Kind(eren):
info:
Landscommandeur der Ridderlijke Duytsche Orde, ridder (1357), overleden 1405 te Tiel. Vermeld in 1357/86, ridder 1359, transporteert in 1357 een waard te Heesselt aan zijn (vermoedelijke) tante Elisabeth, wed. van heer Henrick van Rossem, wordt in 1359 beleend met een tiend te Garneren, wordt in 1367 te Rossum genoemd bij de schatting van het Kwartier van Nijmegen.
bron: http://gw5.geneanet.org/index.php3?b=zalmpie1⟨=nl;pz=lotte+catharina+ida;nz=van+der+zalm;ocz=0;p=goossen;n=van+rossum;oc=1
- betreft dit hem?
Wapenalbum Bommelerwaard [P.v.d.Zalm: 2007].
Nr. ross/ 2468. ROSSEM, GOOSSEN VAN; ridder en raad van Willem I, hertog van Gelre en Gulik.
= Wapen: in zilver, drie vogels (papegaaien) van keel, twee en één geplaatst. Het familiewapen van zijn tweede echtgenote (Van Dorp): in sabel, drie leeuwenkoppen van zilver, twee en één geplaatst; zie onder andere het NBW. pg.79.
= Bron: met deze Goossen van Rossem vangt feitelijk een geregelde, doorlopende geslachtslijst aan. Hij was ridder en raad van de hertog van Gelre en in 1377 vertegenwoordigd bij het verdrag van de factiën in Gelderland. Hij huwde 1e. Johanna van Gennep en 2e. Barta van Dorp. Hij had (onder andere) twee zoons uit zijn eerste huwelijk: Gerrit, heer van Rossum, in 1378 gehuwd met Sophia van Wijhe, een dochter van Jordaen en Johanna van Groesbeek, en Otto, in 1384 gehuwd met N. van Haeften tot den Esch (haar moeder was Catharina van Heukelom). Zie: “Geldersche Kasteelen”, door Spaen, pg.282
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.