Hij is getrouwd met Pieternella Maas.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
- vermeld in Het Casselboek en het Latijnsboek 1312: folio 14 (1)
39. Jhan van Zonne, een huis ende II hoeven lands gheleghen in Udenhout die hi vercreegh teghen Arnoude Bollarde. [... est officio de Oesterwijc]. [In latijnsboek: Johannis de Zonne, domum et 2 hovas terre et prati sitas in Udenhout, qui acquisivit erga Arnoldum Bollarde] (f.69v-70r, p. 177, nr 212) {Tevoren zie 7}.
bron: http://www.dekleinemeijerij.nl/index.php?categoryid=22&p2_articleid=217
- betreft dit deze persoon of diens kleinzoon..??
RA Tilburg, 847. Archief Schepenbank en Eninge van Oisterwijk, 1418-1811, inv.nr.143, microfiche 2-E9, folium 50-5 aktenr. 450, 01-05-1420.
Op 01-05-1420 vernaderde Peter Jan Peijmans een beemd in Tilburg, strekkend naast de dijk, strekkend aan de gemeint van Westilburg, in het oosten aan erfgenamen van Berijs van Aerle, en aan Jan van Zonne, dat Jan Matheeus van Heijst gekocht had van Jan Laureijns Moelneers.
RA Tilburg, 847. Archief Schepenbank en Eninge van Oisterwijk, 1418-1811, inv.nr.143, microfiche 3-A1, folium 52-4 aktenr. 465, 18-05-1420.
Op 18-05-1420 beloofden Willem nzvw heer Mathijs van Best en zijn broer Henric zvw heer Mathijs aan Gijelijs Back van Tilborch, ten behoeve van hem en van Jan van Zonne van Tilborch, 52 gouden arnemse gulden, elke 17 weken 1/3 deel te betalen in de kerk van Oisterwijk op ons vrouwe altaar.
52-5. Aert Andries zoen van Hukelem stond garant voor resp. zou betalen 1/3 deel van genoemde som.
52-6. Voornoemde Aert Andries beloofde aan voornoemde Gijelijs, ten behoeve van hem en van Jan van Zonne van Tilborch, 23 gouden arnemse gulden, in 3 termijnen van 17 weken.
52-7. Peter Jan Vervijns zoen en Claus Peters Vervijns zoen beloofden aan voornoemde Gijelijs Bac ten behoeve van hem en van Jan van Zonne van Tilborch 13 gouden arnemse gulden, in 3 termijnen van 17 weken.
RA Tilburg, 847. Archief Schepenbank en Eninge van Oisterwijk, 1418-1811, inv.nr.143, microfiche 3-B6, folium 58-3 aktenr. 527, 25-08-1420.
Op 25-08-1420 verklaarden Gijelijs Back en Jan van Zonne van Tilborch dat de broers Henric en Willem, nzvw heer Mathijs van Best priester, hen betaald hebben 17 gouden arnemse gulden van de zoen, die zij hen beloofd hadden.
58-4. Voornoemde Gijelijs en Jan verklaarden dat Aert Andries zoen van Hukelem hen betaald heeft 18 gouden arnemse gulden van voornoemde zoen.
RA Tilburg, 847. Archief Schepenbank en Eninge van Oisterwijk, 1418-1811, inv.nr.143, microfiche 3-B12, folium 60v-2 aktenr. 546, 03-01-1421.
Op 03-01-1421 werd genoteerd (later doorgehaald): Aert Andries is mij, buiten deze brief, van 3 of 2 andere brieven van schuldbekentenis en kwitantie, 6 botdreger schuldig.
Jan van Zonne van Westilborch verklaarde dat Aert Andries zoen van Hukelem hem betaald heeft 24 arnemse gulden van de zoen die zij geloofd hadden voor Willem Claus Marten zoen.
Voornoemde Jan van Zon verklaarde voorts dat Peter Jan Vervijns zoen en Claus Peter Vervijns zoen hem betaald hebben 13 arnemse gulden van voornoemde zoen.
(Brief betaald). Voornoemde Jan van Zon verklaarde dat de broers Henric en Willem, nzvw heer Mathijs van Best priester, hem betaald hebben van voornoemde zoen 17 arnemse gulden.
Voorts heeft voornoemde Jan van Zon verklaard dat voornoemde Henric en Willem betaald hebben van de bedevaart van voornoemde doodslag 4 arnemse gulden, van Willem Claus Marten zoens wegen, van de bedevaart.
