Kind(eren):
de Bommelse Tak...
bron: http://home.zonnet.nl/armarius/Parentelen Hol/Jan Hol/frame3.htm
De familie Hol is al een zeer oude familie welke haar familie naam al voerde in het begin van de veertiende eeuw. Haar oorsprong ligt vermoedelijk in Dreumel, het westelijke puntje van het Land van Maas en Waal waar in 1320 al een Gerrit Hol woonde aan de glooiing van de dijk. Daar de glooiing van de dijk ook wel een "hol" genoemd wordt is dit dan ook vermoedelijk de verklaring van de familienaam.
bron: http://members.tele2.nl/armarius
uit het Wapenalbum Bommelerwaard zijn mogelijke verwanten te vinden..?
= Johannes Holle, schepen van Zaltbommel in 1320-1326; echtgenote is Margaretha + dochter Gheertrudis
= Heinric Hol, schepen van Ammerzoden in 1420
= Heijnrick Lambertsz Holl, schepen van Ammerzoden 1474 en 1499
= Henrick Holl, zegelde in 1504 als ingezetene van Ammerzoden
= Jan Hendricks Hol, schepen van Ammerzoden (1570)
Wapenalbum Bommelerwaard [P.v.d.Zalm: 2007].
Nr. holl/ 1489. HOLL, algemeen.
Te Zaltbommel opgemaakt, maar een Tielreweerds geslacht betreffend, is de 12 mei 1403 gegeven verklaring van GHERIT HOLLE VAN OPIJNEN, Jan van Beesde Willemssoen, GHERIT HOLLE VAN NEDERIJNEN en de gebroeders HUBERT en FLORIS HOLLE, dat wijlen Jan Hacke hun neef en wettig verwant was in de derde graad (onse rechte aftersusters kint), dat hij van Geldermalsen naar Zwolle was getogen en daar vader was geworden van Gherit Holle en Chese, “ende van goeder ouder ridderscap ghecomen ende gheboren was ende van gueden dyenstluden ende ghewapent van onser wapen van synte moeder”, en te goeder naam en faam gekend stond. Allen -ook Jan van Beesde- zegelden met het “Hollewapen”: met de twee balken, de beide laatsten met een merlet,
respectievelijk vogeltje rechtsboven. De bewuste Gherit komt in Zwolse oorkonden uit de jaren 1385-1397 al voor, laatstelijk als clericus en keizerlijk notaris. Een iets jongere tijdgenoot, HEINRIC HOL, zegelde als schepen van Ammerzoden in 1420 met hetzelfde wapen, in het schildhoofd vergezeld van de springende vos der Ammerzodens. Aldus (alles keel op zilver) wordt het ter plaatse tot 1590 en te Zaltbommel en Herwijnen tot in de 18e eeuw aangetroffen
(Bron: “Edelen en huisluiden in het oostelijk deel van de Bommelerwaard”, door jhr.M.J. van Lennep, pg.196-197).
Het Necrologium van de St. Maartenskerk, te Zaltbommel (1312-1569) vermeldt: “is overleden Florencius Hol, die gelegateerd heeft …” (pg.57 achterzijde, 1e kolom, Heilig Kruisvinding, 3 mei); “is overleden Elizabeth Goddonis, echtgenote van Florentius Holle met …” (pg.115 voorz. 2e kol. Mauricius en zijn gezellen Martelaars, 22 september); “is overleden Heilwigis, echtgenote van Florencius Hol, voor wie en zijn eerste vrouw en voor al zijn kinderen genoemde Florencius gelegateerd heeft …” (pg. 62 achterz. 1e kol. 19 mei); “is overleden Lysbetta Florencii, die eenmaal …” (pg. 16 achterz. 1e kol. 4 februari); “voorts is overleden GHERARDUS HOL en GHODEFRIDUS (Hol) en JOHANNES Pauwe, broeders zoons van Florencius Hol, voor wie hun vader en moeder gelegateerd hebben …” (pg.87 voorz. 2e kol. Maria Magdalena, 22 juli); “is overleden Lysbetta, echtgenote van wijlen Gerardus Hollen, die gelegateerd heeft …” (pg.146 voorz. 2e kol. Ontvangenis van Maria, 8 december); “is overleden GERARDUS HOLLE MARTINI, die gelegateerd heeft …” (pg.25 achterz. 2e kol. 21 februari); “overlijden van Gerardus Hol, zoon van Wilhelmus Ridder de Est, en van Mechteldis zijn echtgenote, voor wier memorie …” (pg.81 voorz. 2e kol. 2 juli); “… en deze cijns betaalt HENRICUS HOL …” (pg.27 voorz. 2e kol. 23 februari); “… het erf … waarop woont Henricus Holle …” (pg.57 voorz. 2e kol. 2 mei); “… de erven van Rutgherus Holle als hoofdschuldenaars …” (pg.9 achterz. 2e kol. 20 januari); “is overleden RUTHGERUS HOL en Elizabetha zijn echtgenote en ook Yda en Johanna dochters van genoemde Rutgherus …” (pg.32 achterz. 1e kol. 11 maart); “overlijden van Gerardus Hol, zoon van Wilhelmus Ridder de Est en Mechteldis zijn echtgenote, voor wier memorie …” (pg. 81 voorz. 2e kol. 2 juli). In “Drie middeleeuwse notariële protocollen”, door mr. Caspar van Heel (1982), nr.26, wordt te Zaltbommel op 26 juli 1437 genoemd: “GERARDUS HOLLE, biechtvader van het zusterhuis van St. Agnes te Zaltbommel”. In 1404 draagt OTTO FLORENTIUSZN HOLLEN land te Zaltbommel in de Stoppelhoeve en Coppencamp over aan Robbertus de Hoesden (inventaris dl.I, het archief van de huizen Waardenburg en Neerijnen, pg.218, nr.1819, RAG).
In het Liber Sigillorum van de ridderlijke Duitsche Orde, Balije van Utrecht, tot slot, worden genoemd: “GHERARDUS HOLLE, scabinus in Tule”, de dato 20 november 1338, met het wapen: twee dwarsbalken, rechtsboven vergezeld van een sterretje; het randschrift vermeldt: “* S GHERIIT HOL VAN = YP(er)EN” (nr. 2863/2); “Gheret Willemssoen Holle, ridder, 5 december 1355, heemrade in Tyelrewert van ons heren weghen van Ghelren”, met het wapen: twee dwarsbalken, met een vrijkwartier, waarin een beurtelings gekanteelde dwarsbalk; het randschrift: “+S’GERA(r)DI HOLLE FILII WIL(helmi).MILITIS” (nr.2853); “GERIT HOLL, 5 november 1490, scepen in Tiell”, het wapen: een halve leeuw; het randschrift vermeldt: “S GHERIIT.[….]” (nr.2774) en JACOP HOLL schepen van Tiel, 27 april 1585, met zijn wapen: een gekroonde halve leeuw (nr. 2903); “Pelgrimus Holle, 25 juli 1363, scabinus in Tuel”, met zijn wapen: in een spitsboogdriepas, een dwarsbalk, daarboven vergezeld van drie ronde voorwerpen; het randschrift: “+S’.P/ILGRI/MI.HOLLE” (nr.2854). Op de Lijst van schatplichtigen te Zaltbommel, in 1369, wordt genoemd: HENRIC HOLL (hertog. archief, inv.705, fol.59v. RAG). In de schepenbank van Tuil worden genoemd: Gherhard Holle, in 1348 en Pelgrim Holl, in 1361 (de NL.1911, kol.376).
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.