemde Adriaen en de andere schuldeisers. Als er geld overschiet moet het voor de minderjarige kinderen worden aangewend. Op verzoek moeten de voogden later wel rekenschap afleggen over hun beheer zoals ze hierbij ook onder ede beloven te doen. Datum 16 maart 1559, getuigen Henrick van Beeck en Schuerman als schepenen. Datering: 16-03-1559
372 Al degenen die deze brief zullen zien etc. Wij Henrick Willems van Beeck, Jan Michiels, Henrick Jan Emonts, Peter Jan Schuermans en Goert Willems van de Merendonck, schepenen verklaren dat in de gebannen vierschaar is verschenen Jacop zoon wijlen HERMAN JANSSEN oud ca. 24 jaar en Jan zoon wijlen Herman Janssen oud ca. 22 jaar, inwoners van Gestel die daartoe zijn opgeroepen en hebben op verzoek van Adriaen zoon wijlen Peter Eijmbrechts onder ede afgelegd bij de schout Daniel van der Amijden, nadat ze daarover zijn ondervraagd het volgende verklaard. Ze waren er destijds bij toen Matheus zoon wijlen Niclaes Teuwens van genoemde Adriaen een stuk land heeft gehuurd gelegen te Gestel ter plaatse genoemd Mughovel en wel voor een periode van 8 jaar en dat die daarvoor had beloofd jaarlijks 4 karolusguldens te zullen betalen, elke gulden van 20 stuivers en Mathijs had dat perceel toen aanvaard waarbij Mathijs had beloofd in het laatste jaar dat land achter te laten met *volle hop* met hopstaken van 2 jaar oud. Datum 1 juli 1559. Datering: 01-07-1559 [zie scan]
566 Voor schepenen is verschenen Goijaert zoon wijlen Goessen Dircks voor hemzelf en als voogd over de 2 minderjarige kinderen van wijlen Jan Willems bij diens vrouw Lisbeth dochter wijlen Goessen Dircks; Gerard zoon wijlen Peter Gerits voor hemzelf samen voor 1/6 (1); Lauwrens Willems voor hemzelf en als voogd voor de minderjarige kinderen wijlen Dirck Willems, voor de 2 minderjarige kinderen van wijlen Gerard Willems, voor het minderjarig kind van wijlen Gerard Jacobs verwekt bij wijlen Anna dochter Dirck Willems, voor het minderjarig kind van wijlen Dirck Grieten samen voor 1/6 (2); Jan zoon wijlen Jan Hermans, Lauwrens zoon Michiel Hermans die ook belooft voor zijn zuster Peterken, Jacob zoon wijlen HERMAN JANSSEN; Jan zoon wijlen Herman Janssen, Dirck Peter Schuermans man Marie dochter wijlen Herman Janssen; Jan zoon wijlen Jan Hermans als voogden over Peter zoon wijlen Herman Janssen minderjarig; Jan zoon wijlen Jan Hermans voogd over de minderjarige dochter wijlen Adriaen Jan Hermans, samen voor 1/6 (3); Jan zoon wijlen Jan die Bever voor hemzelf en voor zijn broer Henrick en voor Catarina dochter Gijsbert Henricks; verder Henrick zoon Dirck die Bever, voor hemzelf en voor Henrick Hendricks van den Dijck, nog voor Henrisken dochter wijlen Herbert Joirdens met haar voogd, samen voor 1/6 (4); Barbara weduwe Peter Peters met haar voogd; Jacop zoon wijlen Rut Rutten en Henrick Jan Eijkmans als man van Marie dochter wijlen Rut Rutten, welke Jacop nog handelt namens Elisabeth en Oda gezusters en kinderen wijlen Rut Rutten en ook voor Jan Dancken en voor Elisabeth weduwe wijlen Jacob van Grueningen, samen ook voor 1/6 (5); Lauwrens en Jacop broers en zoons van Paridaens van Bladel voor henzelf en voor hun zuster Elisabeth; Lauwrens Willems die handelt voor de 3 kinderen van Peter Godscalcx, welke Lauwrens, Jacob en Wilem nog handelen namens Jacop zoon wijlen Jacob Aernts, ook voor 1/6 (6); hebben een deling gemaakt van het bezit dat ze hebben geerfd na dood van Elisabeth weduwe Jan Willem Raijmakers. - (1) krijgen de helft van een stuk akkerland te Gestel in de Heijstraat daar, in totaal ca. 7 lopenzaad groot, b.p. Joost Jan Tielmans, Lauwrens Willems e.a., de gemeenschappelijke straat. Uit deze helft jaarlijks 4 lopen rogge te betalen aan de H. Geest te Gestel, aflosbaar met 12½ karolusgulden. - (2) de helft van een stuk akkerland te Gestel in de Heijstraat, in totaal groot ca. 7 lopenzaad, b.p. Joost Jan Tielmans, Lauwrens Willems e.a., de gemeenschappelijke straat. Hieruit jaarlijks 