Jan van Zonne beloofde voor zich en voor Gijelijs Baxs van Westilborch dat voornoemde Gijelijs en hij de 2 schepenbrieven van Oisterwijk, die zij ontvangen hadden van voornoemde Aert Andries zoen, Peter Jan Vervijns zoen en Claus Peter Vervijns zoen, van voornoemde zoen, waarin voornoemde Aert, Peter en Claus beloofden, weer terug zullen geven uiterlijk op komende vastenavond.
RA Tilburg, 847. Archief Schepenbank en Eninge van Oisterwijk, 1418-1811, inv.nr.143, microfiche 5-B1, f.101v-4, aktenr. 785, 14-06-1421.
Op 14-06-1421 beloofden Jan Ghestelman zvw Lambrecht van Ghilse, Jan van Zonne van Ghestel en Jan Godscouwe zvw Lambrecht van Ghilse aan Laureijns Willems zoen van der Heijde 70 gouden arnemse gulden, te betalen met sint Lambertus.
RA Tilburg, 847. Archief Schepenbank en Eninge van Oisterwijk, 1418-1811, inv.nr.144, microfiche 3-E7, f.73v-2, aktenr. 429, 20-03-1423.
Op 20-03-1423 verkocht Claus Wouter Claus aan heer Bartolomeeus Kocs priester ten behoeve van zijn natuurlijke zoon Thomaes van Zonne, verwekt bij Godscouwen Peters sMoelners, en ten behoeve van voornoemde Godscouwe een erfpacht van ½ mud rogge, met lichtmis te leveren, gaande uit een huis, hof en weide in Helvoirt en een weide daaraan gelegen, naast Goeswijn Uden in het noorden en naast Jan Anchems Wijtmans in het zuiden, strekkend aan de straat en aan voornoemde Goeswinus de Uden. Gecancelleerd; hierbij was Theodoricus, broer van voornoemde Godscouwe, momber. Ze accepteerden een som gelds.
73v-3. Nycolaus mag de erfpacht over 2 jaar afkopen met 28 licht gulden van 3 licht schilden.
73v-4. 12-11-1424. Dirc Peter sMoelners en zijn zuster Godscouwe beloofden dat zij voornoemde Thomaas, als hij meerderjarig is, zullen doen vertijen.
====================
info via Frans van Son (mail juni 2016; letterlijk overgenomen):
De Jan van Zonne die vader was van Katharina van Zonne had in elk geval een leen in Udenhout. Ik heb daar nader onderzoek naar gedaan.
"Johannes de Zonne bezat in leen een huis en twee hoeven in Udenhout die hij verkregen had van Arnoldus Bollart en die deze wederom verkregen had van Raso, geheten Mulaert. (Bron: Leenboek van Brabant, Limburg en de landen van Overmaze zgn. 'Latijnsboek' aangelegd in 1350 als bewerking van het 'Casselboek'(ca. 1312-1350). Deel 2, Folio 14 (1)39.
"Jhan van Zonne, een huis ende II hoeven lands gheleghen in Udenhout die hi vercreegh teghen Arnoude Bollarde [...est officio de Oesterwijc]
In Latijnsboek 'Johannis de Zonne, domum et 2 hovas terre et prati sitas in Udenhout, qui acquisivit erga Arnoldum Bollarde (folio 69v-70rp. 177. nr. 212. en Brussel Algemeen Rijksarchief Leenhof van Brabant 2. Stootboek 1355 Hertogelijk Leenregister 2 (bewerkt door Wim de Bakker)199. folio 52v.
44. (Jhan van Sonne ij hoeven gheleghen in udenhoud die waren wilen heren raessen mulards [dit heeft vercreghen Ghielys wouters soene van Goerle)
45. Ghielis wouters zoene van Goyrle twe hoeven ende lant ende beemde gheleghen in udenhoud die hi vercreghen heeft jegens Jan van Sonne Vij daghe in merte int jaer van LXij.
(bron: Kleine Meierij jrg. 1951-1952. V. no.3 blz.3, 'Het Harens Broek in Udenhout' door Ferd. Smulders.):
Het leen waarvan hier sprake is, is het Brabants Leengoed Het Harens Broek. Het leen is genoemd naar de familie Van Haren die tussen 1382 en 1570 dit leengoed bezat. De omschrijving luidt in de vijftiende eeuw: 'twee hoeven onder land ende beempde, groot omtrent 24 buenderen, in Udenhout tussen de kinderen van Wouter Berthouts en Alyt, weduwe van Reyneer Nollekens, strekkende van de state totten zande toe'.
Dit leengoed was een volleen en lag tussen de Groenstraat en den Duin, ten westen van de Nollekenshoeve, (die op het Endeke lag). Omstreeks 1300 is het van Raso Mulaert, omstreeks 1320 van Aert Bollard en omstreeks 1350 van Jan van Zonne (Latijnsboek blz. 14 en 177). Na Johannes van Zonne werd op 7 maart 1362 Ghielis Wouterszoon van Goerle met deze hoeven beleend.
