Hij is getrouwd met Jenneken Gijsbert Cauwenbergh.
Zij zijn getrouwd.
Kind(eren):
bron: http://www.patrickcoolen.demon.nl/BBCoolen%20Kwartierstaat%20aug%202007.htm#i2298
info Oorkonden Midden-Brabant:
- vermelding in algemeen protocol in 1644 Tilburg; Bron: 14 - Schepenbank van Tilburg 1492-1810 - inventarisnummer 360, pagina: 80Mr.
- vermelding in algemeen protocol in 1646 Tilburg; Bron: 14 - Schepenbank van Tilburg 1492-1810 - inventarisnummer 360, pagina: 264r
Rechterlijk Archief Tilburg; Algemeen protocol (inventarisnummer 279, 1531-1532)
1541, mei 4 - 288/2r-3r
Verschenen is voor ons schepenen Andries de Winne, pensier van het convent van Tongerlo, en heeft verpacht aan Leureijs Jan Bertouts een hoeve het Godshuis voors. toebehorende gelegen in de parochie van Tilburg genaamd de Hoeve opten Spijker met alle toebehoren en zoals voors. Laureijs deze in gebruik had en nog heeft en dat onder voorwaarden hierna volgende.
Deze huur en pacht duren een termijn van 12 jaar onder berouwen waarvan het eerste jaar zal ingaan, te weten van het huis, hoeve en weiden, heiden en beemden half april a.s. en van het land tot oogst daarna volgende. Laureijs pachter voors. zal ter zake van de voors. pachting elk jaar moeten betalen 10½ mud rogge in de maat van de Spijker, goed koopmans en hierlands graan, en dit leveren op de Spijker te Tilburg, waarvan de eerste pacht verschijnen zal op lichtmis 1543 en zo voorts elk jaar van de verpachting. Al het koren en graan toebehorende aan het Convent van Tongerlo zal Laureijs, pachter, ontvangen, hanteren, keren en wenden en als hij enig onleverbaar graan ontving, geen koopmansgoed, dat zal dan zijn ten laste van de pachter en hij zal dan niet gehouden zijn onleverbaar koren te ontvangen. voor zijn arbeid van wenden en keren en voor het krimpen zal de pachter hebben dat 24e vat of mud, maar van zijn pacht zal de pachter geen krimpen hebben.
Mocht hij enig kommerschap doen met het voors. koren zonder consent van de pensier dan moet de pachter betalen op elk mud meer dan hij verkocht heeft 10 stuivers en hetgeen dat de pachter te weinig levert dan hij ontvangen heeft jaarlijks, dat zal men hem ten gelde zetten naar marktgang.
Geheel het huis, schuur, kooien, stallen en al wat tot de hoeve behoort zal de pachter onderhouden, losselijk en wel van wanden en daken en van alle kleine reparaties, die men met 2 werklieden in 2 dagen kan doen, op zijn kosten en hij moet daartoe ook geven alle latten, nagels, tenen, dakroeden, steen, kalk etc. en de daghuur betalen zonder de pensier niet daarvan te rekenen, behalve dat hij die latbomen en het andere gereedschap zal mogen bouwen op het erf van het convent voors. en als hij enig groot hout behoeft voor zo'n reparatie, dat zal de pensier hem wijzen in het ruwe en de pachter zal dat laten omhakken, behakken en zagen op zijn kosten en ingeval de pachter deze reparatie niet op tijd zou doen en dat door zijn nalatigheid meer schade zou ontstaan en meer kosten gedaan zouden moeten worden, dan moet de pachter alle lasten dragen van zulke grote reparaties.
In gebreke van groot nieuw werk, dat zal de pensier doen maken, de daghuur betalen en ook het hout en ijzer leveren, maar de hoevenaar moet al zulk nieuw werk doen dekken en de werklui de mondkost geven op zijn last.
Hij mag geen hout afhakken zonder toestemming van de paensier noch ook sluenen of truucken op straffe van 6 karolus gulden ten behoeve van de pernsier van elk hout, dat hij omgehouwen, getruuckt of gesloet mocht hebben en daarboven nog te staan ter correctie van de Heer van Tilburg.
Hij zal geen akkers telen dan die aan de hoeve toebehoren.
Hij zal ook gehouden zijn binnen een half jaar op zijn kosten in geschrifte over te brengen in handen van de pensier al de landen, beemden euselen, heiden en weiden deze hoeve toebehorende met hun naam en grootte en ook met de lasten daar jaarlijks uitgaande, waar men de lasten betaalt en wanneer.
Deze hoeve mag ook niet werts verpachten zonder toestemming van de pensier.
Alle hekken zal hij op zijn kosten onderhouden en maken maar mag het hout daarvoor halen op het erf van de hoeve, wat daar het profijtelijkste toe is. Hij moet alle grachten, graven, waterlaten, rijcken, neeten vagen tot de onder bodem toe en ook de straten onderhouden gelijk zijn buren op zijn kosten en die zo in het afscheiden wel gegraven en gemaakt laten tot goeds mans prijze. Hij moet ook de heesters planten, maar zal de pensier de heesters betalen.
