Kind(eren):
Hij was een zoon van Wichman de oude uit het geslacht van de oude Billungers. Zijn moeder, ("Diederiksdochter"), was een niet met name genoemde dochter van de West-Saksische graaf Diederik en de Fries-Deense Reginhilde.
Door zijn afkomst maakte Egbert Eenoog deel uit van de allerhoogste Saksische adel. Dit stelde hem in de gelegenheid om samen met zijn broer Wichman II tegen zijn neef koning Otto I in opstand te komen.[1]. Bij de Liudolfingische opstand van 953-54 schaarde hij zich aan de zijde van Liudolf van Zwaben, de oudste zoon van Otto I de Grote en Editha van Wessex. Een van zijn grote vijanden was zijn oom Herman Billung, een van gunstelingen van Otto I de Grote.
Na de dood in 944 van zijn vader erfden zijn zonen zijn bezittingen en rechten. Hij werd graaf in de Amber- en de Derlingouw en voogd van het bisdom Münster. Tevens was hij heer van de Alaburcht. Omstreeks 960 verwierf Egbert Eenoog vermoedelijk op basis van erfgoederen die hem toegevallen uit de nalatenschap van zijn grootmoeder Reginhilde de grafelijke rechten in Midden-Frisia (het huidige Friesland). Zijn kleindochter Gertrude huwde kort na 1019 met de Brunoon Liudolf van Brunswijk, die vervolgens graaf in Midden-Frisia werd. De zonen Wichman III en Egbert Jr staan vermoedelijk op munten geslagen te Dokkum rond het jaar 1000, dat houdt o.a. in dat zij dan ook over bezittingen en (grafelijke) rechten beschikten in Midden-Frisia.
kinderen:
- Egbert (jr) Billung, graaf in de Derlingouw
- Wichman III (Wichman van Vreden), graaf van de Padergouw (vermoord 5 oktober 1016).
- Amelung, graaf in de Padergouw, voogd van de kerk van Paderborn (gestorven 1031)
> zie Wikipedia (http://nl.wikipedia.org/wiki/Egbert_Eenoog)
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.