- verkreeg het Land van Altena van zijn vader
info: http://www.voetvanoudheusden.nl/index.php?option=com_content&view=article&id=274&Itemid=19
GRAVEN VAN TEISTERBANT
De heren van Beusichem sproten volgens Voet uit het geslacht van de graven van Teisterbant. In 742 erfde Diderik, graaf van Kleef, dit graafschap van zijn grootvader, die de laatste der oudste graven van Teisterbant was. Kleef en Teisterbant bleven tot 834 verenigd. In dat jaar werd Teisterbant toegedeeld aan Robert, een jongere zoon van graaf Balderik. Zijn nakomelingen hebben het graafschap, aldus Voet, tot 994 bezeten. Volgens oude schrijvers omvatte 'dit aloude Graefschap' een deel van de Betuwe benevens de Tieler- en Bommelerwaard en latere heerlijkheden als Arkel, Heusden, Altena, Leerdam, Culemborg, Buren en Vianen. 'De Hoofdplaets van dit Graefschap was de zeer Oude Stad Thiel', waar graaf Waldger 'zyn gewoonlyk verblyf hield' en door de Noormannen was omgebracht. Zijn zoon Diderik viel een zelfde lot te beurt. Hoewel Tiel hoofdplaats en zetel der graven was, was het waarschijnlijk 'dat eenige derzelve te Avezaet by Thiel hun Hof hebben gehouden'.
Teisterbant werd een stuk kleiner, zo vertelt Voet, toen aan Roberts jongere zonen Dideryk het land van Altena en Robert het land van Heusden werd toegedeeld. De oudste zoon, Lodewijk, volgde in de rest van Teisterbant. Diens kleindochter was erfdochter en zij bracht Teisterbant door huwelijk aan de reeds genoemde Waldger, zoon van Gerulf en (half)broer van Dirk, 'eerste graaf van Holland'. Deze drie zijn historische figuren, maar Voet plaatst ze, zoals hij vaker doet, wat eerder in de tijd. De echte Dirk werd tussen 916 en 928 vermeld, Waldger overleed na 928. De echte Waldger had als zoon Radbout. Voet laat hem echter opvolgen door een Diderik. Dideriks zoon Hendrik werd zijn navolger in Teisterbant. Een jongere zoon, Gerbrand kreeg voor zijn deel Beusichem en Zoelen. Voet vertelt dat het graafschap Teisterbant ten tijde van graaf Ansfried teniet is gegaan. Deze Ansfried is weer een historisch figuur. In 994 werd hij bisschop van Utrecht; zijn ook geestelijke geworden vrouw Hilsondis stichtte bij Maaseik de bekende Abdij van Thorn. Ansfried, aldus Voet, 'scheurde het Graefschap Teisterband aan verscheide stukken, geevende daer van een groot gedeelte aan het Bisdom van Utrecht'. Teisterbant is rond 1000 inderdaad in graafschappen uiteengevallen. Vermast wijst op de mogelijkheid dat zich nazaten van graaf Waldger in de gouwen Teisterbant en Lek en IJssel gehandhaafd hebben. Onder hen schaart hij de graven van Goije, waarvan we de nakomelingen in de dertiende eeuw aantreffen als de ministeriale Utengoije's. Een neef van bisschop Ansfried, Unroch, 'graaf in Teisterbant' wijst Coldewey aan als stamvader van de latere heren van Malsen en Cuyk.(3)
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Diderik heer van Altena | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.