Hij moet ook zijn gewoonlijke reizen doen.
Alle lasten en jaarlijkse kommer uit deze hoeve gaande moet de pachter betalen op zijn kosten.
Van de hagelslag, waarmee grote schade gedaan mocht zijn, zal men hen afslag doen, behalve dat hij de pensier binnen 3 dagen na de schade waarschuwt om tot gelijke kosten te doen visiteren door goede mannen of anders zal men niet kosten.
En voort op alle Herkomen.
En heeft geloofd heer Andries, pensier voors. op verbintenis van al zijn en des convents voors. goederen nu hebbende en namaals verkrijgende deze verpachting en uitgifte altijd vast en overbrekelijk te onderhouden en in zijn en des convents naam te doen houden zonder wederzeggen. Dies zo heeft wederom geloofd Laureijs pachter voors. super se etc. de pensier van alles wat hier voors. staat te voldoen, te betalen en deze voorwaarden in al haar punten te volbrengen en na te komen.
1541, augustus 28 - 288/15v-16r.
Gekomen is voor de schepenen Heer Andries de Winne, pensier van het Convent van Tongerlo, en heeft verpacht aan Laureijs Jan Berthouts een hoeve, het Godshuis toebehorende, gelegen te Tilijburg genaamd de Hoeve op de Spijker met alle toebehoren, land, zand, weiden, heide en beemden zoals Laureijs voors. diezelfde hoeve in gebruik gehad heeft en nog heden gebruikt onder voorwaarden hieronder verklaard.
Ten eerste zal deze verpachting duren een termijn van 12 jaren, zonder berouw, waarvan het eerste jaar zal ingaan in mei 1542, en zal Laureijs ter zake van deze verpachting moeten betalen de grondcijns gaande uit de voors. hoeve. Nog hiertoe jaarlijks te geven 11½ mud rogge op Lichtmis en de leveren op de Spijker te Tilburg zonder daarvan te hebben Krimpkoren, van welke rogge de 1e betalingstermijn vervallen zal anno 1543. Nog hiertoe zal Laureijs de pachter jaarlijks ten voorlijve betalen 12 Peters van 18 stuivers per stuk, die elk jaar verschijnen zullen op 1 mei. Nog hiertoe zal Laureijs voors. jaarlijks betalen 9 karolus gulden van 20 stuivers voor de beemd, die gekomen is van Heijliger Cruissaert, die Laureijs voors. ook in deze pacht gehuurd heeft de termijn van 12 jaar, van welke 9 karolus gulden de eerste betaaldag zal zijn St. Maartensdag 1542. Nog zal Laureijs schuldig zijn te ontvangen alle rogge, welke vanwege de pensier op de Spijker geleverd zal worden en diezelfde rogge weer uit te meten en te leveren, waarvan Hem Laureijs voor af korten zal voor zijn werk en voor het laken en krimpen het vier en twintigste deel.
Item nog zal Laureijs schuldig zijn de huizinge, schuren, kooien, stallen en al wat bij de hoeve behoort te onderhouden losselijk en wel om wanden en daken en alle andere kleine reparatie, die men met 2 werklui in 2 dagen kan maken, op zijn kosten en hij moet daarvoor ook alle latten, nagels, tenen, dakroeden, steen, kalk etc. en de daghuren betalen zonder de pensier iets daarvan te berekenen, behalve nochthans dat hij de latbomen en ander gereedschap zal mogen hakken op het erf van het convent en als hij enig groot hout nodig heeft voor zulke reparaties zal de pensier hem wijzen in het ruwe en de pachter zal dat laten omhakken, behakken, zagen op zijn kosten en ingeval de pachter deze reparaties niet op tijd zou doen en alzo deed, dat door zijn nalatigheid meer schade op zou treden of meer kosten, dan moet de pachter al die lasten dragen van zulke grotere reparaties.
Item in gebrek van groot en nieuw werk, dat zal de pensier laten maken en de daghuren betalen en ook het hout en ijzer leveren maar de hoevenaar zal zulk nieuw werk moeten laten dekken en de werklui de mondkost geven op zijn last.
Item zal Laureijs schuldig zijn al de grachten en sloten losbaarlijk in heiningen te onderhouden en geen opgaand eikenhout afhakken zonder toestemming van de pensier.
Item nog zal Laureijs schuldig zijn de pensier elk jaar 4 reizen met wagen te doen wanneer de pensier dat wenst en zal Laureijs schuldig zijn te bewaren alzulke schouwen in het Coppenhecke als men daar schuldig is te houden zoverre het convent daarin gehouden is.
Heer Andries Pensier voors. heeft geloofd op al zijn goederen en de goederen van het Convent, nu hebbende en nog later verkrijgende, deze verpachting te onderhouden.
Zo heeft Laureijs wederom geloofd de pensier van alles wat boven beschreven staat te voldoen in alle punten en artikelen.
bron: http://home.zonnet.nl/broekhoven2/Broekhoven/f1741.htm
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Laureijs Jan Laureijs Jan (Berthout) Spijckers | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Jenneken Gijsbert Cauwenbergh | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.