Hij is getrouwd met Sophia Elisabeth van Schagen.
Ze zijn in de kerk getrouwd op 4 november 1804 te Den Haag, Scheveningse Kerk, hij was toen 24 jaar oud.
Kind(eren):
Maria's jongste broer Pieter Meijer gaat het minder voor de wind. Hij is stoelenmakersknecht en woont al vele jaren vlak naast zijn zuster, met echtgenote Sophia van Schagen en een stel kinderen. Pieter ziet niet altijd kans om te zorgen voor voldoende brood op de plank. Hij wordt dan met zijn gezin van acht personen bedeeld door de Diakonie van de Nederlands-hervormde Kerk, die hem per 14 dagen het luttele bedrag van 1,50 verstrekt, en bovendien twee broden.
(G.A. Den Haag. Diak. der N.H. Gemeente Den Haag. Inv.nr. 463. Kwartierboekje Geest).
In 1840 is hij sjouwer van beroep en verschaft hij onderdak aan Anna Kretzmuller, de weduwe van Maria's verdronken zoon Pieter. Zij kon het bij haar schoonmoeder blijkbaar niet uithouden. Anna had haar toorn gewekt door voor de tweede keer in het huwelijk te treden. Haar nieuwe echtgenoot is de 16 jaar jongere Dirk Nagel, die 10 jaar eerder nog als knecht en vrijgezel een zolderkamertje huurde bij haar schoonmoeder. Anna's kinderen bij Pieter Wijnvoord zijn al de deur uit en op haar 44e jaar wordt zij nog gelukkig gemaakt door de geboorte van een zoon. Pieter Meijer was zo vriendelijk geweest om het jonge gezin in huis te nemen, maar dat kwam hem duur te staan. Maria Meijer kon haar minnekozende schoondochter niet meer straffen, maar wel haar broer Pieter. Zij laat opnieuw haar testament opmaken. In deze tweede en laatste versie kan Pieter Meijer niet langer aanspraak maken op een vierde deel van haar bezit. Hij wordt onterfd en uitsluitend haar kinderen en kindskinderen zullen dichterbij erfgenaam zijn. (G.A. Den Haag; Not. Arch.. Beh.nr. 372, Notaris Joh. Bervoets, 6.11.1838).
Bron: Het Kortenbosch, R. Wuite, p. 212-214
Al eerder is de stoelenmakersknecht Pieter Meijer ten tonele gevoerd. Volgens een kwartierstaat uit 1828 ontving hij in dat jaar van de Hervormde Diaconie voor een gezin van 6 personen per 14 dagen een uitkering van 1,50 en bovendien 2 broden en turf voor de winter.
Volgens de volkstelling van 1830 is Pieter 50 jaar, zijn vrouw Sophia van Schagen 45 jaar en hun 4 kinderen variëren in de leeftijd van 3 tot 12 jaar. Sophia geeft geen beroep op en volwassen kinderen heeft het echtpaar niet.
In 1832 wordt Pieter opnieuw bedeeld door de Diaconie met hetzelfde geldbedrag en dezelfde hoeveelheid natura. Evenals 4 jaar eerder zal Pieter Meyer weer gedeeltelijk zonder werk zijn geweest en waren de eventuele bijverdiensten van zijn vrouw Sophia zeer beperkt. Al in 1816 was hij stoelenmakersknecht, maar met de volkstelling van 1840 was hij sjouwer. Pieter is dan 60 jaar en een afgeleefd werkpaard. Een paar huizen verder woont zijn beduidend meer welvarender zuster Maria, die Pieter, voordat zij hem onterfde, met geld en goederen heeft bijgestaan. Dit kan een verklaring zijn voor het lage geldbedrag, dat het gezin Meyer van de Diaconie ontvangt.
Vrijwel alle bedeelden op de kwartierstaten ontvangen als gezinshoofd niet meer dan 1,- of 1,50.
Petronella Bakker, Kortenbosch A 86, vormt daarop als alleenstaande vrouw geen uitzondering. Zij ontvangt per 2 weken 1,50, 2 broden en wat turf. Zij komt op dezelfde kwartierstaat voor als Pieter Meijer, die drie deuren verder woont. Uit genealogische bron weten we dat Petronella Bakker de moeder is van Pieter en Maria Meijer en in dat jaar een 78-jarige weduwe is.
In 1830, kort voor de volkstelling, verblijft ze tijdelijk in haar geboorteplaats Delft. Wanneer ze daar voor de laatste keer het moede hoofd te ruste legt, kan Petronella behalve op een lang leven, terugblikken op 2 huwelijken.
Haar eerste echtgenoot, de vader van Maria en Pieter, was noodhulp bij de aslieden. Het gezin werd bedeeld door het armbestuur, evenals het gezin van haar tweede echtgenoot.
De zoon van deze Johannes Tammerijn woonde als sjouwer op het Kortenbosch, maar hij kon niet in staat worden geacht om zijn stiefmoeder financieel te ondersteunen. Hij werd namelijk zelf bedeeld. Door de stadsarmenzorg, omdat hij samenleefde met een vrouw met wie hij niet getrouwd was.
Uit een notariële akte weten we dat het woonadres van Petronella Bakker beneden 2 kamers en een keuken bevatte met boven nog eens 2 kamers en een zolder met een afgeschoten vertrek. Alle vertrekken waren van stookplaatsen voorzien. De huur is niet bekend; voor het belendende, identieke perceel was de weekhuur 1,70.
Petronella had er een kamer gehuurd voor misschien 0,40 per week en woonde voor zover haar leeftijd dat toeliet, op zichzelf. Haar dochter Maria nam een deel van moeders levensonderhoud voor haar rekening, want het oude mens van bijna 80 jaar kon van een bedeling van 0,75 in de week niet én de huur betalen en nog wat te eten kopen.
Bron: Het Kortenbosch, R. Wuite, p. 226-227
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Pieter Johannes Meijer | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1804 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Sophia Elisabeth van Schagen | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.