Kind(eren):
koning van Visigothen (ca. 365-ca. 380), rechter van de Tervingi in het gebied Walachije en Bessarabië, overleden 25 januari 381 te Constantinopel (TR)
info:
In 365 zijn er invallen van de Goten ten zuiden van de Donau. Legeraanvoerder Procopius wordt door keizer Valens uitgestuurd om zich met de invallen mee bezig te houden. Procopius laat zich echter tot keizer uitroepen en roept de Goten als foederati te hulp. Athanaric is in deze tijd woordvoerder van de Gotische koningen, en dus waarschijnlijk rechter. 3000 Goten worden hem toegestuurd, maar als deze in Constantinopel aankomen, blijkt Procopius al overleden. Marcellus laat zich tot (tegen)keizer uitroepen met steun van de goten, maar ook hij overlijdt of moet aftreden. Hierna trekken de Goten zich naar hun eigen gebied terug, daar worden ze door Valens' troepen ingehaald en in diverse Thracische steden gevangen gezet. Athanaric eist hun vrijlating en teruggave, doch dat gebeurt niet.
Keizer Valens bereidt een strafexpeditie tegen de Goten voor vanwege steun aan Procopius. Het argument van Goten dat ze slechts reageerden op wat een verzoek van Rome leek om troepen te leveren volgens het foederati-verdrag, wordt niet geaccepteerd door Valens. In 367 trekken de troepen van Valens de Donau over en dringen het Gotische gebied binnen. Athanaric trekt met zijn troepen terug waardoor de Romeinen vernielingen kunnen aanrichten in Walachije. Het jaar daarop stroomt de Donau over waardoor een aanval wordt afgehouden. In 369 trekken de troepen de Donau over en vallen ze Bessarabië binnen. Het mondt uit in een veldslag tussen de troepen van Valens en het halve leger van Athanaric. Athanaric verliest, maar weet zich zodanig terug te trekken dat de verliezen beperkt blijven. In september 369 sluiten Valens en Athanarik vrede. Omdat Athanaric als rechter had gezworen geen Romeins gebied te betreden, wordt de vrede ondertekend op een schip op de Donau. In deze vrede behouden de Goten hun status van 'foederati' en 'amici' (vrienden) van het Romeinse Rijk, maar de handel tussen de twee staten wordt beperkt tot twee grensposten, en de jaarlijkse betaling van de Romeinen aan de Goten wordt beëindigd.
Na de overeenkomst getekend te hebben kan Athanarik zich weer met binnenlandse problemen bezighouden. Tussen de jaren 369 en 372 komt het tot een grote christenvervolging onder de Goten. Het christendom (zowel het katholicisme als het ariansme) is in de vierde eeuw bij de Goten in opkomst. Voor Athanaric en andere heidense Goten is het christendom niet alleen een bedreiging voor de stamgoden, maar christenen worden er ook van verdacht heimelijke handlangers van de Romeinen te zijn. Een eerdere christenvervolging (mogelijk geleid door Athanarics vader) heeft al rond 348 plaatsgevonden, en een groep Gotische christenen (waaronder Ulfila) leeft sindsdien in het Romeinse provincie Moesia. Elke stam moet een afgodsbeeld centraal stellen en iedereen moet daaraan offeren, wie weigert moet ter dood gebracht worden.
De Gotische prins Fritigern wil de macht overnemen van Athanaric. Hij neemy contact op met keizer Valens, en krijgt diens steun in ruil voor de belofte zich tot het (arianisch) christendom te bekeren. Tussen 372 en 376 heerst een burgeroorlog tussen de aanhangers van Athanaric en Fritigern.
In 376 neemt Athanaric opnieuw de leiding tegen een buitenlandse vijand. De Greuthingi, die ten oosten van de Tervingi wonen, zijn verslagen door de Hunnen en vluchten nu westwaarts het gebied van de Tervingi in. Athanaric neemt stelling aan de grensrivier de Dnjepr. De Hunnen vallen Athanaric aan bij verrassing, en net als tegen Valens verliest Athanarik de veldslag, maar weet daarna te ontkomen zonder noemenswaardige verliezen. Athanaric begint verder westelijk aan de bouw van een verdedigingswal, maar wordt opnieuw door de Hunnen aangevallen en verslagen.
Hierna stelt Fritigern voor om zich bij het Romeinse Rijk aan te sluiten. Het grootste deel van de Tervingi volgt zijn voorstel, en Alaviv en hij trekken naar de Donau. Hun groep vormt wat later bekend staat als de Visigoten. Athanaric en zijn mannen trekken naar een regio genaamd Caucaland, waarschijnlijk in Transsylvanië, en veroveren het op de Sarmaten. In 380 wordt Athanaric door zijn eigen mensen verdreven, waarschijnlijk onder invloed van Fritigern. Hij vlucht naar Constantinopel, waar hij van keizer Theodosius I een vorstelijke ontvangst krijgt. Twee weken later echter, op 25 januari 381, sterft Athanaric. Hij krijgt een vorstelijke begrafenis van de keizer.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.