RA Tilburg, 847. Archief Schepenbank en Eninge van Oisterwijk, 1418-1811, inv.nr.143, microfiche 2-B3, folium 31-10 aktenr. 312, 28-10-1419.
Op 28-10-1419 verkocht Henric Jan Leijten aan Reijner Reijners van Broechoven 2 stukken land in Westilburg,
1. tussen Jan Roelofs en tussen Henric Crillarts,
2. tussen de waterlaat en tussen Aert Jan Aerts kinderen,
die hij in erfpacht gekregen had van de broers Peter en Jan, zonen van wijlen Peter Beijen, zoals in schepenbrieven van Oisterwijk. Hij beloofde garantie op hem en op een stuk land in Westilburg, tussen Goeswijn van Boerden en tussen Peter Jan Haghaerts zoen van Dongen.
Bosch protocol
1241/254v-11/17-06-1472. Solvit.
Genoemde Gerardus van den Broeck, weduwnaar van Aleijdis Rijcoldi van Litt, droeg, krachtens het testament van wijlen genoemde Aleijdis, over aan genoemde zusters een erfpacht van 1 mud rogge, gaande uit een huis, erf en tuin en erfgoederen daaraan gelegen, 2 mudsaat land, in Tilburg ter plaatse Horevoirt, tussen erfgoed van Goeswinus Ghibonis van Boerden en tussen erfgoed van Daniel van Heijst, Petrus van Boerden en Arnoldus Johannis Leijten, welke pacht Lambertus Christiani van Doernen ten behoeve van Gerardus Godefridi van den Broeck verworven had van zijn broer Gisbertus van den Broeck.
Goeswijn Gijsbert Herman van Boerden | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.