4 lopen rogge te betalen aan de H. Geest te Gestel aflosbaar met 12½ karolusgulden. - (3) krijgen een stuk akkerland groot ca. 3 lopenzaad, in Gestel achter het Loo, b.p. de gemeenschappelijke weg, Jacob van Deventher, de heer van Merode, erfgenamen heer Jacop Zanders. Het bezit is vrij van lasten. - (4) krijgen de helft van een stuk akkerland te Gestel onder Ruijmel, b.p. de Locaert daar, Gerart Wouters, erfgenamen Jacop van Grueninghen. Uit deze helft jaarlijks een pacht van 5 lopen rogge te betalen. - (5) krijgt de helft van een stukje akkerland te Gestel onder Ruijmel, b.p. de Locaert, Gerart Wouters, erfgenamen Jacop van Grueninghen. Hieruit jaarlijks een pacht van 5 lopen rogge te betalen. - (6) krijgen een stuk akkerland te Theede, b.p. Beatris weduwe Henrick die Smit, erfgenamen Peter Goijaerts, Gerard Joosten, de gemeenschappelijke straat. Nog krijgt hij een stuk akkerland gelegen in de Herlaersche akkers genoemd de Willigenacker, b.p. erfgenamen meester Jan Glavimans, Willem Henrick Sprincen, de gemeenschappelijke rijweg, een waterlaat daar. Uit deze twee percelen jaarlijks een pacht van een Bosch mud rogge te betalen. Nog krijgt dit erfdeel 12 gulden eens van de andere erfgenamen en nog 8 gulden eens. Dit lot zal daarin voor dat zesde deel niet meeparten. Datering: 22-08-1561
679 Wij Henrick Jan Emonts en Goijaert Willems van de Merendonck, schepenen verklaren dat voor ons zijn verschenen Jacop en Jan broers en zoons van HERMAN JANSSEN, verder Dirck Peter Schuermans als man van Marie dochter van genoemde Herman en beloven samen en hoofdelijk als schuldenaars op onderpand van hun persoon en bezit om aan Adriaen Lonis van Heeze die per a.s. Pasen over twee jaar de som van 64 karolusguldens te betalen. De schuldenaars over en weer beloven elkaar daarvoor te vrijwaren. Datum 6 juli 1562. Datering: 06-07-1562
750 Wij Peter Jan Schuermans en Goijaert Willems van der Merendonck, schepenen verklaren dat voor ons zijn verschenen Jacop en Jan, broers en zoons wijlen HERMAN JANSSEN en verder Dirck Peter Schuermans en beloven als schuldenaars op onderpand van hun persoon en bezit aan Adriaen Luenis van Heeze per a.s Maria Lichtmisdag de som van 53 karolusguldens te betalen. Datum 19 april 1563. Datering: 19-04-1563
800 Henrick Willems van Beeck en Peter Schuermans, schepenen verklaren dat eerder Elisabeth dochter wijlen Adriaen Pels, weduwe van HERMAN JANSSEN wettelijk afstand had gedaan van haar recht van vruchtgebruik in het bezit van wijlen haar man, ten behoeve van hun zoons Jacop, Jan en Peter, en ten behoeve van Dirck Peters als man van hun dochter Maria. Voor ons zijn nu verschenen genoemde Jacop, Jan, Peter en Dirck Schuermans als man van Maria en hebben een deling gemaakt van dat bezit.
- Genoemde Jacop krijgt een woonhuis, schuur, esthuis, schop en tuin samen met het hopland te Gestel onder Ruijmel, b.p Hilleke weduwe Adriaen Jan Hermans e.a., de gemeenschappelijke straat, Gerard Wouters Ruijter. Daaruit jaarlijks aan de heer van Herlaer als grondchijns 5½ stuiver en een negenmenneken; alle *dijkagien* en bruggehoofden onderhouden en andere burenplichten nakomen waarin het huis is gehouden. Elisabeth zal hieruit zolang ze leeft jaarlijks de *uitkamer* houden van het woonhuis en nog zoveel moestuin en wintertuin houden als ze voor haarzelf nodig heeft. Verder zal Jacop haar jaarlijks zolang ze leeft 3 karolusguldens geven op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer over 2 jaar.
- Genoemde Jan krijgt een stuk akkerland op Midacker, b.p. erfgenamen Jan van Geruwen, erfgenamen Jan Aernts van den Gasthuijs, de rijweg daar, de Ruijmelsche beemden. 5 lopenzaad land aldaar, b.p. Marij weduwe Jan Peters, Gerard Wouters, de rijweg, Rut Rutten. Hieruit jaarlijks aan de heer van Herlaer 2½ chijnshoen betalen. Jaarlijks aan zijn moeder Elisabeth zolang ze leeft 3 karolusguldens, steeds op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer over 2 jaar.
