Hij is getrouwd met Hadewich Henricks Luppens van der Schoet.
Zij zijn getrouwd.
Kind(eren):
info Schepenbank regesten:
Eerder had Henrick Lippen van den Scoet machtiging gegeven aan Mercelis Willems van der Achter zoals hij (Mercelis dus, JT) zei. Omdat Henrick nu in het buitenland woont, en niemand van zijn familie weet of hij al dan niet in leven is, hebben zijn broers en zusters hem ´dood gedeeld´ (onterfd voor zijn erfdeel, JT) en wel inzake een pacht van 18 lopen rogge en nog in 8 lopen rogge. Zijn broers en zusters zijnde Philips, Jan, Dirck, Marcelis Willems van der Achter als man van Haijgen, Peter Bierkens als man van Marien, en nog Lijsken met haar voogd, hebben samen aan Marcelis Willems van der Achter toegegzegd dat als Henrick weer terug zou keren, dat elk van de broers en zusters hun resp. deel van de pachten weer in zullen brengen, zodat Henrick weer zijn aanspraken daarin heeft. Marcelis zal daarvoor altijd gevrijwaard blijven. Datum als boven, getuigen Crom en Strijp. (1490)
--------------
Marcelis Willems van der Achter heeft beloofd dat hij voortaan aan Jan Marcelis van der Achter de jaarlijkse pacht van 8 lopen rogge zal betalen, die Henrick Lippen van den Scoet eerder aan deze Jan had beloofd volgens de brieven daarvan en wel zo dat Jan en Henrik Lippen daarvoor gevrijwaard zijn. Actum als boven. (1490)
-------------
Jan, Lipprecht en Dirck, broers en wettige kinderen van wijlen Henrick Lippen van den Scoet, verder Marcelis Willems van der Achter als man van Haijwich dochter van genoemde Henrick en Peter Goijaert Bierkens als man van Marie, eveneens dochter van genoemde Henrick met haar voogd, en nog Goijaert Goijaert Ackermans, verkopen nu aan Jan Willem Jacop Keijmps een pacht van 20 lopen rogge per jaar, maat van Oirschot, die ze samen hebben gekocht van heer Henrick Geerlicks van de Melcroth. Die pacht had eerder Goijaert Goijaert Ackermans aan deze heer Henrick Geerlicks van de Melcroth beloofd, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag op onderpand van een stuk land genoemd dat Soerland, groot 7 lopenzaad gelegen in Oirschot herdgang Verrenbest, b.p. Happen Goijaert Keijmps, Jan Beertkens, de gemeenschappelijke straat. De verkopers beloven alle lasten van hun kant af te handelen. Datum 3 april 1490, getuigen Borchakker en Crom.
-------------
Peter Goijaert Bierkens als man van Marie, voor hemzelf handelend en voor Dirck Henricks van den Schoet voor zover het betreft inkomsten die deze van zijn bezit te hebben gehad, welke Peter Goijaert Bierkens nog handelt namens Jan Henricks van de Schoet voor zover hij bezit heeft gekocht van deze Jan, verder Lupprecht Henricks van den Schoet en Peter Goijaert Bierkens die handelen namens de wettige kinderen van Marcelis Willems van der Achter verwekt bij Hadewijch dochter van wijlen Henrick van den Schoet en van Margriet dochter van Dirck Hoppenbrouwers waarvoor ze beloven die binnen een maand die de zelfde belofte als hierna te zullen laten doen, verder Joerden Dirck Hoppenbrouwers die ook namens zijn kinderen belooft die binnen een mand eveneens die belofte te laten doen, waarbij alle hiervoor genoemde personen nog beloven de andere wettige kinderen van Gielis Dirck Hoppenbrouwers ook die belofte alsnog later te zullen laten doen, hebben zich onderworpen aan de bemiddeling van 4 arbiters. (regest 24-7-1501)
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Marcelis Willems van der Achter | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hadewich Henricks Luppens van der Schoet | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.