Kind(eren):
bron: http://www.genealogieonline.nl/stamboom-goossens-van-der-heijden/I5160.php
info Schepenbank Oirschot en Best:
BP 1176 (Oirschot) 1376 ? 1383 (sept 1379 ? mrt. 1380) folio 90r
Henrick zoon wijlen Jan van Ellaer
Dirck van den Wijer
Peter zoon wijlen Jan van Ellaer
1351.04.25 Oirschot
Ghegheven in den jaer Ons Heren doe men screef dusent driehondert
vijftich ende ene op sente Marchus dach evangelist.
Schepenen van Oirschot oorkonden, dat zij overeenkomstig hoofdvonnis
naar hun landrecht uitspraak gedaan hebben in de zaak tussen Jan van
Ellaer en diens zuster Engelberna, waarbij zij aan Engelberna de helft
hebben toegewezen van het goed 'ten Ellaer' onder Oirschot, vrijgevallen
door de dood van haar moeder Sophie, waarna ridder Arnt van den Dijk,
schout van 's-Hertogenbosch, met de schepenen ter plaatse de deling
heeft aangevangen maar verder overgelaten aan zijn vorster Hendrik
Lauwart.
Origineel: Archief Abdij Postel, charters Oirschot 3. Vermeld in
bijlage 1 nà inv.nr.1347.
1352.03.04 Oirschot (boedelscheiding)
Ghegheven in den iaer Ons Heren als men screef dusent driehondert vijftich ende twe op den vierden dach in Maerte.
Schepenen van Oirschot oorkonden, dat ten overstaan van hen de volgende getuigenverklaringen zijn afgelegd:
Danel van den Staedecker, Hendrik de Crom, Gerard van Mellincrode en Godevart van der Hameyden als schepen verklaarden, dat in de zaak van Engelberna van Ellaer tegen haar broer Jan aangaande het goed ten Ellaer onder Oirschot, Jan zich erop beriep,dat hij clericus was en geen ingezetene van Oirschot, waarbij hij zo lang het woord voerde, dat de rechter hem vermaande, waarna hij zijn hand voor de mond sloeg en zweeg.
In een andere zitting zei hij, dat hij poorter was van 's-Hertogenbosch en meende daarom in Oirschot niet te hoeven antwoorden, maar of en hoelang hij poorter was, wisten zij niet.
Roef Marinen, Arnt Nennen en Kerstiaen van der Lulsdonc verklaarden, dat Engelberna haar zaak tegen Jan betreffende 'ten Ellaer' begonnen was, voordat Jan poorter werd.
Willem van den Dijk en Hendrik heren Arnds verklaarden, dat bij de begrafenis van Sophie; Jan aan Engelberna 100 pond bood, als zij van haar recht op 'ten Ellaer' wilde afzien, waarop Engelberna antwoordde, dat zij dat voor 200 pond nog niet zou doen.
Willem van den Dijk, Hendrik heren Arnds en Kerstiaen Lirincs verklaarden onder ede, dat Jan geen poorter was, toen Sophie stierf.
Origineel: Archief Abdij Postel, charters Oirschot 5.
Vermeld in bijlage 1 nà inv.nr. 1347
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.