- Genoemde Dirck krijgt een stuk akkerland te Gestel op Heseacker, b.p. Teuwen Gijsberts, erfgenamen Peter Goijaerts, Henrick Willems e.a., Jan Spierincks. Anderhalf lopenzaad land aldaar, b.p. Michiel Hermans, Geertruijt weduwe Willem Jacops, de H. Geest van Den Bosch, meester Jan van Kessel c.s. Hieruit jaarlijks aan de heer van Herlaer als grondchijns 3½ stuiver betalen. Jaarlijks aan zijn moeder 3 karolusguldens op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer over 2 jaar zolang ze leeft. Jaarlijks 1/4 van 1/3 van een malder rogge. Hij ontvangt uit het erf van Marij weduwe van Joirdaen Dircks de helft van 3 lopen rogge.
- Genoemde Peter krijgt een stuk hopland te Gestel in de Locaert, b.p. Michiel Jan Hermans, Jan Jan Hermans, de gemeenschappelijke straat. Ca. een zesterzaad land aldaar, b.p. meester Goijaert Grotaerts, het altaar van O.L. Vrouw te Gestel, Jan Hermans. 1/9 van een hooibeemd genoemd de Korsbeeck onder Haenwijck, b.p. de Dommel, Lijs Goijaerts e.a., Marijke Leppers, de heer van Herlaer. ¼ van een stuk hooiland genoemd de Ronden Weert te Gestel in de Ruijmelsche beemden, te wisselen met de Kerkebeemd en met een beemd genoemd de Langen Weert aldaar, b.p. het erf van de drossaard te Hoogstraten genoemd de Borchgrave (?) Beemd. Peter zal elk jaar ¼ van de Langen Weert hebben en het andere jaar ¼ in de Rondenbeemd. De helft van een jaarlijkse pacht van 3 lopen rogge, te ontvangen van Marij weduwe van Joirdaen Dircks. Hieruit jaarlijks aan de hertog van Brabant twee Wilhelmustuin, nog jaarlijks 1 lopen rogge aan het gasthuis van Den Bosch. Jaarlijks met zijn medevoogden aan Elisabeth zijn moeder zolang ze leeft 3 karolusguldens en voor de eerste keer over 2 jaar. Jacop zal overpad aan zijn broer Peter verlenen. Datering: 19-10-1563
801 Wij Henrick van Beeck en Peter Schuermans, schepenen verklaren dat voor ons is verschenen Jacop zoon wijlen HERMAN JANSSEN en belooft op onderpand van zijn persoon en bezit om per a.s. St. Niclaesdag over een jaar een pacht af te lossen van 1 mud rogge aan de erfgenamen van wijlen Jan Bruesten, die de vader van genoemde Jacop had verworven volgens de brief erven. Nog zal hij per a.s. Maria Lichtmisdag aan Adriaen Lonis 50 karolusguldens betalen, nog aan de zelde Adriaen per a.s. Pasen over een jaar 50 karolusguldens, alles zodanig dat Jan en diens broer Peter en Dirck Schuermans daarvoor zijn gevrijwaard. Nog belooft Jacop aan Jan en Dirck elk 12 karolusguldens te betalen en aan zijn broer Peter 6 karolusguldens per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar. Akte is voorzien van het schependomszegel. Datum 19 oktober 1563. Datering: 19-10-1563
309 Jan en Peter, broers en zoons wijlen HERMAN JANSSEN, verder Dirck zoon wijlen Peter Schuermans als man van Marijken dochter van genoemde Herman Janssen, hebben samen en hoofdelijk beloofd om aan Willem zoon wijlen Aert Lodewijks die per a.s. St. Jacopsdag de som van 9 karolusguldens en 10 stuivers te betalen, elke gulden van 20 stuivers tegen de dan geldende koers. Actum als boven. Datering: 24-04-1570
308 Wij Jacop zoon wijlen Hermans Janssen en Henrick Willems van Griensven als schepenen verklaren dat eerder Herman zoon wijlen Jan Hermans aan Willem zoon wijlen Aernt Lodewijks een zeker huis, erf, tuin, hop- en akkerland had verkocht gelegen te onder Gestel ter plaatse genoemd op de Plack, b.p. de gemeenschappelijke straat. Maar Willem had bij de overdracht verzwegen dat er jaarlijks een pacht van een zester rogge op drukt, te betalen aan de rector van het altaar van O.L. Vrouw in de kerk van Gestel. Voor ons is daarom nu verschenen genoemde Willem en heeft beloofd om de vermelde pacht van 1 zester rogge jaarlijks te gaan betalen op onderpand van stuk heiveld, gelegen te Gestel op de Brantse heide, b.p. genoemde Brantse heide, genoemde Willem, Jan Anthonissen. Hij zal die pacht zo betalen dat de weduwe van genoemde Hermans en haar nakomelingen daarvoor is gevrijwaard. Datum 24 april 1570.
309 Jan en Peter, broers en zoons wijlen Herman Janssen, verder Dirck zoon wijlen Peter Schuermans als man van Marijken dochter van genoemde Herman Janssen, hebben samen en hoofdelijk beloofd om aan Willem zoon wijlen Aert Lodewijks die per a.s. St. Jacopsdag de som van 9 karolusguldens en 10 stuivers te betalen, elke gulden van 20 stuivers tegen de dan geldende koers. Actum als boven. Datering: 24-04-1570
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Herman Janssen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Elisabeth Adriaen Aernt Pels | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.