Uit de inschrijvingen in de leenregisters blijkt niet of deze overgang geschiede door koop danwel door erfenis.
Ghielis van Goerle gaf in 1382 of 1383 twee hoeven over aan zijn zoon Walterus, die dit leen verkocht aan Jan van Haren van wie het in 1443 overging op zijn zoon Jan van Haaren en in 1495 op diens zoon Jan van Haren. (Rijksarchief te Brussel:
a. cour feodale de Brabant: leenregister nr. 1. (latijnsboek van 1312 e.v.). fol 6 en 69v.: Leenregister nr. 2.: stootboek van ca 1355 fol 52v. Leenregister nr. 4: Spechtboek van 1374. fol 205v. Leenregister nr. 5. (Oudt leenboek van verloren leenen, tweede helft 14e eeuw. fol. 23..
b: Chambres des comptes: no 17144 (Comptes des reliefs des fiefs 1366-1389 rekening over 1382-1383).
Uit het denombrement uit 1496 (26 februari 1496 nieuwe stijl) van Jan van Haren, dat in Brussel berust, vermeldt hij ook nog de twee hoeven in Udenhout "tussen de kinderen van Wouter Berthout en Aleijt, weduwe van Reyneer Nollekens, streckende van die Gruenstraet totten zande toe". Volgens gegevens uit het schepenprotocol van Oisterwijk ligt het Harens Broek (ook genoemd Dat leengoet Jans van Haren of 't Haremansbroeck of kortweg den Hareman) neven de Hesseldonk, 't Asschot, den Horst, die Reijt, en bij den Houwenincksen beempt, den Tilborchsen beempt, de Oemsrijt, 't Broek van Helmond en bij Nollekenshoeve." (bron: kleine Meierij jrg. 1951-1952. V. no.3 blz.3, 'Het Harens Broek in Udenhout' door Ferd. Smulders.).
Info: In Udenhout lag bij de Hesseldonk een beempt genoempt "den Hareman" (R.291,fol.20v,1596). Ik vond ook een beempt int Asschit aenden Hareman (R. 280,fol.lv, 1576); een stuck hoijbroecx "de clejjn Hesseldonck" aenden Hareman (R. 260, fol. 74, 1556); een erffenisse "den hareman" (R. 252, fol. 68, 1548). De naam "Hareman" wisselt af met: 't Harense Broeck: beempt int Aschit aent harensche broeck (R.294,fol.23v,1599); den Tilborgschen beempt aende lege rrjt, aent haren broeck (R.292,fol.22v,1597); weijvelt,de groote Reijt" aent harensche broeck (R.281,fol.34 en 35,1577); 't asschit aent harensche broeck (R.274,fol.29,1570); beempt,de leech asschit" neven 't harensche broeck (R.259,fol.3v,1555); een buender broecx "den haerschen beempt" 'neven 't harensche broeck (R.257,fol.11v,1553); beempt "die asschyt" neven 't harensche broeck (R.256,fol.28,1552); lant aen die Reijt neven dat harensche broeck(R.252,fol.23,1548) en een stuck broeck in de Horsten neven dat harensche broeck (ibid.fol.46v).
Nog een andere variatie is er te vinden: den Hauwerschen beempt bij 't haremans broeck (R.282,fol.15v en 80,1579-81); weijlant opte gruentstrate neven 't haremansbroeck (ibil.fol.46v); den Hauwerschen beempt aent haremansbroeck (R.280,fol.39"v en 40,1576); beempt "den horst' neven haeremansbroeck(R.246,fol.31,1542); weijlant "den horst" neven haeremansbröeck (R.245,fol.80,1541). De verklaring van deze benamingen volgt van zelf uit de volgende gegevens: groesvelt "den horst" neven erffenisse "Jans van Harenbroeck" (R.246,fol.31,1542); groijsvelt "den horst" neven Jans van Harenbroeck (R.245,fol.85v,1541); beempt op die groote Hesseldonck, dat oesteijnd aen Jans van Haren kijnderen (R.244,fol. 2v,1540); beempt op die groote Hesseldonck neven erffenisse Pouteniers van Haren (R.239,2-6-1535). In de oudste schepenprotokollen van Oosterwijk (1418-1450) komt de naam Hareman of Harensbroeck niet voor. Daar zal het veld zijn aangeduid met: erffenisse van Jan of Putenier van Haren.
(Bron: http://thuisinbrabant.delving.org/pdf/thuisinbrabant/brabants-heem/brabants_heem_1949_1_158_159.pdf).
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Johannes van Zonne | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Pieternella Maas | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.